|
ZO DENKT
Met ingang van 2009 zal ik wekelijks op deze site mijn column publiceren zoals die ook in de Engelse en Amerikaanse postduivenmagazines te lezen is.
KLEINE SUCCESSEN WERKEN MOTIVEREND
Laatst sprak ik een bekend dierenarts, We hadden het over alles wat met
de duivensport te maken heeft. Veelal zijn dat heerlijke gesprekken. Als
twee mensen die beide dezelfde hobby hebben elkaar zo maar ergens op een
onverwacht moment spreken raken ze bijna niet met elkaar uitgesproken.
In eerste instantie ging het over de snelle terugloop van leden. Ook wij
beiden, die toch al heel lang meelopen in de duivensport wisten bij geen
benadering ook maar iets te bedenken waardoor het ledental weer zou
toenemen. We waren het wel met elkaar eens dat er momenteel te veel
energie wordt gestoken in doelgroepen die naar ons idee nu niet direct
de belangrijkste zijn. Belangrijkste leek ons er voor te zorgen dat de
spelende leden die er nu nog zijn (18.000) ook kunnen blijven spelen.
Die mensen moeten door onze nationale organisatie gekoesterd worden en
dan op een zodanige manier dat hun hobby ook nog betaalbaar blijft. Van
hen zijn 90% gezelligheidsspelers, vaak gepensioneerd en dus niet al te
veel geld omhanden om overal maar aan mee te doen. Naast de
gezelligheidsspelers is een grote groep commerciële boys die jaarlijks
vette winsten weten te maken. Voor hen speelt het geen rol of de
vrachtprijs voor een duif 1 euro of 5 euro is. Zij deinzen er ook niet
voor terug om anderhalve ton voor een duif te bieden. Wat maakt uit als
er jaarlijks enige tonnen uit hun duivenhobby?? binnen komen. De
gezelligheidsspelers kunnen hun duiven aan het einde van het seizoen
naar de poelier kunnen brengen of je kunt er soep van maken maar de
gevulde jongens zijn ook nog in staat hun “opruimers” die geen platte
prijs hebben gewonnen voor luxe prijzen van de hand te doen.
Onvoorstelbaar dat daar wereldwijd nog steeds zoveel mensen intrappen.
Laten we bij het onderwerp blijven en dat zijn de soms kleine successen
die een heel seizoen goed kunnen maken. Dat zou bijvoorbeeld kunnen zijn
doordat een kleine liefhebber zo maar opeens een duif pakt voor zijn
sterk spelende buurman. Er zijn liefhebbers die alleen al ontzettend
kunnen genieten van de thuiskomst van hun duiven en praktisch nooit
prijs spelen. De bewuste dierenarts vertelde over de pech die hij enkele
weken terug had. Nou kreeg ik eindelijk eens een vroege duif op een
vitesse vlucht en dan doet mijn elektronische klok het niet. Je kon aan
zijn praten horen en van zijn gezicht aflezen dat hem dat erg speet. Dat
jou dat overkomt, zei ik tegen hem. Elke week voordat de duiven thuis
komen test ik even de klok door een elektronische ring op de antenne te
leggen en als je meerdere antennes hebt zou ik die elke week weer even
testen. Kleine moeite en als er iets niet klopt is er nog gelegenheid er
iets aan te doen. Dus ’s morgens eerste werk; de klok testen!
Duivensport gaat niet alleen om overwinningen op nationale, regionale of
clubraces. Elke liefhebber heeft altijd wel iemand die hij graag wil
verslaan, dat kan zijn buurman of zijn vriend zijn en misschien wel de
kampioen van de club. Elke wedstrijd is een wedstrijd op zich. De een
gaat voor de overwinning, de ander denkt: de hele wereld mag voor me
zitten als ik maar voor mijn buurman eindig. Dat is duivensport. Elkaar
op een sportieve manier de das om doen. Er kan er uiteindelijk maar
eentje winnen, de anderen moeten hun plezier vinden in de aankomst, een
kopprijs of zo maar een prijs. Maakt niet uit wat, als er maar plezier
aan de hobby wordt beleefd.
TOPPERS MOETEN WINNEN
In elke tak van sport, individueel of in teamverband, is het normaal dat
de toppers winnen. Voor supporters is het namelijk de normaalste zaak
van de wereld dat ze winnen, elke week weer opnieuw! Als die toppers
winnen is het voor de media eigenlijk geen echt nieuws, het is pas
nieuws als ze verliezen. Over wat topteams of topsporters er allemaal
voor moeten doen is bij insiders voldoende bekend. De leek denkt daar
misschien helemaal niet over na, die vindt het de normaalste zaak van de
wereld. Er is heel veel te vertellen over trainingsmethoden, inzet,
karakter, motivatie, conditie en kwaliteit. Welke sport we ook nemen,
niets gaat vanzelf maar vraagt 100% inzet. Dus sportvrienden, dat geldt
ook voor de duivensport. Helaas of misschien wel gelukkig hebben we niet
alles in eigen hand. Als onze beesten op weg zijn naar de lossingplaats
kunnen we er niets meer aan doen. De hele week hebben we ze kunnen
verzorgen, als ze eenmaal in de mand zitten kunnen we alleen nog maar
afwachten. Goede spelers kunnen aan het doen en laten van hun duiven
zien of ze de komende vlucht wel of niet meedoen voor een aantal goede
klasseringen. De enige die dan nog spelbreker kan zijn is het weer. Bij
minder goede prestaties kunnen dan allerlei excuses genoemd worden doch
die tellen niet. De klok wijst uit of er wel of niet goed gepresteerd
is. Ligging en wind, het zal er wel mee te maken hebben, we kunnen er
kort of lang over praten, de klok telt. Zo heb ik deze week wederom een
aantal nationale grootheden gevolgd. Er waren er bij die voor de vijfde
achtereenvolgende week uitstekend hebben gepresteerd. Opvallend was het
dat ook een aantal toppers voor de vierde week erg teleurstelde. Grote
aantallen duiven mee, slechts 25% prijs spelen en maar een enkele duif
bij de eerste honderd pakken. Ja, dat gebeurt bij mensen met kastelen
van hokken en honderden duiven, alles nieuw, grote reportages in de
kranten, uiteraard met grootse plannen maar voorlopig worden een heel
stel van die mannen door kleine liefhebbers totaal vernederd. Ik wil nu
nog geen namen noemen, binnenkort doe ik dat wel. Als ze namelijk dit
seizoen wel een overwinning behalen in groot verband is het hoort
burgers hoort. Het tegenovergestelde mag dan ook wel eens gepubliceerd
worden.
TOTALE VERKOOP GEBR.JANSSEN
Het doek is gevallen. Einde van een sensationeel tijdperk. De laatste
originele Janssen duiven, het hele bestand van 12 kweekkoppels en 2
jongen van 2012 staan te koop op Pipa. De verkoop is nu (1 mei) nog maar
1 dag oud en het gemiddelde staat al op ruim 5.000 euro. Zondag 13 mei
is de laatste dag dat er geboden kan worden. Hoe gaat dit aflopen?
VEEL PRIJZEN MAAR NOG GEEN KOP
Vijf vluchten zitten er op en ik ben niet ontevreden. Het wachten is nog
wel op de eerste overwinning, gezien het hoge prijspercentage (na 5
vluchten 65%) kan er niet veel aan de duiven mankeren, dus ik blijf mijn
best doen. Ik heb alle vertrouwen in mijn duiven, vooral in de duivinnen
en het kan echt niet lang meer duren of er komt een super uitslag. Bij
mijn zoon Marco, die ruim 40 km noordelijker woont, gaat het beter dan
bij pa. Na 5 vluchten 4x1e en 1x2e in zijn club met daarbij meerdere
klasseringen in de top-10. Komend weekend de eerste midfond vlucht 350
km, prachtige vluchten vooral als het duivenweer is.
Onze derde vlucht kende
een typisch verloop. Ook nu was het veel te koud. In het zuiden van het
land kregen de duiven te maken met fikse hagelbuien maar gelukkig hadden
ze wind mee. Ik was er vanuit gegaan dat ze wel eens harder dan 110 km
per uur zouden maken dus was ik ruim van tevoren paraat. Net als
voorgaande weken was het ook nu geen pretje. Ik stond vol in de wind,
pet op, das om, kraag omhoog met voortdurend stevige regenbuien. Wat
mijn duiven nooit doen, deden ze nu wel. Ze bleven vliegen en als ze op
het hok wilde dalen leek het alsof er stroom op het hok stond, Zodra ze
de pannen aanraakten vlogen ze weer op. Vermoedelijk is dat gekomen door
de hagelbuien waar ze doorheen zijn gekomen. Regio’s die anders moeilijk
mee komen speelden nu de eerste viool. Er waren diverse liefhebbers, die
meestal in achterhoede eindigen, die nu zelfs de snelste duif wisten te
klokken. Hun jaar kan in ieder geval niet meer stuk! Bij degene waar dat
niet het geval was, blijven ze met de nodige vraagtekens zitten. Wat is
er in hemelsnaam gebeurd? Het beste is dit soort vluchten maar snel te
vergeten. Bij het nazien van de uitslag viel het me toch op dat ondanks
het vreemde verloop er toch diverse vooral kleine liefhebbers waren die
hun getekende duiven voorop pakten. Voor de mannen die wekelijks met
grote aantallen komen blijkt dit geen eenvoudige opgave te zijn. NIEUW SYSTEEM. Om
kampioen te worden is door het nationale bestuur bepaald dat van elke
deelnemer de eerste 25 duiven van de lijst tellen voor de
kampioenspunten. Van die 25 aangewezen duiven moeten er 3 geklokt
worden, de punten die deze drie duiven totaal behalen worden gedeeld
door 2,5 en dat aantal telt voor het kampioenschap. Geeft iemand 68
duiven mee en hij speelt 1-2-3-4 met zijn 29e, 35e,
54e en 66e getekende dan heeft hij nog steeds geen
punten gescoord voor het kampioenschap. Ik heb van een aantal
vooraanstaande liefhebbers er de uitslagen eens op nageslagen en dan is
het bedroevend te zien hoe slecht de meeste van hen volgens het nieuwe
systeem presteren. Er worden wel aansprekende resultaten behaald, voor
de kampioenschappen doen ze voorlopig niet mee. We kunnen ons de vraag
stellen, wat is belangrijker mooie uitslagen of een kampioenschap. Bij
mij tellen mooie uitslagen en kampioensduiven. In het nieuwe systeem is
het zo dat iedere deelnemende duif punten kan scoren voor het
duifkampioenschap. Dus krijgt een liefhebber zijn 44e
getekende voorop dan krijgt hij geen punten voor het kampioenschap maar
wel voor het duifkampioenschap. Zelf heb Ik nog nooit
duiven bijgehaald bij iemand die een waslijst aan kampioenschappen had
gewonnen en geen enkele kampioensduif op zijn hok had. Nee, ik ging
altijd duiven bij halen (behalve dan bij de Gebr. Janssen) bij
liefhebbers die meerdere kampioensduiven bezaten en alleen daaruit wilde
ik ze hebben. Ik nam ook geen jongen uit een broer of zus van de
kampioensduif. Ik wilde wel een broer of zus van de kampioensduif
hebben. Dergelijke duiven schafte ik altijd aan om er uit te kweken.
Duiven bijhalen om mee te vliegen deed ik bijna nooit. Als je zelf een
hok duiven hebt dat redelijk goed presteert kun je volgens mij beter
alleen duiven bijhalen om het kweekhok te versterken. KWEKEN EN SPELEN Om er achter te komen
wat voor kwaliteit er op het kweekhok zit kun je het beste veel kweken
en de jongen mogen dan op de vluchten laten zien uit welk hout ze zijn
gesneden. Zelf heb ik nimmer getwijfeld een goede duif heel snel een
plek in mijn kweekhok te geven. Mijn kampioensduiven of eerste
prijswinnaars zaten binnen de kortste keren achter het gaas om goede
nazaten te kweken. Dat lijkt simpel maar dat is het niet. Twee goede
duiven geven niet automatisch goede kinderen. Als het zo gemakkelijk was
dan hadden al die steenrijke Chinezen met hun absurd dure Nederlandse en
Belgische duiven al lang alles plat gevlogen. Gelukkig werkt het niet
zo. Ik ken een voorbeeld van een doffer die van elke vlucht een dag te
laat thuis kwam en van een duivin die een perfecte afstamming had en
zelf geen meter vloog. Beide zaten ergens in een vlieghok en in het
voorjaar werden er twee jongen uit gekweekt. Het waren twee supers die
tot Nederlands beste duiven behoorden. Het volgend jaar zat dat niets
zeggende koppel in het kweekhok en de ene na de andere goede duif rolde
er uit. Nee, ze waren niet zo als de eerste twee maar er zaten wel
winnaars bij. Als we het over kampioensduiven hebben die aan elkaar
gekoppeld worden dan zijn er veel meer voorbeelden van alleen maar
matige tot slechte duiven dan dat er een super uit werd gekweekt.
Momenteel zijn de meeste van ons klaar met de kweek. De commerciële
mannen gaan nog wel even door met kweken want de geldbuidel moet ook dit
jaar weer bijgevuld worden. Degene die alleen voor zichzelf kweekt kan
het beste zijn bewezen kweekduiven vroegtijdig scheiden. Het is zonde om
je waardevolle duivinnen eieren te laten leggen waar je zelf geen plaats
of interesse meer in hebt. De heel oude kwekers kunnen beter een heel
jaar bijeen blijven om “hun zaakje” op gang te houden. Nog beter lijkt
mij om de hele oude knarren weg te doen. Ze hebben hun diensten bewezen
anders zouden ze niet zo oud zijn geworden. Bij mij krijgt de jeugd
voorrang, die leggen op tijd eieren, brengen zonder problemen hun jongen
groot en met die hele oude duiven moet je soms een jaar wachten op twee
eitjes waarvan er dan ook nog eentje niet bevrucht is. Daarnaast is het
afwachten hoe het jong uit die twee oude van dagen op zal groeien. Ik
wil hele oude duiven nog niet voor niets op mijn hok hebben. Er zal
gerust wel ergens een liefhebber zijn die goede ervaringen heeft met een
heel oud koppel. Meestal is het niets en om op een toevalstreffer te
gaan zitten wachten heb ik helemaal geen zin in. Dus spelen met alle
jongen en wie niet mee kan komen, al komen ze uit een superkoppel, neem
er afscheid van. Tussen afscheid nemen en afscheid nemen zit nog een
groot verschil. De een kookt er een lekkere pan soep van, de ander weet
er nog grof geld voor te maken. Kijk de komende winter maar eens naar de
grote aantallen jonge duiven die verkocht gaan worden, de meeste van hen
hebben alleen een mooie naam en een fraaie stamboom en er wordt
geschreven dat die duiven speciaal zijn gekweekt voor deze spectaculaire
verkoop. Als er vroeger bij ons thuis eens een soortgelijk verhaald werd
verteld gaven we de hanglamp boven de eettafel een duwtje. Met andere
woorden HIJ ZIT TE LIEGEN! Voor het komende
weekend weer veel succes en PAK ZE.
Het heeft zeker met de
kwaliteit van de duiven te maken. Jarenlang maakte duiven met kopwind
snelheden van iets boven de 60 km per uur. Die tijd is al lang voorbij.
Tegenwoordig is het de normaalste zaak van de wereld dat ze met kopwind
en lage temperaturen 80 km per uur vliegen. Wanneer er jaren terug eens
een duif was die dit presteerde dan sprak men al gauw van een
wonderduif. We zijn nu enkele weken aan de gang met elke keer stevige
kopwind, veel te koud voor de tijd van het jaar maar ondanks dat
verlopen de vluchten uitstekend. Elke keer zijn de prijzen binnen de 13
minuten verdiend, dit betekent dat 25% van de deelnemende thuis is. Het
blijkt dus dat duiven beter tegen kou kunnen dan tegen temperaturen
boven de 25 graden. Er wordt gezegd dat vooral weduwnaars warm weer
moeten hebben om goed te presteren maar als we er de uitslagen op
naslaan zien we dat op beide vluchten de doffers domineren. Dit komt
misschien ook doordat er meer doffers ingezet worden dan duivinnen. Voor
de liefhebbers zijn dit soort vluchten minder goed, het was beide
vluchten namelijk geen pretje om op de duiven te wachten. Uit de wind en
in de zon viel het wel mee maar degene die geen plekje uit de wind
hadden moesten behoorlijk afzien. Dat de concoursen zo goed verlopen
komt mede omdat er een open lucht is. Er moeten zeker kleine stukjes
blauwe lucht te zien zijn, dan weten we dat de duiven zich goed kunnen
oriënteren, bij een gesloten wolkendek hebben de duiven meer moeite om
via de kortste weg naar huis te vliegen. Denkelijk werkt de
luchtvochtigheid ook mee aan een goed vluchtverloop en dat is bij lage
temperaturen en een bijna gesloten wolkendek beter dan met warm weer.
Dan is de lucht droog zoals we dat noemen, vooral bij oosten wind is dat
het geval. Ik houd mijn hart vast als de jonge duiven met warm weer en
oosten wind hun vluchten hebben. Bijna altijd veel achterblijvers en
concoursen die veel te lang open staan. Als ik mag kiezen, graag
temperaturen van 20-22 graden en een noordwesten wind, dan komen de
goede duiven voorop. VERRASSEND. Als je ouder wordt ben
je nog al eens geneigd terug te blikken. Het is alsof het vroeger altijd
beter en mooier was, maar daar klopt niets van. We romantiseren te veel
en hebben alleen het mooie onthouden en al het andere vergeten. Zo
hebben we lang gedacht dat doffers, omdat het mannelijk geslacht sterker
is, beter zouden presteren dan de duivinnen. In België zijn jarenlang
aparte concoursen gehouden voor doffers duivinnen en jaarlingen. In
Nederland hebben die altijd tegen elkaar gevlogen en vooral in de tijd
dat er alleen weduwschap met doffers werd gespeeld was iedereen er van
overtuigd dat doffers beter presteerden dan dames. Totdat we er achter
kwamen dat het op de vluchten tot 600 km niets uitmaakte of het nu een
doffer, duivin of jaarling was. Het beeld werd totaal anders, duivinnen
op weduwschap finishte meerdere keren voor de doffers en vooral
jaarlingen konden helemaal voor verrassingen zorgen. Als de vluchten
langer werden zetten we voornamelijk oudere duiven in, die zouden dat
soort afstanden makkelijker aan kunnen. Ook daarvan bleek dat we het
helemaal bij het verkeerde eind hadden. Het zijn voornamelijk een- en
twee jarigen die de dienst uitmaken. Tegenwoordig wordt op de meeste
hokken weduwschap met doffers en duivinnen gespeeld. Ik heb zelf meer
vertrouwen in de duivinnen. Zij herstellen sneller waardoor ze wekelijks
mee kunnen en daardoor beleef je ook meer plezier aan ze. Steeds meer
liefhebbers krijgen door dat je het van de jongere duiven moet hebben,
van vier jaar en ouder zie je bijna geen duif meer in de uitslag. Zij
hebben het spelletje door en zijn daardoor denkelijk minder gemotiveerd
om naar huis te komen. Daardoor moeten ze plaats
maken voor de jongere garde. Alleen bij
vluchten met een slecht of rampzalig verloop zie je nog wel eens een
oude geroutineerde in de top van de uitslag finishen, maar om voor dat
soort vluchten nog wat oudere duiven aan te houden gaat mij iets te ver.
Ook hier geldt nog steeds, wie de jeugd heeft, heeft de toekomst. JONGERE SPELERS MAKEN
DE DIENST UIT. De duivensport
vergrijsd en er komen te weinig nieuwe jonge spelers bij. Dat is waar!
Het wil echter niet zeggen dat er helemaal geen jongere spelers bij
komen. Jongere spelers zitten voor mij in de leeftijdklasse van 35 tot
45 jaar en als ik naar de eindstanden van de diverse provinciale en
nationale competities kijk valt het mij steeds weer op dat daar vrij
veel jongere bij staan. Je ziet dat de “oude bokken” uit de kudde
gestoten worden, zo gaat dat in de natuur en zo gaat dat ook in andere
sporten dus ook in de duivensport. De meeste oudere liefhebbers zakken
in, ze vallen in slaap, blijven te veel hangen bij het oude, volgen
nieuwe ontwikkelingen niet en houden het te veel bij hun eigen duifjes
waarmee ze altijd zo goed hebben gepresteerd. Ze zien niet in dat de
duivensport verandert en zonder dat ze het in de gaten hebben worden ze
steeds meer voorbij gestreefd door de jonge garde. Als ik naar mezelf
kijk; als er vroeger ergens een duivenevenement was, was ik er ook. Ik
zag bijna nooit iemand uit mijn eigen omgeving en dan vonden de oudere
van toen het gek dat ik overal van op de hoogte was en alles wist wat er
in de duivensport gebeurde zowel op sportief als organisatorisch gebied.
Ik wilde ook overal bij zijn, ik leefde van het ene evenement naar het
andere. Ik was altijd op zoek naar betere duiven, er moest wel Janssen
bloed in zitten anders wilde ik ze niet. De Janssen duiven waren in mijn
jonge jaren de beste duiven die er boven deze aardbol rond vlogen. Pas
op latere leeftijd kwam ik erachter (ik was ook een beetje in slaap aan
het dommelen) dat er ook andere en misschien wel iets betere duiven rond
vlogen. Ik hield misschien iets te veel van mooi en goed en vond het
vaak zonde om mijn duiven op verdere afstanden in te zetten. Nu heb ik
daar geen problemen meer mee. Komt ook omdat het snelheidsspel door het
sterk terug lopende aantal leden niet meer gespeeld kan worden zoals dat
eigenlijk zou moeten. Korte sprintvluchten kun je alleen maar spelen in
een klein gebied waar veel liefhebbers dicht bij elkaar worden. Er
blijven helaas steeds minder liefhebbers over waardoor vlieggebieden
noodgedwongen steeds grote worden. Hierdoor worden de vluchten van 300
tot 600 km steeds belangrijker en dan moet je zorgen dat je voor die
afstanden de juiste duiven op het hok krijgt. De jongere spelers hoef je
daar niets over te vertellen, die zijn daar al lang mee bezig. Je hoort
ze ook niet zeuren dat ze niet in de lijn wonen of dat ze in zo een
sterk gebied wonen. Zij hebben geen duiven die niet binnen willen komen
en je hoort ze ook niet zeggen dat hun concurrenten “iets” gebruiken. Ze
zorgen er zelf voor dat ze met topduiven aan de start komen en laten al
het negatieve gepraat over aan de oude mopperaars die steeds meer
vergeten dat het om goede duiven gaat en nergens anders om. Succes voor het komende
weekend en PAK ZE!
BASIS VAN DE DUIVENSPORT IS VITESSESPEL
Binnen de hedendaagse duivensport is de specialisatie momenteel het
belangrijkste. Naar mijn idee is dat het begin geweest van de ondergang
van de duivensport. De terugloop van leden is niet te remmen. De acties
die de laatste jaren zijn georganiseerd om zieltjes te winnen is
verspild geld energie en tijd. De te grote aandacht die aan de jeugd
wordt besteed is volkomen zinloos. Jeugd die nu (vaak met hulp van pa)
de duivensport beoefend krijgt alleen al als ze meedoen een beker en
armen vol prijzen. De waanzin ten top! Ik heb het een keer meegemaakt
dat tijdens de huldiging van een nationale competitie een vader, met een
kindje van nog geen jaar in een wandelwagentje naar voren kwam om de
prijs die door het kindje was gewonnen in ontvangst te nemen. Dat is een
onderdeel van de moderne duivensport. Het kindje kon nog niet eens
lopen, wist uiteraard totaal niets van duivensport en dan durft zo een
vader de prijs in ontvangst te nemen. Een aanfluiting van de bovenste
plank! De laatste jaren zie je de jeugdspelers overladen worden met
prijzen en allerlei duivensport artikelen. Daar win je geen leden mee en
als je ze wint zullen ze net zo snel afhaken als dat ze gekomen zijn. Er
komt namelijk een tijd dat ze wel moeten presteren om iets te winnen en
als die prestaties uitblijven is het plezier van het duivenspel gauw
weg. De jeugd winnen voor de duivensport kan alleen door ze met de oude
duiven aan de vitesse vluchten mee te laten doen en met de jonge duiven
de navluchten. Daardoor komt de vakantie van de andere familieleden niet
in gevaar, het blijft betaalbaar, plus dat de jeugd niet een heel jaar
met duivensport bezig is. Er zijn namelijk ook andere belangrijke zaken
zoals school en zelf sporten. Het duivenspel beheersen leer je op de
snelheidsvluchten, dat geldt niet alleen voor de jeugd, dat geldt voor
ons allemaal. Degene die op de korte vluchten goed mee kunnen komen
zullen later ook de verdere vluchten aan kunnen.
NIET ALLES TEGELIJK WILLEN
Liefhebbers die meteen alles
willen zullen veel en veel langer werk hebben om goed mee te kunnen
komen dan degene die eerst het vitesse spel onder de knie willen hebben.
Vitesse spel is het moeilijkste wat er is al denken vele liefhebbers
daar totaal anders over. Ga maar eens kijken bij de echte
snelheidsspelers, dat zijn echte tovenaars, die kunnen hun duiven super
motiveren en voeren en durven heel streng te selecteren. Vitesse spel
was altijd geldspel voor de gewone werkman en daar waar om geld gespeeld
wordt zitten de beste duiven. Geld inzetten is niet zo moeilijk, geld
winnen is heel wat anders. Daarvoor moet je duiven hebben die in rechte
lijn naar huis komen denderen, ze twijfelen geen moment om naar binnen
te gaan omdat ze blij zijn dat ze de baas zien. Echte vitesse spelers
hoor je nooit zeuren dat hun duiven niet binnen komen. Die duiven zijn
zo getraind dat ze geen seconde verspelen. Snelheidsspelers zijn ook
geen mega inkorvers, zij komen met enkele duifjes die ze de hele week
geobserveerd hebben, waar ze vertrouwen in hebben en er geld op durven
zetten. Door wekelijks een leuk bedragje te winnen blijft hun hobby ook
betaalbaar. Dat is allemaal weg. Toen de computer zijn intrede deed en
de liefhebbers in plaats van kruisjes te zetten hun deelname lijst
anders moesten invullen was het over met het geldspel. Voor sommige was
het goed dat er niet meer om geld gespeeld werd, zij leverden week in
week uit alleen maar geld in en deden vaak hun gezin te kort. Er waren
er ook die met een lage inzet toch zoveel verdienden dat ze in de
zomermaanden gratis spel hadden. Zelf mocht ik ook graag om geld spelen,
het maakt het allemaal nog net iets spannender en wat belangrijk is, je
leerde de duiven veel beter kennen. Er was in het najaar alleen nog maar
plaats voor duiven die hun eigen kost konden verdienen. Dat is verleden
tijd. Tegenwoordig komen liefhebbers met manden vol duiven aan sjouwen
terwijl het nergens om gaat. Ja, er wordt gestreden om kampioenspunten,
maakt niet uit of die door de bovenste duif van de deelnamelijst worden
behaald of door de 85ste. Gelukkig is daar dit jaar voor het
eerst een nieuwe regeling voor gekomen. Voor iedereen gelden nu de
eerste 25 duiven van de deelnamelijst voor de kampioenschappen. Dat wil
zeggen, we spelen nu allemaal 25 tegen 25 en niet meer 50 tegen 12 of
iets dergelijks.
Of we er daardoor nieuwe leden bij zullen krijgen? Zeker weten van niet.
INVLIEGDUIVEN
Er was een tijd dat alle duiven mee deden aan de wedstrijd. Door de
specialisatie is dat niet meer het geval. De fondspelers komen (bijna)
elke week met invliegduiven, dat zijn duiven die gaan alleen maar mee om
te trainen en verder niets. De deelnemers aan de meerdaagse fondvluchten
maken het nog erger, zij komen zelfs op vluchten van meer dan 500 km nog
met duiven die zo een vlucht als training afwerken. In de verenigingen
is dat alleen maar veel werk, ze doen nergens aan mee en als hun duiven
in de mand zitten gaan ze naar huis. Ze laten geen klok stellen, helpen
vaak niet eens om de duiven in de duivenwagen te laden. Ooit was er een
tijd dat er maar 4 dagfond vluchten waren en 1 meerdaagse fondvlucht.
Toen bestond de specialisatie nog niet, iedereen deed aan die vluchten
mee. Tegenwoordig zijn er veel te veel van dat soort vluchten en dat
gaat allemaal ten koste van het programmaspel. Met 1 vlucht in een
weekend doet iedereen overal aan mee en zijn we meteen van die
invliegduiven af. Ik las in een reportage van een fondliefhebber dat hij
uit respect voor de snelheidsspelers zijn duiven altijd inzet voor
prijs, dus nooit invliegduiven meegeeft. Hij vertelde er ook bij dat het
vooral die mensen zijn die het duivenspel mogelijk maken. Zij zijn de
werkers die ook zorgen dat de duiven van de fondspelers de mand ingaan.
Zelf zou ik er het volgende nog aan toe willen voegen, weten de
fondspelers wel dat het de programmaspelers zijn die hun fondvluchten
betaalbaar maken. Als je ziet wat er betaald wordt voor een vlucht van
200 km of een vlucht van 600 km, die prijzen zijn totaal niet in
verhouding. Mede uit dat oogpunt zou het mooi zijn dat alle duiven die
ingezet worden automatisch meedoen aan de wedstrijd.
Maar ook daardoor krijgen we er geen nieuwe leden bij.
STERK SPEL
De eerste vlucht is voorbij.
Het was in Nederland zeker geen ideaal duivenweer. Veel te koud, maar
ook met dat weer zijn winnaars en verliezers. Laat ik met me zelf
beginnen. De voorbereidingen op het nieuwe seizoen waren goed, alles
verliep naar wens totdat ik drie dagen voor de eerste vlucht plotseling
in het ziekenhuis werd opgenomen. Dat was een enorme domper, niet zozeer
de opname maar meer de reden waarom ik naar het ziekenhuis moest. Ik zal
u daar niet mee vermoeien. Er moest wel geïmproviseerd worden zodat mijn
duiven toch mee konden doen. Mijn vrouw heeft ze verzorgd en dat heeft
ze prima gedaan. Er werd echter niet schoon gemaakt, de duiven zijn die
dagen niet buiten geweest en hebben ook geen bad gehad. Of je daardoor
goed of slecht gaat presteren is niet te bepalen. Wel is het zo dat je
gevoel moet zeggen, er is alles aan gedaan om mee te doen voor de
overwinning en dat ontbrak er aan. Mijn zoon Marco, die 50 km
noordelijker woont, heeft eerst zijn eigen duiven ingezet en toen die
van mij. Er gingen er 37 mee en daarvan speelde er 26 prijs (70%) te
beginnen met de 8e tegen 427 duiven, in de ZCC was dat goed
voor een 36e plaats tegen 2,400 duiven met 6 in de eerste
honderd. Daar was ik heel tevreden mee. De eerste drie waren
geroutineerde duiven, daarna volgde een aantal jaarlingen waarbij ook
mijn favoriete duivin “005”. Van haar verwacht ik heel veel. Zoonlief
deed het nog beter dan pa, hij speelde 1/2/3/4 en had er 14 bij de
eerste twintig. Op de computer heb ik nagekeken hoe een aantal nationale
grootheden het er op de eerste vlucht afgebracht hebben. Het was in
grote lijnen schrikbarend slecht. Ik wil nu nog geen namen noemen, ik
zal ze eerst 5 weken volgen en dan publiceer ik een overzicht. Ik ben er
nu al van overtuigd dat sommigen van u van hun stoel zullen vallen bij
het lezen van de prestaties.
Het komende weekend veel succes en PAK ZE!
Voor de echte oudere duivenmelkers is het bijna niet te geloven dat we
de Schoolstraat 6 in het Belgische Arendonk niet meer kunnen bezoeken.
Ik weet niet hoeveel liefhebbers van over de hele wereld daar zijn
geweest om zo een wereldberoemde volbloed van de “mannekes” te
bemachtigen. Het is over en uit. Louiske (99) ligt in het ziekenhuis,
hij is de enige die nog over is van het illustere vijftal. Louis was
niet de melker, hij was de man van de centen en ik zou bij benadering
niet durven zeggen hoeveel geld er in zijn kleine handjes terecht is
gekomen. Successen werden in vele landen met hun duiven behaald en als
morgen beslist zou worden, dat alle duiven waar het bloed van de edele
Janssen duiven in zit, afgemaakt moeten worden dan zouden er maar erg
weinig duiven overblijven. Eigenlijk is de gouden periode van de
prachtige Janssen duiven al geruime tijd voorbij. De Janssens waren
misschien wel de eerste melkers op aarde die het grote geld voor hun
duiven wisten te maken, dit vaak tot grote afgunst van hun Belgische
collega’s. Maar hoe we het ook wenden of keren, heel veel liefhebbers
zijn daar meer dan geslaagd. Ik durf te beweren dat als je in de
zestigerjaren 10 duiven bij hun kocht, dat je dan 8 goede had. Je kon er
echter geen 10 tegelijk kopen, je kwam op de wachtlijst, alles
opgetekend in een simpel schoolschrift met een handschrift dat alleen
Louis kon lezen. Zelf ben ik ook zeer geslaagd met de Janssen duiven. Ik
was jarenlang een grote fan van hen. Betere en mooiere duiven bestonden
in mijn ogen niet. Er waren wel andere mooie en goede duiven, maar
betere, daar zet ik mijn vraagtekens bij. De hokken in de Schoolstraat
zijn leeg en blijven leeg. Het is gedaan. De overgebleven 30 duiven
zitten nu ergens ondergedoken op een onbekend adres. Binnenkort komen ze
in verkoop, Pipa heeft de organisatie en dan komt het meestal wel goed.
Denkelijk zullen de verzamelaars van de echte en loepzuivere Janssens
diep in de buidel moeten tasten om een laatste wereldberoemde rasduif
vanaf een plaatje te kunnen kopen. Voor ons Janssen liefhebbers jammer
dat er waarschijnlijk geen zaalverkoop komt. Ik kan me nog publieke
verkopingen herinneren waar de mensen moesten dringen om binnen te komen
alleen omdat er Janssen duiven verkocht werden. Ik ben blij dat ik de
gebroeders heb gekend, dat ik er diverse keren op hokbezoek ben geweest
en dat ik de legendarische periode van deze simpele mensen maar
steengoede melkers heb meegemaakt. Toen ik las dat de hokken in de
Schoolstraat leeg waren kreeg ik een heel naar gevoel van binnen. De
gouden periode van de duivensport is voorbij, zeker nu ook Schoolstraat
6 geen bezoekadres meer is. Een adres waar vele jaren excellente duiven
onder de pannen hebben gezeten. De wereld zal ook na dit nieuws wel
gewoon doordraaien, of dat ook het geval is met de duivenwereld? Van
1900 tot 2000 was het de gouden eeuw binnen de duivensport en die tijd
komt nooit meer terug. Helaas, maar waar.
HOGE TEMPERATUREN VOOR DE TIJD VAN HET JAAR.
Maart 2012 gaat zich aan de
top klasseren voor wat betreft hoge temperaturen. In Nederland af en toe
nog nachtvorst maar vooral overdag veel zon en misschien zit het in mij
maar ik vind het nog steeds koud. Binnen achter het glas is het heerlijk
zodat je geneigd bent in je overhemd naar buiten te lopen. Maar dat valt
tegen. Ook in het duivenhok een heerlijke temperatuur. Regelmatig zit ik
een half uurtje bij de jonge duiven die lekker in het stro liggen te
zonnebaden. Vandaag hebben ze allemaal weer een bad gehad en dat doet ze
goed. Vanavond heb ik er nog een stel in mijn handen genomen en wat
voelen ze dan zijdezacht aan. De duiven, zowel oud als jong, doen het
prima. De ouden zijn voor de tweede keer gepaard en de doffers jagen als
gekken. Binnen enkele dagen liggen er eieren waar ze
5-6
dagen op mogen broeden. Daarna is het uit met de pret en worden de zaken
nog serieuzer aangepakt. Alles gebeurt al op tijd, maar vanaf dit
weekend wanneer de zomertijd ingaat, gaat alles bijna op de minuut
nauwkeurig. Sommige zeggen dat ik een slaaf van mijn duiven ben, ik heb
daar een andere mening over. Ik weet niet beter, mijn hele leven heb ik
de duiven zeer nauwkeurig verzorgd, dat is een vast deel van mijn
dagindeling geworden en dat heeft me geen windeieren opgeleverd. Soms
week ik bewust eens een dag van het strakke verzorgingsschema af. Dat
klink raar, doch soms krijgen ze daar een opleving van. Toen ik zelf nog
fietste leefde ik als een monnik. Ook altijd volgens een vast schema.
Toen ik daar eens vanaf week omdat ik naar een groot feest moest kwam ik
er achter dat zoiets stimulerend kan werken. Ik dronk nooit, die avond
wel en dat heb ik geweten. ’s Morgens vroeg was ik nog doodziek, toch
ging ik die ochtend naar mijn wielerclub om een wedstrijd van 120 km te
rijden. Slechts drie boterhammen had ik met veel moeite naar binnen
weten te werken, daar had ik wel twee koppen thee met “dubbel suiker”
bij nodig. Toen we 40 km onderweg waren leek alles wel vanzelf te gaan.
Ik finishte solo met 4 minuten voorsprong. Zoiets moet je natuurlijk
niet wekelijks doen. Af en toe eens afwijken van een strak schema kan
voor mens en dier zeker geen kwaad. Nu we van dat fraaie voorjaarsweer
hebben en aan de vooravond staan van een nieuw seizoen is het heerlijk
om bijna dagelijks met de duiven op pad te gaan. Voorlopig loopt alles
naar wens. De duiven en ik zijn er klaar voor, nu maar hopen dat de
weersgoden er net zo over denken.
ALLES BLIJFT WEER BIJ HET ZELFDE.
Organisatorisch klopt het nog steeds niet. Veel onenigheid, verkeerde
afspraken en zelfs beslaglegging op een van de bankrekeningen van onze
nationale organisatie. Ook dit jaar geen nationaal eensluidend
kampioenschapstelsel. Het enige wat is bereikt, is dat van elke
liefhebber de eerste 25 oude duiven van de deelnemerslijst voor het
kampioenschap tellen. Dat lijkt aardig doch stelt niets voor. Het zou
prima zijn als elke liefhebber voor aanvang van het seizoen 25
ringnummers doorgeeft van zijn duiven die voor het kampioenschap mee
vliegen. Dat is niet het geval en wat moet een liefhebber dan die maar
12 koppels duiven heeft. Hij zal het dus een heel jaar met die 24 op
moeten nemen tegen de megahokken die er een paar honderd hebben zitten.
Die kleine liefhebber zal het met die 24 moeten doen en de grote heeft
iedere week keus uit een groot aantal. Daarvan weet hij na 5 weken spel
echt wel wat de betere duiven zijn zodat een groot aantal daarvan bij
zijn eerste 25 staan, ook als er twee vluchten in een weekend zijn. Nee,
zo lang we niet 10 tegen 10 spelen of 12 tegen 12 blijft het duivenspel
nog steeds een oneerlijk spelletje. Voetbal spelen we toch ook 11 tegen
11 en niet 111 tegen 11. Ik zal blij zijn als het startschot wordt
gelost, dan is iedereen met zijn eigen duiven bezig en zijn we een half
jaar verlost van al dat gezeur hoe het beter en anders zou moeten
worden.
Veel succes en PAK ZE!
OP WEG NAAR DE LENTE.
Het is maart, de kweek is bijna gedaan, de jonge duiven maken hun eerste
rondjes, het is bijna lente. De dagen worden langer en wij duivenmelkers
maken ons op voor de eerste snelheidsvluchten. De weersomstandigheden
zijn voor de tijd van het jaar redelijk, in Nederland zelfs temperaturen
boven normaal en dat heeft een gunstige uitwerking op de
kweekresultaten. Op bijna de meeste hokken is de kweek voorspoedig
verlopen, toch zijn er net als andere jaren weer liefhebbers waar het
niet goed loopt. Eigen schuld? Ik denk het wel. Deze week sprak ik een
redelijk goede speler waar het helemaal mis was gegaan. In december 12
kweekkoppels gezet en nu (28 februari) 3 jongen groot. In eerste
instantie wilden ze niet op eieren komen, duiven gescheiden, daarna was
het volgens de man te koud waardoor de duiven wederom niet met eieren
kwamen en nu ging het volgens hem goed. Alle duiven zitten te broeden
maar jammer genoeg een te groot aantal onbevruchte eieren. Ben je naar
de dokter geweest, vroeg ik hem. Nee, dat niet. In september was volgens
de dokter alles in orde. Ja, maar daarna hebben we oktober, november,
december, januari en februari gehad, zei ik. Hij zou nu naar de dokter
gaan en daar begrijp ik nu precies niets van. Als je als ervaren
liefhebber in december de duiven bijeen zet en je hebt na drie weken nog
geen eieren dan moeten er toch toeters, sirenes en bellen gaan rinkelen,
dan is er toch zeker iets niet in orde. Een beetje melker denkt dan toch
meteen
aan paratyphus en dan moet je in looppas naar de
dokter. De man waar ik het over heb is al jaren liefhebber, inmiddels
wel wat ouder, maar dan nog denk je dat zo iemand direct door heeft dat
er ingegrepen moet worden. Jammer voor deze liefhebber, het zal zo goed
als zeker een jaar worden met vooral de nodige teleurstellingen. De man
weer een jaar ouder en zonder dat hij het door heeft is hij op weg naar
het einde van zijn duivensport carrière. Ik zou zulke mensen graag
willen helpen, maar dan moet je wel op tijd weten dat er hulp nodig is.
Oudere melkers zijn vaak te trots om te zeggen dat de duiven niet in
orde zijn. Dan raakt het plezier na verloop van tijd helemaal weg en is
het gedaan met de hobby. Het is echt niet noodzakelijk om de deur plat
te lopen bij de duivenarts. Van tijd tot tijd mestcontrole en een
keeluitstrijkje is het minste wat je kunt doen. Maak tijd vrij om de
duiven te observeren, op die manier leer je de duiven kennen en zie je
eerder dan wie dan ook of het wel of niet goed gaat. Als je ziet dat er
iets aan mankeert, wacht dan niet tot morgen of zelfs overmorgen, maar
ga direct naar de veearts. Ik ben er van overtuigd dat er dan nog iets
van het seizoen te maken valt. Er zijn heel veel melkers die er alles
voor over hebben om goed te presteren. Er zijn er ook heel veel die door
de vergrijzing steeds gemakkelijker worden, de prestaties worden minder
en het plezier raakt weg. Dat is toch jammer want duivensport is en
blijft een fascinerende hobby. Ook voor grijze mannen die een beetje
inzet tonen! DAGELIJKSE CONTROLE Het gaat nu elke dag
een beetje spannender worden. Elke duivenliefhebber is in zijn
achterhoofd bezig met de eerste strijd. Over drie weken moeten de
vitesse mannen er staan. Tijd om de duiven goed in te spelen is er niet.
Hoewel, op dit moment ziet de weersverwachting er redelijk uit. Half
maart komen mijn duiven voor een tweede maal bijeen en zodra ze 5 dagen
zitten te broeden gaan ze weer uit elkaar en begint het weduwschapspel.
Bij alle voorbereidingen hoort de dagelijkse controle. Vooral de
ochtendmest is maatgevend. De doffers kunnen nadat hun duivin en hun
jong(en) zijn weggehaald vanwege nerveusheid nog wel eens platte mest
produceren. Dat is niet direct verontrustend, echter wel zaak om in de
gaten te houden. Bij de controle hoort ook het observeren van de
duivinnen, let er op dat twee dames elkaar niet te aardig gaan vinden.
Zodra de duiven voor een tweede keer bij elkaar zijn begin ik ze te
trainen. Ik ga, als het weer het toelaat, dagelijks met ze op pad. Nooit
verder dan 35 km. Ik zet wel elke keer de klok aan zodat ik na een week
een aardig overzicht in welke volgorde ze komen. Het zegt niet alles
maar het geeft een beeld van welke duiven die week het beste naar huis
zijn gekomen. De tweede week maak ik weer zo’n overzicht. Zodra er voor
de tweede keer eieren zijn ga ik iedere dag met de duiven die op het
nest zitten even een beetje vechten. Even aan hun vleugel en aan hun
snavel trekken. Dan net doen of je bang voor ze bent, door steeds even
je hand weg te halen zodat ze een fikse tik kunnen uitdelen. Tussen de
middag doe ik dat spelletje met de doffers die zitten te broeden. Ze
voelen zich daardoor meer “baas” in hun broedhok, het werkt motiverend
en ze zijn niet bang voor de baas. Bij die controles hoort ook de
controle op de gritbak, de mineralen en andere supplementen. Per 1 maart
komen de oude duiven twee maal per dag los. Duivinnen om 8 en 3 uur,
doffers om 9 en 4 uur. Op 14 maart worden ze voor een tweede keer
gekoppeld en dan gaan ze gezamenlijk om 8 en 4 uur los. De jonge duiven
komen tot 14 maart niet verder dan de ren. Vanaf 14 maart mogen ze om 9
uur naar buiten om een beetje rond te fladderen. Ik zet de spoetnik dan
zo dat ze er wel in kunnen maar niet meer er uit. Zodra eind maart de
zomertijd in gaat worden de trainingstijden voor de duivinnen 7 en 4
uur, de doffers 8 en 5 uur, de jonge duiven 9 en 6 uur. Zo blijft dat
het gehele seizoen. VERKOOPSEIZOEN VOORBIJ. Terwijl in belangrijke
duivenlanden als België en Nederland het aantal spelers aanzienlijk
minder wordt, worden in andere landen gigantische bedragen voor duiven
uit deze landen neergeteld. Het is mij een raadsel waarom dit gebeurd.
Het zijn veelal niet de beste spelers die het meeste geld voor hun
duiven ontvangen. Het zijn wel bekende spelers, vaak groot geschreven
omdat ze een enkele kampioensduif bezitten of ze hebben eens een paar
sublieme jaren gekend waar tot in lengte van jaren over geschreven
blijft worden. Er zijn echter zoveel goede liefhebbers (met weinig of
geen publiciteit) die jaar in, jaar uit veel betere prestaties
neerzetten als alle megahokken bij elkaar. Het tij met al die
astronomische bedragen voor een postduif zal zeker eens keren. Het
verstand komt met de jaren! Wat moeten we met al die zogenaamde totale
verkopingen. Er is er nog niet een geweest dit jaar, er staat altijd wel
een kleine verklaring bij zoals minus de late jongen, minus de duiven
van 6 jaar en ouder, minus de vliegduiven van 2011. In 2012 staan al die
mannen die totaal hebben verkocht gewoon weer met een gigantisch aantal
duiven aan de start. Het wordt tijd dat we terug gaan zoals het een
aantal jaren geleden was. Totale verkoop betekent drie jaar niet meer
meespelen! Ik ben er ook voor dat de uitdrukking “totale verkoop” niet
meer gebruikt mag worden als er bepaalde duiven niet verkocht worden.
Misschien dat de liefhebbers dan door hebben dat het een soort
“uitverkoop” is. Sinds het fenomeen internet bestaat en vele
(commerciële) liefhebbers de weg daar naar toe hebben ontdekt zijn er
ook door professionele verkooporganisaties in de loop der jaren vele
duizenden zeer dure duiven verkocht die totaal niet konden tippen aan de
kwaliteit van uw en mijn duiven. Trouwens, waar woont de man die alleen
maar goede duiven op zijn hok heeft? Ik las laatst in een artikel dat
een liefhebber 290 jonge duiven had ingezet, daarvan vlogen er 120
prijs. Dat is iets meer dan 40%, als een liefhebber 50% prijs speelt,
speelt hij bijzonder sterk. Zeker als dit het hele jaar het geval is.
Maar, wat denkt u er van als je 290 duiven mee hebt en daarvan spelen er
120 prijs, dan missen 170 duiven hun prijs en die gaan dan aan het einde
van het jaar weg voor…..vul zelf maar in. De waarde van een duif is maar
net wat een gek er voor geeft, de economische waarde is niet meer dan 50
eurocent, meer geeft de poelier er echt niet voor.
Nog een week en dan
kunnen de jongen naar hun eigen hok. Een deel van de jongen zit daar al
samen met hun moeder en het verloopt allemaal naar wens. Geen enkel jong
is achtergebleven in de groei, de mest is zoals ze hoort te zijn en er
zijn duivinnen bij die blijven voeren. Ieder jaar het zelfde liedje, de
ene duivin voert zich een slag in de rondte en een zeer klein aantal
doet er helemaal niets aan. Dan is het ook meteen oppassen want de
duivinnen die niet naar de jongen omkijken hebben meer interesse in een
vriendin en daar moeten we voor waken. Duivinnen die van andere
duivinnen gaan houden vergeten dat niet. Als ze in het seizoen enkele
weken als weduwe duivin zitten zoeken ze elkaar weer op waardoor het
vuurtje voor hun doffers wordt gedoofd en voor hen is vroeg naar huis
komen minder belangrijk geworden. Degene die aan dit probleem geen
aandacht schenken zullen vast en zeker minder goed gaan presteren. Ook
de doffers hebben nog een jong bij zich, ze hebben in tegenstelling tot
de duivinnen de hele dag volle bak zodat ze naar hartenlust kunnen
voeren. Het komende weekend is dit alles voorbij. De duivinnen gaan naar
het weduwe duivinnenhok, de doffers zitten in hun broedhokken waar ze op
een houten bak kunnen gaan staan of liggen. In die houten bak zit een
broedpan en als de duivinnen getoond worden draai ik de houten bak om en
komt de broedschaal te voorschijn. Die houten bakken (omhulsels) heb ik
laten maken omdat hout niet zo koud is als een stenen broedschaal. Koud
is niet bevorderlijk voor een goede conditie. Alle jongen zitten bij
elkaar in het jonge duivenhok en zo zal het er de hele zomer uit zien.
Dan gaan de duivinnen twee keer per dag los, eerst van 7-8 uur en dan
van 4-5 uur, de doffers van 8-9 uur en ’s middags van 5-6 uur, de jonge
duiven van 9-10 en van 6-7 uur. Dit zijn de tijden die ik hanteer als
eind maart de zomertijd is ingegaan. In het begin kunnen de duivinnen er
’s morgens om 7 uur nog niet uit want dan is het nog donker, daarom laat
ik ze begin maart ’s middags al om half vier los zodat ze anderhalf uur
kunnen trainen. Zodra het ‘s morgens om 7 uur licht is en niet zo koud
gaan de dames er uit en mogen ze in de middag vanaf 4 uur nog een uurtje
trainen. HERKOPPELEN. Er zijn liefhebbers die
hun duiven voor het seizoen niet meer herkoppelen. Ik doe dat wel omdat
ik dat belangrijk vindt voor de jaarlingen. We denken dat die nadat ze
een of twee jongen hebben groot gebracht allemaal “bakvast” zijn. Mijn
ervaring is totaal anders en daarom herkoppel ik ze. Volgens de planning
worden ze op 14 maart herkoppelt zodat ze op 26 maart 2 eieren hebben.
Op de laatste trainingsvlucht (31 maart) hebben ze dan 5 dagen eieren.
De volgende morgen gaan de eieren weg en aan het einde van de dag gaan
de duivinnen naar de weduwe duivinnen afdeling, dan zitten ze op
weduwschap. Vanaf het moment van koppelen tot aan de trainingsvlucht op
31 maart wordt er regelmatig met de duiven gereden. Daarna tijdens het
hele seizoen niet een keer meer. Ik ga er vanuit dat rust voor oude
duiven het beste is. Zij hebben allemaal minstens een seizoen ervaring.
Voor jonge duiven ligt dat iets anders, ook daar ben ik voor rust op het
hok, maar ik rijd met hun wat meer keren als met de oude duiven. De
eerste weken van hun wedstrijdseizoen rij ik de eerste twee en soms drie
weken op woensdag nog een keer voor een vlucht van 25-30 km. Alle duiven
krijgen in de eerste helft van maart hun paramixo prik en in de tweede
helft van maart nog een vijfdaagse geelkuur van Dr.van der Sluis. Daar
moeten ze het mee doen. De baas zal er verder voor zorgen dat het de
duiven aan niets ontbreekt zoals elke dag vers grit, twee maal per dag
vers drinkwater, een maal per week verse mineralen, twee dagen per week
conditiemix van de veearts in het water (woensdag en donderdag), maandag
electrolyten, vrijdag orni-rood (goed voor de luchtwegen). Elke woensdag
een bad. Verder twee maal per dag snoepzaad (twee kleine theelepeltjes
per duif) aangevuld met P40 en Tovo. Als de afstanden wat groter worden
geef ik drie keer in de week pinda’s (elke duif 4 per dag). Soms een
keer per week nog wat levertraan over het voer en een stenen potje met
wat soepgroenten. Aan het trainen van de duiven moet elke liefhebber
kunnen zien dat zijn duiven in orde zijn. Trainen ze te kort dan krijgen
ze te weinig of te veel voer. Hongerige duiven trainen niet en te zware
duiven trainen zeker niet. Besteed dus wat extra tijd aan het voeren van
al uw duiven, zelf geef ik het hele jaar door aan al mijn duiven
Variamax van Mariman, ’s morgens 13 gram en ’s middags 17 gram per duif.
Aan het gedrag van de duiven kan ik zien of ze te kort komen af dat ik
te veel heb gegeven. Dat is iets dat moet je zien of aanvoelen. KLOK EN MANDEN. Het jaar is nog maar
net begonnen en nu al hebben we maart alweer te pakken. Het gaat erg
hard en als we weer eens twee weken verder zijn dan zijn de
voorbereidingen voor de eerste vitesse vluchten in volle gang.
Belangrijk is het om alles nog eens even goed na te kijken. Vertrouwt u
het gedrag van uw duiven niet, raadpleeg dan voor alle zekerheid de
dierenarts. Vergeet zeker niet de klok te testen. Zet de klok aan als de
duiven trainen en kijk als ze binnen zijn of ze allemaal geregistreerd
zijn. Zo niet dan kan er een foutje in de klok zitten of de chip doet
het niet. Controleer het nu, nu is er nog voldoende tijd om er iets aan
te laten doen. Hetzelfde geldt voor de manden. Een hele winter hebben ze
ergens gestaan zonder dat er naar gekeken is. De bodembedekking van het
vorige seizoen ligt er misschien nog in. Ideaal voor ongedierte en
insecten. Maak ze nu schoon, ontsmetten en nieuwe bodembedekking, meer
hoeft er echt niet aan gedaan te worden. Ook de duiven een of twee
druppeltjes tegen luis en ander gespuis dan hoeft u er de rest van het
seizoen niet meer naar om te kijken. Misschien moet er ergens nog een
raampje of een deurtje gerepareerd worden. Doe het nu. Als het seizoen
begint is het beter dat er niet meer aan het hok getimmerd wordt. Rust
en nog eens rust is prima voor onze topsportertjes. De eerste drie
vluchten toon ik de duivinnen zeker een uur, daarna 10-20 minuten. Ik
toon altijd, behalve met twee nachten mand. Dan pak ik de duiven die mee
moeten zo uit het hok. Tegen de tijd dat de duiven twee nachten mand
krijgen weten ze echt wel waar het om gaat en is tonen niet meer een
eerste vereiste. Tonen doe ik ook omdat de duiven dan heerlijk rustig
zijn. Je kunt ze met een hand pakken, even nog een snelle blik en dan de
mand in. Als alles is gedaan wat in dit artikel is beschreven dan komt u
een heel eind. Ik moet er wel bij zeggen: als u het niet in de vingers
heeft, ja dan kan er wel prijs gespeeld worden maar een groot kampioen
zal u niet worden. Dat wil niet zeggen dat u geen plezier aan de sport
kunt beleven. Zeker wel. Iedere liefhebber beleefd zijn sport op zijn
eigen manier. De een wil altijd maar winnen, de ander is al tevreden als
hij zijn duiven thuis ziet komen. Nog even en dan wordt het weer
spannend. Heerlijk, elke zaterdag die gezonde sportieve spanning en
mocht u niet de snelste duif hebben, vergeet dan niet de winnaar te
feliciteren. Want u weet, er kan er maar een winnen en misschien bent u
dat wel of anders de week daarna. Er komen nog weekenden genoeg en ik
hoop dat we er met z’n allen weer veel plezier aan zullen beleven.
Vorige week zag alles
er nog zo mooi uit. Heel Nederland maakte zich op voor de “Tocht der
Tochten”, een schaatswedstrijd over 200 km door het vlakke Friese land.
Het mocht niet zo zijn. Koning Winter hield op te regeren, de dooi viel
in en het ijs was niet dik genoeg om er 15.000 toerrijders zonder risico
overheen te laten gaan. Schaatsminnend Nederland was in diepe rouw omdat
iedereen er van overtuigd was dat dit grootste winterevenement dit jaar
vast en zeker door zou gaan. De laatste keer dat dit schaatsevenement
werd gehouden was in 1997, het was nu zo dichtbij. Als het nog twee
nachten gevroren zou hebben was er niets aan de hand geweest. Nu moest
de organisatie alles afblazen en moeten de vele duizenden
schaatsliefhebbers weer wachten. De grote vraag is: tot wanneer? Ondanks
de grote teleurstelling draait de wereld gewoon door, het voorjaar staat
voor de deur en dat is duidelijk te merken aan de vogels die in het wild
leven. Voor hen werd het noodzakelijk dat er mildere temperaturen
kwamen. De meeste van hen zaten er letterlijk en figuurlijk helemaal
doorheen. Mijn vrouw heeft in onze tuin aan al die hongerige beestjes
flinke hoeveelheden zaden, pinda’s, vetbollen en brood verstrekt.
Prachtig al die grote en kleine vogeltjes die daar op af kwamen. Nu is
het zachter en de meeste van hen zie je niet meer, ze kunnen zichzelf
weer redden. Voor mijn duiven was het ook feest. Enkele weken waren ze
niet buiten geweest en kregen ze in het hok ook geen badgelegenheid.
Daar waren ze wel aan toe, dagelijks lagen een aantal duiven rondom de
drinkbak om af en toe even hun kop in het water te steken. Maandag heb
ik alle duiven laten baden, de kweekduiven in de ren en de vliegduiven
buiten op de balustrade van het hok waar ik de baadbak in de sneeuw had
geplaatst. Een pracht gezicht al die badende duiven, ze vonden het
heerlijk. Ondanks de koude periode die we achter de rug hebben liggen de
jonge duifjes er prachtig bij. Ze zijn rustig, liggen met een volle krop
omdat ik ze drie en soms wel vier keer per dag voer. Ze produceren mooie
mest en groeien als kool. Vandaag zag ik alweer eierschalen op de grond
liggen, teken dat de tweede ronde van de kweekduiven aan het uitkomen
is. Toch krijg ik weer meer jongen dan de bedoeling was. Ik dacht met
een 35 tal te gaan spelen (dat kan altijd nog) maar nu heb ik er al meer
dan 50. Tegenslag heb ik eigenlijk niet gehad, van de eerste ronde mis
ik 5 jongen en van de 10 eieren van de tweede ronde komt er een niet uit
omdat daar een flinke deuk in zit. DUIVINNEN GAAN ER AF. Het komende weekend
gaan de vliegduivinnen met 1 van hun jongen naar het jonge duivenhok.
Daar mogen ze nog een ruime week zorg besteden aan hun jong, daarna
moeten de jongen zichzelf redden en gaan de duivinnen naar hun afdeling
waar ze de rest van het seizoen zullen verblijven. Hiermee voorkom ik
dat de duivinnen voor een tweede maal gaan leggen en zorg ik er tevens
voor dat de grote (pennen) rui minder snel begint. In het kweekhok zag
ik alweer een doffer achter zijn duivin jagen. Dit koppel had tijdens de
eerste ronde ook al enkele dagen eerder eieren en dat zal nu ook wel
weer het geval zijn. De jongen van de kweekduiven mogen totdat ze 28
dagen zijn bij de ouders blijven. In de broedhokken krijgen ze voer in
kleine potjes zodat ze vrij snel zelf gaan eten. Dat zien ze van hun
ouders. Zodra de jongen in hun eigen hok zitten krijgen ze om 9 uur ‘s
morgens en 6 uur ’s middags eten, dan zitten ze namelijk meteen op
zomertijd want in de zomer worden ze om 10 uur en 7 uur gevoerd. Ik kan
nu ook zien welke kleur de jongen krijgen, ik ben daar altijd wel een
beetje benieuwd naar. Als ik het goed heb gezien is er een kras bij,
drie schalies en de rest is allemaal blauw waarvan enkele met een paar
witte pennen in de vleugel. Ik maak de hokken nu met die grote
hoeveelheden mest twee keer per dag schoon en geef ze drie keer per dag
vers water. Tijdens de kou voerde ik pinda’s bij en gaf ze wat meer
snoepzaad. Die oliehoudende zaden en wat levertraan over het voer konden
ze tijdens de strenge koude best gebruiken. DE PERS ZAT ER BOVENOP. Ik weet het, de pers
wil nieuws brengen. Slecht nieuws of goed nieuws maakt niets uit.
Ellende is goed voor de voorpagina, bijvoorbeeld als de penningmeester
er met de kas vandoor is, rampvluchten daar is de pers ook verzot op,
doping doet het ook altijd erg goed en duiven die voor extreme bedragen
verkocht worden zijn nu ook een hot onderwerp. Begrijpelijk. Maar wij
duivenliefhebbers willen ook wel eens lezen dat we weer een groot bedrag
bijeen hebben gebracht voor een of ander goed doel. Er is denkelijk niet
1 sport die zoveel doet voor de liefdadigheid als de duivensport. En wat
hebben we ermee bereikt? Voor onze zieke medemens een heleboel, maar
voor onze sport zo goed als niets. Aan dat soort zaken wordt namelijk
geen aandacht besteed, zou de pers dat wel doen dan zou dit zeer
positief zijn voor onze duivensport en dat kunnen we momenteel best
gebruiken. Het zou goed zijn als in meerdere landen de dagbladen eens
wat meer aandacht zouden besteden aan de duivensport. Onze sport is bij
heel veel mensen nog steeds onbekend. Natuurlijk hebben zij wel eens van
duivensport gehoord, maar wat het precies inhoudt weten ze niet. Komt
dat door ons zelf of ligt de schuld ook een beetje bij de landelijke
nieuwsmedia. We kunnen wel mooie verhalen over onze prachtige vorm van
vrije tijdbesteding in onze duivenmagazines schrijven maar daar komen we
niet verder mee. We moeten onze sport uitdragen in allerlei andere
sportbladen, pas dan krijgen we enige bekendheid. Nu denken mensen nog
steeds dat duiven alleen op de was poepen of dat je ze een brief in hun
snavel kunt doen om de brief naar een ander land te brengen, Zo ver zijn
we gevorderd en dat na 150 jaar duivensport! POSITIEF ZO LANG HET
MOGELIJK IS De duivensport verliest
leden, elke dag wel een paar. Niets nieuws! Vanuit de organisatie worden
allerlei pogingen ondernomen daar iets aan te doen. Denkelijk verspilde
energie. Kinderen interesseren voor onze hobby is prima. Probeer ze er
niet bij te halen om duivensport te beoefenen. Ja, misschien voor een
stuk of zes vluchten in een jaar en dan niet in de vakantieperiode.
Meedoen aan het hele program heeft geen zin. Dat brengt de nodige
problemen in een gezin waar de duivensport (te) onbekend is. Onze
belangrijkste doelgroep is de groep 40 jarigen en ouder die samen wonen
of getrouwd zijn, en de vele grijze mannen die niet meer werken. Om te
voorkomen dat de duivensport niet te veel inbreuk maakt op het gezin zou
er misschien wat meer gedacht kunnen worden aan wedvluchten op woensdag
zodat het weekend voor het gezin of andere sporten is. Weet u hoe
frustrerend het is dat vaders en opa’s die duiven houden bijna nooit op
zaterdag naar de sport van hun (klein)kinderen kunnen gaan kijken. Wij
oudere duivenmelkers zijn er aan gewend dat we in de zomer op zaterdag
met duiven spelen. Voor nieuwe leden is dat een groter probleem dan we
denken. Een hele week werken en dan in het weekend niet naar de camping
kunnen, hou op zeg. Denkelijk zijn er voor doordeweekse vluchten meer
voorstanders dan we denken. We zouden in ieder geval eens een aantal van
die vluchten kunnen organiseren. Ik weet nog goed dat we met onze sport
van de zondag naar de zaterdag gingen. Heel veel liefhebbers stonden op
hun achterste benen en vele zouden afhaken en wie hoor je daar nu nog
over? Met zijn allen kunnen we er voor zorgen dat het spel en de sfeer
in de vereniging optimaal is. Binnen de clubs kunnen we er gezamenlijk
aan werken om onze hobby aantrekkelijk te houden, zowel in sportief als
financieel opzicht. Veel van de huidige leden zijn de 70 gepasseerd,
laten we die in ere houden. We moeten ze koesteren want zij zijn degene
waarop de duivensport heeft gedraaid en dat nog doet. Zij zijn de mensen
die (al) hun vrije tijd aan hun hobby en hun club geven en dat alles
voor een vergoeding van nul komma nul. Ja, een kop koffie voor de
moeite, mede daardoor is de duivensport groot geworden en voor de
werkende man betaalbaar gebleven. Vrijwilligers, ze bestaan (bijna) niet
meer en daardoor is de duivensport in zwaar weer terecht gekomen. Laten
we er van genieten zolang het nog mogelijk is. Idiote bedragen voor
duiven neertellen en kastelen van duivenhokken zijn niet de
belangrijkste zaken om in de duivensport te slagen. Kijk tijdens het
seizoen maar eens naar al die kleine onbekende melkers die op hun
simpele hokjes al die grote mannen wekelijks de das omdoen. Prestaties
zijn niet te koop, daar moet je keihard voor werken. NEDERLAND STAAT OP ZIJN
KOP. Ondanks dat België de
bakermat is van de duivensport is Nederland de laatste decennia
uitgegroeid tot het meest toonaangevende land van deze wereldwijde
hobby/sport. Kortgeleden haalde Nederland nog de wereldpers met de
duurst verkochte duif ooit. Maar liefst 250.000 euro werd er neergeteld
voor een duivin die onder de naam “Dolce Vita” haar verdere duivenleven
mag slijten in het verre China. Als het even mee zit zal Nederland
binnenkort in grote letters vermeld staan op de voorpagina’s van alle
belangrijke dagbladen op deze aardbol. Waarom? Nederland is naast een
toonaangevend duivenland tevens het schaatsland bij uitstek. Als het
tijdens de Nederlandse winter flink begint te vriezen krijgt een groot
deel van de bevolking de kriebels om te gaan schaatsen. Vooral het
noordelijk deel van ons land met zijn vele sloten, kanalen en grachten
leent zich heel goed voor het maken van prachtige tochten op de schaats.
In deze situatie is Nederland nu beland. Overal wordt momenteel
geschaatst, ijspret voor groot en klein! Maar het mooiste moet nog
komen. ELFSTEDENKOORTS. Toen er in Nederland
nog een Nationaal concours voor jonge duiven vanuit Orléans (Frankrijk)
werd gehouden sprak men van “Orléans koorts”. Heel duivenminnend
Nederland leefde naar die vlucht toe en in de gouden jaren van de
duivensport kende men een deelname van 180.000 jonge duiven. Het was het
grootste concours binnen de duivenwereld! Deskundigen (wie dat ook moge
zijn) hebben het voor elkaar gekregen dat deze vlucht na ruim 50 jaar
niet meer gehouden mocht worden omdat het voor jonge duiven te ver zou
zijn (gemiddelde afstand 550 km). Veel is er over het afgelasten van
deze prachtige vlucht geschreven en gesproken, het mocht niet baten.
Naar mijn mening is hierdoor een van de mooiste evenementen binnen onze
sport de nek omgedraaid, jammer maar waar. Nu wordt er dagelijks
gesproken over “de tocht der tochten”. Zoals het weerbeeld zich laat
aanzien wordt het komende weekend de “Elfstedentocht” gehouden. Een
schaatswedstrijd over 200 km met start en finish in Leeuwarden. ’s
Morgens in alle vroegte vertrekken in het donker de wedstrijdschaatsers
en gezien de uitmuntende kwaliteit van het ijs denken insiders dat deze
heldentocht dit keer door de snelste schaatsers binnen zes uur wordt
afgelegd. Nadat de wedstrijdschaatsers zijn vertrokken gaan 15.000
toerrijders op weg met de bedoeling om voor het middennachtelijk uur
weer terug te zijn. Dat alles gaat om het “elfsteden kruisje” te halen
als aandenken aan deze monstertocht. Het evenement is rechtstreeks op de
tv te volgen maar dat zal de vele duizenden schaatssupporters dit
weekend niet weerhouden om “live” bij deze barre tocht aanwezig te zijn.
Op dit moment is het nog niet helemaal zeker dat de tocht doorgaat. Op
een aantal plekken is het ijs nog niet dik genoeg. De veiligheid staat
voor de ruim 15.000 schaatsers zeer hoog in het vaandel, het grote
probleem is dat er veel meer schaatsers het ijs op gaan en de
organisatie moet er niet aan denken dat het ijs het begeeft met alle
gevolgen van dien. Ik hoop van harte dat ik volgende keer kan vertellen
hoe deze geweldige wedstrijd is verlopen en wat de naam is van de nieuwe
held, want zo gaan de winnaars van deze barre tocht over 200 loodzware
kilometers door het leven. BARCELONA Binnen onze sport is de
Elfstedentocht misschien het best te vergelijken met Barcelona. Ook
Barcelona met zijn internationale deelname is in de duivenwereld
uitgegroeid tot “de vlucht der vluchten”, de winnaar en ook zijn duif
mogen beiden zeker als helden door het duivenleven gaan. Wat mij betreft
zou deze vlucht internationaal veel meer publiciteit moeten krijgen, dat
zou heel goed zijn voor de promotie van onze sport. Of zullen er dan
weer een stel van die zogenaamde deskundigen komen die de afstand veel
te lang (voor mij 1.200 km) vinden waardoor ook deze vlucht naar het
hiernamaals wordt geholpen. Als ik het voor het zeggen zou hebben, dit
weekend de Elfstedentocht en daarna mag het warm water gaan regenen. De
schaatsenrijders zijn dan genoeg aan hun trekken gekomen en de
duivenliefhebbers kunnen zich meer en meer gaan opmaken voor de start
van een hopelijk mooi maar niet een te gemakkelijk vliegseizoen. Binnen
niet al te lange tijd komen ook de jonge duiven voor het eerst naar
buiten en dan is het niet zo prettig als er sneeuw ligt. Het is echter
pas half februari en tot half maart kunnen we nog volop sneeuw krijgen.
Aan de dagen is het trouwens al aardig te zien dat we op weg zijn naar
het voorjaar. Vroeger koppelde wij thuis, toen ik nog samen met mijn
vader speelde, om en nabij 18 februari. Als je dan thuis van je werk
kwam kon je de duiven nog los laten. We zijn echter steeds vroeger gaan
kweken en dat heeft voordelen maar ook nadelen. DE KWEEK Ook het kweekseizoen
kent zijn ups en downs, dat hoort een beetje bij de sport. Als het
allemaal maar vanzelf gaat is het ook niet goed. Er moet ook altijd iets
negatiefs gebeuren, dat is goed voor je mentaliteit en je karakter. Al
zit het maar even tegen dan hoor je de liefhebbers al kermen. Ga er maar
vanuit dat niet alleen op uw hok tegenslagen verwerkt moeten worden, dat
komt op alle hokken voor. Ik heb een jonge doffer, nu dus jaarling, die
van jongs af aan elke dag op mijn knie of schouder komt zitten. Met zo
een duif heb je een iets andere band als met de meeste anderen. Na het
voeren had ik altijd nog een paar korreltjes voer voor hem en dat wist
hij want zodra ik in mijn hoekje ging zitten zat hij binnen enkele
seconden bij me. Wat er gebeurd is weet ik niet, maar op een zekere dag
vond hij het nodig om bij zijn buren in het broedhok op bezoek te gaan.
Ik had dat gelukkig gauw door waardoor ik hun eieren onder een ander
koppel heb gelegd en in hun schotel heb ik voor alle zekerheid maar twee
stenen eitjes gelegd. Elke keer als hij verkeerd vloog pakte ik hem en
zette hem in zijn eigen broedhok. Hij had het gauw door dat hij iets
verkeerd deed en na enkele dagen was het over. Inmiddels hebben alle
duiven jongen en nu presteerde hij het weer om zijn buren uit hun
broedhok te knokken om daarna op hun jongen te gaan zitten. Dat ging mij
behoorlijk irriteren waardoor ik hem niet uit dat verkeerde broedhok
pakte maar sloeg. Met zo een uilskuiken kan ik op gegeven moment niet
meer rustig blijven waardoor ik hem op laatst door het hok heen smeet.
Binnen enkele seconden vloog hij weer verkeerd. U zult denkelijk
begrijpen wat er dan allemaal in je om gaat. Eind van het liedje is dat
je door al dat gedoe de andere duiven bang maakt en hij (eens de
lieveling van de baas) durft echt niet meer in mijn buurt te komen. Let
op, hij gaat mij van de zomer terug pakken. Ik zie in hem dat hij een
paar maal vroeg thuis zal zijn en ik vermoed dat hij dan de baas zal
treiteren door niet direct binnen te komen, ja echt ik zie hem er voor
aan. De tijd zal het leren. Misschien vliegt hij nooit een prijs omdat
hij denkt: waarvoor zal ik voor zo een baas mijn uiterste best doen.
Leuk hè duivensport. Vindt u niet? Tot de volgende week NIEUW LEVEN Volgens de
weersvoorspelling begint het nu pas echt winter te worden. De komende
dagen gaan de temperaturen in de nacht naar -7 en ook overdag zal het
kwik niet boven nul komen. Vanmorgen was alles wit buiten. Een mooi
gezicht, dat wel, maar voor mij hoeft het niet. I vindt dat het moet
sneeuwen in Oostenrijk en Zwitserland. Beide landen zijn voor de
Hollandse wintersporters landen bij uitstek, ik houd meer van de warmte
(zal wel iets met de leeftijd te maken hebben). De winterkwekers hadden
dit jaar de weersomstandigheden mee. Geen koude dagen of nachten en voor
zo ver ik weet zijn er overal goede kweekresultaten. Uitzonderingen zijn
er altijd, maar dat ligt vaak meer aan de liefhebbers dan aan de duiven.
Duiven moeten voor de vluchten goed voorbereid worden en dat geldt
eveneens voor het kweekseizoen, daar moeten we niet te gemakkelijk over
denken. Wie in alle opzichten goede resultaten wil boeken mag niets aan
het toeval overlaten. Duiven moeten in een puike conditie zijn en zeker
niet te zwaar. Zodra de duiven bijeen zijn gezet moet na 10 dagen het
eerste ei gelegd zijn. Zomerjongen, oudere duivinnen en koppels die niet
vanaf de eerste dag erg verliefd zijn mogen wat langer de tijd.
Maatgevend voor de gezondheid is het aantal onbevruchte eieren, als dat
er te veel zijn, meer dan 10%, hapert er veelal iets aan de gezondheid
en kan het beste de duivenarts geraadpleegd worden. Bij mij is de
planning iets anders verlopen waardoor ik al mijn duiven (18 vlieg- en
12 kweekkoppels) op 2 januari heb gekoppeld. Dat verliep prima, maar na
65 jaar duivensport had ik het toch voor elkaar om twee doffers bijeen
te zetten. De doffer die ik voor een duivin had aangezien heeft
maandenlang tussen de duivinnen gezeten en heeft zijn “bek” niet open
gedaan. Verder hebben alle koppels mooi op tijd gelegd en momenteel
vliegen de eierdoppen om mijn oren. Van de 30 koppels 2 eieren
onbevrucht, 1 ei ingedeukt en 1 jonge duivin heeft niet gelegd. Van mijn
5 top kweekkoppels heb ik de eieren onder andere duiven gelegd en zij
zitten nu alweer voor de tweede keer op eieren. Het gaat dus helemaal
naar mijn zin. Met de koude nachten in het vooruitzicht knijp ik hem wel
een beetje nu ik zoveel kleine kale jongen heb liggen. Ik ga er maar van
uit dat de duiven beter weten dan ik hoe ze hun kindertjes warm moeten
houden. Bij redelijk goed weer heb ik in het kweekhok overdag de ramen
open. ’s Nachts is alles dicht, dat doe ik vooral om de temperatuur zo
goed mogelijk vast te houden en om de vochtigheidsgraad op peil te
houden. Ik woon in de polder rondom in het water waardoor we nog al eens
last van mist hebben. Een dijk beschermt ons woongebied. Zou die dijk er
niet zijn dan stond het water tot aan onze dakgoot. Voor veel
buitenlanders een vreemde situatie, voor ons de normaalste zaak van de
wereld. Wij weten niet beter! Nederland voert altijd oorlog met het
water, dat is onze grootste vijand. Hoe de jonge duiven er bij liggen
kan ik nog niet zeggen omdat ze pas enkele dagen oud zijn. Er liggen er
in ieder geval genoeg en dat is een goed teken. SCHEIDEN VOORDAT ER
WEER EIEREN KOMEN. Kweekduiven heb ik om
te kweken en dat moeten ze zoveel mogelijk doen. Van de beste 5 koppels
houd ik minimaal 5 jongen voor me zelf. Het andere jong krijgt een
nieuwe eigenaar en dat geldt eveneens voor de derde en vierde ronde van
de kweekduiven. De vliegduiven worden, zodra de jongen 18 dagen zijn,
gescheiden en enkele weken nadien voor de tweede keer gekoppeld. Waarom
ik dat doe? Zodra de jongen 18 dagen zijn gaat er 1 jong met de duivin
naar het jonge duivenhok. Het andere jong blijft bij de doffer. De
duivinnen krijgen de eerste week dat ze met hun jong apart zitten de
hele dag volle bak voer. Ze kunnen dus alle momenten van de dag eten,
dat zien hun jongen en die gaan dan ook gauw een graantje meepikken. Na
een week is het gedaan met “volle bak”, omdat de duivinnen dan meer
aandacht hebben voor een vriendin dan dat ze zich nog erg druk maken om
hun jongen. Zodra ik zie dat er twee duivinnen interesse voor elkaar
tonen gaat er eentje direct naar het duivinnenhok. Als de vroege jongen
28-30 dagen oud zijn (heeft met de nachtelijke temperaturen te maken)
gaan de duivinnen er bij vandaan. De jonge duiven moeten zich dan zelf
redden en krijgen de eerste periode zeker geen klein voer tot hun
beschikking. Jonge duiven moeten zo snel mogelijk leren om grof voer te
eten. Omdat ik bijna ieder jaar minimaal 50% jaarlingen heb worden mijn
duiven ook nog een tweede keer gekoppeld. Dat doe ik vooral om de
jaarlingen goed te leren wat hun territorium is. Het is mij opgevallen
dat als de duiven voor een tweede keer gekoppeld worden dat die jonge
kerels zo driftig zijn dat ze na enkele weken gescheiden te zijn geweest
hun broedhok alweer vergeten zijn. De jaarling doffers vliegen achter
alles aan wat maar beweegt en dat geeft de nodige vechtpartijen. Als je
niet voor een tweede keer koppelt, en dat zijn er vrij veel, loop je
helemaal de kans dat er flink gevochten wordt en dat wil ik zo vlak voor
het vliegseizoen zien te voorkomen. Ik koppel zo dat mijn duiven een
week voor de eerste officiële vlucht 5 dagen zitten te broeden. Vanaf
het moment dat ze voor de tweede keer gekoppeld zijn wordt er ook zoveel
als mogelijk mee gereden. Een week voor de eerste officiële vlucht gaan
de duiven als “nestduif” mee. Zaterdag ’s avonds haal ik de eieren weg
en op zondagmiddag gaan de duivinnen naar het hok waar ze de hele zomer
verder vertoeven. De eerste drie vluchten mogen de doffers en duivinnen
een uur samen. Op de dag van thuiskomst mogen ze tot ’s avonds 7 uur
bijeen en dat blijft het hele seizoen zo. Ik doe dat om ze zo goed
mogelijk gepaard te houden. Vanaf de vierde vlucht toon ik de duiven 20
minuten. Alleen als de duiven twee nachten mand krijgen toon ik niet en
dat systeem bevalt me prima. ALWEER EEN WERELDRECORD Het zat er in! Gea en
Pieter Veenstra hebben hun stal leeg verkocht. Althans dat dacht
iedereen totdat er in het Noordelijk Dagblad, dat is de krant die
dagelijks in hun omgeving verschijnt, een bericht stond dat de familie
Veenstra de grootste duivenhouders van Nederland willen worden. Een
bouwvergunning voor uitbreiding van de hokken zou al zijn verleend. Dus
geen verkoop vanwege rugklachten, bezoek van de belasting of een
dreigend faillissement. Al die verhalen werden door dat ene artikel
gelijk ontzenuwd. Wel is het zo dat veel liefhebbers over de hele wereld
toch een beetje op het verkeerde been zijn gezet en daardoor werden er
bedragen voor de Friese duiven geboden die men niet voor mogelijk hield.
Slechts 25 van de 245 Veenstra duiven bleven in Nederland. Alleen
Eijerkamp, Jan Hooijmans en ene Young Lin (dat zou volgens de berichten
ook een Nederlander zijn) waren in staat een duif van boven de 15.000
euro aan te schaffen. Het hele circus ging voor 1.899.300 euro van de
hand. Nog nooit vertoont! Een absoluut wereldrecord. Als we er vanuit
gaan dat zelfs bij de allergrootste kampioen slechts 20% van het
duivenbestand het stempel “goed” krijgt, dat betekent dat 80% niet tot
de absolute top behoort en daar werd in deze marathonverkoop dan
gemiddeld 7.000 euro voor neergeteld. Voor dat bedrag kun je vijf jaar
lang heerlijk met zijn tweetjes op vakantie. Dat is nog niet alles. Na
deze succesvolle totale verkoop zullen er in augustus weer 400-500
duiven rondom het “Dallas terrein” van de Veenstra’s vliegen. De
“latere” jongen van 2011 zijn behouden en kweken er lustig op los, de
duiven die nu nog naar hun nieuwe bazen moeten hebben vast en zeker al
minstens twee jongen groot gebracht die een ring van 2012 om hebben. Je
zou haast gaan denken dat de duivensport in Nederland steeds populairder
wordt. Niks daarvan, over 5 jaar staat minstens 50% van de huidige
Nederlandse hokken leeg. De eens zo grote en populaire duivenorganisatie
met bijna 100.000 leden zal dan verder moeten met hooguit 5.000
vliegende hokken verdeeld over het hele land. Hoe moet je dat betaalbaar
houden? En hoe zal het zijn in 2020? Mede door de buitensporige
transacties is het (bijna) gedaan met 125 jaar duivenspel, in eerste
instantie bedoeld voor de gewone man. Die mensen hebben inderdaad de
duivensport groot gemaakt. De tijden van weleer
zijn voorbij, het einde is in zicht en die tijd komt nooit meer terug!
HET IS GEDAAN MET HET
DORPSSPEL.
Helaas loopt de duivensport in vele landen terug. Minder liefhebbers
betekent ook minder duiven in concours en dat is de laatste jaren (in
Holland) goed te merken. Minder duiven in de race en een spelgebied dat
even groot blijft houdt in dat hele groepen liefhebbers op de sprint/vitesse
vluchten bijna weggespeeld worden. Ligging gaat een nog belangrijkere
rol spelen en de invloed van de wind is van een zo grote invloed dat het
vitessespel bijna onmogelijk wordt. Juist dat spel was de basis van onze
duivensport. Vooral in België en Nederland was de deelname aan die
vluchten verreweg het grootst. De gewone werkman (daar bestond de
duivensport voor 90% uit) kon in zijn dorp wekelijks zijn hart ophalen.
Er was spanning, iedereen speelde met een klein aantal duiven, er konden
nog wat centjes verdiend worden plus dat een groot deel van de bewoners
uit het dorp eveneens plezier beleefde aan de thuiskomst van de duiven.
Overal zag je op zondagmorgen mensen in de lucht staan turen om de
duiven te zien komen. De duivensport was zeer populair, had veel
bewonderaars en nog meer beoefenaars. Het is zo goed als voorbij, vooral
het vitesse spel dat beïnvloed wordt door ligging en windrichting.
Daarbij is er de laatste jaren nog een nadelige factor bijgekomen en dat
zijn de grote aantal duiven die door een aantal megahokken worden
ingezet. De grote groepen duiven die naar dezelfde richting moeten
trekken andere duiven mee waardoor er een verkeerd beeld van de uitslag
wordt gevormd. Toen er in mijn omgeving wekelijks nog 450 liefhebbers in
dat zelfde vlieggebied meededen, speelde dat niet zo een rol. De meeste
liefhebbers kwamen met een 12 tal duiven aan de start waardoor er een
grote spreiding in het hele gebied was. Van die 450 liefhebbers zijn er
nu nog maar 150 over en op het einde van het seizoen spelen er nog geen
75 meer mee. Daarbij zitten wel de mannen met de grote aantallen die
vooral deze laatste vluchten van het seizoen enorm beïnvloeden. Het is
niet anders en ze doen niets verkeerd want iedereen is vrij om net
zoveel duiven in te zetten als ze willen. Deze grote verandering is er
wel de oorzaak van dat vooral het spel op de eendaagse fondvluchten
flink is toegenomen. Het vitesse ofwel het “dorpsspel” raakt helemaal
van de baan en de liefhebbers die nog mee blijven doen schakelen
(noodgedwongen) meer en meer over naar de vluchten van 350 tot 600 km.
Op dit soort vluchten is ligging en wind van minder grote invloed.
Ondanks dat durf ik met grote zekerheid elke zaterdagmorgen, voordat de
duiven thuis zijn, te vertellen waar de vroege duiven gaan vallen. Ja,
ook van 450 km. Worden de afstanden langer dan wordt ook de spreiding
groter zodat dan (bijna) iedereen weer kans heeft om een vroege duif te
pakken.
MEER HALVE FOND
Veranderingen zijn niet altijd
verbeteringen. Binnen de Nederlandse duivensport hebben zich de laatste
15 jaar nogal wat veranderingen voorgedaan. Conclusie: alleen al
daardoor zijn er steeds meer ontevreden liefhebbers bij gekomen. Spel en
bestuurstechnisch verkeert de duivensport in zwaar water. Gevoelsmatig
denk ik dat er geen redding meer mogelijk is. De duivensport in zijn
huidige vorm is ten dode opgeschreven. Het lijkt me raadzaam dat het
landelijke bestuur zich in eerste instantie gaat inzetten voor de
huidige leden. Koester deze mensen door te stoppen met al die
veranderingen die tot op heden alleen maar geleid hebben tot een totale
aftakeling van onze sport. Nog steeds is de duivensport onvoldoende
ingespeeld op de hedendaagse leefgewoonten. Duivensport is in de huidige
vorm geen spelletje meer van deze tijd. De duivensport vraagt veel te
veel van het gezin. Het is geen gezinssport zoals wel eens wordt
beweerd. Het komt sporadisch voor dat het hele gezin geïnteresseerd is
in pa zijn hobby. Het landelijke bestuur zou zich moeten inzetten om al
die grijze mannen de laatste jaren van hun leven nog te laten genieten
van hun duifjes waarmee ze van jongs af aan zijn opgegroeid. Jeugd en
beginners komen er toch niet meer bij. Nu niet en nooit meer! Er zijn in
de loop der jaren zoveel andere en misschien wel leukere dingen
bijgekomen die dagelijks niet zoveel tijd
FONDDUIVEN.
Duiven die vluchten van 500 km en meer moeten afwerken worden al gauw
fondduiven genoemd. Ik ben van vluchten met een afstand van meer dan 500
km nooit een echte liefhebber geweest. Ik deed en doe er nog niet graag
aan mee. Enkele jaren geleden heb ik besloten toch wat duiven voor die
afstanden aan te schaffen. Ik had er succes mee en goede resultaten
behaald op een langere vlucht blijven je langer bij en zeggen misschien
iets meer dan de overwinning op een korte vlucht. Voor mij blijft elke
overwinning mooi, al is het van 50 km. Vooral om met staartwind een
vroege duif te pakken vind ik fantastisch. Dat is namelijk veel
moeilijker dan vroeg draaien met kopwind. De meesten denken daar anders
over. Ik niet. Denk er maar eens over na hoe moeilijk het voor een duif
is om tegen hele grote aantallen op een vlucht van 100 km vijf of tien
seconden vooruit te spelen, dat is bijna onmogelijk. Het hele peloton
dendert op dat soort vluchten bijna gelijktijdig over de meet. Kijk de
uitslagen er maar op na, meestal is er op zo een snelle vlucht toch een
groepje duiven dat sneller vliegt dan de grote meute. Dat is top!
Iedereen zal begrijpen dat je op een dergelijke vlucht geen 5 minuten
los vooruit kunt spelen. Wel gebeurt zoiets bij hele snelle vluchten die
een half uur open staan. De snelste duiven maken dan meer dan 120 km per
uur zodat je zou dan denken dat het zo bekeken is, niks van waar. Het
heeft ook niets met kwaliteit te maken maar wel met de situatie dat er
op verschillende hoogten een andere windkracht is en soms zelfs wel eens
in plaats van zuid/west een beetje meer west en dat merk je aan de
concoursduur. Terugkomend op mijn fondduiven. Ik heb ze dit jaar
weggedaan. Twee heb ik er gehouden en laat dat nu precies twee van mijn
besten zijn op de vitesse en midfond terwijl broers en zussen voor mij
enkele jaren aaneen goede resultaten hebben behaald op de dagfond. Ik
denk dat het voor een groot deel ligt aan de manier van verzorgen.
Vandaar dat ik blijf zeggen dat de baas het belangrijkste is, pas dan de
duiven en het hok. Wie het niet met me eens is mag gerust aan de bel
trekken, dan hebben we tenminste weer iets om over te discussiëren.
Succes met de kweek en alle jongen die goed opgroeien, vliegen er mee!
WINTER
Het is winter maar daar is alles mee gezegd. De ouderwetse Hollandse
winters van vroeger bestaan niet meer, het klimaat verandert. Tijdens de
kerstdagen in Nederland 10 graden Celsius, bijna onvoorstelbaar. Op alle
kerstkaarten zie je al honderd jaar de mooiste taferelen met sneeuw en
ijs. In die periode moet je kunnen schaatsen maar dit jaar konden we
bijna buiten zitten. Uit de wind en in de zon was het voor onze
begrippen gewoon warm. We zijn er echter nog niet want de winter is op
21 december begonnen en eindigt pas op 21 maart, dus we kunnen nog
genoeg ijs en sneeuw krijgen.
Aan de dagen is het al te merken dat het langer licht blijft en
ongemerkt gaan we al aardig richting voorjaar. Op vele hokken zijn de
eerste jongen geringd en de oudste van hen gaan de komende dagen al naar
het jonge duivenhok. Op sommige hokken zijn de jongen op de leeftijd van
18 dagen al met de duivinnen naar een andere afdeling overgeplaatst om
te voorkomen dat de vliegduivinnen voor de tweede keer gaan leggen en
dat willen we niet. Zodra de duiven voor de tweede keer op eieren komen
gaat ook de pennenrui beginnen maar die willen we zo lang mogelijk
tegenhouden om midden in het seizoen niet in de problemen te komen. Als
de rui te vroeg begint zijn de duiven tijdens de mooiste tijd van het
seizoen te ver heen. Het mooiste is dat de eerste pennen begin juni
vallen zodat de programmaduiven zonder problemen tot half september
gespeeld kunnen worden. Voor fondduiven gelden andere regels. De
fondliefhebbers zijn nog bezig met hun winterslaap. Zij koppelen pas in
maart, spelen niet met jonge duiven en doen ze dat wel, dan pas in
augustus. Fondspelers hebben niet zo een interesse in het spel met de
jonge duiven. De programmaspelers zijn andere mensen. Vaak heel
fanatiek, gedreven en nerveus. Zodra het seizoen begint moeten zij er
staan. Ze hebben in Nederland bijna geen gelegenheid om de duiven in te
spelen. Ze willen wel, maar in maart is het meestal nog te koud of te
regenachtig en kans op sneeuwbuien behoort ook tot de mogelijkheden. Hoe
het ook zij, eind maart begin april begint de competitie en wie wat wil
bereiken zal vanaf die vlucht alle weken in het snuitje van de uitslag
moeten finishen. Dat betekent wel dat je vanaf dat moment de duiven in
een goede conditie moet hebben en moeten ze al de nodige
trainingskilometers achter de rug hebben.
SPEEL NIET METEEN ALLE TROEVEN UIT.
Internationaal zijn er grote verschillen voor wat betreft het
vliegseizoen. In zuidelijke landen wordt met duiven gespeeld als het bij
ons winter is. Als in Nederland, België, Engeland en Duitsland met
duiven wordt gespeeld is het in de zuidelijke landen veel te heet en
wordt daar niet gevlogen. Het duivenseizoen bij ons loopt van eind maart
tot en met einde september. Iedere week is er een vlucht en zodra het
mei is worden soms wel drie vluchten in een weekend gehouden. Misschien
wel een beetje te veel van het goede. Jaren geleden wilde ik elke
zaterdag wel vijf vluchten hebben. Nu moet ik daar niet aan denken, 1 is
voldoende en er zou wat mij betreft ook nog wel een (vakantie) pauze
ingelast mogen worden. Als er 1 vlucht per weekend is zijn er denkelijk
ook meer deelnemers. Nu moeten liefhebbers in het hoogseizoen een keus
maken. Moeten ze aan 3 of aan 1 vlucht meedoen. Er komen meer en meer
liefhebbers die zich gaan specialiseren omdat de kosten de pan
uitrijzen. Voor iemand met een normaal salaris is zo een druk programma
financieel niet meer op te brengen. Zo’n (te) druk programma is helemaal
niet aantrekkelijk voor beginnelingen of her starters. Met zo een
overladen vliegprogramma kun je geen kant meer heen. Ja, je hoeft niet
overal aan mee te doen wordt er gezegd. Het is echter wel zo dat als je
duiven hebt en er worden wedstrijden gehouden dan wil je meedoen.
Denkelijk moeten we terug naar 1 vlucht per weekend, waarschijnlijk doet
dan iedereen weer mee en als er twee weekenden in augustus een pauze
wordt ingelast komt dat de duivensport zeker ten goede. Natuurlijk
zullen er liefhebbers zijn die wel meerdere vluchten in een weekend
willen, doch dat lijkt meer op eigen belang dan dat we daarmee de
hedendaagse duivensport dienen. Eind maart beginnen we weer, een of
meerdere vluchten per weekend met voor of tegenstanders, het maakt niet
uit. Het vliegprogramma ligt vast en het startschot wordt gelost.
Zelf houd ik de weersverwachting altijd nauwlettend in de gaten. In het
vroege seizoen met veelal lage temperaturen en slecht zicht kunnen we
niet spreken van “echt duivenweer”. Het is echter zo dat onze duiven
beter tegen de kou kunnen dan we denken, daar ligt niet het probleem.
Het probleem zit hem in het verschil van de buiten temperatuur en de
temperatuur in de duivenauto. Bent u wel eens in zo een grote
transportauto geweest waarin meer dan 4.000 duiven zitten? Vergelijk die
temperatuur maar eens met de buitentemperatuur. Dat is enorm. Zodra het
lossingsein wordt gegeven begint voor veel duiven een lijdensweg omdat
zij nog niet de juiste conditie hebben. Ook hebben ze te weinig
vliegritme en komen bij een vroege lossing van de warmte in de ijzige
koude. Dat doet ze geen goed. Als ze dan ook nog eens aan het begin van
het seizoen 100 km tegen een krachtige koude noorden wind op moeten
tornen komen veel duiven helemaal afgevlogen thuis en zullen dagen
(sommige zelfs weken) nodig hebben om te herstellen. Daarom speel
voorzichtig en zet niet direct al uw duiven in als de
weersomstandigheden onvoldoende zijn. Je breekt er meer mee af dan dat
je er mee opbouwt.
HOE GEK MOET JE ZIJN.
Het voorbije weekend werd er een internet verkoop van de Belgische
liefhebber Andre Verbesselt afgesloten. Het betrof een verkoop van 202
duiven waaronder 123 jongen. Nog nooit werd er zoveel geld betaald op
een internet verkoop. De duurste duif ging voor 110.000 euro naar
Premier Stud (UK). De totale opbrengst was 1.292.400 euro (gemiddeld per
duif 6.398 euro). Het record voor een zaal verkoop staat op naam van
Pros Roosen (B), daar werd voor totaal 1.368.000 euro geboden.
Verbesselt is in het nieuws gekomen door enkele goede resultaten die hij
behaalde op verschillende eenhoks vluchten plus dat hij eigenaar was van
een groot aantal Marcel Aelbrecht (B) duiven die om wat voor reden
momenteel goud waard zijn. Het enige wat ik niet begrijp is dat er
zoveel liefhebbers in de wereld zijn die gigantische bedragen neertellen
voor duiven die geen enkele prestatie hebben neergezet. Het waren
allemaal “papieren” duiven met een fraaie naam en een interessante
pedigree.
Hoogst waarschijnlijk gaat het de komende weken nog gekker worden.
Pieter Veenstra (NL) gaat 245 duiven verkopen. Overwegend prestatie
duiven, dat wel. De verkoop wordt als “totale verkoop” gelanceerd, dat
is echter niet helemaal waar. Twee koppels, de 2 beste duivinnen en
doffers, worden “in bis” verkocht. Dat wil zeggen, de hoogste bieder mag
1 doffer en 1 duivin uitkiezen. De andere doffer en duivin blijven het
eigendom van Veenstra. Er kan geboden worden tot eind januari en na twee
dagen was er al 150.000 euro voor een van de duivinnen geboden. Het
hoogste bod voor een van de twee doffers stond toen op 30.000 euro en
dat zal over twee weken wel een ander bedrag zijn.
Denk nu niet dat de hokken na deze verkoop helemaal leeg zijn. De late
jongen van 2011 zitten er nog en de 120 koppels die verkocht worden
zitten nu hoogstwaarschijnlijk (in ieder geval een groot deel daarvan)
te broeden of hebben jongen. Een eenvoudige rekensom zegt ons dat ze
gemakkelijk 200 jongen groot brengen. In 2012 zal er dan zo goed als
zeker een peloton van 300 duiven rondom de hokken vliegen en in 2013
staat de familie Veenstra er weer.
Wat de reden van deze verkoop is, daarover doen de sterkste verhalen de
ronde. Dat het een top verkoop gaat worden is nu al zeker. Het
vervelende is dat door dit soort verkopingen de gewone man nooit meer
een duif kan kopen. Het enige wat er mee bereikt wordt is dat het
verschil tussen de professionele spelers en de gezelligheidsspelers
steeds maar groter wordt. Het zal de terugloop van leden alleen maar
bevorderen. Hebben de Hollandse en Belgische profs wel in de gaten dat
zij het juist van de “gewone spelers” moeten hebben. Als die doorgaan
met massaal af te haken dan kunnen de profs het vergeten omdat er totaal
geen competitie meer is. Ook de vergrijzing en de (te) hoge kosten nemen
steeds meer toe en dan komen we al snel bij de belangrijke vraag: “Hoe
lang zal de duivensport het in zijn huidige vorm nog volhouden”. Wie het
weet mag het zeggen! JAGEN Het is momenteel een
drukte van jewelste in het hok. De kweek en vliegduiven zitten een week
bij elkaar en dan begint de drukte. De doffers beginnen te jagen
(sommige doen dat al na vier dagen) en de meeste duivinnen krijgen vanaf
dat moment helemaal geen rust meer. Zodra ze uit hun broedhok vliegen
gaat de doffer haar achterna en gunt haar geen rust. Ze mag niet even op
de vloer lopen om wat op te pikken, ze krijgt amper tijd om te drinken
en bij de gritbak wordt ze net zo lang door haar doffer gepikt zodat ze
maar een ding kan doen en dat is haar broedhok in vliegen. Pas daar laat
de doffer haar met rust. Denk niet dat de duivin daar voor langere tijd
blijft zitten. Niets daarvan, ze vliegt er meerdere keren per dag uit en
iedere keer duikt de doffer haar achterna. Een van mijn duivinnen had na
6 dagen haar eerste ei. Het is nu de achtste dag en zo goed als zeker
zullen vandaag een aantal duivinnen ook leggen. Ze zitten nu langdurig
op het nest en dan kan je er van uit gaan dat de komende twee dagen de
meeste van hen wel het eerste ei in de broedschaal hebben. Soms heb ik
medelijden met de duivinnen omdat ze totaal geen rust krijgen, er zijn
van die venijnige doffers bij die heel lelijk doen tegen hun vrouwtje.
Ja, totdat ze in de schaal liggen om elkaar te liefkozen. Ik heb zelfs
enkele doffers die zichzelf niet eens tijd gunnen om genoeg te eten.
Vandaag nam ik enkele fel jagende doffers in handen en het viel me
onmiddellijk op dat ze behoorlijk lichter aanvoelden dan een week
daarvoor. Ik houd me maar vast aan het gezegde: “ een goede haan is niet
vet”. Zodra ze enkele dagen zitten te broeden zijn ze binnen de kortste
keren weer op het juiste gewicht. Het is niet verkeerd om de duiven in
deze periode goed te observeren en ze zelfs een beetje te helpen. Omdat
de (te) felle doffers geen tel rust hebben voer ik ze in de broedhokken.
Doe je dat niet dan wordt je er gestoord van omdat het om de voerbak
heen een krioelende groep duiven is waar helemaal geen rust in zit. Ze
vliegen af en aan naar hun broedhok en vergeten te eten. Doordat de
duivinnen ook geen tijd krijgen grit en/of roodsteen te pikken krijg je
een beetje vieze mest. Vandaar dat ik elke dag een beetje grit in elk
broedhok gooi plus dat de duiven tussen de middag allemaal wat snoepzaad
in hun broedhok krijgen. Het zal iedereen bekend zijn dat de duiven na
het eten met de liefdesdaad beginnen. Voer je de duiven op de grond dan
krijgen de doffers bijna geen kans hun duivin te treden. Voer je ze in
hun broedhok dan is daar meer tijd en gelegenheid voor. Doe je dat niet
dan loop je de kans dat er (misschien) te veel onbevruchte eieren komen
maar dat heeft dan niets met een mindere gezondheid te maken. BIJLICHTEN De kweekduiven zijn ruim
een week voordat ze gekoppeld werden bijgelicht, bij de vliegduiven
vanaf het moment van koppelen. Dat komt omdat ik de kwekers tussen Kerst
en Nieuwjaar zou koppelen en de vliegduiven pas op 15 januari. Vanwege
mijn rugklachten kon ik de kwekers echt niet koppelen. Ik besloot toen
dat ik alles tegelijk zou koppelen op maandag 2 januari. Een hele klus
waar ik het grootste deel van de dag mee bezig ben geweest. Ik ben
benieuwd hoe groot straks het verschil is tussen het leggen van het
eerste ei bij de kwekers en vliegduiven, denkelijk maakt het weinig of
niets uit. Volgende week weet ik meer. Als de duiven binnenkort allemaal
twee eieren hebben stop ik direct met bijlichten, nu licht ik bij tot ’s
avonds 10 uur. Zodra de duiven twee eieren hebben gooi ik elke dag een
aantal tabakstelen op de vloer van het hok. De duiven gaan dan zelf hun
nest bouwen en daar mag ik graag naar kijken. Er zijn erbij die een
torenhoog nest maken en er zijn er bij die er helemaal niets aan doen.
Dan zorgt de baas ervoor dat er voldoende nestmateriaal in de schotel
ligt. Het weer kan in deze tijd van het jaar zo maar omslaan. Nu is het
nog vrij zacht maar eind januari en februari worden niet voor niets de
koudste maanden van het jaar genoemd. Als liefhebber moeten we ervoor
zorgen dat de jonge duifjes dan behaaglijk in een warm en goed gevuld
nest liggen. Geen warmte in de zin van centrale verwarming. Het mag
gerust koud zijn in het hok, als het daarbij maar niet vochtig of
tochtig is. Dan mag er gerust wat warmte in het hok gebracht worden,
echter alleen om er voor te zorgen dat het niet te vochtig wordt. Bij
mij zullen de eerste eieren dit jaar eind januari uitkomen en dan kan
het behoorlijk koud zijn met ’s nachts temperaturen onder het vriespunt.
Ik doe dan de lamp aan van ’s middags vier uur tot’s avonds half elf
zodat de duiven in het begin van de avond hun jongen nog kunnen voeren.
Hierdoor voorkom ik dat de jonge duiven met een onvoldoende gevulde krop
de nacht ingaan. Ik zorg ervoor dat mijn jonge duifjes altijd met een
goed gevulde krop liggen door de oude duiven drie en soms wel vier keer
per dag te voeren. U weet dat na elke voerbeurt de ouders hun jongen
gaan voeren en dat bevordert de groei van onze nieuwe kampioentjes. HET ZELFDE BROEDHOK. Elk jaar kom ik opnieuw
tot de ontdekking dat je een oude doffer nooit van broedhok moet
wisselen. Ook dit jaar was dat weer het geval met een van mijn beste
kweekdoffers. Hij is nu 7 jaar oud en zit vanwege zijn uitstekende
afstamming en ook omdat het een zomerjong was vanaf zijn eerste jaar in
het kweekhok. Hij heeft nooit een mand gezien en omdat ik er alle
vertouwen in had ging hij dus direct naar het kweekhok. Dit jaar vond ik
het nodig om hem een ander broedhok te geven, links van zijn vorige
broedhok. In dat broedhok zit al enkele jaren een van mijn betere
kweekduivinnen en om in het goede soort te blijven moesten die twee
samen. Hoe ik er toe gekomen ben om het zo te doen, vraag het me niet.
Maar wat een ellende heb ik ermee. Elke keer vliegt die doffer in zijn
vorige broedhok, al ik weet niet hoeveel keer heb ik hem daaruit moeten
pakken. Eerst zachtzinnig en later smeet ik hem er uit en toch weer
vloog hij in zijn oude broedhok. Nu laat ik het betreffende koppel om en
om los en als beide broedhokken open staan heb ik direct de poppen weer
aan het dansen. Ik ga er van uit dat het binnenkort over is. Zodra de
eieren er liggen wordt het allemaal anders. Het blijft echter opletten
want als mijn oude kweekdoffer zich op de een of andere manier een keer
verveeld kon hij wel weer eens zijn oude broedhok opzoeken met alle
gevolgen van dien. Het koppel dat in zijn oude broedhok zit krijgt
onmiddellijk twee stenen eieren onder zich zodat er niets kapot geknokt
kan worden. De vader en moeder van mijn 7 jarige kweker zijn namelijk de
Champ Astro en Cocotte, beiden goed voor elk zes eerste prijzen (zijn
niet meer op mijn hok) maar waren wel twee absolute topduiven die met
het grootste gemak konden wedijveren met de duiven die we tegenwoordig
op internet zien staan voor bedragen van 50.000 euro of meer en als je
dan ziet wat dergelijke duiven ZELF gepresteerd hebben dan schieten de
tranen in je ogen en vraag je je af of de hedendaagse duivenliefhebbers
nog wel goed kunnen lezen. Jaren geleden moesten het Tourniers of
Delbars zijn. De beroemde Janssen duiven waren heel mijn leven een veel
gevraagde soort dat ook niet voor een appel en ei de deur uit ging. Het
enige verschil is dat het stuk voor stuk goede duiven waren. Al denken
vele Belgen daar anders over. Ook toen was er al sprake van jaloezie.
Het waren misschien wel de beste duiven van de hele wereld. Die tijd is
nu voorbij. Helaas, want er wordt nu meer gekeken naar mooie namen en
pedigrees dan naar kwaliteit en prestaties. Tegenwoordig worden op
internet heel veel “papieren” duiven verkocht voor astronomische
bedragen. Als er “Bak 17” staat zijn ze al een fortuin waard. Gelukkig
is er nog steeds een verschil tussen commercie en presteren. Ga er maar
vanuit dat de echte duivenspelers nog nooit en te nimmer zulke idiote
bedragen voor een duif hebben neergeteld. Zij weten op een heel andere
en voordeligere manier aan veel betere duiven te komen om die in hun
eigen kampioenenkolonie in te brengen. Degene die met commercie bezig
zijn presteren bijna niet en de grote kampioenen, laten we zeggen de
echte duivenkenners, zijn meer met presteren bezig dan met commercie.
Zij weten maar al te goed dat je wel een hond kunt kopen maar niet het
kwispelen van zijn staart. DAT HET MAAR MAG WORDEN
WAT WE VERWACHTEN. Duivensport, al jaren
een sport waar 90% van de deelnemende duiven teleurstellen. Dan blijft
er dus 10% over die wel voldoen. Een makkelijke rekensom die voor
iedereen te begrijpen is. Dit zou betekenen dat bij iedereen slechts 10%
van de duiven voor plezier zorgen. Met alleen plezier kom je op langere
termijn niet zo ver. Plezier kun je beleven aan de thuiskomst van de
duiven ook al zijn ze nog zo laat, maar daar kom je niet verder mee. Het
gaat er om dat we elk jaar de prestatielat een stukje hoger moeten
leggen. Dat hoger leggen is niet zo moeilijk, het gaat er om dat we het
ook waar maken. Het doel waarnaar we streven is presteren en dat kost
100% inzet. Maar helaas, ook met alleen 100% inzet komen we er ook niet.
Het gaat er om dat 10% van de duiven die we op ons hok hebben echte
winnaars zijn die in de kweek zorgen voor hoogwaardige nakomelingen die
net zo goed zijn als zij zelf. Klinkt leuk, maar helaas bestaat zoiets
niet. Kijk naar de verschillende nationale competities waarin volgens
uitgekiende rekensystemen bepaald wordt waar de beste duiven van het
land zitten. Van de vele duizenden duiven die jaarlijks aan de vluchten
mee doen komt slechts een handjevol duiven in aanmerking om volgens de
gestelde voorwaarden mee te mogen doen. Dan heb ik het nog niet eens
over het aantal duiven dat in aanmerking komt voor een prijs. Dat zelfde
geld voor de liefhebbers, nog geen half procent (we hebben er in
Nederland nog maar 20.000) van de liefhebbers komt in aanmerking voor
een redelijke klassering. Zijn er dan ook bijna 20.000 liefhebbers
teleurgesteld? Het lijkt er wel op. Vooral nadat je het bovenstaande
gelezen hebt zou je in staat zijn direct met de duivenhobby te stoppen.
Gelukkig zijn er voor al die liefhebbers die prestatiegericht bezig zijn
genoeg mogelijkheden om zich in de kijker te spelen. Dat kan op
verenigingsniveau, samenspel van meerdere verenigingen, er kan in een
groter gebied regionaal gespeeld worden, daarnaast is er provinciaal
spel mogelijk (Nederland heeft 12 provincies en elke provincie heeft
zijn eigen kampioenschappen). Dus mogelijkheden genoeg. Voor al die
mannen die iets willen bereiken is het belangrijk dat ze tot de top-3
van de club behoren. Lukt dat niet, dan kunnen ze het in een groter
samenspel helemaal vergeten. Toch kunnen anderen, ieder op hun eigen
niveau veel plezier beleven aan onze hobby. Dat is maar gelukkig ook
want anders hadden we al lang geen 20.000 liefhebbers meer. Vandaar dat
ik dit artikel ben begonnen met te zeggen: “dat het maar mag worden wat
we er van verwachten”. DE EERSTE JONGEN ZIJN
GERINGD. Vandaag konden we de
ringen in de club afhalen en er was meteen gelegenheid elkaar een
gelukkig 2012 te wensen. Sommige leden waren zelfs al op 1 januari bij
de ringenadministrateur aan de deur geweest om hun ringen af te halen
omdat ze jongen hadden liggen die hoognodig geringd moesten worden. Dat
kan gebeuren omdat er altijd wel enkele duivinnen zijn die al na zes
dagen hun eerste ei leggen (koppeldatum 26 november) en dan is het op 1
januari een beetje paniek want dan zijn de jongen 10 dagen en dan is het
moeilijk om er nog een ring om te krijgen. Meestal hoor ik ook bij
degene die de ringen beslist op 1 januari nodig hebben. Dit jaar en ook
vorig jaar was dat niet het geval. Ik koppel nu een maand later, vorig
jaar tussen kerst en Nieuwjaar, dit jaar heb ik vlieg en kweekduiven op
1 januari bijeen gezet. Nu ik dit schrijf zijn de broedhokken nog
gesloten en ik heb gezien dat alle duiven goed gepaard zijn. Niet een
vechtpartij, slechts een koppel deed niet zo aardig tegen elkaar maar
toen ik echter een dag later de broedschaal met het nodige nestmateriaal
er bij zette vonden ze elkaar wel leuk en werd direct met het
liefdesspel begonnen. Ik heb er alle vertrouwen in dat als ik enkele
broedhokken open zet er geen vechtpartijen zullen zijn of dat de duiven
in een verkeerd broedhok vliegen. De jonge doffers zitten al weken in de
broedhokken en op twee verschillende avonden heb ik ze toen het donker
was opgesloten. De volgende ochtend heb ik genoteerd wie waar zat.
Iedere keer dat ik ze heb opgesloten zaten ze in het zelfde broedhok. Ik
heb de jonge doffers zo veel als mogelijk gekoppeld aan oude duivinnen
die vorig jaar in dat broedhok zaten. Ik heb slechts enkele koppels
jaarlingen en daarvan moet de duivin nog leren welk broedhok van haar
is. Mijn ervaring is dat ze heel snel achter de doffer aan vliegen. Zij
zijn ook de eersten waarvan ik het broedhok open doe zodat ze alle
gelegenheid hebben in het juiste hok te vliegen. UIT WELKE DUIVEN GAAN WE
KWEKEN. Overal lees je, kweek alleen uit de goede! Gemakkelijk
gezegd. Arme liefhebbers die alleen maar gewone duiven hebben. Wat
moeten zij dan? Ik denk dat het voor iedereen begint bij de selectie.
Onze duivensport is zeker geen goedkope hobby, dus rekening houdend met
onze portemonnee moeten we beslist nier meer duiven houden dan
financieel haalbaar is. Niet te gauw denken dat een duif een goede is
omdat zijn nestmaat, tante of halfbroer eens een kopprijs heeft
gewonnen. Iedereen bepaalt voor zichzelf welke duiven wel of niet mogen
blijven. Ik kan er niet genoeg aandacht op vestigen om zeer zwaar te
selecteren omdat ook op het hok van de grootste kampioen maar enkele
hele goede duiven zitten en dat aantal is op de vingers van 1 hand te
tellen. Dit in tegenstelling tot al die verkopingen, hetzij in de zaal
of via internet, waar enkel topduiven of kampioenen te koop aangeboden
worden. Zorg dat er duiven op uw hok zitten die gemakkelijk gezond
blijven en die voldoen aan de door u gestelde eisen. Die duiven zijn het
ook waard om uit te kweken. Wel raad ik aan om tijdens de kweek alles
wat maar iets afwijkt direct weg te doen. Misvormde eieren, jongen die
niet zelfstandig uit het ei kunnen komen, jongen die in de groei achter
blijven, jongen die de hele dag liggen te piepen, jongen met natte mest,
jongen waarbij de veren niet goed ingroeien, jongen die naast het nest
liggen, weg er mee. Laat ze in deze tijd van het jaar bij de ouders tot
ze 28 dagen zijn en zorg ervoor dat ze vanaf de 21ste dag een
potje voer in het broedhok hebben zodat ze snel met de ouders mee
beginnen te pikken. Pas op dat, zodra de duivinnen met hun jong of
jongen op het jonge duivenhok geplaatst worden, niet met elkaar gaan
paren. Dit probleem komt vooral voor in hokken waar de duivinnen de hele
dag kunnen eten wat ze willen. Vandaar dat ik geen voorstander ben van
volle bak, ik voer liever drie keer per dag omdat de duivinnen na elke
voerbeurt hun jongen gaan voeren en daardoor minder behoefte hebben om
met een andere duivin te gaan liggen kroelen. Als ze straks op
weduwschap zitten zoeken ze hun (oude) vriendin ook weer op en verpesten
het weduwschapspel omdat ze andere duivinnen ook aanzetten onderling te
gaan paren. Genoeg voor deze week,
veel succes met de kweek want een goede kweek is een voorteken voor een
goed seizoen. DE BESTE WENSEN VOOR EEN
GEZOND EN SUCCESVOL 2012. Alweer een jaar voorbij
en als we het over de duivensport hebben was 2011 geen gemakkelijk jaar.
Zowel organisatorisch als sportief liep het nogal eens fout. De
terugloop van het aantal liefhebbers wordt ieder jaar zorgelijker. De
bestuurders tonen te weinig visie voor de toekomst, er worden te veel
blunders gemaakt en er komen steeds meer ontevreden liefhebbers. De
weersgoden waren ons in 2011 ook niet goed gezind. Veel moeilijke
concoursen, (onnodig) veel verliezen, vooral bij de jonge duiven. Een
bijkomend probleem is dat het steeds moeilijker wordt om de duiven
gezond te houden. Waarin dat zit? Verschillende oorzaken, de meeste zijn
ons bekend. Er wordt te veel
gerommeld met medicijnen, te pas en te onpas gooien liefhebbers allerlei
medicijnen in het drinkwater of over het voer. Volgens mij is de
kwaliteitscontrole op het voer onvoldoende terwijl gezonde granen het
belangrijkste bestanddeel zijn van onze duivenhobby. Zo kan ik nog wel
even doorgaan. Ik wil echter positief blijven. Met al dat negatieve
gedoe bewijzen we onze sport geen dienst. Terugkijken naar vroeger is
leuk, vooral als je ouder wordt, het heeft echter geen zin. We leven nu
in 2012 en we zullen, of we willen of niet, de duivensport moeten
bedrijven anno 2012. De soms waanzinnige commercie is niet weg te
denken. Als je het mij vraagt kan dit geen stand houden. De idioot hoge
prijzen die internationaal voor postduiven worden neergeteld staan niet
meer in verhouding tot prijs/kwaliteit en brengen onze postduivensport
naar een absoluut dieptepunt. Neem daarbij de steeds hoger wordende
kosten om aan concoursen mee te kunnen doen dan komen we tot de
conclusie dat het voor een grote groep liefhebbers een onbetaalbare
hobby wordt. We mogen niet uit het oog verliezen dat in veel landen deze
hobby juist een prachtige vorm van vrije tijdbesteding is voor de gewone
man. Het is te eenvoudig om te stellen dat die groep dan maar minder
duiven moet gaan houden. Iedereen wil in het weekend toch wel een aantal
duiven zien thuiskomen. Om elke week op drie of vier duiven te gaan
zitten wachten geeft geen voldoening. TERUG NAAR EEN KLEINER
AANTAL. Ik ben nooit een
voorstander geweest een groot aantal duiven te verzorgen. Ik heb ook
nooit heel veel duiven gehad. Ik heb er wel ieder jaar te veel gehad.
Elk jaar verkondigde ik dat ik minder duiven zou gaan houden maar daar
kwam weinig of niets van terecht. Voor mijn doen heb ik dit probleem nu
rigoureus aangepakt. Aan 12 kweekkoppels moet ik genoeg hebben om
jaarlijks enkele beloftevolle jongen te kweken en aan 18 koppels
vliegduiven moet ik voldoende hebben om wekelijks mee te doen voor een
goede uitslag. Ik ben terug gegaan naar een kleiner aantal om een beter
overzicht te hebben. Hoe minder duiven je hebt, des te eerder vallen
zowel in positieve als negatieve zin bepaalde situaties op. Dat kan zijn
dat je heel snel constateert dat er iets niet goed zit met de gezondheid
of je ziet op het juiste moment dat duiven extra vorm vertonen. Een
kleiner aantal duiven drukt niet alleen de kosten, de verzorging vraagt
ook minder tijd en die tijd kun je dan aan andere zaken besteden. Minder
duiven betekent ook minder gauw uitbraak van ziektes en mocht er
desondanks wel wat gebeuren dan hoef je niet zoveel medicijnen aan te
schaffen (dus ook minder geld uit te geven). Daarnaast komt er meer tijd
vrij om de duiven te observeren en daar kom je verder mee dan met stront
krabben. Niet alleen ik, ook andere liefhebbers zien in dat de
prestaties niet beter worden door meer duiven te gaan houden. Veel gaan
er terug naar een kleiner bestand. Dat betekent wel dat de concoursen
(nog) kleiner gaan worden. Als ik naar 10 jaar terug kijk is het aantal
deelnemende duiven tot en met 2011 meer dan gehalveerd. Die teruggang
zullen we in 2012 nog meer gaan merken. Het positieve daarvan is dat
daardoor de kwaliteit van de deelnemende duiven beter gaat worden, dus
meer concurrentie en meer spanning. Er wordt in ons land erg veel
(misschien wel te veel) aandacht besteed aan de grote aantallen duiven
die wekelijks door megahokken worden ingezet. Mij heeft het nooit iets
uitgemaakt hoeveel duiven er door grote liefhebbers werden ingezet. Ik
vlieg wekelijks tegen enkele duizenden duiven en of er daar nu 100 van
Jan, 200 van Piet of 300 van Kees tussen zitten vind ik totaal niet
belangrijk. Maar zo langzamerhand ga ik er wel anders over denken. De
spelgebieden blijven namelijk even groot terwijl het aantal liefhebbers
zienderogen minder wordt. Juist daardoor krijgen grote aantallen duiven
die naar 1 liefhebber moeten grote invloed op het concoursverloop.
Vooral als die mannen op de vluchten tot 400 km ook nog eens in de
“trek” zitten. Dan is er voor veel melkers moeilijk tegen te spelen. In
die situatie geldt zeker de wet van de grote getallen: “hoe meer
lootjes, hoe meer kans op een prijs”. TE VROEG GEJUICHT. Vijf weken zijn er
voorbij en nog steeds is mijn rugpijn niet verdwenen. Twee weken terug
dacht ik dat ik verlost was van de snijdende pijn in mijn rug. Ik zag
het weer helemaal zitten, doch dat was van korte duur. De genezing gaat
met ups en downs. Gelukkig heb ik goede hulp want ik ben nog steeds niet
in staat mijn duiven zelf te verzorgen. Ik begin wel steeds meer te
assisteren. Mijn plan was de kweekduiven direct na de kerstdagen te
koppelen maar dat is er niet van gekomen. Ik heb het uitgesteld tot 3
januari en dan koppel ik gelijk alle duiven waardoor ik nog meer
gelegenheid heb om een aantal eieren van de kwekers onder de jaarling
vliegduiven te leggen. Ik heb nu dus nog een week voordat ik de duiven
ga koppelen en dan hoop ik echt van mijn pijnlijke rug te zijn bevrijdt.
Als je iets mankeert merk je pas hoe geweldig het is als je lekker in je
vel zit. Als je niets mankeert kun je jezelf enorm druk maken over een
ei waar een deukje in zit. Nu denk ik, het is me wel een aantal
ingedeukte eieren waard als ik maar van mijn rugpijn af ben. Na de selectie van mijn
kweekduiven had ik nog een duivin over, eigenlijk twee maar die ene
heeft nooit eieren gelegd. Ze mocht in mijn kweekhok omdat ze een
formidabele erelijst bijeen heeft gevlogen en omdat ze nooit eieren
heeft gelegd was het een prima duif om andere eieren uit te laten
broeden. Zou gauw je er een eitje onder lag ging ze direct zitten
broeden. Nu ga ik toch definitief afscheid van haar nemen. Voor de
andere duivin heb ik een juweel van een doffer aangeschaft. Ik zou er
niets meer bijhalen! Ik ben niets anders aan het doen als mijn aantal
duiven terug te brengen en dan toch kom ik weer met een duif thuis. Mijn
zoon wilde met alle geweld naar die verkoop toe en vanwege mijn
rugklachten zou ik zeker niet meegaan. Hij hield vol en ik ben gezwicht.
Dus nog gauw even de verkooplijst bestudeert en er stonden een aantal
duiven in waar ik wel interesse in had. Althans ik wilde die duiven
zeker even in de hand bekijken. Mijn voorkeur ging uit naar een Heremans
doffer waarvan ik uit dezelfde bloedlijn al een aantal hele goede
afstammelingen heb zitten. Het is en blijft een goed gevoel als je dan
die bepaalde duif mee naar huis kunt nemen. Ach, daar ben je
duivenliefhebber voor. Je kunt nog wel eens van gedachten veranderen. Ik
ben enorm blij met mijn nieuwe aanwinst en als hij me nu ook nog blij
gaat maken met enkele goede nakomelingen dan klopt het helemaal. Allen
veel succes met de kweek gewenst en hopelijk wordt het in alle opzichten
voor ons allemaal een heel mooi jaar. Bert Braspenning OP ZO’N MANIER KUN JE
HET WEL VERGETEN. Het is winter, nog niet
koud en dat werkt in het voordeel van degene die de duiven al op eieren
hebben. Een tijd geleden sprak ik iemand die de duiven ook bijeen had
gezet, helaas kwamen ze zeer onregelmatig met eieren. Hij veronderstelde
dat dit kwam doordat er paratyfus onder zat. Onmiddellijk vroeg ik hem
of hij daar in oktober wel een kuurtje tegen had gegeven. Ja, dat wel
maar hij had het in plaats van 21 dagen maar 6 dagen gegeven. Dat moest
volgens hem voldoende zijn. Kwamen de duiven wel zo slecht met eieren
door de paratyfus? Al pratende kwam ik er achter dat hij van plan was
zijn duiven half januari te koppelen. Doordat hij van andere
sportgenoten hoorde dat zij al eind november hadden gekoppeld veranderde
hij zijn plan en van de ene op de andere dag zaten zijn duiven ook bij
elkaar. Ze waren er klaar voor vertelde hij mij en zonder enige verdere
voorbereiding had hij ze samen gezet. Hij vroeg mij eens te komen kijken
en daar had ik eigenlijk helemaal geen zin in. Een aardige vent, dat
wel, helaas geen echte kampioen. Hij is meer het type van de
winterkampioen. Aan de bar altijd het hoogste woord en in de zomer
wanneer het er echt om gaat altijd de wind tegen of hij woont niet in de
trek van de duiven. Altijd een excuus doch volgens mij staat hij altijd
zichzelf voor te liegen. Hij vertelde dat hij regelmatig vroege duiven
had maar die kwamen er dan niet in. Het vreemde is dat hij nooit last
heeft van roofvogels, behalve op zaterdag waardoor zijn duiven niet naar
beneden durven te komen. Zulke figuren denken ook nog dat ze met een
idioot te maken hebben. Ze zijn zo dom dat ze het zelf niet in de gaten
hebben. Het zijn van die figuren die ook niet te helpen zijn. Je kunt ze
geven wat je wilt, ze presteren nooit wat en durven dan tegen anderen te
zeggen dat je ze nooit iets van het goede geeft. Toch heb ik me over
laten halen voor een hokbezoek. Afgesproken was dat ik op koffietijd zou
komen, eerst even koffie drinken en dan naar de duiven. Toen ik bij hem
het erf op liep was het eerste dat hij tegen me zei: kijk maar niet naar
de rommel, ik heb nog geen tijd gehad de hokken schoon te maken. Nou,
dan is mijn dag al voor een groot deel vergald. Nadat ik twee slappe
koppen koffie had genuttigd gingen we op weg naar de hokken. Vlakbij het
hok aangekomen vlogen de duiven bijna door de ramen van de honger. Zeker
ook nog geen tijd gehad om te voeren, zei ik tegen hem. Klopt, zei hij.
Ik ben meer met de kwekers bezig. Op het moment dat ik het gangetje van
zijn hok binnen stapte wist ik het al. Muf, alles potdicht en totaal
geen ventilatie. In het kweekhok zaten een aantal doffers met omhoog
gestoken neusveren op de grond. Er zat geen leven in en op de vloer lag
zeker tien kilo voer. Ze moeten goed te eten hebben. Dat klopt, zei ik,
maar een ietsje minder kan geen kwaad en de vliegduiven een beetje meer
lijkt me beter. Hij reageerde er niet eens op. Als eerste kreeg ik zijn
beste kweekduif in handen, slap als een dweil, veel te zwaar,
waarschijnlijk nooit een bad gehad en nog een gore neus ook. Met zulke
duiven ben ik zo klaar en plaatste haar op de grond. Ze kon amper haar
broedhok in komen. Hij wilde me nog meer duiven in handen geven. Ik zei:
laat maar zitten, ik kan het zo wel zien. Ik kon het niet opbrengen hem
te zeggen wat hij allemaal verkeerd deed, wenste hem succes en hoopte
voor hem dat de tweede ronde beter zou verlopen. Ik ben met gierende
banden weggereden. Toen ik thuis kwam gauw mijn duivensloffen aan gedaan
en het hok in waar ik wel een uur heb zitten genieten van mijn eigen
duiven. Wat een verschil! Pas dan begrijp je waarom er zoveel
liefhebbers zijn die er helemaal niets van terecht brengen. Ze verdiepen
zich nergens in en kunnen het zelfs niet opbrengen hun duiven met enige
regelmaat te verzorgen. Ook het nieuwe seizoen zal voor deze man een
regelrechte ramp worden. Voorlopig heeft hij nog een paar maanden de
tijd te doen alsof hij in 2012 iedereen de das zal omdoen. HET KAN OOK ANDERS. Een week later ging ik
onaangekondigd op bezoek bij een hele sterke speler met landelijke
bekendheid. Je kunt bij zulke mensen komen wanneer je wilt, je zult ze
nooit verrassen want ze hebben in de vroege ochtenduren hun duiven
verzorgd en alles ziet er netjes en schoon uit. Daar houd ik van! Alle
kwekers hadden binnen 14 dagen eieren, de duivinnen zaten op het nest en
de doffers lagen allemaal in hun broedhok. Toen we binnen stapten ging
er niet een van zijn plaats, pas toen de baas sommige duiven even aan
hun snavel trok kwam er leven in de brouwerij. De doffers stonden op en
wachtte als het ware op hun baas om een partijtje te vechten. Van zulke
situaties kan ik intens genieten. Dat noem ik: duiven melken op het
hoogste niveau. De duiven glommen tegen me op. Als de baas enkele
pinda’s op de grond gooide, doken de doffers er op en wisten niet hoe
snel ze weer in hun broedhok moesten vliegen om hun territorium te
verdedigen. Twee keer per dag vocht de baas een beetje met ze en dat
motiveert ze enorm. Ik ben er van overtuigd dat zijn weduwnaars sneller
naar huis vliegen voor hun baas dan voor hun vrouwtje. Aan het hok, aan
het klimaat, aan de sfeer en aan de duiven kon ik zien dat deze grote
kampioen een goede kweek zou hebben. We weten allemaal dat een goede
kweek garant staat voor een goed seizoen. Aan alles was te merken dat
het voor deze liefhebber, met zo’n verzorgde accommodatie en zo’n hoge
kwaliteit duiven, een makkelijk spelletje zou worden. DUIVENVOER. Net zo min als dat ik
iets van medicijnen weet, weet ik ook niets van duivenvoer. Ik ga er
vanuit; ieder zijn specialiteit. Over duivenvoer is veel te doen. Er
zijn grote prijsverschillen en dat zal volgens mij komen door de
verscheidenheid waaruit verschillende mengelingen zijn samengesteld. Er
is “merkloos” voer in de handel maar de meeste voersoorten worden op de
markt gebracht door gerenommeerde firma’s. Ik kies al vele jaren voor
voer van de bekende firma Mariman waarvan ik denk dat zij een
uitgekiende mengeling van een goede kwaliteit hebben samengesteld. Van
kiemkracht heb ik totaal geen verstand, dat hebben ze bij Mariman (en
ook bij andere firma’s) wel. Daar maak ik me dus geen zorgen over.
Daarnaast denk ik dat uit hoe meer granen de samenstelling bestaat, des
te beter het is. Het is aan de baas om te bepalen in welke hoeveelheden
hij dat voer aan zijn duiven verstrekt. Want voeren is volgens mij nog
steeds een kunst. Als liefhebber moet je kunnen zien wanneer de duiven
wel of niet genoeg hebben. Toch is de kwaliteit van het voer nooit
hetzelfde. Gerst is niet altijd gerst en maïs is niet altijd maïs. Wat
ik daarmee wil zeggen is dat de maïs en andere granen in ons voer niet
altijd op de zelfde grond worden verbouwd en ook niet altijd uit
dezelfde landen komen. Er is dus altijd kwaliteitsverschil. Vandaar dat
ik vertrouwen heb in mijn voer leverancier. Ik ga er vanuit dat zij voor
uw en mijn duiven een verantwoorde kwaliteit aanschaffen. Aan elke
kwaliteit en ook aan elke mengeling hangt een prijskaartje. Mijn
ervaring is, dat hoe gevarieerder de kweekmengeling des te minder
problemen tijdens de groei van de winterjongen. Iedereen een prettige
jaarwisseling toegewenst en tot volgend jaar.
Als ik iets lees of hoor
over levertraan moet ik onmiddellijk terug denken aan mijn kinderjaren.
Elke avond voor het naar bed gaan stond mijn moeder klaar met een
eetlepel levertraan. Als ik er aan terug denk lopen de rillingen nog
over mijn lijf, wat een vreselijk vieze smaak! Gelukkig hield zij in
haar andere hand nog een lepel met suiker die ik kreeg om de vieze smaak
weg te werken. Levertraan was goed, dat zei niet alleen de dokter dat
vond iedereen omdat er in de wintermaanden heel veel reclame voor werd
gemaakt. Waarom het goed was wisten de ouders van toen waarschijnlijk
niet. Als de dokter zei dat het gezond was dan nam iedereen dat
klakkeloos aan. Nu, na 70 jaar gebruik
ik het nog steeds. Nee, niet voor me zelf, alstublieft niet. De kinderen
die het tegenwoordig innemen hebben er niet zo een moeite mee omdat er
een smaakje aan is gegeven. De pure levertraan geef
ik tijdens de winterkweek aan mijn duiven. Levertraan (vitamine D) is
goed voor de vorming van een stevig beendergestel. Ik geef het 1x keer
per dag. ’s Avonds zet ik voor de volgende dag een klein emmertje voer
klaar waarover ik een scheut levertraan gooi. Ik roer het dan flink door
elkaar totdat het voer lichtjes glimt. Elk jaar koop ik een nieuw flesje
levertraan omdat het aan bederf onderhevig is. Dat is ook de reden dat
ik steeds maar voor 1 dag voer met levertraan klaar zet. Ik ken
liefhebbers die het hele jaar door levertraan over het voer doen. Zij
beweren hun goede prestaties te danken hebben aan het regelmatige
gebruik van levertraan. Zelf denk ik dat dit een beetje te veel van het
goede is omdat zonnestralen er voor zorgen dat het lichaam van mens en
dier zelf vitamine D aanmaakt. Als we naast levertraan ook zorgen dat de
duiven af en toe wat boerenkool, wortelen of ander groenvoer toegediend
krijgen, dan zal dat zeker de groei van onze toekomstige kampioentjes
ten goede komen. Daarbij mag grit en roodsteen zeker niet vergeten
worden. Het beste is om dat elke dag vers te geven. Vergeet zeker niet
de broedschalen van voldoende nestvulsel te voorzien. Het voorkomt
ingedeukte eieren plus dat de jonge duifjes er behaaglijk bij liggen
tijdens de soms heftige kou. Ik ben er geen voorstander van om van mijn
kweekduiven “kasplantjes” te maken. In het najaar zetten veel
liefhebbers hun duiven in een totale open volière en zodra ze gekoppeld
zijn wordt er warmte op het hok gebracht. In een droog en tochtvrij hok
mag het gerust net zo hard vriezen als buiten. Wel moeten we de
verzorging en de voorzieningen daarop aanpassen. De duiven doen de rest
wel want die weten het veel beter dan wij. NIET EENVOUDIG Het gehele jaar kon
iedereen tussen de regels door lezen dat ik minder duiven zou gaan
houden en misschien zou ik zelfs stoppen. Nimmer heb ik problemen gehad
met het aantal duiven dat ik jaarlijks op de hokken had. Vroegere jaren
had ik weinig ruimte en dus ook weinig duiven. Ik verlangde er toen naar
om net als andere grote en sterke spelers meer duiven te kunnen houden
zodat ik iedereen partij kon geven. Als je jong, gedreven en enthousiast
bent kan je al dat werk gemakkelijk aan. Als je dan later eens goed
kijkt of de prestaties ook zoveel beter zijn geworden dan is dat maar
gedeeltelijk waar. Als je ziet wat je er allemaal voor moet doen en dat
afweegt tegen de prestaties dan was het met een klein aantal duiven
zeker zo goed. Veel minder werk, lagere kosten, beter overzicht en in de
breedte een betere kwaliteit duiven op je hok. Met meer duiven spelen en
gelijke prestaties is het op de vluchtdag wel meer genieten, zeker nu we
elektronisch klokken. Je ziet alle duiven thuiskomen en voor mij is dat
elke keer weer opnieuw iets waar ik bubbeltjes van in mijn maag krijg.
In de eerste plaats de wedstrijdspanning, dan de manier waarop de duiven
thuis komen. De ene zit al op het hok voordat je hem goed en wel gezien
hebt, de ander maakt van grote hoogte een fantastische duikvlucht
waardoor je de adem inhoudt omdat het lijkt alsof de duif zich met zo
een hoge snelheid te pletter zal vliegen. Dan zijn er van die vluchten
waarop er zo maar drie, vier tegelijk boven het hok hangen en zich even
daarna verdringen om naar binnen te gaan. Ik kan er intens van genieten,
speciaal van de aankomsten dat je verrast wordt. Je hebt uitgerekend hoe
laat de duiven kunnen komen en dan is er opeens eentje een kwartier
eerder dan je ze verwacht. Kippenvel en hartkloppingen krijg ik daarvan.
Dan later de spanning zal het wel of geen vroege duif zijn? Mijn
ervaring is dat wanneer je verrast wordt het meestal een vroege is! In 2012 dus minder
duiven en dat was beslist geen eenvoudige opgave. Ik heb door mijn eigen
beslissing minder duiven te gaan houden helaas duiven weg moeten doen
waaraan ik veel sportplezier heb beleefd en dat valt niet mee. Emoties
spelen dan een belangrijke rol. Toch heb ik doorgezet. Ik kan alleen
maar hopen dat mijn duiven bij hun nieuwe eigenaars ook voor het nodige
plezier zullen zorgen en dat ze net als bij mij zo goed presteren zodat
elk weekend een feestweekend wordt. In het vlieghok zijn nu 6
broedhokken leeg en in het kweekhok 12. Dat is erg rigoureus, maar wilde
ik mee blijven doen voor de overwinning dan is dit volgens mij de beste
oplossing. Als we eind mei 2012 een 8-tal vluchten achter de rug hebben
weet ik of ik het wel of niet goed heb gedaan. Nadat ik een periode heb
gedacht te stoppen en nu mijn rugpijn draaglijk is krijg ik steeds meer
zin in het nieuwe seizoen. Half januari worden de vliegduiven gekoppeld. EEN SLIJTAGESLAG WAAR IK
GOED VAN OPGEKNAPT BEN. Vandaag was de dag dat
mijn zoon me zou komen helpen om alles in gereedheid te brengen voor het
kweekseizoen. Drie weken lang kon ik mij amper bewegen, de therapeut
moest er aan te pas komen en dat hielp ook niet echt. Althans het duurde
mij veel te lang, maar het ging wel stapje voor stapje vooruit. Vandaag
moest ik dus aan de bak. De nodige pijnstillers en spierverslappers
ingenomen en aan de gang. Dat stelde ook niet zoveel voor want mijn zoon
Marco deed 90% van de werkzaamheden. Hokken uitbranden, broedhokken
schoonmaken, loketkasten ophangen, kortom alles voor het vlieg en
kweekseizoen is geregeld. Ook het wonder geschiedde, mijn rugpijn was
die dag voor een groot deel verdwenen. Wel was ik doodmoe zodat ik
daarna drie uur aaneen heb liggen slapen. Ik voel dat ik op de goede weg
ben en dan ziet alles er meteen veel zonniger uit. Nu maar bidden dat het
elke dag beter gaat dan weet ik nu al dat het gezellige kerstdagen gaan
worden met de kinderen en kleinkinderen. De jonge doffers mogen een
broedhok uitzoeken en de kweekdoffers zitten al op hun plaats. Alleen de
twee nieuwelingen moeten nog een vaste plaats veroveren. Tussen Kerst en
Nieuwjaar worden de kwekers gekoppeld en daar heb ik zeer hoge
verwachtingen van. Ik heb in jaren niet zo een kweekhok gehad met zoveel
prestatieduiven. We weten echter allemaal
dat die niet automatisch goede nakomelingen geven. Toch houd ik het er
op dat de goede uit goede komen en als je er zoveel hebt dan zal de
gemiddelde kwaliteit hoger liggen dan in een andere situatie. Hoop doet
leven, laten we het daar maar op houden.
Dit jaar geen winterkweek. Het zat niet in de planning,
gelukkig maar anders zou ik nu een probleem
hebben. Ik heb het namelijk al twee weken
zodanig in mijn rug dat ik zelfs mijn duiven niet kan verzorgen.
Gelukkig heb ik fantastische hulp van een 76 jarige duivenvriend die
elke morgen de hokken schoonmaakt, de duiven eten geeft en ze van vers
water voorziet. Ook de gritbakjes en
mineralen
worden niet vergeten. Meer hoeft er niet te gebeuren. In de namiddag
voert mijn vrouw de duiven dus wat dat betreft heb ik geen zorgen. De
meeste zorgen maak ik om mezelf. Ik wil van de rugpijn af en dat gaat me
niet snel genoeg. Ik word er humeurig van omdat ik niet kan doen wat ik
wil. Ik ben nog steeds van plan de duiven tussen Kerstmis en Nieuwjaar
te koppelen en daar ben ik nog niet klaar voor. De hokken moeten nog
“uitgebrand/ontsmet” worden en een dezer dagen wil ik de jonge doffers
hun broedhok uit laten kiezen. Dat lijkt allemaal eenvoudig maar als je
het in je rug hebt waardoor je zo krom gaat lopen als de klokkenluider
van de Notre Dam dan valt het niet mee om met 1 hand een duif te pakken.
Pakken is niet zo moeilijk maar wel als hij/zij wegvliegt. De duiven
zijn klaar om gekoppeld te worden, ze zien er voortreffelijk uit, ze
hebben in oktober hun paratyphus kuur gehad en krijgen traditiegetrouw
een 5 daagse geelkuur als ze voor de eerste keer op eieren komen. Dat is
het enige wat ik er in 2012 aan doe. Het kweekhok wordt dit jaar
versterkt met twee hele goede doffers en twee super duivinnen, alle vier
slechts drie jaar oud. Helaas heb ik afscheid moeten nemen van maar
liefst 14 kweekkoppels. Ik had er altijd 24, dat werd me te veel en
daardoor heb ik dat aantal teruggebracht tot 14. Volgens mij zit er nu
het neusje van de zalm. Prachtig om te zien en in mijn ogen zijn het
alleen maar top koppels. Juist omdat ik er flink het mes in heb gezet,
alleen het beste van het beste mocht blijven, heb ik dit keer nog meer
vertrouwen in een goed kweek resultaat. De mand zal van de zomer meer
duidelijkheid brengen als ze gezond zijn. Met jonge duiven ben je daar
nooit helemaal zeker van. Zo vlak voor het seizoen kan de e-coli
bacterie toeslaan en dan lig je gelijk een ronde op achter. Zo ver is
het nog lang niet. Het is nu eerst zaak dat alles in het hok in orde is
om de duiven bijeen te zetten. Tijdens de kweekperiode moet er niets
meer aan het hok worden gedaan, geen getimmer of gerommel meer in het
hok. Rust is dan het aller belangrijkste. Ik hoop dat de therapeut me op
weg helpt zodat met de duiven alles volgens plan gaat verlopen. LEUKE DAG. Met mijn zoon Marco heb
ik de afspraak dat ik in deze periode op zijn hok een allerlaatste
selectie toe pas. Dat gebeurde afgelopen maandag. Krom als een hoepel
stapte ik bij mijn vrouw in de auto die me naar mijn zoon bracht. De
bijkeuken was ingericht als keuringslokaal. Ik kon in een stoel plaats
nemen en de duiven stonden in manden klaar om nog eens extra goed
beoordeeld te worden. Samen zijn we daar vijf uur mee bezig geweest.
Niet omdat het mijn zoon is, maar ik heb genoten van de geweldige
kwaliteit die hij op zijn hok heeft. De duiven waren iets te zwaar wat
in deze tijd van het jaar geen bezwaar is. Twee jaar lang had hij te
maken met te grote verliezen van jonge duiven waardoor er te weinig
jonge duiven konden worden ingebracht. Dit jaar was het anders. Ik heb
vooral genoten van zijn jonge duivinnen, echt pure klasse met daarbij
twee uitzonderlijk goede dametjes die dit jaar al hebben laten zien dat
ze tot het een en ander in staat zijn. Schitterende types en prachtig in
de hand. Daarnaast komen er een aantal beren van jonge doffers bij.
Vooral op de vluchten tot 500 km zullen ze in het uiterste puntje van
west Nederland van goede huize moeten komen om deze ploeg jaarlingen
voor te blijven. Ook zijn aantal kweekduiven is teruggebracht tot een
kleiner aantal en het zal niet al te lang meer duren of ook in zijn
kweekhok zitten alleen maar eerste prijs winnaars of kampioensduiven. De
aangeschafte duiven die overigens gezorgd hebben voor goede nazaten
hebben plaats moeten maken voor jongere duiven die top hebben
gepresteerd. Zoiets doet vader goed. Vooral omdat ik een jaar of vijf
geleden heb verkondigd dat hij in Noord-Holland tot de kloppen mannen
gaat behoren. Op dat punt zijn we nu bijna aangekomen. Het viel me op
dat Marco veel meer krassen op zijn hok heeft. Dat komt omdat vader daar
niet zo van houd. Mijn voorkeur gaat uit naar blauw of lichtkras. Als ik
twee gelijkwaardige duiven heb waarvan de een gewone kras of donkerkras
is en de ander een lichte kras of blauwe, dan zal ik de kras of
donkerkras weg doen. In vele gevallen ging die dan naar Marco en dat ga
ik nu merken. Bij mij speelt kleur een voorname rol, ik zie graag duiven
in mijn hok die goed presteren maar waar ik ook graag naar kijk. Mijn
zoon denkt er net zo over als ik vroeger deed. Toen vertelde ik hem dat
wanneer een duif die je niet zo graag ziet een aantal weken een vroege
prijs wint, elke week een ietsje mooier wordt. Als laatste moest er vier
duiven voor de show uitgezocht worden, twee doffers en twee duivinnen.
Ik ben er zeker van dat zijn viertal (bijna)niet te kloppen is. PEDIGREES. Na de keuring of beter
gezegd na de definitieve selectie komen de keuringsbriefjes van
voorgaande jaren op tafel. Mijn zoon bewaart die en dan is het mooi om
te zien wat vader Bert een jaar eerder van de duiven vond. Mijn systeem
van selecteren is als volgt, een in mijn ogen mindere duif krijgt een
streepje en die kan alsnog weg, een goede duif krijgt een kruisje, een
duif waarin ik een winnaar zie krijgt twee kruisjes en een in mijn ogen
absolute topper die ook nog eens aan alle eisen voldoet krijgt zelfs
drie kruisjes, maar dat komt niet zo erg veel voor. Met die simpele
manier van selecteren speel ik al vele jaren heel goed mee en mijn zoon
zit er aan te komen, daar ben ik heilig van overtuigd. Bent u ook wel eens bij
zo een “waarzeggerij keuring” geweest waar de ogen, vleugel of crack
keurder de ene na de andere teletekst of nationale asduif in zijn handen
kreeg. Leuk voor de liefhebbers om dat allemaal aan te horen, maar in
dat soort waarzeggerij geloof ik nog steeds niet. Wel breng ik op zo een
avond altijd enkele duiven mee, gewoon omdat ik dat soort avonden
gezellig vind en toch ook wel omdat ik net als iedereen heel benieuwd
ben wat zo een “kenner” van mijn duiven vind. Het maakt verder niet uit
wat hij er van vindt, het blijft altijd leuk om te horen dat je duif
goed beoordeeld wordt. Uiteindelijk bepaal ik zelf wie er wel of niet
mogen blijven. Dit jaar had ik zelfs drie duiven die op teletekst zouden
komen en een jonge doffer van mij zou zelfs een NPO concours gaan
winnen. Helaas is er geen jaartal bij vermeld, dus ik heb nog kans. Ruim
35 jaar was ik lid van de Ned. Groep van keurmeesters die duiven
beoordelen volgens een keuringsregulatief. Dat houdt in dat duiven
beoordeeld worden volgens een nationaal reglement waarin staat
beschreven hoe een perfecte bouw van een duif er uitziet. Niets meer en
niets minder. Dat houdt in dat elke keurmeester alleen maar tegen de
duif aan kan kijken en niet er in. Sommige keurmeesters schreven wel
eens op een keuringslabel: prima fondduif of geweldige kweekduif.
Misschien leuk voor de liefhebber om dat te lezen. Veel waarde mag daar
niet aan gehecht worden. Ik noem het waarzeggerij en dat is leuk als
kermis attractie, meer niet. Verstand van duiven? Ik
zou het niet weten!
Als het vliegseizoen voorbij is en het winter
kweekseizoen dient zich aan, komen er dagelijks vele e-mails binnen met
allerlei De dagen met kunstlicht
verlengen is niet verkeerd maar ook niet noodzakelijk. Wat wel goed is
om te doen is de jonge doffers, voordat ze gepaard gaan worden, alvast
een broedhok te laten kiezen. Ik doe dat door de oude doffers over te
plaatsen naar het jonge duivenhok. Ik open broedhokken die vrij komen
zodat elke jonge doffer er eentje kan uitkiezen. Na een week gaan de
meeste doffers steeds in het zelfde broedhok zitten en dat heeft
voordelen tijdens de koppeling. Als de duivin er nog is van het
afgelopen seizoen dan is zij meestal de nieuwe partner van de jonge
doffer. Als blijkt dat het broer en zus is sta ik die koppeling niet
toe. Ik zal ook een koppeling niet toestaan als ik dat beslist niet wil.
Voor de rest vind ik het prima wie met wie gaat. KEUREN EN KOPPELEN In het kweekhok ligt dat anders, daar stel ik de
koppels samen. Het is bij mij een zeldzaamheid dat twee dezelfde duiven
twee jaar of nog langer bijeen zitten. Het komt wel voor dat ik na drie
jaar twee
duiven weer eens opnieuw bijeen zet. U zult
begrijpen waarom ik dat doe. Dat komt vooral omdat dat zo een koppel
iets extra’s op de wereld heeft gezet, ze krijgen dan nog een keer de
kans dat te herhalen. Jarenlang was het de normaalste zaak van de wereld
om alle kweekkoppels te verbreken, ook al hadden ze nog zulke goede
gegeven. Daarmee wilde ik voorkomen dat ik teveel broers en zussen op
mijn hok zou krijgen zodat ik op den duur een te nauwe inteelt situatie
kreeg. Ik ben daar een beetje van afgestapt omdat ik meer met afbouwen
bezig ben dan met mij druk te maken over de toekomst. Het grote plezier
raakt een beetje weg. Nee, niet bij huis daar geniet ik dagelijks van
mijn duiven. Het is vooral het verenigingsleven, de terugloop van leden
en het daardoor steeds kleiner wordende aantal duiven dat aan de
vluchten deelneemt. Het competitie gevoel is er niet echt meer. Dan de
jaloezie en de commercie die steeds meer de boventoon gaan voeren
waardoor onze prachtige vorm van vrijetijdsbesteding veel van haar glans
verliest. Maar ik verheug me er nu al op om volgende week naar mijn zoon
te gaan om een allerlaatste selectie toe te passen. Dat wordt een hele
dag duiven in de hand, samen overleggen, alles tot in de puntjes
proberen te beoordelen en aan het einde van de dag het idee hebben dat
er alleen nog maar topduiven in de hokken zitten. Een week later houdt
de club waarvan mijn zoon voorzitter is haar jaarlijkse show. Alle leden
kunnen dan 4 duiven inzetten (oude en jonge doffer, oude en jonge
duivin) die dan door een keurmeester beoordeeld worden. Hij bepaalt wie
de mooiste in elke categorie heeft en hij bepaald tevens wie het mooiste
viertal heeft ingezonden. Ruim 35 jaar ben ik ook in de witte jas het
land door getrokken om duizenden duiven te beoordelen. Enkele jaren
geleden ben ik daarmee gestopt. Ik kon het niet meer opbrengen om in
donker van huis te gaan en weer in donker thuis te komen. Het was een
prachtige en onvergetelijke periode. Ik ging er steeds meer tegen opzien
om met zware mist, gladheid of sneeuw de weg op te gaan en heb daardoor
mijn witte jas voorgoed aan de kapstok gehangen. Voor enkele vrienden
wil ik op verzoek nog wel eens wat duiven uitzoeken die naar de show
moeten. Dat doe ik ook voor mijn zoon Marco want die wil als voorzitter
en zoon van een keurmeester natuurlijk goed voor de dag komen. Hij kan
zelf ook goed duiven beoordelen maar de laatste beoordeling laat hij
toch nog steeds aan zijn vader over. ZAALVERKOPINGEN Nu we al een aantal
jaren in het computertijdperk zijn wordt het verlangen naar de
ouderwetse en gezellige zaalverkopingen steeds groter. Iedere
zondagmorgen naar een verkoping waar duiven verkocht werden voor zulke
aantrekkelijke prijzen dat iedereen, arm of rijk, mee kon doen met
bieden en aan het eind van de ochtend met een nieuw kampioentje
huiswaarts ging. Vooral het napraten over nieuwe aanwinsten was een
belevenis op zich. Iedereen was hoopvol gestemd en ook toen bleek, net
als nu, dat het vaak alleen een illusie was wat je had gekocht. Alleen
de bedragen waren wat anders. Door internet zijn die verkopingen voor
een groot deel komen te vervallen en daarmee ook de wekelijks
ontmoetingen met vele sportvrienden. Volgens mij heeft dat in de hand
gewerkt dat liefhebbers niet meer bij elkaar op bezoek gaan. We zien
elkaar niet meer, we spreken elkaar niet meer, het regelmatige sociale
contact is daardoor helemaal weg en juist dat alles was in mijn ogen
“duivensport”. MOOI EN GOED. Ik heb er mijn hele
leven naar gestreefd mooie maar ook goede duiven te kweken. Ik kan
intens van mijn duiven genieten nu ze elke dag weer mooier worden. Naar
mijn duiven kijken is een belangrijk onderdeel van mijn hobby. Zowel
onder de mannen als de vrouwen zitten in mijn ogen een aantal
waardevolle exemplaren waar ik alle vertrouwen in heb. Ik merk nu al, nu
ik 36 duiven minder heb, dat ik meer geniet omdat ik veel minder tijd
hoef te besteden aan het schoonmaken van de hokken. Het is jammer dat ik
het voor de zoveelste keer in mijn rug heb waardoor ik al ruim een week
niet bij de duiven ben geweest. Ik heb me voorgenomen dat als in het
weekend de pijn nog niet weg is, ik ondanks alles even naar de duiven
ga. Ik MOET ze even zien! Straks worden ze gekoppeld, de kweekkoppels
zijn samengesteld en de vliegduiven mogen min of meer hun eigen partner
kiezen. Voordeel van “vroege” kweek is dat de temperaturen nog niet zo
laag zijn en dat de jonge duiven meer dan vijf maanden oud zijn als hun
vluchten beginnen. Ze zijn dan meestal door de pokken en de mazelen heen
met andere woorden; ze hebben de kinderziektes achter de rug. Nadeel van
winterkweek is dat je alweer snel na het vliegseizoen met hokken vol
duiven zit. Het is maar net waarvoor
je kiest! FORUM De maanden na het vliegseizoen
zijn voor de melker meestal stiller maar ik heb merk daar weinig van. Ik
heb het veel drukker dan in het vliegseizoen, maar anders. In het
vliegseizoen ben ik dagelijks zeker zes uur met mijn duiven bezig, dat
is nu teruggebracht tot anderhalf uur per dag. Nu is er elk weekend wel
iets te doen en als het over duiven gaat wil ik er nog steeds graag bij
zijn. Eerlijk gezegd wordt ook dat wel minder, maar door mijn fanatieke
zoon word ik overal mee naar toe gesleept. Wel leuk omdat ik in hem
steeds meer van me zelf terug zie. Bij al die evenementen is er vaak een
forum. Soms leerzaam, als er echter een veearts in het forum zit wil ik
wel direct wegrennen. Als zo een forum uit vijf personen bestaat en er
zit een duivendokter bij dan komen de andere vier bijna niet aan bod om
iets te vertellen omdat bijna alle ANEKDOTE. Het is al vele jaren
geleden dat ik elke vrijdagmorgen koffie ging drinken bij Jan Loots. Hij
en Jan Kuyzer waren mijn grootste concurrenten op de snelheidsvluchten
en ik wilde graag weten wat die mannen anders deden dan ik. Jan Kuyzer
werkte toen nog en Jan Loots was bijna altijd thuis. Zijn hok zat vol
met Gebr. Janssen duiven die hij kocht bij Henk van Boxtel in
Kaatsheuvel en bij Leen Klopman in Zaandam. Deze twee melkers speelden
voortreffelijk en deden dat alleen met de zuivere en rechtstreekse
Janssen duiven. In die jaren waren er genoeg goede duiven maar geen
betere dan de bijna onklopbare Janssen duiven. Elke vrijdag een uurtje
“melken” en dan kreeg ik de duiven in handen waarvan Jan dacht dat ze er
goed op stonden. Jan was een nestspeler en elke ronde moesten zijn
vliegduiven twee jongen groot brengen. Het hok lag altijd vol met voer
en iedere dag vlogen vooral de huismussen af en aan om daar voer weg te
halen. Jan verkocht dat voer van een onbekend merk aan huis en gaf het
ook aan zijn eigen duiven. Zakken van 25 kg voor 10 gulden (dat is nu
euro 4,50). Wie zei dat het voer in al die jaren niet erg veel duurder
is geworden? In die zakken zat wel 2 kg stof en ondanks dat deden zijn
duiven het er geweldig op. Als ik op vrijdagmorgen enkele vliegduiven in
handen kreeg viel ik bijna van verbazing van mijn stoel, zo zwaar waren
ze. Ze waren bijna niet te tillen! Mijn eerste gedachte was: “die krijgt
morgen klappen als luchtbellen”. En dan maakte hij weer een uitslag waar
je duizelig van werd. Wat ik hiermee wil zeggen is dat al die poespas er
omheen niets voorstelt. Het gaat om de baas die goed met zijn duiven kan
omgaan. Het gaat om bruikbare duiven die met een simpele verzorging ook
aan de kop kunnen spelen en die duiven had Jan. Hij kon tevens putten
uit goed gevulde magazijnen bij Van Boxtel en Klopman, dat voordeel had
hij. Het kwam ook wel eens voor dat Jan een slechte vlucht had en daar
kon hij heel slecht tegen. Twee dagen later stond er dan een zak met
dode duiven aan de straat die met de vuilnisauto mee gingen. Zo
rigoureus ging hij dan te werk. Deze grote kampioen is veel te jong
overleden, wel heeft hij er voor gezorgd dat voornamelijk in
Noord-Holland veel liefhebbers met zijn Janssen duiven zijn geslaagd. Nu
nog let ik er speciaal op wat voor duif de vitesse of midfondvlucht
heeft gewonnen. Regelmatig komt het nog voor dat het soort van Jan Loots
er in zit. De laatste jaren voor zijn dood ging hij ander soort bijhalen
en zonder dat hij het in de gaten had verdween daarmee zijn
spectaculaire spel. Harder als hard kunnen duiven niet vliegen, Jan
dacht van wel en dat was de grootste fout die hij ooit maakte. DODELIJKE SCHIMMEL. Per jaar krijgen in
Nederland 200-400 mensen een ernstige longinfectie die veroorzaakt wordt
door een immune stam van de schimmel Aspergillus. Deze stam kwam voor
2000 nog niet voor, maar door gebruik van schimmel bestrijdingsmiddelen
is deze schimmel aan een opmars bezig. Als we dit beeld door
trekken naar het veelvuldig gebruik van antibiotica tegen allerlei
duivenziektes zien we dat dit zo niet langer door kan gaan. Misschien is
het al te laat en zullen er ook in duivenland steeds meer nieuwe ziektes
ontstaan. Terug naar de natuur is de enige oplossing!
Selecteren doen we het hele jaar maar deze maand is de
periode dat we de laatste hindernis moeten nemen. Welke moet er op het
laatste moment nog uit en welke mogen blijven. Dat valt voor de meesten
van ons niet mee. Het is ook niet leuk om duiven weg te doen die
minstens een of twee jaar dagelijks verzorgd zijn en dan net iets te
kort komen om in 2012 weer mee te mogen doen om de eer van het hok hoog
te houden. Voor de hobbyisten onder ons ligt dat anders, die doen er
helemaal niet verkeerd aan om wat extra duiven te houden. Voor de
categorie fanatiekelingen ligt dat anders.
Beide categorieën bestaan voornamelijk uit
mannen die als hobby postduiven hebben. De ene categorie blijft het echt
zien als een vrije tijd besteding en zijn tevreden met elk prijsje dat
hun duiven winnen. De andere groep wil meer, daar moeten de duiven
presteren en als dat niet lukt, neemt de baas in sneltempo afscheid van
zulke duiven. Die groep is het grootst, bij hen telt vooral het
wedstrijdelement. Meedoen aan wedstrijden spreekt een heleboel mensen
aan. Er is echter niets vervelender dan aan wedstrijden meedoen en nooit
wat wint, daar wordt geen mens vrolijk van. Belangrijk is het dus om de
kwaliteit van je duiven te verbeteren maar dat is makkelijker gezegd dan
gedaan. Goede duiven zijn er genoeg te koop, zeker als je op internet
kijkt. Het gaat echter om resultaten en kampioenschappen en die zijn
niet te koop. Die haal je ook niet uit flesjes, pilletjes of poedertjes.
Resultaten worden alleen behaald door honderd procent inzet en
vakmanschap. Om vakman te worden moet je heel goed kunnen luisteren,
veel lezen en veel kweken, vooral uit de betere duiven. De mand vertelt
je wel of je de juiste doffer tegen de juiste duivin hebt gezet en daar
heb je wat geluk bij nodig. Er wordt altijd gesproken dat je top tegen
top moet zetten en goed tegen goed. Er zijn echter zoveel voorbeelden
van duiven die formidabel hebben gepresteerd maar nog nooit een
bruikbaar jong op de wereld hebben gezet. Ik zeg bewust bruikbaar want
toppers kweek je misschien eens in de zeven jaar en de meeste van ons
kweken er nooit een. We moeten het dus meer zoeken in de categorie
bruikbare duiven want daar beleef je het meeste plezier aan. TOPDUIF Als je een enkele keer
in je leven het geluk hebt dat je een echte topduif op je hok hebt dan
is dat op langere termijn niet zo leuk als het lijkt. Ja, voor de
commercie is het prima, er zijn gelukkig heel veel mensen op de wereld
die voor een prestatieduif en ook voor een gewone duif met een
aansprekende pedigree nog steeds idioot hoge bedragen neertellen, en
daar kun je heel wat leuke dingen mee doen! Een goede duivenvriend zei
altijd tegen mij: “meteen verkopen want het is maar een eitje geweest”.
En als de koper ook de ouders wil hebben, prima want er zijn heel weinig
(kweek)koppels die meerdere topduiven voortbrengen. Een echte topduif is
niet direct aan het begin van het seizoen een topduif, dat wordt hij/zij
naar mate het seizoen vordert. Door de wekelijkse prestaties wordt het
een goede duif en nog later in het seizoen is het een topduif. Dan
breekt de moeilijke tijd aan. Het denkpatroon van de liefhebber wordt
anders, eerst was het geen probleem de duif te zetten maar hoe beter de
prestaties worden des te moeilijker wordt het om de duif steeds maar
weer mee te geven, vooral als er interesse is in de duif. Er zijn
voorbeelden van liefhebbers die zo een duif hadden en zo bang werden
gemaakt dat ze elke avond de duif uit het hok haalden en in een mandje
onder het bed plaatsten. Ze durfde de duif op het laatst niet eens meer
los te laten, bang dat ze ergens tegenaan zou vliegen. Als ze dan ook
nog eens aan de eigenaar vroegen of hij er wel rekening mee hield dat zo
een waardevolle duif ook ziek kan worden (met alle gevolgen van dien)
dan werd hij helemaal gek. Conclusie, zo gauw mogelijk verkopen en samen
met je vrouw een mooie vakantie boeken. KWEEKHOK Een goede duif verdient
zo snel als mogelijk een vaste plaats in het kweekhok. Het is echter
zeer riskant om een topduif in het kweekhok te zetten, laat dat een
ander maar doen. Als er echt interesse is in een topduif, u kent die
bedragen wel waar een ander een half jaar voor moet werken, gauw weg
doen! Er zijn zeker andere beloftevolle kweekduiven die op de vluchten
bewezen hebben dat ze vroege prijzen kunnen winnen, ook dat soort duiven
zijn het zeker waard om uit te kweken. Hoe vaak horen we niet dat jongen
van topduiven zo maar van het hok verspeeld worden of van dichtbij niet
meer thuis komen. Natuurlijk zijn er ook andere voorbeelden. Ik wil er
alleen maar mee zeggen dat als je een echte topper op je hok hebt, waar
anderen veel geld voor willen neertellen, je het beste zo snel mogelijk
kunt verkopen. Wacht je te lang (ook daar zijn genoeg voorbeelden van)
dan is zo een duif opeens veel minder waard omdat ook andere topduiven
zich in de kijker spelen. Zelf heb ik er altijd de gewoonte van gemaakt
om duiven die een eerste prijs in het samenspel gewonnen hadden het jaar
daarna in het kweekhok te plaatsen. Daar heb ik nooit spijt van gehad
omdat ik jaarlijks gemiddeld heel goede kweekresultaten had. Er waren
ook koppels bij waar geen enkele bruikbare duif uit kwam terwijl ze zelf
de sterren van de hemel hadden gevlogen. Je kunt ze dan in de loop van
het seizoen een andere partner geven maar mijn ervaring is dat het dan
meestal ook niks wordt. Het gaat er om dat je een soort duiven moet
hebben dat goed presteert en ook goed vererfd. In de 65 jaar dat ik
duiven heb ben ik daar nog steeds naar op zoek. Zo moeilijk is het. Door
veel te kweken en de betere duiven zelfs drie maal per jaar een andere
partner te geven kom je in een kortere periode meer aan de weet over de
kweekwaarde van je duiven. Op die manier kun je het ideale dicht
benaderen en met die methode doe ik al meer dan 50 jaar mee om de
hoofdprijzen en dat geldt ook voor 2012. NOG EEN KEER HALAMID. Niet eerder ontving ik
zoveel e-mails nu ik schreef dat ik Halamid gebruik tegen
trichomoniase/canker. Daar wil iedereen meer van weten. Halamid is al 60
jaar in de handel als ontsmettingsmiddel voor pluimvee hokken en rundvee
stallen. (Kijk op Google waar het in diverse talen is te lezen).Het is
eigenlijk niet voor inwendig gebruik. Toch gebruik ik het al jaren. Ik
moet erbij zeggen; ik heb het jarenlang gebruikt en toen een hele tijd
niet. Vraag me niet waarom ik er mee gestopt ben. Waarschijnlijk was er
een beter middel dat door de dokter of in advertenties werd aangeprezen.
Sinds een aantal jaren gebruik ik het weer omdat het ook werkt tegen de
e-coli bacterie. Ik geef dat op zondag en woensdag in het drinkwater, 1
afgestreken theelepel (geen koffielepel) per 8 liter water of ik maak
het topje van mijn wijsvinger nat, doop die in de Halamid en spoel het
af in de drinkbak met 2 liter water. Er zijn ook liefhebbers die met
dubbele drinkbakken werken. De gebruikte bakken worden schoongemaakt met
een Halamid oplossing en worden daarna ondersteboven weggezet om ze de
volgende dag weer te gebruiken. Nadat de bakken aan de binnenzijde zijn
opgedroogd blijft er altijd wel iets Halamid achter. Het is een oude
goedkope methode die ook anno 2011 nog prima blijkt te werken.
DUIVENMELKERS ZIJN
MENSEN VAN TRADITIES. De duivensport bestond
jaren geleden uit mensen van alle leeftijden. Overwegend hard werkende
mensen die na gedane arbeid veel plezier beleefden aan hun gevleugelde
vrienden. Vooral de sterke verhalen in het verenigingslokaal waren om
van te smullen. Nooit raakten de liefhebbers uitgesproken over hun
hobby. Het ging altijd over duiven en alles wat er mee te maken had.
Over ziektes werd sporadisch gesproken. Het was heel normaal dat duiven
die maar iets mankeerden in de soep verdwenen. Ruimte en geld voor
kostgangers was er niet. Voer werd met 5 kilo tegelijk besteld, meer
geld was er niet beschikbaar want er moest ook nog een sigaretje gerookt
worden en bij een sigaretje in het lokaal hoorde ook een biertje. In de
voerwinkel werd net als bij de kapper het laatste nieuws verteld plus
dat daar op zondagavond de voorlopige uitslag in het raam hing. Hele
groepen melkers kwamen daar bijeen om te zien wie de winnaar was en om
te kijken of ze nog wat terug verdiend hadden. Er werd om geld gespeeld
maar meestal stelden die bedragen niet zoveel voor. De mensen waren al
blij als ze het voer voor de komende week hadden verdiend. VEEL LIEFHEBBERS DIE MET
WEINIG DUIVEN SPEELDEN. Bijna alle liefhebbers
speelden met kleine aantallen duiven zodat mede door de spreiding overal
een vroege duif gepakt kon worden. Dat kwam ook door de gummiring die
van de poot gehaald moest worden voordat de duif geregistreerd werd.
Kwamen er drie tegelijk dan duurde dat toch 30 seconden voordat er drie
geklokt waren. Niemand werd “weggespeeld” omdat er maar enkele duifjes
werden geklokt. De liefhebbers voelden zelf aan wanneer het concours
gedaan was en het dus geen zin meer had om nog langer door te klokken.
Jarenlang was dit het beeld van de duivensport. De tijden veranderde, de
duivensport niet. Totdat de computer zijn intrede deed. Ik herinner me
nog goed dat er een instructieavond werd gegeven om aan de liefhebbers
uit te leggen op welke manier de deelnamelijst moest worden ingevuld. De
tijd van kruisjes zetten was voorbij en daarmee verdween ook het
geldspel. De computer zorgde er voor dat de liefhebbers niet meer een
hele week op de uitslag hoefde te wachten. Die lag nu op dinsdag al in
de brievenbus. Oudere liefhebbers raakte het spoor kwijt en toen de
elektronische klokken verschenen ging het met de duivensport
bergafwaarts. Oudere mensen snapten er niets meer van en hadden niet het
geld om, voor die tijd, de dure elektronisch klok aan te schaffen. SPORT MOET MET DE TIJD
MEEGAAN. Het is heel normaal dat
elke sport met zijn tijd meegaat. Voor de duivensport was dat echter
niet zo normaal, ja wel voor de sport maar niet voor de oudere generatie
melkers. Zij haakten af. Het aantal leden liep terug en degene die
bleven gingen veel meer duiven houden. De specialisatie kwam en dat is
ook een van de oorzaken dat nog meerliefhebbers onze sport vaarwel
zegden. Jarenlang stond er elk weekend slechts een vlucht op het
programma en daar deed zo goed als iedereen aan mee. Nu zijn er zoveel
vluchten dat het voor de kleine liefhebber ondoenlijk is om daar aan mee
te doen. Door de grote hoeveelheid vluchten zijn ook de werkzaamheden in
de verenigingen toegenomen. Laten we niet vergeten dat de duivensport
ook haar bestaan heeft te danken aan de grote groep vrijwilligers die
week in week uit geheel belangeloos alle werkzaamheden verrichten. Het
is opvallend dat dit meestal niet de sterkste spelers zijn. Vandaar dat
ik alle bewondering heb voor al die werkers die tegen een vergoeding van
een kop koffie zorgen dat wij onze sport kunnen bedrijven. Wie had ooit
kunnen denken dat in elk huisgezin meer dan 1 computer zou komen te
staan en dat elke duivenclub ook de computer ging gebruiken. Vroeger was
het heel normaal dat we na een week de complete uitslag in handen
kregen. Nu mopperen de liefhebbers als ze twee uur op de uitslag moeten
wachten. ELEKTRONISCH TIJDPERK Doordat we elektronisch
zijn gaan klokken is het hek van de dam. Er komen steeds meer
liefhebbers die wekelijks grote aantallen duiven inzetten. Lekker
makkelijk toch, je hoeft niet een duif meer te pakken, ze registreren
zichzelf en als er dertig tegelijk komen zitten ze binnen 15 seconden in
de klok. Leuk voor de liefhebber maar niet voor zijn clubgenoten.
Doordat er steeds minder liefhebbers overblijven is de trek van de
duiven ook veranderd, er is minder spreiding en daar waar de meeste
duiven wonen, zal de trek zijn. Wie niet in die lijn woont, zal het
steeds moeilijker krijgen. Nu de vluchten voorbij zijn breekt het
vergaderseizoen aan en daar zal zeker veel gesproken worden over het
dominante spel van de mega hokken. Er wordt van alles bedacht om het de
grote liefhebbers moeilijker te maken, elk jaar wordt er weer iets
nieuws bedacht en elk jaar wordt de groep ontevreden liefhebbers groter. DUIVENTIL Sterke bestuurders zijn
er niet meer, we missen mensen met visie, er wordt maar wat
aangerommeld. De ene keer proberen we dit en de andere keer dat. Er
verandert te veel, er is geen rust in de organisatie. Het nationale
bestuur is net een duiventil, de ene bestuurder vliegt er in en de ander
er uit. Deze winter zal vooral gesproken worden over het aantal duiven
dat telt voor de kampioenschappen. Ik heb vernomen dat ongeacht het
aantal duiven dat een liefhebber inzet alleen de eerste 25 op de
deelnamelijst voor het kampioenschap tellen (voor jonge duiven is dat
aantal 35). Ongetwijfeld zullen er voor en tegenstanders voor dit
systeem zijn. Wat wel zeker is dat er daardoor nog weer meer
verdeeldheid zal komen met alle gevolgen van dien. Ook zijn er ideeën
gelanceerd om niet meer uit het zuiden maar uit het oosten te gaan
spelen. Welke gedachte daar achter zit? Ontevreden liefhebbers
uit het oosten willen het roer helemaal omgooien omdat zij vinden dat
zij, door altijd maar vluchten uit het zuiden te houden, benadeeld
worden. Maar wat denkt u als de Nederlandse duiven straks alleen nog
maar uit het oosten vliegen, dan komt er weer een hele groep ontevreden
liefhebbers omdat hun voorkeur uitgaat naar vluchten uit zuidelijke
richting. Zonder dat men het in de gaten heeft wordt de kuil die we aan
het graven zijn steeds maar dieper. We komen er niet meer uit! Ik heb
altijd gezegd dat het mij niet uitmaakt waar we vandaan vliegen, als we
maar vliegen! Ook het aantal duiven dat door een liefhebber wordt
ingezet maakt mij niets uit, ik speel niet tegen 100 of 200 duiven van
Jan of Piet, ik vlieg tegen 3.000 duiven en van hoeveel liefhebbers die
zijn zal mij een worst zijn. Ik zou willen dat meerdere sportgenoten er
zo over denken, het zou de duivensport zeker ten goede komen.
CAVENDISH Velen van u weten dat
naast de duivensport ook de wielersport mijn grote belangstelling heeft.
Ruim acht jaar heb ik zelf de wielersport beoefend en daarna belandde ik
van het ene in het andere bestuur. Vanaf mijn 70ste
ben ik al die bestuursfuncties gaan afbouwen, maar de belangstelling
voor beide sporten bleef. Zo werden het voorbije weekend in Kopenhagen
de wereldkampioenschappen wielrennen gehouden (in 2012 zijn ze in
Nederland en daar hoop “live” bij te zijn). De meeste belangstelling
ging uit naar de beroepsrenners en gezien het vlakke parkoers waren de
sprinters dit keer in het voordeel. Zonder de anderen sprinters tekort
te doen kunnen we stellen dat de Engelse coureur Mark Cavendish
momenteel de snelste man op de racefiets is. Hij maakte dat met
medewerking van zijn ploegmaten waar, hij was de rapste en mocht na
afloop van dit snelste WK de regenboogtrui aantrekken. Ik ben er van
overtuigd dat veel duivenliefhebbers over de hele wereld 1 van hun
duiven gaan vernoemen naar Cavendish. In Nederland hadden we in het
verleden Leontien van Moorsel. Zij fietste bij de vrouwen een prachtige
erelijst bijeen en menig duivin werd naar haar vernoemd. Nu hebben we in
Nederland Marianne Vos, pas 23 jaar en dit jaar al 39 overwinningen.
Tijdens dit laatste WK werd ze voor de vijfde keer tweede en ook naar
haar zijn al verschillende topduiven vernoemd. Zo hebben we allemaal wel
een favoriete sporter waar we onze betere duiven naar vernoemen. Wielrennen en
duivensport hebben veel met elkaar gemeen. Ik ken verschillende oud
renners die na hun sportieve carrière met duiven zijn begonnen. De
wedstrijden met duiven verlopen als een wielerkoers, soms eindigt een
vlucht in een massasprint, een andere keer komt er een kopgroep binnen
en weer een andere keer wint een duif los vooruit. Het hele
duivenseizoen kan men vergelijken met een grote etappekoers zoals de
Giro, de Vuelta of de Tour de France. De liefhebber zelf heeft meerdere
functies, hij is ploegleider, trainer, mecanicien, ploegarts en soigneur
tegelijk. Zijn taak is te zorgen dat een of meerdere van zijn renners
(duiven) wekelijks in het snuitje van de uitslag finishen. TERUG NAAR DE NATUUR. Een hot onderwerp
binnen de duivensport is en blijft het verloren gaan van (te) veel jonge
duiven. Veel is er al over gezegd en geschreven. Het is ons aller taak
om er aan mee te werken dat daar verbetering in komt. Dat begint thuis.
Ik ben er zeker van dat veel liefhebbers de duivensport voor zichzelf
zelf nog steeds te moeilijk maken. Zij zoeken er te veel achter,
wantrouwen de kampioenen en maken de denkfout dat successen of beter
spel uit een flesje komen. Als we nu allemaal eens beginnen om meer aan
goede duiven te denken in plaats van aan medicijnen vooral aan die met
antibiotica. Liefhebbers gebruiken te pas en te onpas zware antibiotica,
houden zich niet aan de voorschriften en rommelen maar raak. Hoe meer we
van die troep geven hoe beter het zal gaan, denkt men. Gelukkig wordt er
wereldwijd steeds meer aandacht aan het onverantwoordelijke gebruik van
(zware) antibiotica besteed. Antibiotica is in de medische wereld een
geweldige uitvinding en op voorschrift van arts of specialist een
fantastisch medicijn. In handen van ondeskundige personen is het een
gevaar. Binnen de veehouderij wordt door de overheid al zeer streng
gecontroleerd omdat het nodig is antibiotica te reserveren voor de
mensen. Veeartsen mogen niet meer gelijk het zwaarste middel inzetten,
verder mogen ze alleen zieke dieren behandelen en niet meer hele
groepen. Aan dat laatste maken heel veel duivenmelkers zich ook
schuldig. Is er een duif ziek dan de hele familie maar kuren en daar zit
nu juist het grootste probleem. Door regelmatige toediening van
antibiotica worden bestaande bacteriën immuun en ontstaan steeds weer
nieuwe bacteriën. Het is zaak dat we de noodklok luiden wat betreft het
(overvloedige) gebruik van antibiotica. Het zal de gezondheid van onze
duiven ten goede komen en daardoor onder andere de verliezen terug
dringen. Daarbij moeten we zeer streng selecteren (vooral op gezondheid
en prestatie). Te veel melkers denken nog steeds dat ze een goede duif
opruimen, daardoor blijven te veel minder goede of slechte duiven de
hokken bevolken. Kom op niet bang zijn, een goede ruim je niet zo snel
op omdat er op de meeste hokken nog geen handvol zitten. WINTERKWEEK. Voor het eerst sinds jaren heb ik in 2010 niet aan
winterkweek gedaan. Spijt heb ik daar niet van. Je hebt dan niet zo snel
weer een hok vol jonge duiven. Na lange tijd nagedacht te hebben blijkt
dat het enige voordeel te zijn. Winterkweek heeft meerdere voordelen.
Als de duiven eind november gekoppeld worden hebben we nog geen lage
temperaturen en dat werkt in het voordeel bij het koppelen. De jonge
duiven die tijdens de kerstdagen geboren worden zijn bij aanvang van hun
vliegseizoen een half jaar oud en hebben meestal de kinderziektes achter
de rug. Voorheen had winterkweek ook als voordeel dat de jonge duiven
met een “volle” vleugel aan de vluchten begonnen. Door de verduister of
bij - lichtmethode geldt dat voordeel niet meer. Tijdens het
vliegseizoen zijn de winterjongen geslachtsrijp geworden, gaan de liefde
bedrijven, komen op een nestje en dat alles bij elkaar zorgt voor nog
meer motivatie. Nadeel van winterjongen is dat ze veel aandacht WINTERSEIZOEN. Vroeger werden de
wintermaanden het stille seizoen genoemd. Ook dat is voorbij. Deze maand
beginnen al de eerste huldigingen, een maand later volgen dan de eerste
shows en in die zelfde maand worden eveneens de grote nationale
manifestaties gehouden. Ja, we worden wel bezig gehouden. Dan zijn er
nog de locale activiteiten en laten we vooral de vergaderingen niet
vergeten. Ik heb de eerste voorstellen alweer binnen gekregen. Ze zijn
bijna gelijk aan de voorstellen van 25 jaar geleden alleen de namen van
degene die de voorstellen hebben ingediend zijn anders. Betekend dat er
niets nieuws wordt onder de zon is. Wel moet alles in de verenigingen
besproken worden en dat gaat vaak gepaard met meer dan alleen stem
verheffingen. Het leuke van de winteractiviteiten vond ik de vele
zaalverkopingen die ook nog eens een reünieachtig karakter hadden. Het
fenomeen internet heeft dat helemaal terug gedrongen tot bijna nul.
We staan aan de
vooravond van een zeer belangrijke periode binnen de duivensport. De
komende maanden zal veel tijd besteedt worden aan de organisatie. De
wintermaanden lenen zich daar uitstekend voor. Dat wil niet zeggen dat
de duiven nu het seizoen voorbij is geen aandacht meer nodig hebben.
Juist nu krijgen de duiven het nog zwaarder dan in het vliegseizoen. De
grote rui begint en dat vraagt veel van een duivenlichaam. Hoe beter de
conditie, hoe gemakkelijker de rui zal verlopen. De natuur bepaald
wanneer de rui aanvangt. Ondanks het verduisteren of bijlichten, de
natuur laat zich maar gedeeltelijk beïnvloeden. Als ik op eigen hok kijk
dan is de grote rui begonnen. Ik heb dat wat uit kunnen stellen door de
duiven vanaf eind juli tot de laatste vlucht bij te lichten. Veel
liefhebbers laten de lamp al branden vanaf ‘s morgens 6 uur. Daar doe ik
niet aan mee, mijn duiven worden bijgelicht tot ’s avonds kwart over
tien. En dat werkt prima. Dat bijlichten is trouwens bij mij op het hok
pas iets van de laatste 8-10 jaar. Daarvoor werd dat nooit gedaan en
toen vlogen mijn duiven op de natoer net zo hard als nu. De laatste 25
jaar ben ik niet bij de top-3 weggeweest. Ook ik heb me een beetje laten
beïnvloeden dat je beslist moet bijlichten om mee te doen voor de
kopprijzen. Ik ben ook niet van plan om er mee te stoppen. Misschien
durf ik dat nu ook niet meer want ik heb zeker op de natoer een naam
hoog te houden. Ook zou het noodzakelijk zijn om tijdens de laatste
vluchten van het seizoen veel met de duiven te rijden. Zo gek hebben ze
me niet gekregen. Ik rijd namelijk nooit met mijn oude duiven. Ja, de
eerste twee weken voordat het nieuwe seizoen begint rijd ik zoveel als
mogelijk, echter niet verder dan 30 km. Voor de jonge duiven geldt
hetzelfde, meestal gaat dat ook wat gemakkelijker omdat het in die tijd
van het jaar vaak goed weer is. Dat is meestal niet het geval tijdens
het vroege voorjaar. Voor de natoer ben ik een maal met de doffers
weggeweest omdat die drie weken stil hadden gezeten. Tijdens de vluchten
rijd ik nooit. Ik ben een enorme voorstander van rust en verder alles op
vaste tijden. Die vaste tijden daar houd ik me nu ook aan ondanks dat
het seizoen voorbij is. Ik heb de tijden van het verzorgingen wel
aangepast. Niet alle duiven komen dagelijks meer los en als ze wel los
komen is dat alleen ’s morgens. Ze worden allemaal tegelijk gevoerd, wat
betekent dat ik ’s morgens om half tien begin en ’s middags om half zes.
Bij elke voerbeurt blijf ik in een willekeurige afdeling tien minuten
zitten zodat ik toch in een week tijd enkele malen de duiven heb
geobserveerd. Met voeren ben ik dus snel klaar en dat is ’s zomers het
meest tijdrovende werk. Zo lang de duiven met de grote rui bezig zijn
geef ik ze iets minder voer dan in het vliegseizoen. Duiven die iets te
zwaar zijn ruien onregelmatig en houden daardoor te veel kleine veertjes
vast. Het voer dat ik geef is nog steeds van dezelfde kwaliteit als in
het vliegseizoen. Wel heb ik 10% lijnzaad toegevoegd en dagelijks blijf
ik de hele winter door enkele pinda’s geven. ONHERKENBAAR. Nu de late jongen groot
zijn vallen er dagelijks enkele oude duiven spontaan in de rui. Het
lijkt of het gesneeuwd heeft zoveel veren liggen er. Sommige duiven
vallen helemaal kaal zodat ze onherkenbaar zijn. De zwaar ruiende duiven
zien er niet uit, maar door mijn bril bekeken zijn ze mooi omdat ze
perfect ruien. De kweekduiven zitten al vanaf half juli gescheiden en
beginnen alweer mooi te worden, zij hebben de grote rui al bijna achter
de rug. Voorheen liet ik ze wel tot eind augustus bij elkaar. Dat was om
aan de vraag te kunnen voldoen. Daar ben ik mee gestopt. Het is wel leuk
om tot aan die periode de nodige duiven te verkopen maar het gaat echter
ten koste van je kweekduiven. Ja, ook ten koste van je absolute
topduiven. Van die duiven moet je voor jezelf zoveel mogelijk jongen
kweken, die jongen zouden eigenlijk door andere duiven groot gebracht
moeten worden. Je toppers moet je koesteren, die moeten alleen maar
eieren leggen of bevruchten en de rest moet door de voedsterduiven
gedaan worden. Vooral als je eind november alweer wilt gaan kweken.
Vorig jaar heb ik niet aan winterkweek gedaan, dit jaar doe ik dat wel
weer. Als je vooral op de verdere vluchten met de jonge duiven wilt
uitblinken, kun je dat het beste doen met duiven die minimaal 6 maanden
oud zijn. Ondanks mijn steeds hoger wordende leeftijd wil ik in 2012 nog
een keer vlammen met de jonge duiven en ook ga ik voor het kampioenschap
vitesse, halve fond en natoer. Ik heb het wel over de titels in mijn
vereniging. Om in groter spelverband die titels te pakken zul je eerst
in de club kampioen moeten zijn. Eindig je daar als derde dan kun je de
titel in de afdeling helemaal vergeten. In de afdeling is de
concurrentie moordend en om dan de titel te pakken moet ook alles mee
zitten plus een dosis geluk. MET DE JONGE DUIVEN MOET
NOG HEEL WAT GEBEUREN. De vluchten zijn voorbij, wat de jonge duiven betreft
zou ik zeker nog door kunnen spelen. Er zijn er bij die nog 6 oude
pennen hebben en u weet de dekveren gaan pas vallen als de 6e
pen er uit is. Ook in hun hok zijn de broedhokjes gesloten, de donkere
hoekjes zijn weg, kortom het is een stuk minder gezellig voor ze. Op die
manier hoop ik dat de drift om te nestelen ook verdwijnt. Dat wordt ook
minder wanneer ze binnenkort “kaal” vallen, dan hebben ze zeker minder
aandacht voor elkaar. Verder doe ik ze zoveel mogelijk in de volière.
Veel frisse lucht (geen tocht) is het beste en tevens goedkoopste
medicijn. ’s Avonds mogen ze binnen en worden de ramen gesloten. Ze
komen onregelmatig buiten, alleen de vaste voertijden worden
aangehouden. Tussen mijn jonge duiven lopen ook twee zomerjongen. Toen
ik ze er pas bij had gezet vielen ze helemaal uit de toon en heb ik
meerdere malen gedacht om ze weg te doen. De vroege jongen zagen er in
die periode prachtig uit. Nu zijn de rollen omgekeerd. De zomerjongen
zijn veel verder met de rui, ze beginnen alweer mooi te worden en je
ziet ze volwassen worden. Datzelfde gebeurt straks ook met de vroege
jongen, van hun gedaante verwisseling kan ik enorm genieten. Ze worden
wat lichter van kleur en iets groter. De jonge doffers worden echte
kerels en de duivinnen zien er dan uit als mooie jonge meiden. Zo ver is
het nog niet. Er zullen eerst nog heel veel veren geruimd moeten worden.
Niet alleen in het hok maar ook in de tuin ligt het vol met veren en het
is een heel karwei om dat netjes te houden. In het hok heb ik op diverse
plaatsen een houten schot schuin tegen de wand geplaatst zodat als de
duiven opvliegen de veren achter dat schot waaien. Op die manier kun je
ze om de paar dagen in een keer weg pakken. Laat je al die veren los in
het hok liggen dan waaien ze alle kanten op en daar kan ik absoluut niet
tegen. Wat dat aangaat zal ik blij zijn dat de rui voorbij is. Het is
nog geen half december, zo lang duurt het voordat de jonge duiven klaar
zijn. De kwekers zitten dan op eieren die met Kerstmis uitkomen. Zorg
dat uw duiven gezond zijn en blijven. Mocht dat niet helemaal lukken
grijp niet naar de medicijnpot. Duiven die de rui niet aan kunnen zullen
u op de vluchten teleurstellen. Dus…… u weet in dat geval wat u te doen
staat.
NATOER. EINDELIJK Het voorbije weekend
waren de weergoden in Nederland ons goed gezind, althans op zaterdag. Enkele afdelingen spelen
een aantal vluchten nog steeds op zondag en dat hebben ze geweten. Een
kort vluchtje van nog geen 100 km stond meer dan een half uur open
voordat de prijzen waren verdiend. De meeste duiven kwamen door het
drukkende weer helemaal afgevlogen thuis en vielen met de vleugels wijd
op het hok. Voor de jonge duiven, ook al zijn ze nog zo goed ingevlogen,
zijn dat soort vluchten funest. Het was daarom niet verwonderlijk dat er
op een groot aantal hokken ’s avonds nog vele lege plaatsen waren. De
zaterdag was totaal anders. Uitstekend vliegweer, eigenlijk een veel te
gemakkelijke vlucht want overal regende het duiven. Binnen vier minuten
waren de prijzen verdiend en dat is ook niet echt leuk. Zo is het altijd
wat. Voor mij kwam het goed uit, de weersvoorspelling was uitstekend,
dus alle 31 jonge duiven gingen na weken stil gezeten te hebben weer
eens mee. Ik had ze woensdag zelf weggebracht en met die voorbereiding
moesten ze het doen. Door vooral de jonge
duiven goed te observeren zag ik dat ze in goeden doen waren. Ze
trainden probleemloos drie kwartier en dan geeft aan dat het met de
gezondheid wel goed zit. Er hebben zich nu ook een aantal paartjes
gevormd en enkele daarvan hebben eitjes zodat ze de laatste drie
vluchten hopelijk extra gemotiveerd zijn. Het deed me goed dat voorbije zaterdag mijn eerst
geklokte duif een jong was. Ze kwamen met zijn drieën tegelijk, de twee
oude duivinnen hielden elkaar een beetje op maar het jong flitste naar
binnen. Tegen 2616 duiven werd ze 9e en haar 1 jaar oudere zus werd 10e.
Met 10 duiven in de eerste honderd werd het prima resultaat. Ondanks dat
het een zeer snelle vlucht was geeft het een prima gevoel als je met de
klok naar de club gaat en alle duiven zijn thuis. Nu maar hopen dat we
de laatste drie vluchten zonder ellende doorkomen. Dat is goed voor de
sport en ook voor de motivatie van de liefhebbers want er stoppen er al
genoeg. Wat zou het geweldig zijn als we daar met zijn allen een
oplossing voor wisten te vinden. SUPER MELKERS OF SUPER DUIVEN? Bij het lezen van
duivenkranten val je soms van de ene verbazing in de andere. Er worden
met grote regelmaat prestaties neergezet om van te watertanden. Bijna
ongelooflijk! Vaak gaan de gesprekken over super uitslagen of over een
superduif. Het meest opvallend daarvan is dat het meestal over
prestaties gaat van liefhebbers uit een ander deel van het land, in
eigen omgeving worden dergelijke prestaties niet zo gewaardeerd.
Jaloezie binnen de duivensport is erg hoog, veel hoger dan sportiviteit.
Van me zelf weet ik dat ik top prestaties van anderen heel goed kan
waarderen. Natuurlijk speel ik zelf liever de eerste, dat geldt voor ons
allemaal. Iedere dag doen we ons uiterste best om in het weekend zodanig
te presteren dat we daar tevreden mee kunnen zijn. Er zijn er die nooit
tevreden zijn, althans zo doen ze voorkomen. Als het goed is moet elke
liefhebber aan zijn duiven kunnen zien dat ze in een dusdanige conditie
verkeren dat je weet dat je niet voor niets op hun thuiskomst staat te
wachten. Grote waardering moet er zijn voor al die liefhebbers die maar
zeer matig presteren en toch elke week met een mandje duiven naar het
lokaal komen. Grote waardering moet er ook zijn voor de super stars
onder ons, zij hebben het beter in de vingers dan de rest. Ik ook de
nodig aansprekende uitslagen gemaakt en had meerdere malen verschillende
kampioensduiven. Zij die onvoldoende presteerden moesten het veld
ruimen. Daarbij kun je de vraag stellen: Zijn dat slechte duiven of
presteren ze niet omdat zij een andere verzorging nodig hebben dan de
meeste van hun hokgenoten? Iedereen moet er voor zorgen dat er een hok
duiven bijeen wordt gebracht wat bij hem of haar past en de duiven die
het niet doen moeten weg. We kunnen nu eenmaal niet alle duiven
aanhouden. Ik ben er van overtuigd dat de duiven die straks
uitgeselecteerd worden niet allemaal slechte duiven zijn. De ene melker
weet meer uit zijn duiven te halen dan de ander dat is misschien wel het
belangrijkste. Er wordt steeds maar gepraat over goede duiven. Die zijn
er genoeg, veel meer dan goede melkers. Kijk er de uitslagen maar op na.
Het is maar een klein percentage liefhebbers dat alle weken meerdere
duiven op het eerste blad van de uitslag pakt. Vooral in die categorie
komt het voor dat er eens in de zoveel jaar een superduif op het hok
wordt geboren. Misschien is het beter
te zeggen; een super presterende duif in plaats van een superduif. Er
zijn liefhebbers die ongeacht het aantal duiven dat ze bezitten, elke
week top presteren. Zij zijn als duivenmelker geboren, net zoals dat is
met top voetballers, wielrenners, boksers of andere atleten. De anderen
kunnen door training, karakter en inzet ook tot een hoog niveau komen,
het zal nooit echt top worden. Ook duiven kunnen door training, voeding,
kwaliteit en motivatie tot topprestaties komen, echter nooit zonder de
hulp van hun baas. Is de baas in alle opzichten zelf een topper dan zal
hij tot in lengte van jaren de gedoodverfde kampioen zijn. Hij heeft
zijn duiven al die jaren zo verzorgd, geselecteerd, gekweekt, gehuisvest
en begeleid dat hij er alles van weet. Dan wordt het al een stuk
gemakkelijker. Er zijn er ook die al 50 jaar duiven hebben en nog steeds
blij zijn met elk staartprijsje dat ze winnen, maar misschien beleven ze
wel meer plezier aan hun hobby dan alle toppers bij elkaar. WAANZINNIGE BEDRAGEN. Binnenkort is het
vliegseizoen 2011 alweer voorbij. 10 september wordt het seizoen
afgesloten met de laatste natoer vlucht en de nationale derby voor jonge
duiven! De liefhebbers kunnen dan de balans gaan opmaken. Wat
niet heeft voldaan kan direct weg. Dat het seizoen zijn einde nadert is
ook te merken aan de commercie die nu al de nodige aandacht vraagt voor
de verkopingen in de komende wintermaanden. Gedeeltelijke verkopingen
zijn niet meer zo in trek. De verkoopleiders willen graag totale
verkopingen. Begrijpelijk want daar is veel meer aan te verdienen. Van
de andere kant is het zo dat ze liefhebbers die nu nog twijfelen om wel
of niet door te gaan aanmoedigen te stoppen. Ook komen er straks weer
verkopingen van individuele duiven die een opvallende prestatie hebben
behaald, of het gaat om een kind van “topduif”. Alles gaat vergezeld van
pedigrees met wereldberoemde namen maar meestal geen prestaties. Laatst
las ik in de krant dat een leeftijdgenoot van mij, net als ik, twijfelde
om door te gaan. Hij had alvast maar een duif verkocht die een 4e
prijs gewonnen had vanuit Bordeaux (1.000 km). Nederlands grootste
dagblad besteedde daar veel aandacht aan omdat de duif voor het luttele
bedrag van 50.000 euro naar China ging. Dat soort idiote situaties gaan
we de komende winter weer meerdere keren meemaken. Vorig jaar waren er diverse “totale” verkopingen, dan
denk je wat jammer dat zulke goede liefhebbers stoppen. Tot mijn (grote)
verbazing las ik de mannen dit jaar weer regelmatig in de uitslagen. Dus
een totale verkoping stelt ook niets meer voor. Het is alweer enige
jaren geleden dat je in Nederland na een totale verkoping drie jaar niet
meer mocht meespelen. De slimmeriken vonden daar een oplossing voor door
de advertentieteksten te veranderen. Verkopingen werden toen
aangekondigd als totale verkoop minus enkele laatjes, minus de kwekers
of minus de jongen van dat jaar. Van mij mag weer in ere hersteld worden
dat iemand die totaal heeft verkocht drie jaar niet meer mag meespelen
en weg met die slinkse verkoopteksten.
Het
zou beter voor de sport zijn en in ieder geval veel beter dan het
zakkenvullen dat nu plaats vindt.
Alweer was het een
weekend met regen en zware laaghangende bewolking. Niet ideaal voor
duiven en zeker niet voor jonge duiven. De lossingverantwoordelijken
weten niet meer wat te doen, het is om stapelgek van te worden. Wanneer
kan er wel en wanneer niet gelost worden. Al wekenlang is regen de grote
spelbreker. Veel te veel duiven blijven weg en ondanks dat de jonge
duiven steeds meer ingespeeld raken blijven er toch wekelijks te veel
achter. Jammer dat het Hollandse weer al wekenlang van slag is en dat er
bij het lossen volgens mij te veel risico’s genomen worden. Extra
vervelend is het dat er onder de jonge duiven in grote delen van het
kleine Nederland veel pokken heerst. Ja, ook bij duiven die geënt zijn.
De praktijk heeft uitgewezen dat twee keer enten tegen pokken pas
afdoende is. De zomer van 2011 is wat het duivenspel betreft een grote
zwarte vlek die we het beste maar zo snel mogelijk moeten proberen te
vergeten. Iets dat makkelijker gezegd is dan gedaan, zeker niet als je
niet eens 50% van je jonge duiven meer over hebt. Zelf had ik dit weekend
voor de zoveelste keer geen jonge duiven mee, ik vertrouwde het weer
niet waardoor ik alleen 22 oude duiven had gezet waarvan er 17 prijs
speelde te beginnen met 2-3-7-8-11-15-18 tegen 366 duiven. Dat was dus
niet verkeerd. Jammer was het dat het geen lekker weer was om op de
duiven te wachten, toen ze eenmaal kwamen waren de prijzen binnen 8
minuten verdiend. Daar ben je dan de hele week voor bezig. Anders was het op
maandag. Prachtig weer en een bijna wolkeloze hemel. Echt zomerweer,
glashelder zodat je bijna over de hele wereld kon kijken. Dat weer
zouden we voor de rest van het seizoen moeten hebben zodat iedereen toch
met een redelijk gevoel de winter tegemoet gaat. Met dat droge zonnige
weer is iedereen opgewekt. Je gaat met meer plezier naar je hok, de
duiven zien er meteen fraaier uit, ze zijn levendiger en aan het trainen
kun je zien dat ook zij het naar hun zin hebben. NOG EEN NATIONALE DERBY
EN VIER NAVLUCHTEN. Vanaf dit moment zijn er
nog 4 weken te gaan. Zaterdag 10 september staan de laatste twee
vluchten op het programma waaronder Sens dat in de plaats is gekomen
voor het legendarische derby concours vanuit Orléans. Jammer genoeg is
daar niets meer van over. Die vlucht wordt nog wel een nationale vlucht
genoemd maar dat is het helemaal niet. Nederland is nu verdeeld in vier
sectoren die alle vier gemiddeld 500 km spelen. Dat is misschien wel wat
eerlijker, als we echter over een nationaal concours spreken wil dat
zeggen een lossingplaats en alle duiven tegelijk los. Gebeurd dat niet
dan is het een concours net als alle andere concoursen. Veel liefhebbers
denken nog vaak terug aan het grootste derby concours van der wereld met
soms wel 150.000 jonge duiven aan de start. Ik heb mijn duiven
speciaal voor de “natoer” herkoppelt. Ik mag die laatste vijf
sprintvluchten graag spelen. Het korte spel ligt mij veel beter dan de
fondvluchten. Het komende weekend gaan ook mijn jonge duiven mee. Ze
hebben tot op heden pas aan twee vluchten meegedaan en zijn nog niet
verder weggeweest dan 180 km. Omdat ze al enkele weken niet zijn mee
geweest breng ik ze woensdag nog een keer 50 km weg, dat moet voldoende
zijn om zaterdag goed naar huis te komen. De weervoorspelling is ideaal
en omdat mijn jonge duiven heel goed trainen denk ik dat er wel een stel
vroeg zullen aantikken. Om in deze periode van
het seizoen met goed resultaat aan de vluchten deel te nemen zullen de
oude en jonge duiven perfect in de veren moeten zitten. Dat kan doordat
ze in het voorjaar verduisterd zijn en kleine jongen in de schotel
zorgen er voor dat de rui stil staat. Degene die niet verduisterd hebben
en de oude duiven direct na de laatste fondvlucht bijeen hebben gelaten
krijgen de laatste twee vluchten grote problemen met de rui en iedereen
weet zo langzamerhand dat het dan gedaan is met het winnen van
kopprijzen. WELKE JONGE DUIVEN MOGEN
BLIJVEN. Net als ik, zijn er heel
veel liefhebbers die weinig of niets van hun jonge duiven weten omdat ze
slechts aan een enkele vlucht hebben meegedaan. Toch zal er straks
geselecteerd moeten worden want al is het nog zo een moeilijk seizoen
geweest op de meeste hokken zitten eind september toch nog te veel
duiven. Bij mij wordt de vliegploeg altijd aangevuld met 50% jonge
duiven (in 2012 zijn dat dus jaarlingen). Die 50% is nooit gebaseerd op
basis van prestaties, wel op lichaamsbouw en afstamming. Prestaties van
jonge duiven vormen bij mij niet de belangrijkste basis. De beste jonge
duiven presteren als jaarling meestal matig tot slecht. Ik kijk pas naar
de prestaties als jaarling. Dan moeten ze om te mogen blijven aan mijn
norm voldoen en dat is minimaal 50% prijs spelen met daarbij enkele
kopprijzen. De selectie van de jonge duiven is dit jaar duidelijk
moeilijker omdat veel duiven niet het hele jonge duiven seizoen hebben
gevlogen. Vooral de laatste twee vluchten met twee nachten mand en meer
dan 300 km zijn voor mij maatgevend. De jonge duiven die op deze twee
laatste vluchten goed presteren behoren als jaarling meestal tot de
betere. Maak niet de fout om
duiven aan te houden op basis van het aantal beschikbare broedhokken.
Beter een paar lege broedhokken dan alle broedhokken vol met daarbij een
aantal duiven waar niet voldoende vertrouwen in is. Let er op hoe de rui
verloopt, jonge duiven die daar problemen mee hebben zijn het aanhouden
niet waard. De kwaliteit van de nieuwe veren moet optimaal zijn, daar
moeten ze volgend jaar weer honderden kilometers mee afleggen. Let ook
op de gezondheid, er zijn jonge duiven die na een moeilijk en zwaar
seizoen moeite hebben om tijdens de rui gezond te blijven. Ongezonde
jonge duiven ruien niet goed en zijn voor het komende seizoen niets
waard. Als binnen enkele weken
het vliegseizoen voorbij is zijn er zeker een aantal duiven welke direct
weg kunnen. In eerste instantie zijn dat oude duiven die tijdens de
kweek of het vliegseizoen niet voldaan hebben. Duiven die al meer dan
twee jaar in het kweekhok zitten en nog niets goed op de wereld hebben
gezet mogen plaats maken voor duiven waar de baas alle vertrouwen in
heeft. Oude duiven die aan de norm hebben voldaan mogen blijven en de
anderen moeten plaats maken voor beloftevolle jonge duiven. Zo gaat dat
jaar in jaar uit. Selecteren valt voor veel liefhebbers niet mee. Niet
omdat ze een duif niet kunnen beoordelen, maar om de baas/duif
verhouding. Een heel jaar is het een samenspel geweest op weg naar
succes en dan is het soms moeilijk om afscheid van elkaar te nemen.
Degene die kiezen voor top resultaten zullen daar minder moeite mee
hebben. Er zijn gelukkig nog heel veel gezelligheidsspelers die er niet
van kunnen slapen. Voor hen is een duif beslist geen object om successen
mee te behalen, het is vooral het dier dat telt. Er zijn liefhebbers doe
moeite hebben om zeer streng te selecteren en daarom de hulp inroepen
van een sterke speler uit de buurt of uit de club. Het is soms heel
interessant om te weten waarom die sterke speler een duif wel of niet
goedkeurt. Toch raad ik iedereen aan om zelf de selectie te doen. De
liefhebber is zelf alle dagen van het jaar met zijn duiven bezig. Hij
kent hun gedragingen, weet wanneer ze vorm vertonen en weet alles over
hun prestaties. Hulp van een ander kan interessant zijn, doch
uiteindelijk beslist de baas. Veel succes en tot de
volgende week.
Ieder jaar wordt het erger! Kilometers tekst zijn
besteed over de steeds groter wordende verliezen met jonge duiven.
Iedereen die denkt maar iets te weten over het wegblijven van vooral
jonge duiven zet wel
iets op papier. In de lokalen gaan de gesprekken al vele weken over het
slechte vliegweer maar nog meer over de vele achterblijvers. U kent al
lang de verhalen over overbevolking, slechte gezondheid, zware rui,
verduisteren en medicatie. Niets nieuws maar wel allemaal onderwerpen
die er zo goed als zeker toe bijdragen dat jonge duiven massaal de weg
naar hun hok niet meer kunnen vinden. De mobile telefoons zouden volgens
wetenschappers nog grotere boosdoeners zijn. Daar zal een kern van
waarheid in zitten omdat het allemaal zendertjes zijn die het luchtruim
vervuilen. Mocht dat echt zo zijn dan is het vreemd dat de oude duiven
er weinig of geen last van hebben want hun vluchten verlopen zonder al
te grote problemen. Slechte hokken, te veel of te weinig glas er in,
slechte verluchting, vocht en tocht, er is nog wel meer te bedenken. Zou
dat te maken hebben met de grote verliezen? Heel veel liefhebbers
veranderen/verbeteren jaarlijks iets aan hun hok om de verliezen te
beperken. Ik vind trouwens dat je niet zo gauw een slecht hok hebt. In
de loop der jaren ben ik op zoveel hokken geweest waarop in
kampioensstijl wordt gespeeld en bij me zelf dacht; hoe bestaat het?
Zelfs op hokken met het front op het noorden werden aan de lopende band
kopprijzen gespeeld terwijl de buurman met een prachtig hok geen platte
prijs won. Zit het hem dan alleen maar in goede duiven? Dat gelooft u
zelf toch ook niet. Dat gezeur dat het in duivenland alleen maar om
hoogstaande kwaliteit gaat, daar wordt iedereen zo langzamerhand ook
doodziek van. De mannen die dat beweren hebben net zoveel mindere
kwaliteit als alle anderen. Niemand, maar dan ook niemand heeft alleen
maar topkwaliteit op het hok. Ik kan geen verhaal of reportage over hun
lezen, altijd staat geschreven dat ook zij te maken hebben met grote
verliezen. Waar woont trouwens de man die alleen maar top kwaliteit
heeft. Mochten die er wel zijn, waarom zouden ze dan hokken vol jonge
duiven kweken? Als het om kwaliteit gaat hebben ze er toch aan tien
genoeg? Dat geldt ook voor de “ogenkijkers”, die kunnen in de ogen van
een duif zien of het een vlieg- of kweekduif is en dan durven ze er op
voorhand ook nog bij te zeggen hoe goed de kwaliteit van de jongen zal
worden. Allemaal geklets in de ruimte! Het enige wat er gedaan moet
worden om de kwaliteit te verbeteren is er achter te komen waarom er
zoveel jonge duiven verloren gaan. Daarvoor moet de wetenschap
ingeschakeld worden. WAAR MOETEN WE ZOEKEN. Over alles wat er wordt geschreven kunnen we ons af GEZONDE GRANEN. Dat moet de basis zijn
voor goede prestaties en goede prestaties gaan gepaard met gezondheid.
Mens en dier blijven gezond door gezond eten De vroegere “boerenduiven”
die zichzelf voor een groot deel moesten zien te redden bestaan niet
meer. We hebben met zijn allen van onze duiven kasplantjes gemaakt. Op
een zak voer en een pan water kun je niet meer meekomen. We hebben dat
zo vaak tegen elkaar verteld dat we daarin zijn gaan geloven.
Fabrikanten gingen allerlei producten ontwikkelen die prestatieverhogend
zouden werken. Mochten ze bestaan en we zouden die allemaal gaan
gebruiken dan kan er uiteindelijk toch maar eentje winnen. Dus waar zijn
we mee bezig? Een wat minder zwaar vliegprogramma zou ook zeker bij
kunnen dragen tot gezondere duiven. Kijk eens hoeveel overnachtvluchten
er zijn. Zes dagfond vluchten in een seizoen is ook te veel van het
goede. Ik weet het, het fondspel spreekt vrij veel liefhebbers aan, te
veel van die zware vluchten is niet goed voor de duiven en ook niet voor
onze sport. Het zou daarom veel beter zijn om elk weekend slechts 1
vlucht te hebben, een vakantiestop inbouwen en minder verre vluchten te
houden. Ieder weekend heel lang op duiven wachten en niet met vakantie
kunnen willen de meeste mensen niet. Het komt de gezondheid van de
duiven ten goede en ook de portemonnee van de baas. Het is ten slotte
nog steeds een hobby voor de werkende man. De commercie is de oorzaak
van het overladen vliegprogramma en slechts een handjevol mensen
profiteren daar op grote schaal van. Er moet gepresteerd worden, het
liefst op zoveel mogelijk vluchten want dat is goed voor de commercie.
Dit is alleen te doen op mega hokken. De grote jongens vergeten
denkelijk dat om goed te presteren zij daarvoor juist de kleine
liefhebbers nodig hebben. Zonder die kleintjes geen grote winnaars! De
duivensport is niet meer wat ze is geweest. Terug kijken naar vroeger is
leuk maar dat heeft geen zin. Zoals het nu gaat heeft ook geen zin,
doordat jonge duiven massaal wegblijven haken veel liefhebbers jammer
genoeg af en nieuwe zieltjes komen op de manier waarop we nu duivensport
bedrijven niet bij. Waar moet dat heen met onze hobby? In ieder geval
aantrekkelijker maken! Over vijf weken is alles
weer voorbij en hebben we de hele winter de gelegenheid na te denken
over hoe het verder moet. VERSCHIL TUSSEN OUDE EN
JONGE DUIVEN IS ENORM GROOT. Bijna een half jaar heb
ik genoten van mijn prachtige ploeg jonge duiven. Tot ze vijf maanden
oud waren heb ik ze perfect verzorgd. Alles op vaste tijden en aan alles
kon je zien dat de duiven in goeden doen waren. Het is dan volop
genieten als je tussen de jonge duiven zit. Er flitste dan wel eens door
me heen: “welke zal ik daarvan kwijt raken” en meteen dacht ik dan “geen
een”. Ik wil daarmee aangeven hoe tevreden ik was. Ik had prachtig
gekweekt met weinig of geen tegenslagen, alles zat mee, zelfs het weer
maar nu is alles anders. Het hele voorjaar zijn we verwend met prachtig
duivenweer, het ene weekend was nog mooier dan het andere. Niemand
raakte duiven kwijt en de concoursen verliepen vlekkeloos. Alleen de
eerste halve fondvlucht vanuit het Franse Laon verliep teleurstellend. Net als een valpartij
bij het wielrennen hoort een slechte vlucht bij de duivensport. Vanaf het moment dat de
trainingsvluchten voor de jonge duiven begonnen veranderde de
weersgesteldheid. Vanaf dat moment kon je merken hoe groot het verschil
tussen oude en jonge duiven is. Van elke vlucht kwamen, of dat van een
lange of korte afstand was, de oude duiven probleemloos naar huis. Bij
de jonge duiven verliep dat anders, zij hadden het moeilijk, de
onervarenheid speelde hun parten. Komt mede doordat zeker 80% van de
duiven niet weet waar en hoe ze in de boxen kunnen drinken. Vooral bij
warm weer is dat dodelijk. Dorst zorgt voor stress en stress zorgt er
voor dat het navigatiesysteem niet optimaal werkt. Gevolg is dat vele
jonge duiven gaan dwalen en als ze na twee of drie dagen ergens een hok
binnen gaan zien ze er niet op zijn voordeligst uit. Vooral omdat elke
liefhebber goed moet opletten dat er alleen gezonde duiven in zijn hok
zitten is bijna niemand blij met zo een vreemde en vermagerde duif. Ik
ben bang dat veel van die vreemde duiven daardoor nooit meer bij hun
baas terug komen als u begrijpt wat ik bedoel. Dit is zonde want de
jonge duiven die enkele dagen aan het zwerven zijn geweest knappen ook
snel weer op. Juist daarom vind ik het de plicht van elke liefhebber die
duifjes een paar dagen te verzorgen en ze dan op enkele kilometers van
het hok los te laten. Op die manier komen heel wat duiven tot grote
vreugde van de baas op de hokken terug. Als de jongen straks
door de grote rui zijn en pas echt volwassen zijn hebben ze van dit
alles als goed als geen last meer en kunnen als jaarling de baas heel
wat aangename weekenden bezorgen. JONGE DUIVEN STELLEN
TELEUR. Het weer in Nederland is
er de oorzaak van dat het hele jonge duiven programma in de war is
gebracht. Net als de duiven weten ook de lossingbevoegden er geen eind
meer aan. Duiven loslaten met mooi weer kan iedereen. Het gaat er om hoe
te handelen als we te maken hebben met langdurige regen op de vlieglijn,
of met buien, laag hangende bewolking, stormachtige wind, inversie of te
hoge of te lage temperaturen. De mannen op de lossingplaats moeten dan
wel eens de nodige risico’s nemen. Mijn ervaring is dat wanneer er
risico’s zijn genomen de wedstrijden een vreemd verloop krijgen. Het
gebeurt dat de ene liefhebber alles thuis heeft en de ander is er te
veel kwijt. Dat alles heeft zo goed als niets met de kwaliteit of
gezondheid te maken. Het zijn ook niet allemaal zieke of slechte duiven
die achterblijven. Veel is er al geschreven over de steeds groter
wordende verliezen met vooral jonge duiven. Iedereen heeft daarmee te
maken en dat is niet goed voor onze hobby, het is ook niet goed voor ons
imago ten aanzien van de verschillende (politieke) dierenorganisaties. Hoe ouder ik word, hoe
slechter ik tegen het kwijt spelen van duiven kan. Ik kan daar niet meer
tegen en daardoor is de animo om door te gaan met het jonge duiven spel
tot een minimum gedaald. Ik weet het nog niet helemaal zeker, zoals het
er nu uitziet met wederom slecht weer in het vooruitzicht, zit voor mij
het jonge duivenseizoen er op. Drie weken terug verloor ik er tien en
het voorbije weekend zes. Voor die tijd was ik er niet een kwijt en dan
in drie weken zestien waarbij een aantal beloftevolle jonge doffers.
Daarvan waren er twee die ik eigenlijk niet meer wilde spelen omdat ze
uit formidabele ouders kwamen. Het waren wel nieuwe kweekkoppels waar ik
nog niets van wist. Ik weet alleen dat de ouders zo goed hadden
gepresteerd dat ze een plekje in mijn kweekhok verdiend hebben.
Eigenlijk is het mijn eigen schuld dat ik ze kwijt ben. Als mijn duiven
de mand ingaan heb ik het hok verduisterd, dat doe ik omdat ik ze
makkelijker kan pakken en in het donker wordt je niet bevooroordeeld
welke duif je in je handen hebt. In donker kun je heel goed bepalen
welke duif het beste aanvoelt en die gaan dan bij mij in een aparte
mand. Zij zijn voor de komende vlucht mijn favorieten. Daar zaten ook
die twee doffers bij die op voorhand al een plaatsje in het kweekhok
toegewezen hadden gekregen. Ik dacht, vooruit maar nog een keer mee en
als je dat denkt ben je meestal verkeerd bezig. Al vele keren heb ik
meegemaakt dat het ook echt hun laatste vlucht was. Weg dus en dan kun
je hoog of laag springen, ze zijn weg en komen meestal nooit meer terug.
Ik kan me wel voor mijn kop slaan, heb dat maar niet gedaan want ik had
al hoofdpijn en dan wordt het alleen nog maar erger. Dat mij dit op mijn
leeftijd nog kan over komen. Sufferd die ik ben! NATOER. Velen van u weten dat in
Nederland aan het einde van het seizoen de “natoer” vluchten worden
gehouden. Die zijn jaren terug in het leven geroepen om de latere jonge
duiven te trainen. Daarvan is niets over gebleven. Tegenwoordig wordt
met oude en jonge duiven in een concours op het scherpst van de snede
gestreden voor de “natoer” titel. Het is de bedoeling dat ik mijn jonge
duiven daarop laat meedoen. Voordeel is dat door de deelname van oude
duiven de verliezen van jonge duiven aanzienlijk minder zijn. Het zijn
vijf sprintvluchten en dat is misschien wat nadelig voor de jonge
duiven. Mijn ervaring is dat jonge duiven in hun geboortejaar zeker twee
vluchten van 400 km of meer gevlogen moeten hebben. Die ervaring hebben
zij nodig als jaarling. Het wisselvallige weer is momenteel de grote
spelbreker en daardoor kies ik voor de rest van het seizoen voor de
natoer. Vroeger leek het alsof
een duivenseizoen een heel jaar duurde, nu realiseer ik me dat het over
zes weken alweer afgelopen is en voor mijn gevoel moeten we nog
beginnen. HENK Henk was
bloemenhandelaar, een bekend figuur op zijn motorbakfiets. Samen met nog
een aantal liefhebbers hielden zij wedstrijden met sierduiven. Meestal
van zeer korte afstanden. Regelmatig werd Henk gevraagd de duiven met
zijn motorbakfiets weg te brengen. Hij deed dat graag en kreeg er nog
een aardige vergoeding ook voor. Zo moest hij op een zondag met de
duiven op weg naar Hilversum, afstand ongeveer 40 km. Het weer was toen
ook al niet te best maar toch ging Henk op weg.
Toen hij door Amsterdam-West reed zag hij een
affiche waarop stond dat om half drie DWS (in die jaren een
vooraanstaande voetbalclub) thuis moest spelen. Misschien is Hilversum
met dit weer wel te ver, dacht Henk en vijf minuten later stond hij in
de rij voor de kassa om een tribunekaartje te kopen.
Vanuit
een café belde hij het thuisfront om te vertellen dat hij op weg was
naar Hilversum en dat hij de duiven om drie uur zou lossen. Dat werd een
kwartier later want toen was het rust. Nadat de duiven op weg naar huis
gingen kocht Henk van zijn vergoeding ook nog een paar potten bier en
een lekkere dikke sigaar. Ook de tweede helft volgde hij vanaf de
tribune. Hij had een pracht middag. Nadat hij thuis kwam hoorde hij van
diverse kanten dat die sierduiven nog nooit zo snel van Hilversum naar
de Zaanstreek waren gevlogen als op deze regenachtige zondag. Henk
genoot daar van, hij deed trouwens niets liever dan de mensen in de
maling nemen. Pas jaren later vertelde hij mij wat voor truc hij had
uitgehaald. Ik mocht dat uiteraard aan niemand verder vertellen. Henk is
al vele jaren terug overleden, zijn verhalen leven voort en daar is dit
er een van.
HET ZIT AAN ALLE KANTEN
TEGEN. Arme jonge duiven! Elke
week geen goed duivenweer, uitgestelde lossingen, grote verliezen,
andere lossing plaatsen, ontevreden liefhebbers, bestuursleden die met
de dood worden bedreigd, waanzinnige uitslagen vanwege groepslossingen,
daardoor liefhebbers die het dit seizoen voor gezien houden. Het is
kommer en kwel. De maand juli staat in Nederland op de derde plaats wat
betreft de grote hoeveelheid regenwater wat bijna dagelijks naar beneden
komt. Alleen juli 1960 en juli 1930 waren nog slechter, de maand is
echter nog niet voorbij en als er deze maand nog 14 mm water valt is
juli recordhouder aller tijden. Leuk voor de statistieken maar dodelijk
voor onze jonge duiven. Dat jonge duiven het
door hun onervarenheid het veel moeilijker hebben dan de oude duiven is
niets nieuws. Het vervelende daarvan is dat de verliezen elk jaar groter
worden. De organisatie doet haar best om dit te voorkomen, tot op heden
wil het niet lukken. Binnen mijn afdeling is besloten over te gaan tot
groepslossingen om op die manier de verliezen binnen de perken te
houden. Helaas, het helpt niet, de verliezen blijven en elk jaar wordt
het erger. Waardoor? Wist ik het maar. We kunnen er alleen naar gissen,
de gezondheid spreekt zeker een grote rol, misschien zijn de grote
hoeveelheid mobile telefoons wel een van de oorzaken. Het wordt de
hoogste tijd dat internationaal aandacht wordt besteed aan dit enorme
probleem, een schone taak voor de FCI. De duivensport heeft het in vele
landen niet even gemakkelijk en de ellende van grote verliezen kon wel
eens de doodsteek voor onze sport worden. Ik ben er van overtuigd dat
90% van de liefhebbers er alles aan doet om met gezonde duiven aan de
start te komen. Voor kapitalen is er geïnvesteerd. Middelen die er voor
zouden moeten zorgen dat de duiven in optimale conditie verkeren is
allemaal weggegooid geld! Dat houdt echter niet in dat onze duiven
zichzelf maar moeten redden. Dat kan niet. Als wij iets mankeren gaan we
ook naar de dokter. Dat doen we ook met onze duiven (er zijn mensen die
daar anders over denken). Kwaliteit is uiteraard van levensbelang. Bij
de duizenden duiven die geboren worden zitten niet allemaal slechte
duiven maar het zijn zeker niet allemaal kampioenen. Het moet voor geen
enkele duif een probleem zijn om 400 km naar huis te vliegen. De meeste
duiven raken juist weg op de korte afstanden en dit zijn echt niet
allemaal slechte. Door de verliezen vonden
wetenschappers het nodig ons prachtige nationale concours vanuit Orléans
te verbieden. De afstand zou te groot zijn. De praktijk heeft uitgewezen
dat deze mannen het niet bij het rechte eind hadden. Ons mooie concours
waar heel duivenminnend Nederland van in de ban was is verboden.
Eigenlijk schandalig dat enkele mensen de hobby van toen der tijd
tienduizenden liefhebbers voor een deel kapot hebben gemaakt. Misschien
is het een mooie geste naar de dierenbescherming, maar het is nog steeds
een kleine moeite om die mensen die zich inzetten voor het dierenwelzijn
te overtuigen dat onze duiven gemakkelijk 400-600 km kunnen overbruggen.
Als ze daar aan toe zijn, zijn ze prima ingevlogen terwijl de meeste van
hun soortgenoten van zeer korte afstanden zijn achter gebleven. Ruim 50
jaar geleden stond er al een vaste rubriek in de duivenbladen “Waar
blijven onze duiven?”, dat probleem van toen is alleen maar erger
geworden. HET WEER EN HET
VLUCHTPROGRAMMA Eerst was het warme weer
er de oorzaak van dat vluchten werden uitgesteld of de duiven op kortere
afstanden werden gelost. Er werd een vluchtprogram samengesteld voor het
noordelijke en zuidelijk deel van onze provincie (afdeling). De
weersomstandigheden of plaatselijke festiviteiten waren er de oorzaak
van dat deze maand uitgeweken moest worden naar een andere
lossingplaats. Kortom, van alle goede plannen kwam weinig of niets
terecht. We zouden het voorbije weekend onze vierde vlucht hebben, het
werd de derde en de jonge duiven zijn op mijn afstand nog niet verder
weggeweest dan 175 km. Het voorbije weekend werden er 50% minder duiven
ingezet dan op de eerste vlucht. Misschien zijn de duiven nu door de
pokken en de mazelen heen en zijn de ergste verliezen achter de rug. Het
is te wensen want de liefhebbers willen aan het einde van het seizoen
toch ook nog selecteren. Het is niet aan te raden om alle jonge duiven
te houden. Wel is het aan te raden om de jonge duiven het hele
vliegprogramma te laten afwerken. Hun geboortejaar is de beste
leerschool. Zet de duiven wekelijks in en ga er vanuit dat wanneer de
weersomstandigheden onvoldoende zijn dat er niet gelost wordt.
Vertrouwen hebben in de lossingdeskundigen is zeer belangrijk, zij zijn
niet te benijden. Met mooi weer kan iedereen duiven loslaten. De laatste
weken moet er door de mannen die bevoegd zijn de duiven te lossen af en
toe wel eens risico genomen worden. Voor een grote groep liefhebbers
doen ze het nooit goed, als de duiven twee of drie weken achtereen met
de auto terug naar huis komen staat iedereen op zijn achterste benen,
wordt er wel gelost en er zijn (te) grote verliezen dan worden die
mensen zelfs met de dood bedreigd. Waar zijn we met zijn allen toch mee
bezig. Het is toch hobby! Ik loop ook wel eens te mopperen als er iets
gebeurd waar ik het niet mee eens ben. Ik heb wel geleerd de mensen die
zich inzetten voor onze hobby niet te beledigen, we moeten ze koesteren
want als zij er mee stoppen is onze hobby helemaal niet meer te
bekostigen. CEES Hij was een echte
duivenman. Hij deed als bestuurder veel voor de duivensport. Door drukte
binnen zijn bedrijf werden de vergaderingen in die jaren bij hem thuis
belegd want dan was hij altijd “stand bij” voor het bedrijf. Het waren
feestelijke vergaderingen met altijd wat lekkers bij de koffie en wat
later op de avond werd het steeds gezelliger. Cees had een wonderduif,
een steenrode duivin die op elke neststand vroege prijzen wist te
winnen. Cees had ook een vaste uitspraak: “goede duiven sterven nooit op
het hok”. Hij had gelijk want op een vrij simpele vlucht bleef zijn rode
duivin achter. Dagelijks keek hij naar zijn hok om te zien of zijn
“rootje” terug was. Helaas! Toen hij er in berustte dat zijn topduif weg
was kwam er van de organisatie bericht dat ze in een hok in Luxemburg
zat. U begrijpt de duif moest terug komen. Na verloop van tijd kwam er
bericht dat de duif met ringnummer zoveel bij de duivenorganisatie in
Utrecht zat. Cees was directeur van een transportbedrijf en liet een van
zijn chauffeurs de duif ophalen. Die zelfde dag hadden we ook weer
vergadering en voor dat die begon vertelde Cees dat zijn “rootje” die
avond thuis gebracht zou worden. Daar moest natuurlijk op gedronken
worden! Pas tegen middernacht kwam de chauffeur thuis met het doosje met
het duivinnetje. Cees was blij als een kind, zijn handen beefde bij het
open maken van het doosje en wij proostte voor de zoveelste keer op de
terugkomst van de rode dame. Toen Cees in de doos keek zagen wij aan
zijn lichaamstaal dat er iets niet klopte. Cees viel bijna flauw. In
plaats van een rode duif zat er een spierwitte duif in. Het ringnummer
klopte wel maar het jaartal was verkeerd. Een enorme domper voor Cees,
de vergadering was meteen voorbij en met gebogen hoofden namen we
afscheid van Cees die met grote ogen en de mond wijd open nog steeds
zonder een woord uit te brengen in het doosje zat te turen. JONGE DUIVEN TREFFEN HET
NIET. Zo mooi als het
vliegseizoen begon zo beroerd is het nu. Al vele malen heb ik geschreven
dat de jonge duiven het gemiddeld aanzienlijk zwaarder hebben dan de
oude duiven. Het grote verschil zit in de onervarenheid van de jonge
duiven, de vaak hoge temperaturen en laten we het maar het Hollandse
klimaat noemen. In de periode we zelf bezig waren de jonge duiven te
trainen was het ideaal weer. De voorbereiding verliep bij de meeste
liefhebbers tot volle tevredenheid. Niemand was noemenswaardig aantallen
duiven kwijt. Het zag er allemaal hoopgevend uit. Niets is echter
veranderlijker dan het Hollandse weer (dat weertype kennen ze ook in de
UK, Duitsland en België). Op de laatste trainingvlucht van de vereniging
zouden alle jonge duiven in de grote duivenwagen gaan. De vlucht werd
geannuleerd vanwege te hoge temperaturen. De eerste officiële race
verliep vlekkeloos wat betreft verliezen maar door de straffe zuiden
wind werden wel hele gebieden totaal weggespeeld en dat is nooit leuk.
Vooral omdat het de eerste race was en als je dan gelijk een knal om je
oren krijgt, dan is het plezier met jonge duiven spelen ver te zoeken.
De vlucht van het voorbije weekend was een kompleet drama en dat hebben
we als liefhebbers voor een groot deel aan ons zelf te danken. De
weersvoorspellingen waren heel slecht, onze nationale organisatie gaf
zelfs het dringende advies de vluchten voor jonge duiven te annuleren.
Diverse afdelingen volgden dat advies op, mijn afdeling niet. Bij ons
gingen de vluchten voor oude en jonge duiven gewoon door met alle
gevolgen van dien. Duivensport is een competitiesport en als de vluchten
ondanks waarschuwingen toch doorgaan valt het niet mee om je duiven
thuis te houden. Meedoen betekent altijd “eigen risico”, maar daarbij
vertrouwen de liefhebbers wel op de deskundigheid van de
lossingverantwoordelijken en dat liep dit keer faliekant mis. ERVARING Het concours voor oude
duiven verliep alsof er niets aan de hand was. Ondanks dat het weer in
België en zuidwest Nederland niet goed was kwamen de oude duiven prima.
Opvallend bij mij was dat mijn eerste zeven duiven allemaal duivinnen
waren maar dat mijn betere duivinnen het weer lieten afweten en de
duivinnen die zich de laatste weken niet van hun beste zijde hadden
laten zien nu voorop kwamen. De prijzen van dat concours waren in 13
minuten verdiend. Bij de jonge duiven ging het ietsje anders. De eerste
duif in mijn club zat 14 minuten los vooruit, daarna vielen er in vijf
minuten negen van de 578 die er mee waren. Daarna ging het vlotter, toch
werd het een dramatische vlucht want het duurde vijf kwartier voordat de
prijzen waren verdiend en dan is er pas 75% van de duiven thuis. U
begrijpt het al, ’s avonds op alle hokken nog vele lege plaatsen.
Gelukkig was het de dag er na droog weer waardoor er in de vroege
ochtend bij mij nog vijf zijn terug gekomen, bij sommigen niet een en
bij mijn zoon Marco zaten er die ochtend negen in de spoetnik. Ik moet
er nog 12 krijgen, Marco nog 16 en bij anderen is dat ook zo.
Uitzonderingen zijn er altijd. Ik sprak iemand die al jarenlang heel
matig speelt, hij had ze allemaal thuis. Of dit waar is heb ik niet
gecontroleerd, dat zien we wel als we de duiven voor de komende vlucht
gaan inzetten. Jammer genoeg zijn de weersvoorspellingen wederom zeer
slecht. Denkelijk zullen een groot aantal liefhebbers afhaken, diverse
hokken zijn gehalveerd of zelfs geruïneerd. Twee vluchten hebben we
gehad, er volgen er nog vier, we zijn er nog lang niet. Als dit zo
doorgaat valt er weinig te selecteren. Toch raad ik iedereen aan net zo
streng te selecteren als andere jaren. Neem geen genoegen met tweede
keus. Dan maar wat minder duiven. WAT DOEN WE ER AAN. In alle duivenbladen
kunnen we regelmatig lezen over het achterblijven van vooral jonge
duiven. Dat probleem heeft altijd bestaan, het probleem wordt helaas
alleen maar groter. Waar blijft de wetenschap? Middeltjes om duiven
gezond te houden, beter te doen kweken, harder te doen trainen, betere
mest, noem maar op, er is overal een oplossing voor. Waar blijft het
middel tegen grote verliezen? Daar is nog steeds niets voor en er zal
ook nimmer komen net zo goed als dat er voor alle andere onzin geen
middelen zijn. Liefhebbers kieperen van alles in het drinkwater of
strooien hun geheim over het voer. Stop daarmee. Het zijn immers altijd
dezelfde liefhebbers die goed spelen. Het gaat om goede duiven en een
goed management, doch dat is ook geen nieuws. Vanuit de organisatie moet
er veel aandacht worden besteed aan het massaal wegblijven van onze
jonge duiven. Ook ik word daar moedeloos van! Misschien kunnen we een
aantal oorzaken aangeven. Denkelijk is de verplichte enting tegen
paramixo een van de boosdoeners, we kunnen daar echter niet omheen omdat
dit door het Ministerie verplicht is. Het verduisteren van jonge duiven
lijkt mij ook een van de oorzaken. Gezondheid is vooral voor jonge
duiven van het allergrootste belang. Het valt niet mee om een groep van
meer dan 50 duiven in een optimale gezondheid te houden. Als de vluchten
zijn begonnen komen er op diverse hokken gezondheidsproblemen voor.
Liefhebbers nemen met meestal niet zo nauw met de gezondheid en korven
gewoon wekelijks al hun jonge duiven in. Het weer is van zeer groot
belang. Laten we echter niet vergeten dat de duif bepaald waar zij
vliegt en niet wij. Al is het weer op de vlieglijn goed is wil dat niet
zeggen dat het een vlekkeloos concours wordt. Er zijn prachtige zomerse
dagen dat iedereen er vanuit gaat dat het een mooie vlucht wordt. Ook
dat klopt lang niet altijd. Er zijn van die dagen dat er iets in de
lucht is dat we als mens niet kunnen waarnemen. We liggen allemaal
lekker lui achterover in de zon te wachten op onze duiven en die komen
maar niet. Om gek van te worden! Zo was het vorige week donderdag
beestenweer in Nederland, vrijdag werd het beter. Zo te zien was het
weer goed genoeg om de vluchten door te laten gaan. Het verliep totaal
anders. Denkelijk was het voor het oog goed weer, wij kunnen niet zien
wat er zich in de atmosfeer afspeelt, de duiven hebben daar wel mee te
maken. Volgens mij hebben jonge duiven er grote moeite mee om zich
tijdens een vlucht meerdere keren te moeten heroriënteren. Van alle
kanten zag je duiven gaan en komen. De laatste vlucht kon je duidelijk
aan de jonge duiven merken dat er meer aan de hand was, ze waren
schrikkerig en een aantal keren gebeurde het dat er een duif van mij
arriveerde met enkele duiven van een ander die ook gewoon op mijn hok
landde. Dat is geen goed teken! Hoe het ook zij, het verspelen van jonge
duiven is nog steeds een groot probleem en dat kost niet alleen duiven
maar ook leden. |