ZO DENKT

 

Met ingang van 2009 zal ik wekelijks op deze site mijn column publiceren zoals die ook in de Engelse en Amerikaanse postduivenmagazines te lezen is.

 
ZO DENKT DEN BRAS ER OVER……

NIEUW WERELDRECORD.
Met een gemiddelde van 21.390 euro per duif werd met de totale verkoop van de wereldberoemde Janssen duiven een nieuw wereldrecord gevestigd. Nog nimmer werd een verkoop gehouden waar zo een hoog gemiddelde voor een duif werd neergeteld (het waren er maar 20), en terecht zou ik bijna zeggen. Zoals bekend ben ik mijn hele leven een groot fan geweest van deze formidabele duiven. Ook bij mij, net als bij vele anderen, hebben dit soort duiven voor prachtige resultaten gezorgd. Mooi en goed gingen bij deze duiven altijd samen! Toen ik las dat de laatste Janssen duiven totaal verkocht gingen worden kreeg ik een raar gevoel van binnen. Het einde van de wereldberoemde kolonie was in zicht. Nergens, maar dan ook nergens zullen ze nog te koop zijn. Wij Europeanen gaan niet naar China om Janssen duiven aan te schaffen en de echte ouderwetse originele Janssen duiven zitten nergens meer. Alles is gekruist en mochten ze nog ergens zitten dan zijn het misschien zuivere, doch dat zegt me niet zo veel. De gouden periode van de Janssen duiven ligt al ver achter ons. De laatste 30 jaar is er van de hokken in de Schoolstraat niet of nauwelijks nog gespeeld. De stielmannen zijn al lang dood, alleen Louiske, oftewel het grenswisselkantoor was er nog, hij wist alles van commercie en niets van duiven. Toch bleef er vanuit de hele wereld veel interesse bestaan in deze beroemde soort. Ik heb er zelf diverse op mijn hok gehad en ik vond het altijd een rijk bezit voor het snelheidsspel. De Janssen duiven waren pure sprinters. De snelheidsvluchten werden ook wel dorpsspel genoemd. Dat dorpsspel ging veranderen omdat steeds meer liefhebbers afhaakten. Om het spel interessant te houden voor wat de deelname betrof werden de vlieggebieden groter en dan kun je bijna geen snelheidsvluchten meer spelen omdat de invloed van de wind te groot wordt waardoor hele groepen liefhebbers weggespeeld werden en daardoor stopten met de sport. De voorkeur ging meer en meer uit naar half en kleine eendaagse fondvluchten en daar had je andere duiven voor nodig. Toch wisten de Janssen duiven op vluchten van 500 km en meer goede prestaties neer te zetten, als het maar duivenweer was! Steeds meer liefhebbers gingen de Janssen duiven, vaak met goed gevolg, kruisen. Vandaar dat er nog maar weinig echte Janssen duiven zijn. Helemaal niet erg, in de kruising hebben ze veel hokken naar een hoger niveau gebracht. Dat is ook bij mij het geval. Het is nog geen 20 jaar geleden dat ik geen ander soort op mijn hokken wilde. Alles verandert, ook ik.

JONGE DUIVEN
Nog even en het spel met de jonge duiven gaat weer beginnen. In België doen ze dat zelfs een maand eerder dan in Nederland. Op 2 juni is bij ons de eerste trainingsvlucht en op 23 juni is het menens want dan gaan de jongen voor het eerst om prijs spelen. Dat betekent dat er nu al gewerkt moet worden aan de voorbereidingen. Ik neem aan dat iedereen de duiven heeft geënt tegen paramixo, paratyphus en pokken. Een mestonderzoek bij de veearts kan zeker geen kwaad. Ik doe dat alle jaren zodat ik weet dat mijn duiven vrij zijn van coli, wormen, canker en ornithose. Dat wil niet zeggen dat er niets kan gebeuren. Een uitslag van een mestonderzoek is een moment opname. Vandaag zijn ze goed en enkele dagen later kan er iets aan mankeren. Ik blijf er bij om mestonderzoek te doen. Het is voor iedereen belangrijk te weten dat hij met gezonde duiven aan de start komt. Verder is de opmerkingsgave van de liefhebbers erg belangrijk. Zij moeten direct aan de duiven kunnen zien dat er iets aan hapert. Als voorzorg heb ik voor de meest voorkomende duivenziektes de medicijnen van mijn duivenarts Dr. Van der Sluis in huis zodat ik direct kan ingrijpen.
Zondag 27 juni ga ik voor de eerste keer zelf met mijn jonge duiven rijden. Ik doe dat elke dag als het weer het toelaat 14 dagen achter elkaar. Ze zijn dan goed gewend aan een verblijf in de mand. Ik hoop dat ze dan ook hebben leren drinken in de mand. Ik zet ze om ze een beetje op weg te helpen een hele dag en nacht in de mand met aan drie kanten waterbakken. Of het veel helpt weet ik niet, het gaat ook om het gevoel. Je moet voor jezelf het gevoel er alles aan gedaan te hebben.
Belangrijk is de gezondheid van de duiven, op dit moment is het bij mij zoals iedereen dat graag ziet. Strak in de veren, bijna klaar met de rui van de kleine veertjes, luisteren goed, trainen perfect en eten als jonge kerels. Is dat op uw hok anders, dan klopt er iets niet. De duiven moeten tijdens training bij huis ook minstens 20 minuten wegtrekken. Als ze dat doen kan met de jonge duiven gereden worden. Denk over het spel met de juniors niet te gemakkelijk. De gezondheid moet perfect zijn, is dat niet het geval dan blijven er te veel achter en daar hebben we ze niet voor gekweekt. Jonge duiven vragen nu veel aandacht vooral bij degene die eind mei stoppen met verduisteren. Mijn ervaring is dat een korte periode nadat is gestopt met verduisteren de kans vrij groot is dat er een coli uitbraak komt. Als dat zo is, is dat te merken aan het gedrag van enkele duiven. Hun eetlust wordt minder, ze luisteren niet en het lijkt er op alsof ze zelfs de ingang van het hok niet meer weten. Ze zijn helemaal de kluts kwijt, ze reageren niet op het fluitsignaal van de baas, drinken erg veel en gaan vieze olieachtige groene mest produceren. Zelf verzuur ik het drinkwater regelmatig door er appelazijn in te doen. In de weekenden nadat ik gestopt ben met verduisteren geef ik uit voorzorg de coli kuur van Dr. Van der Sluis in het water. Men zegt, je kunt uit voorzorg niets doen tegen coli. Toch geef ik ze wel een medicijn. Ik heb daar een goed gevoel bij.
Dit jaar stop ik in de eerste week juni met verduisteren en de daarop volgende twee weken ben ik extra alert in verband met de gezondheid of anders gezegd probeer ik een coli uitbraak te voorkomen.

OP EIGEN HOK
Alles verloopt naar wens. De duiven komen formidabel, in het begin niet echt aan de kop en de laatste weken steeds een aantal vroege duiven en een zeer hoog prijspercentage. Het gemiddelde over 7 vluchten is ruim 70%. Het voorbije weekend op een vlucht van 240 km, 29 duiven mee waarvan er 24 prijs vlogen. Die zelfde dag een vlucht van 550 km, 6 mee en 5 prijzen te beginnen met de `1e en 2e. Mijn zesde duif kwam zondagmorgen, ik had hem als een van mijn eerste verwacht. In 2011 won hij van de zelfde vlucht de eerste en nu kwam hij pas zondagmorgen. Toen ik hem zag zitten begreep ik waarom hij geen prijs had gewonnen, er zat een groot gat in zijn borst. Onvoorstelbaar dat zo een gewonde duif toch weet thuis te komen. Toen hij dronk liep het water er net zo hard weer uit. Inmiddels is de duif door de veearts behandeld. Mijn zoon Marco overkwam het zelfde. Ook hij kreeg een van zijn betere doffers zwaar gewond thuis. Bij hem gaat het heel goed, van de 7 vluchten 6x 1e en een keer 2e. Wat wil je dan nog meer. Als het zo gaat kun je gerust zeggen: Duivensport fijne hobby! Helaas gaat het niet bij iedereen zo.
Allemaal weer veel succes en PAK ZE!

LOUIS VAN LOON OVERLEDEN
Maandag 14 mei is op zijn 89e verjaardag Louis van Loon overleden. Met het overlijden verliest de Belgische duivensport een van haar grotmeester. Van Loon speelde vele jaren een toonaangevende rol binnen de duivensport. Zijn ras was zeer gewild, waarmee onder andere Gerard Koopman, Hans Eijerkamp en vele aderen bijzonder goed mee zijn geslaagd.


OP TIJD ER BIJ ZIJN.
De wintermaanden zijn bij uitstek geschikt om duiven te verkopen, maar of ze ook zo geschikt zijn om duiven aan te schaffen? Na elk seizoen is de groep teleurgestelde duiven liefhebbers groter dan de groep waar het naar tevredenheid is verlopen. Die worden dan lekker gemaakt met een groot aanbod van duiven. Vroeger gingen duiven die weinig tot niets hadden gepresteerd de soep in, maar mede door internet wordt nu alles waar twee vleugels aan zitten te koop aangeboden en nog verkocht ook. Dat geeft aan dat er interesse is voor een grote verscheidenheid aan duiven. Wanneer we bij wat meer bij de bekende spelers komen dan liggen de verkoopprijzen dusdanig hoog dat de meeste spelers geen kans hebben om er iets van aan te schaffen. Zij nemen dan maar genoegen met duiven van een minder bekende liefhebber. Gelukkig heeft dat niet alles met kwaliteit te maken. Natuurlijk wil iedereen graag duiven hebben die afkomstig zijn van een kampioenenhok dat al vele jaren goed presteert. Ik vraag me af hoeveel liefhebbers er zijn die weten waar de betere resultaten behaald worden. Er zijn nog steeds meer “naamkopers” dan liefhebbers die heel goed uitslagen kunnen lezen en daardoor weten waar momenteel goed gespeeld wordt. Al die beroemde namen van vele jaren terug kennen we allemaal, dat zijn namen die ons als muziek in de oren klinken. In buitenlandse bladen lees ik nog steeds die namen waarvan ik weet dat ze al bijna honderd jaar dood zijn. Zelf mag ik ook graag over de beroemdheden van vroeger praten, maar niet meer dan dat. Het gaat om de hedendaagse duiven die op alle fronten de dienst uitmaken. Er zijn liefhebbers die nu nog geen naam hebben, zij zijn alleen nog maar bekend bij degene die uitslagen napluizen. In duivenmagazines kun je veel lezen over prachtige prestaties, je kunt er lezen over ziektes, kweekmethoden en het soort waarmee ze spelen. Degene die echt vooruit willen komen in de duivensport zouden eigenlijk een abonnement op meerdere duivenuitslagen moeten nemen. Daarin kom je veel meer aan de weet. Daarin zie je wie er sterk spelen, je ziet ook met hoeveel duiven ze spelen en tegen welke concurrentie. Kortom wie heel goed uitslagen kan lezen is de concurrentie altijd een slag op voor.

BETAALBAAR
Er zijn zoveel voorbeelden van goed presterende liefhebbers die duiven te koop aanbieden voor, laten we het maar vriendenprijzen noemen. Dat duurt totdat er opeens op een aantal hokken met dat soort duiven opvallend wordt gepresteerd en dan ben je te laat want dan rijzen de prijzen de pan uit. Je moet er dus al zijn geweest voordat het beroemdheden zijn. Wie goed oplet, weet dat er ook tegenwoordig bij “naamloze” liefhebbers op topniveau gepresteerd wordt. Slimme liefhebbers die op zoek zijn naar beter lezen de uitslagen tot in de kleinste details, zelf zijn ze niet zo spraakzaam en kunnen heel goed luisteren. Als die zeggen, daar en daar zitten topduiven dan ben je al te laat. Zij zijn er zelf al lang geweest, spelen met die duiven en als dan blijkt dat ze van een meerwaarde zijn voor elk hok wil iedereen die duiven hebben en dan betaal je de hoofdprijs. Zo zijn er om de paar jaar een aantal namen van liefhebbers die extra naamsbekendheid krijgen. Dat kan komen door de duivenbladen, door mond op mond reclame, door veelvuldig te adverteren of door de commercie die een bepaald soort rechtstreeks de hemel in prijst. In de tijd dat de Janssen duiven zeer gewild waren, had iedereen Janssen duiven. Althans als je de advertenties mocht geloven. Er werd door liefhebbers met Janssen duiven geadverteerd die zelf nog nooit in Arendonk waren geweest. Ze hadden ze via een ander. Tegenwoordig zijn er weer andere namen in beeld en kijk wat er gebeurd, steeds meer aanbiedingen zie je van liefhebbers die ook dat soort hebben. Rechtstreeks of via een ander, maakt niet uit dat bekende soort van nu brengt veel geld op en dan zijn er liefhebbers die daar van mee willen profiteren. Prima! Je moet ze echter hebben van de man die top presteert en niet van de mannen die dat soort duiven alleen hebben voor de commercie.

AL SPEEL JE NOG ZO HARD ER ZIJN ALTIJD DUIVEN DIE HET NIET DOEN
Ik kan het beste oordelen over mijn eigen duiven. In de 60 jaar dat ik met duiven speel heb ik gelukkig meer hoogtepunten meegemaakt dan dieptepunten. In diverse disciplines heb ik altijd goed meegespeeld, regelmatig werden duiven van mij uitgeroepen tot kampioensduif. In de loop der jaren heb ik een eigen stam opgebouwd en kreeg daarvoor in het jaar 2000 een Europees certificaat uitgereikt voor meer dan 50 jaar kweker van snelheidsduiven. Zoiets krijg je niet omdat je een aardige vent bent, nee daar moet het een en ander tegenover staan. Er moet langdurig goed gepresteerd zijn, je moet minimaal 50 jaar duiven hebben, ook op andere hokken moeten aansprekende resultaten behaald zijn en vooral van kweekmethoden moet je goed op de hoogte zijn. U kunt zich voorstellen dat ik zeer vereerd was dat ik door dat certificaat in een rij van langdurig goed presterende liefhebbers werd geplaatst en dat ik vanaf dat moment mocht spreken over het ras Braspenning. Om tot die goede prestaties te komen ben ik altijd op zoek geweest naar betere duiven. Zelf vind ik dat ik daarin geslaagd ben. Om een sterk kweekhok op te bouwen heb ik steeds mijn duiven die in groot verband een eerste prijs hadden gewonnen, direct een plaatsje in het kweekhok gegeven. Alleen eerste prijswinnaars en kampioensduiven in het kweekhok, dan ben je (bijna) niet te kloppen. Althans dat denk je. Dan zou je toch denken dat het niet mis kan gaan, je moet dan toch de ene na de andere kampioen kweken. In grote lijnen klopt dat wel. Er worden elk jaar een aantal bruikbare duiven gekweekt waarvan er zelfs enkele uitgroeiden tot kampioensduif. Daarnaast moet ik eerlijk bekennen dat er diverse broers of zusters van goede helemaal niets waard waren. Waarom? Dat is nog steeds een mysterie. Gelukkig voor de duivensport is het nog steeds zo dat uit twee topduiven niet automatisch goede kinderen geboren worden. Dat zou wel heel erg gemakkelijk zijn. Elk jaar maak ik het mee dat er duiven op mijn hok zitten die slecht presteren, maar hun nestmaat wel. Ik zeg dan altijd, ik denk dat ik aardig wat van duiven weet en mijn broer kan nog niet eens het verschil tussen een duif en een kip zien. Trouwens Johan Cruijff zijn broer kon ook geen deuk in een pakje boter trappen terwijl Johan op voetbalgebied een grootheid is over de hele wereld. Duivensport is nog steeds een geweldige hobby waaraan iedereen die dat wil veel plezier kan beleven.

ZONDAG 13 MEI
Het zal een legendarische datum worden. Die dag valt definitief het doek over de wereldberoemde Janssen duiven, dan kan er voor de laatste keer een bod uitgebracht worden op de laatste 20 edele exemplaren. Momenteel (8 mei) staat het gemiddelde op bijna 7.000 euro en dat voor duiven waarmee de laatste 30 jaar niet is gespeeld. Toch is er veel animo voor deze kunstwerken. Het is voor een aantal liefhebbers over de hele wereld een geweldig bezit. Rechtstreekse Janssen duiven op je hok, ik heb er diverse gehad. Prachtige duiven die mede vanwege de hoge aanschafprijs direct een plaats in het kweekhok kregen. Van hun vliegcapaciteiten wist ik niets. Ik had alle vertrouwen in die duiven en ze waren veelal zeer bruikbaar als kweekduif. In de zeventigerjaren wisten meer dan 50% van hun nakomelingen goede resultaten te behalen op de vluchten. Daardoor waren de Janssen duiven goud waard want waar vond je een kweekhok waar 50% bruikbare duiven werden geboren? Ik ken er maar een en dat was in de Schoolstraat te Arendonk waar ik meerdere keren ben geweest om zo een raspaardje aan te schaffen. Ik kan me, nu ik er al een groot aantal jaren niet meer ben geweest, moeilijk voorstellen dat aan dat alles een einde is gekomen. Louiske, de laatste van de beroemdste duivenmelkers aller tijden zal de rest van zijn leven doorbrengen in een verzorgingstehuis, 99 jaar oud en zonder duiven. Ik heb altijd gehoord dat je oude bomen niet moet verplaatsen en deze eik is al bijna 100 jaar oud.

KLEINE SUCCESSEN WERKEN MOTIVEREND

Laatst sprak ik een bekend dierenarts, We hadden het over alles wat met de duivensport te maken heeft. Veelal zijn dat heerlijke gesprekken. Als twee mensen die beide dezelfde hobby hebben elkaar zo maar ergens op een onverwacht moment spreken raken ze bijna niet met elkaar uitgesproken. In eerste instantie ging het over de snelle terugloop van leden. Ook wij beiden, die toch al heel lang meelopen in de duivensport wisten bij geen benadering ook maar iets te bedenken waardoor het ledental weer zou toenemen. We waren het wel met elkaar eens dat er momenteel te veel energie wordt gestoken in doelgroepen die naar ons idee nu niet direct de belangrijkste zijn. Belangrijkste leek ons er voor te zorgen dat de spelende leden die er nu nog zijn (18.000) ook kunnen blijven spelen. Die mensen moeten door onze nationale organisatie gekoesterd worden en dan op een zodanige manier dat hun hobby ook nog betaalbaar blijft. Van hen zijn 90% gezelligheidsspelers, vaak gepensioneerd en dus niet al te veel geld omhanden om overal maar aan mee te doen. Naast de gezelligheidsspelers is een grote groep commerciële boys die jaarlijks vette winsten weten te maken. Voor hen speelt het geen rol of de vrachtprijs voor een duif 1 euro of 5 euro is. Zij deinzen er ook niet voor terug om anderhalve ton voor een duif te bieden. Wat maakt uit als er jaarlijks enige tonnen uit hun duivenhobby?? binnen komen. De gezelligheidsspelers kunnen hun duiven aan het einde van het seizoen naar de poelier kunnen brengen of je kunt er soep van maken maar de gevulde jongens zijn ook nog in staat hun “opruimers” die geen platte prijs hebben gewonnen voor luxe prijzen van de hand te doen. Onvoorstelbaar dat daar wereldwijd nog steeds zoveel mensen intrappen. Laten we bij het onderwerp blijven en dat zijn de soms kleine successen die een heel seizoen goed kunnen maken. Dat zou bijvoorbeeld kunnen zijn doordat een kleine liefhebber zo maar opeens een duif pakt voor zijn sterk spelende buurman. Er zijn liefhebbers die alleen al ontzettend kunnen genieten van de thuiskomst van hun duiven en praktisch nooit prijs spelen. De bewuste dierenarts vertelde over de pech die hij enkele weken terug had. Nou kreeg ik eindelijk eens een vroege duif op een vitesse vlucht en dan doet mijn elektronische klok het niet. Je kon aan zijn praten horen en van zijn gezicht aflezen dat hem dat erg speet. Dat jou dat overkomt, zei ik tegen hem. Elke week voordat de duiven thuis komen test ik even de klok door een elektronische ring op de antenne te leggen en als je meerdere antennes hebt zou ik die elke week weer even testen. Kleine moeite en als er iets niet klopt is er nog gelegenheid er iets aan te doen. Dus ’s morgens eerste werk; de klok testen! Duivensport gaat niet alleen om overwinningen op nationale, regionale of clubraces. Elke liefhebber heeft altijd wel iemand die hij graag wil verslaan, dat kan zijn buurman of zijn vriend zijn en misschien wel de kampioen van de club. Elke wedstrijd is een wedstrijd op zich. De een gaat voor de overwinning, de ander denkt: de hele wereld mag voor me zitten als ik maar voor mijn buurman eindig. Dat is duivensport. Elkaar op een sportieve manier de das om doen. Er kan er uiteindelijk maar eentje winnen, de anderen moeten hun plezier vinden in de aankomst, een kopprijs of zo maar een prijs. Maakt niet uit wat, als er maar plezier aan de hobby wordt beleefd.

 

TOPPERS MOETEN WINNEN

In elke tak van sport, individueel of in teamverband, is het normaal dat de toppers winnen. Voor supporters is het namelijk de normaalste zaak van de wereld dat ze winnen, elke week weer opnieuw! Als die toppers winnen is het voor de media eigenlijk geen echt nieuws, het is pas nieuws als ze verliezen. Over wat topteams of topsporters er allemaal voor moeten doen is bij insiders voldoende bekend. De leek denkt daar misschien helemaal niet over na, die vindt het de normaalste zaak van de wereld. Er is heel veel te vertellen over trainingsmethoden, inzet, karakter, motivatie, conditie en kwaliteit. Welke sport we ook nemen, niets gaat vanzelf maar vraagt 100% inzet. Dus sportvrienden, dat geldt ook voor de duivensport. Helaas of misschien wel gelukkig hebben we niet alles in eigen hand. Als onze beesten op weg zijn naar de lossingplaats kunnen we er niets meer aan doen. De hele week hebben we ze kunnen verzorgen, als ze eenmaal in de mand zitten kunnen we alleen nog maar afwachten. Goede spelers kunnen aan het doen en laten van hun duiven zien of ze de komende vlucht wel of niet meedoen voor een aantal goede klasseringen. De enige die dan nog spelbreker kan zijn is het weer. Bij minder goede prestaties kunnen dan allerlei excuses genoemd worden doch die tellen niet. De klok wijst uit of er wel of niet goed gepresteerd is. Ligging en wind, het zal er wel mee te maken hebben, we kunnen er kort of lang over praten, de klok telt. Zo heb ik deze week wederom een aantal nationale grootheden gevolgd. Er waren er bij die voor de vijfde achtereenvolgende week uitstekend hebben gepresteerd. Opvallend was het dat ook een aantal toppers voor de vierde week erg teleurstelde. Grote aantallen duiven mee, slechts 25% prijs spelen en maar een enkele duif bij de eerste honderd pakken. Ja, dat gebeurt bij mensen met kastelen van hokken en honderden duiven, alles nieuw, grote reportages in de kranten, uiteraard met grootse plannen maar voorlopig worden een heel stel van die mannen door kleine liefhebbers totaal vernederd. Ik wil nu nog geen namen noemen, binnenkort doe ik dat wel. Als ze namelijk dit seizoen wel een overwinning behalen in groot verband is het hoort burgers hoort. Het tegenovergestelde mag dan ook wel eens gepubliceerd worden.

 

TOTALE VERKOOP GEBR.JANSSEN

Het doek is gevallen. Einde van een sensationeel tijdperk. De laatste originele Janssen duiven, het hele bestand van 12 kweekkoppels en 2 jongen van 2012 staan te koop op Pipa. De verkoop is nu (1 mei) nog maar 1 dag oud en het gemiddelde staat al op ruim 5.000 euro. Zondag 13 mei is de laatste dag dat er geboden kan worden. Hoe gaat dit aflopen?

 

VEEL PRIJZEN MAAR NOG GEEN KOP

Vijf vluchten zitten er op en ik ben niet ontevreden. Het wachten is nog wel op de eerste overwinning, gezien het hoge prijspercentage (na 5 vluchten 65%) kan er niet veel aan de duiven mankeren, dus ik blijf mijn best doen. Ik heb alle vertrouwen in mijn duiven, vooral in de duivinnen en het kan echt niet lang meer duren of er komt een super uitslag. Bij mijn zoon Marco, die ruim 40 km noordelijker woont, gaat het beter dan bij pa. Na 5 vluchten 4x1e en 1x2e in zijn club met daarbij meerdere klasseringen in de top-10. Komend weekend de eerste midfond vlucht 350 km, prachtige vluchten vooral als het duivenweer is.


V
ERRASSEND

Onze derde vlucht kende een typisch verloop. Ook nu was het veel te koud. In het zuiden van het land kregen de duiven te maken met fikse hagelbuien maar gelukkig hadden ze wind mee. Ik was er vanuit gegaan dat ze wel eens harder dan 110 km per uur zouden maken dus was ik ruim van tevoren paraat. Net als voorgaande weken was het ook nu geen pretje. Ik stond vol in de wind, pet op, das om, kraag omhoog met voortdurend stevige regenbuien. Wat mijn duiven nooit doen, deden ze nu wel. Ze bleven vliegen en als ze op het hok wilde dalen leek het alsof er stroom op het hok stond, Zodra ze de pannen aanraakten vlogen ze weer op. Vermoedelijk is dat gekomen door de hagelbuien waar ze doorheen zijn gekomen. Regio’s die anders moeilijk mee komen speelden nu de eerste viool. Er waren diverse liefhebbers, die meestal in achterhoede eindigen, die nu zelfs de snelste duif wisten te klokken. Hun jaar kan in ieder geval niet meer stuk! Bij degene waar dat niet het geval was, blijven ze met de nodige vraagtekens zitten. Wat is er in hemelsnaam gebeurd? Het beste is dit soort vluchten maar snel te vergeten. Bij het nazien van de uitslag viel het me toch op dat ondanks het vreemde verloop er toch diverse vooral kleine liefhebbers waren die hun getekende duiven voorop pakten. Voor de mannen die wekelijks met grote aantallen komen blijkt dit geen eenvoudige opgave te zijn.

 

NIEUW SYSTEEM.

Om kampioen te worden is door het nationale bestuur bepaald dat van elke deelnemer de eerste 25 duiven van de lijst tellen voor de kampioenspunten. Van die 25 aangewezen duiven moeten er 3 geklokt worden, de punten die deze drie duiven totaal behalen worden gedeeld door 2,5 en dat aantal telt voor het kampioenschap. Geeft iemand 68 duiven mee en hij speelt 1-2-3-4 met zijn 29e, 35e, 54e en 66e getekende dan heeft hij nog steeds geen punten gescoord voor het kampioenschap. Ik heb van een aantal vooraanstaande liefhebbers er de uitslagen eens op nageslagen en dan is het bedroevend te zien hoe slecht de meeste van hen volgens het nieuwe systeem presteren. Er worden wel aansprekende resultaten behaald, voor de kampioenschappen doen ze voorlopig niet mee. We kunnen ons de vraag stellen, wat is belangrijker mooie uitslagen of een kampioenschap. Bij mij tellen mooie uitslagen en kampioensduiven. In het nieuwe systeem is het zo dat iedere deelnemende duif punten kan scoren voor het duifkampioenschap. Dus krijgt een liefhebber zijn 44e getekende voorop dan krijgt hij geen punten voor het kampioenschap maar wel voor het duifkampioenschap.

Zelf heb Ik nog nooit duiven bijgehaald bij iemand die een waslijst aan kampioenschappen had gewonnen en geen enkele kampioensduif op zijn hok had. Nee, ik ging altijd duiven bij halen (behalve dan bij de Gebr. Janssen) bij liefhebbers die meerdere kampioensduiven bezaten en alleen daaruit wilde ik ze hebben. Ik nam ook geen jongen uit een broer of zus van de kampioensduif. Ik wilde wel een broer of zus van de kampioensduif hebben. Dergelijke duiven schafte ik altijd aan om er uit te kweken. Duiven bijhalen om mee te vliegen deed ik bijna nooit. Als je zelf een hok duiven hebt dat redelijk goed presteert kun je volgens mij beter alleen duiven bijhalen om het kweekhok te versterken.

 

KWEKEN EN SPELEN

Om er achter te komen wat voor kwaliteit er op het kweekhok zit kun je het beste veel kweken en de jongen mogen dan op de vluchten laten zien uit welk hout ze zijn gesneden. Zelf heb ik nimmer getwijfeld een goede duif heel snel een plek in mijn kweekhok te geven. Mijn kampioensduiven of eerste prijswinnaars zaten binnen de kortste keren achter het gaas om goede nazaten te kweken. Dat lijkt simpel maar dat is het niet. Twee goede duiven geven niet automatisch goede kinderen. Als het zo gemakkelijk was dan hadden al die steenrijke Chinezen met hun absurd dure Nederlandse en Belgische duiven al lang alles plat gevlogen. Gelukkig werkt het niet zo. Ik ken een voorbeeld van een doffer die van elke vlucht een dag te laat thuis kwam en van een duivin die een perfecte afstamming had en zelf geen meter vloog. Beide zaten ergens in een vlieghok en in het voorjaar werden er twee jongen uit gekweekt. Het waren twee supers die tot Nederlands beste duiven behoorden. Het volgend jaar zat dat niets zeggende koppel in het kweekhok en de ene na de andere goede duif rolde er uit. Nee, ze waren niet zo als de eerste twee maar er zaten wel winnaars bij. Als we het over kampioensduiven hebben die aan elkaar gekoppeld worden dan zijn er veel meer voorbeelden van alleen maar matige tot slechte duiven dan dat er een super uit werd gekweekt. Momenteel zijn de meeste van ons klaar met de kweek. De commerciële mannen gaan nog wel even door met kweken want de geldbuidel moet ook dit jaar weer bijgevuld worden. Degene die alleen voor zichzelf kweekt kan het beste zijn bewezen kweekduiven vroegtijdig scheiden. Het is zonde om je waardevolle duivinnen eieren te laten leggen waar je zelf geen plaats of interesse meer in hebt. De heel oude kwekers kunnen beter een heel jaar bijeen blijven om “hun zaakje” op gang te houden. Nog beter lijkt mij om de hele oude knarren weg te doen. Ze hebben hun diensten bewezen anders zouden ze niet zo oud zijn geworden. Bij mij krijgt de jeugd voorrang, die leggen op tijd eieren, brengen zonder problemen hun jongen groot en met die hele oude duiven moet je soms een jaar wachten op twee eitjes waarvan er dan ook nog eentje niet bevrucht is. Daarnaast is het afwachten hoe het jong uit die twee oude van dagen op zal groeien. Ik wil hele oude duiven nog niet voor niets op mijn hok hebben. Er zal gerust wel ergens een liefhebber zijn die goede ervaringen heeft met een heel oud koppel. Meestal is het niets en om op een toevalstreffer te gaan zitten wachten heb ik helemaal geen zin in. Dus spelen met alle jongen en wie niet mee kan komen, al komen ze uit een superkoppel, neem er afscheid van. Tussen afscheid nemen en afscheid nemen zit nog een groot verschil. De een kookt er een lekkere pan soep van, de ander weet er nog grof geld voor te maken. Kijk de komende winter maar eens naar de grote aantallen jonge duiven die verkocht gaan worden, de meeste van hen hebben alleen een mooie naam en een fraaie stamboom en er wordt geschreven dat die duiven speciaal zijn gekweekt voor deze spectaculaire verkoop. Als er vroeger bij ons thuis eens een soortgelijk verhaald werd verteld gaven we de hanglamp boven de eettafel een duwtje. Met andere woorden HIJ ZIT TE LIEGEN!

Voor het komende weekend weer veel succes en PAK ZE.


KOUD EN TOCH VLOTTE CONCOURSEN.

Het heeft zeker met de kwaliteit van de duiven te maken. Jarenlang maakte duiven met kopwind snelheden van iets boven de 60 km per uur. Die tijd is al lang voorbij. Tegenwoordig is het de normaalste zaak van de wereld dat ze met kopwind en lage temperaturen 80 km per uur vliegen. Wanneer er jaren terug eens een duif was die dit presteerde dan sprak men al gauw van een wonderduif. We zijn nu enkele weken aan de gang met elke keer stevige kopwind, veel te koud voor de tijd van het jaar maar ondanks dat verlopen de vluchten uitstekend. Elke keer zijn de prijzen binnen de 13 minuten verdiend, dit betekent dat 25% van de deelnemende thuis is. Het blijkt dus dat duiven beter tegen kou kunnen dan tegen temperaturen boven de 25 graden. Er wordt gezegd dat vooral weduwnaars warm weer moeten hebben om goed te presteren maar als we er de uitslagen op naslaan zien we dat op beide vluchten de doffers domineren. Dit komt misschien ook doordat er meer doffers ingezet worden dan duivinnen. Voor de liefhebbers zijn dit soort vluchten minder goed, het was beide vluchten namelijk geen pretje om op de duiven te wachten. Uit de wind en in de zon viel het wel mee maar degene die geen plekje uit de wind hadden moesten behoorlijk afzien. Dat de concoursen zo goed verlopen komt mede omdat er een open lucht is. Er moeten zeker kleine stukjes blauwe lucht te zien zijn, dan weten we dat de duiven zich goed kunnen oriënteren, bij een gesloten wolkendek hebben de duiven meer moeite om via de kortste weg naar huis te vliegen. Denkelijk werkt de luchtvochtigheid ook mee aan een goed vluchtverloop en dat is bij lage temperaturen en een bijna gesloten wolkendek beter dan met warm weer. Dan is de lucht droog zoals we dat noemen, vooral bij oosten wind is dat het geval. Ik houd mijn hart vast als de jonge duiven met warm weer en oosten wind hun vluchten hebben. Bijna altijd veel achterblijvers en concoursen die veel te lang open staan. Als ik mag kiezen, graag temperaturen van 20-22 graden en een noordwesten wind, dan komen de goede duiven voorop.

 

VERRASSEND.

Als je ouder wordt ben je nog al eens geneigd terug te blikken. Het is alsof het vroeger altijd

beter en mooier was, maar daar klopt niets van. We romantiseren te veel en hebben alleen het mooie onthouden en al het andere vergeten. Zo hebben we lang gedacht dat doffers, omdat het mannelijk geslacht sterker is, beter zouden presteren dan de duivinnen. In België zijn jarenlang aparte concoursen gehouden voor doffers duivinnen en jaarlingen. In Nederland hebben die altijd tegen elkaar gevlogen en vooral in de tijd dat er alleen weduwschap met doffers werd gespeeld was iedereen er van overtuigd dat doffers beter presteerden dan dames. Totdat we er achter kwamen dat het op de vluchten tot 600 km niets uitmaakte of het nu een doffer, duivin of jaarling was. Het beeld werd totaal anders, duivinnen op weduwschap finishte meerdere keren voor de doffers en vooral jaarlingen konden helemaal voor verrassingen zorgen. Als de vluchten langer werden zetten we voornamelijk oudere duiven in, die zouden dat soort afstanden makkelijker aan kunnen. Ook daarvan bleek dat we het helemaal bij het verkeerde eind hadden. Het zijn voornamelijk een- en twee jarigen die de dienst uitmaken. Tegenwoordig wordt op de meeste hokken weduwschap met doffers en duivinnen gespeeld. Ik heb zelf meer vertrouwen in de duivinnen. Zij herstellen sneller waardoor ze wekelijks mee kunnen en daardoor beleef je ook meer plezier aan ze. Steeds meer liefhebbers krijgen door dat je het van de jongere duiven moet hebben, van vier jaar en ouder zie je bijna geen duif meer in de uitslag. Zij hebben het spelletje door en zijn daardoor denkelijk minder gemotiveerd om naar huis te komen. Daardoor moeten ze plaats  maken voor de jongere garde. Alleen bij vluchten met een slecht of rampzalig verloop zie je nog wel eens een oude geroutineerde in de top van de uitslag finishen, maar om voor dat soort vluchten nog wat oudere duiven aan te houden gaat mij iets te ver. Ook hier geldt nog steeds, wie de jeugd heeft, heeft de toekomst.

 

JONGERE SPELERS MAKEN DE DIENST UIT.

De duivensport vergrijsd en er komen te weinig nieuwe jonge spelers bij. Dat is waar! Het wil echter niet zeggen dat er helemaal geen jongere spelers bij komen. Jongere spelers zitten voor mij in de leeftijdklasse van 35 tot 45 jaar en als ik naar de eindstanden van de diverse provinciale en nationale competities kijk valt het mij steeds weer op dat daar vrij veel jongere bij staan. Je ziet dat de “oude bokken” uit de kudde gestoten worden, zo gaat dat in de natuur en zo gaat dat ook in andere sporten dus ook in de duivensport. De meeste oudere liefhebbers zakken in, ze vallen in slaap, blijven te veel hangen bij het oude, volgen nieuwe ontwikkelingen niet en houden het te veel bij hun eigen duifjes waarmee ze altijd zo goed hebben gepresteerd. Ze zien niet in dat de duivensport verandert en zonder dat ze het in de gaten hebben worden ze steeds meer voorbij gestreefd door de jonge garde. Als ik naar mezelf kijk; als er vroeger ergens een duivenevenement was, was ik er ook. Ik zag bijna nooit iemand uit mijn eigen omgeving en dan vonden de oudere van toen het gek dat ik overal van op de hoogte was en alles wist wat er in de duivensport gebeurde zowel op sportief als organisatorisch gebied. Ik wilde ook overal bij zijn, ik leefde van het ene evenement naar het andere. Ik was altijd op zoek naar betere duiven, er moest wel Janssen bloed in zitten anders wilde ik ze niet. De Janssen duiven waren in mijn jonge jaren de beste duiven die er boven deze aardbol rond vlogen. Pas op latere leeftijd kwam ik erachter (ik was ook een beetje in slaap aan het dommelen) dat er ook andere en misschien wel iets betere duiven rond vlogen. Ik hield misschien iets te veel van mooi en goed en vond het vaak zonde om mijn duiven op verdere afstanden in te zetten. Nu heb ik daar geen problemen meer mee. Komt ook omdat het snelheidsspel door het sterk terug lopende aantal leden niet meer gespeeld kan worden zoals dat eigenlijk zou moeten. Korte sprintvluchten kun je alleen maar spelen in een klein gebied waar veel liefhebbers dicht bij elkaar worden. Er blijven helaas steeds minder liefhebbers over waardoor vlieggebieden noodgedwongen steeds grote worden. Hierdoor worden de vluchten van 300 tot 600 km steeds belangrijker en dan moet je zorgen dat je voor die afstanden de juiste duiven op het hok krijgt. De jongere spelers hoef je daar niets over te vertellen, die zijn daar al lang mee bezig. Je hoort ze ook niet zeuren dat ze niet in de lijn wonen of dat ze in zo een sterk gebied wonen. Zij hebben geen duiven die niet binnen willen komen en je hoort ze ook niet zeggen dat hun concurrenten “iets” gebruiken. Ze zorgen er zelf voor dat ze met topduiven aan de start komen en laten al het negatieve gepraat over aan de oude mopperaars die steeds meer vergeten dat het om goede duiven gaat en nergens anders om.

Succes voor het komende weekend en PAK ZE!

 

BASIS VAN DE DUIVENSPORT IS VITESSESPEL

Binnen de hedendaagse duivensport is de specialisatie momenteel het belangrijkste. Naar mijn idee is dat het begin geweest van de ondergang van de duivensport. De terugloop van leden is niet te remmen. De acties die de laatste jaren zijn georganiseerd om zieltjes te winnen is verspild geld energie en tijd. De te grote aandacht die aan de jeugd wordt besteed is volkomen zinloos. Jeugd die nu (vaak met hulp van pa) de duivensport beoefend krijgt alleen al als ze meedoen een beker en armen vol prijzen. De waanzin ten top! Ik heb het een keer meegemaakt dat tijdens de huldiging van een nationale competitie een vader, met een kindje van nog geen jaar in een wandelwagentje naar voren kwam om de prijs die door het kindje was gewonnen in ontvangst te nemen. Dat is een onderdeel van de moderne duivensport. Het kindje kon nog niet eens lopen, wist uiteraard totaal niets van duivensport en dan durft zo een vader de prijs in ontvangst te nemen. Een aanfluiting van de bovenste plank! De laatste jaren zie je de jeugdspelers overladen worden met prijzen en allerlei duivensport artikelen. Daar win je geen leden mee en als je ze wint zullen ze net zo snel afhaken als dat ze gekomen zijn. Er komt namelijk een tijd dat ze wel moeten presteren om iets te winnen en als die prestaties uitblijven is het plezier van het duivenspel gauw weg. De jeugd winnen voor de duivensport kan alleen door ze met de oude duiven aan de vitesse vluchten mee te laten doen en met de jonge duiven de navluchten. Daardoor komt de vakantie van de andere familieleden niet in gevaar, het blijft betaalbaar, plus dat de jeugd niet een heel jaar met duivensport bezig is. Er zijn namelijk ook andere belangrijke zaken zoals school en zelf sporten. Het duivenspel beheersen leer je op de snelheidsvluchten, dat geldt niet alleen voor de jeugd, dat geldt voor ons allemaal. Degene die op de korte vluchten goed mee kunnen komen zullen later ook de verdere vluchten aan kunnen.

 

NIET ALLES TEGELIJK WILLEN

Liefhebbers die meteen alles willen zullen veel en veel langer werk hebben om goed mee te kunnen komen dan degene die eerst het vitesse spel onder de knie willen hebben. Vitesse spel is het moeilijkste wat er is al denken vele liefhebbers daar totaal anders over. Ga maar eens kijken bij de echte snelheidsspelers, dat zijn echte tovenaars, die kunnen hun duiven super motiveren en voeren en durven heel streng te selecteren. Vitesse spel was altijd geldspel voor de gewone werkman en daar waar om geld gespeeld wordt zitten de beste duiven. Geld inzetten is niet zo moeilijk, geld winnen is heel wat anders. Daarvoor moet je duiven hebben die in rechte lijn naar huis komen denderen, ze twijfelen geen moment om naar binnen te gaan omdat ze blij zijn dat ze de baas zien. Echte vitesse spelers hoor je nooit zeuren dat hun duiven niet binnen komen. Die duiven zijn zo getraind dat ze geen seconde verspelen. Snelheidsspelers zijn ook geen mega inkorvers, zij komen met enkele duifjes die ze de hele week geobserveerd hebben, waar ze vertrouwen in hebben en er geld op durven zetten. Door wekelijks een leuk bedragje te winnen blijft hun hobby ook betaalbaar. Dat is allemaal weg. Toen de computer zijn intrede deed en de liefhebbers in plaats van kruisjes te zetten hun deelname lijst anders moesten invullen was het over met het geldspel. Voor sommige was het goed dat er niet meer om geld gespeeld werd, zij leverden week in week uit alleen maar geld in en deden vaak hun gezin te kort. Er waren er ook die met een lage inzet toch zoveel verdienden dat ze in de zomermaanden gratis spel hadden. Zelf mocht ik ook graag om geld spelen, het maakt het allemaal nog net iets spannender en wat belangrijk is, je leerde de duiven veel beter kennen. Er was in het najaar alleen nog maar plaats voor duiven die hun eigen kost konden verdienen. Dat is verleden tijd. Tegenwoordig komen liefhebbers met manden vol duiven aan sjouwen terwijl het nergens om gaat. Ja, er wordt gestreden om kampioenspunten, maakt niet uit of die door de bovenste duif van de deelnamelijst worden behaald of door de 85ste. Gelukkig is daar dit jaar voor het eerst een nieuwe regeling voor gekomen. Voor iedereen gelden nu de eerste 25 duiven van de deelnamelijst voor de kampioenschappen. Dat wil zeggen, we spelen nu allemaal 25 tegen 25 en niet meer 50 tegen 12 of iets dergelijks.

Of we er daardoor nieuwe leden bij zullen krijgen? Zeker weten van niet.

 

INVLIEGDUIVEN

Er was een tijd dat alle duiven mee deden aan de wedstrijd. Door de specialisatie is dat niet meer het geval. De fondspelers komen (bijna) elke week met invliegduiven, dat zijn duiven die gaan alleen maar mee om te trainen en verder niets. De deelnemers aan de meerdaagse fondvluchten maken het nog erger, zij komen zelfs op vluchten van meer dan 500 km nog met duiven die zo een vlucht als training afwerken. In de verenigingen is dat alleen maar veel werk, ze doen nergens aan mee en als hun duiven in de mand zitten gaan ze naar huis. Ze laten geen klok stellen, helpen vaak niet eens om de duiven in de duivenwagen te laden. Ooit was er een tijd dat er maar 4 dagfond vluchten waren en 1 meerdaagse fondvlucht. Toen bestond de specialisatie nog niet, iedereen deed aan die vluchten mee. Tegenwoordig zijn er veel te veel van dat soort vluchten en dat gaat allemaal ten koste van het programmaspel. Met 1 vlucht in een weekend doet iedereen overal aan mee en zijn we meteen van die invliegduiven af. Ik las in een reportage van een fondliefhebber dat hij uit respect voor de snelheidsspelers zijn duiven altijd inzet voor prijs, dus nooit invliegduiven meegeeft. Hij vertelde er ook bij dat het vooral die mensen zijn die het duivenspel mogelijk maken. Zij zijn de werkers die ook zorgen dat de duiven van de fondspelers de mand ingaan. Zelf zou ik er het volgende nog aan toe willen voegen, weten de fondspelers wel dat het de programmaspelers zijn die hun fondvluchten betaalbaar maken. Als je ziet wat er betaald wordt voor een vlucht van 200 km of een vlucht van 600 km, die prijzen zijn totaal niet in verhouding. Mede uit dat oogpunt zou het mooi zijn dat alle duiven die ingezet worden automatisch meedoen aan de wedstrijd.

Maar ook daardoor krijgen we er geen nieuwe leden bij.

 

STERK SPEL

De eerste vlucht is voorbij. Het was in Nederland zeker geen ideaal duivenweer. Veel te koud, maar ook met dat weer zijn winnaars en verliezers. Laat ik met me zelf beginnen. De voorbereidingen op het nieuwe seizoen waren goed, alles verliep naar wens totdat ik drie dagen voor de eerste vlucht plotseling in het ziekenhuis werd opgenomen. Dat was een enorme domper, niet zozeer de opname maar meer de reden waarom ik naar het ziekenhuis moest. Ik zal u daar niet mee vermoeien. Er moest wel geïmproviseerd worden zodat mijn duiven toch mee konden doen. Mijn vrouw heeft ze verzorgd en dat heeft ze prima gedaan. Er werd echter niet schoon gemaakt, de duiven zijn die dagen niet buiten geweest en hebben ook geen bad gehad. Of je daardoor goed of slecht gaat presteren is niet te bepalen. Wel is het zo dat je gevoel moet zeggen, er is alles aan gedaan om mee te doen voor de overwinning en dat ontbrak er aan. Mijn zoon Marco, die 50 km noordelijker woont, heeft eerst zijn eigen duiven ingezet en toen die van mij. Er gingen er 37 mee en daarvan speelde er 26 prijs (70%) te beginnen met de 8e tegen 427 duiven, in de ZCC was dat goed voor een 36e plaats tegen 2,400 duiven met 6 in de eerste honderd. Daar was ik heel tevreden mee. De eerste drie waren geroutineerde duiven, daarna volgde een aantal jaarlingen waarbij ook mijn favoriete duivin “005”. Van haar verwacht ik heel veel. Zoonlief deed het nog beter dan pa, hij speelde 1/2/3/4 en had er 14 bij de eerste twintig. Op de computer heb ik nagekeken hoe een aantal nationale grootheden het er op de eerste vlucht afgebracht hebben. Het was in grote lijnen schrikbarend slecht. Ik wil nu nog geen namen noemen, ik zal ze eerst 5 weken volgen en dan publiceer ik een overzicht. Ik ben er nu al van overtuigd dat sommigen van u van hun stoel zullen vallen bij het lezen van de prestaties.

Het komende weekend veel succes en PAK ZE!



KUNNEN DUIVEN BETER TEGEN KOUDE DAN TEGEN WARMTE?
Niemand was blij met de weersgesteldheid op de laatste trainingsvlucht. De dagen er aan voorafgaand hadden we zomerse temperaturen en een dag voor de vlucht daalde de temperatuur overdag tot 7 graden. Dat was er de oorzaak van dat op deze “generale repetitie” erg weinig duiven mee gingen. Zelf had ik er ook maar 12 mee, 6 doffers en 6 duivinnen. Ik vind dat je met dergelijke temperaturen meer afbreekt dan opbouwt. We moesten wachten tot na de middag, het weer knapte toen iets op maar de temperaturen bleven veel te laag. In de duivenauto’s waarin een paar duizend duiven zitten is de temperatuur meer dan behaaglijk, dan opeens mogen de duiven er uit en dan vliegen ze de kou in plus dat ze ook nog eens te maken kregen met een stevige kopwind. Nee, ze kregen het deze laatste trainingsvlucht zeker niet cadeau. Toch werd het een vlotte vlucht met snelheden van iets boven de 70 km per uur en de prijzen waren in acht minuten verdiend (1:4). Het wachten op de duiven was geen pretje, pet op, sjaal om, dikke jas aan, duivensport is toch een zomersport zou je denken! Nou, ik zag er die dag uit als de verschrikkelijke sneeuwman. Over het verloop was ik zeer tevreden en achteraf had ik toch wel een beetje spijt dat ik niet wat meer duiven had meegegeven. Die 12 van mij waren binnen 9 minuten thuis, eerst kwamen er twee duivinnen die 5 dagen zaten te broeden tegelijk aangestormd. Ze vielen zonder een rondje om het hok te maken rechtstreeks op de klep en zaten met 2 seconden verschil binnen. In de club was dat goed voor 2 en 3 en in de ZCC tegen 1.200 duiven speelden de dames 6 en 7 met verder 50% prijs. Voor het komende weekend ziet het er niet veel beter uit, ’s nachts en in de vroege morgen temperaturen van om en nabij het vriespunt, in de middag maximum 10 graden en zwaar bewolkt. Dat is geen duivenweer! Aangezien we in Nederland leven zullen we moeten zorgen dat we ook voor deze weersomstandigheden duiven bezitten die daar tegen kunnen. De ene keer temperatuur onder de 10 graden en het kan over een week of drie zomaar boven de 20 graden zijn. Daar zitten we op te wachten! Wat betreft mijn duiven heb ik er alle vertrouwen in, ze zitten deze week voor het eerst op weduwschap, zien er prima uit, mooi op gewicht, trainen goed en eten nog beter. De duivinnen trainen een keer per dag omdat het ’s morgens om 7 uur nog te donker is. De doffers gaan er om 8 uur uit en trainen een uur zonder dat ik met de vlag hoef te zwaaien. “s Middags om 4 uur gaan de duivinnen er uit en ook zij trainen nu al of ze in topvorm zijn.

VASTE TIJDEN
Sinds de oude duiven op weduwschap zitten mogen de jonge duiven niet meer de hele dag los en moeten ook zij zich nu houden aan vaste tijden. Dat wil zeggen op vaste tijden trainen en op vaste tijden eten en dat weten ze want zolang ze op de wereld zijn krijgen ze ’s morgens en ’s middags op dezelfde tijd eten. Nadat ze nu twee keer per dag een uurtje mogen trainen hoef ik om 10 en 19 uur maar even te fluiten en binnen enkele seconden zitten ze alle 44 binnen. Met die 44 ga ik spelen, er komt geen duif meer bij. Ik heb nog wel een aantal jongen bij mijn kweekduiven liggen en voor hen heb ik nog een afdeling leeg gehouden. De kweek loopt fantastisch, eigenlijk te goed want ik heb weer meer duiven dan dat ik van plan was en dat terwijl ik alle duiven waarvoor ik een bon heb geschonken heb afgeleverd en degene die vroege jongen hadden besteld hebben hun duifjes ook al ontvangen. Komend weekend de eerste officiële vlucht, alle doffers en duivinnen gaan mee want een afstand van 110 km moeten ze ook met koud weer vrij gemakkelijk kunnen overbruggen plus dat ze ook de nodige trainingskilometers moeten maken. In de tijd dat ik nog actief wielrenner was zorgde ik ervoor dat ik in het voorseizoen minstens drieduizend kilometers in de benen had. Het verschil zag je in de eerste klassiekers met de jongens die te laat met trainen waren begonnen. Soms kon je niet trainen vanwege sneeuw op de wegen maar zodra het kon ging ik aan de gang terwijl anderen liever binnen bleven zitten. Zo hard trainen dat je overtraind raakt is een grove fout, met een uitgekiend schema (ook voor de duiven) komt het juiste ritme en als de gezondheid goed is met daarbij een perfecte verzorging komen sporters en ook duiven in een optimale conditie, sommigen komen zelfs in supervorm en daar gaat het om. Supervorm komt zo maar opeens, het is net of de duiven iets kleiner worden, ze gaan tijdens de training bij huis de snelheid steeds meer opvoeren, trekken weg en komen na enkele minuten weer over het hok heen denderen om weer een andere richting te kiezen. Als ze dat doen, zet er gerust maar een groot deel van je zakgeld op want de duiven zullen je met dit gedrag beslist niet teleur stellen.

PROGNOSE
Ik las kortgeleden een prognose over de terugloop van leden. Het ging om een tijdbestek van twee keer tien jaar. Eerst werd het aantal leden genoemd van 2002, dan de huidige situatie van 2012 en de prognose voor 2022. Als het verval zo doorgaat als nu zullen er in 2022 nog 3.000 liefhebbers zijn. Onvoorstelbaar is dat! Eens hadden we bijna 100.000 leden, dat waren bijna ook 100.000 hokken want bijna niemand speelde in combinatie. Het waren zo goed als allemaal individuele liefhebbers.
Als ik naar mijn eigen club kijk hebben we een zestigtal leden, daarbij zijn ook combinaties van twee of drie leden die van hetzelfde hok spelen. Onze club heeft dus wel een aardig aantal leden, de praktijk is dat er eigenlijk maar 30 meedoen. Anderen zijn wel lid of spelen in combinatie. Dat geldt voor alle clubs in Nederland. We kunnen wel zeggen dat er nu nog 18.000 leden zijn die van maximaal 15.000 hokken spelen. In een Amerikaans tijdschrift lees ik regelmatig nog een advertentie van een kampioen die zegt een satelliet hok in Nederland te hebben waar ze tegen 50.000 liefhebbers spelen. Misschien goed voor de commercie, 50.000 leden is al heel lang geleden, was het maar waar dat we er nog zoveel hadden. Mocht de prognose voor 2022 uitkomen dan voorzie ik grote problemen. Er was een tijd dat er in elke Nederlandse stad of dorp minimaal een duivenclub was. Door de terugloop van leden zijn de laatste jaren veel clubs gefuseerd. Toen ik nog in Zaandam woonde waren daar 6 duivenclubs, door gedwongen fusie nu nog maar 1. De leden komen niet meer alleen uit die stad maar ook uit omliggende dorpen. Ooit speelde we in ons vlieggebied met 450 liefhebbers, nu zijn het er geen 175 meer. Als dit zo doorgaat zullen er jaarlijks een flink aantal verenigingen gaan verdwijnen. Er komt een overschot aan vervoercapaciteit. Het spel gaat veranderen, sprintvluchten kunnen bijna niet meer georganiseerd worden omdat er te weinig liefhebbers overblijven waardoor de vlieggebieden noodgedwongen groter worden om nog een interessant aantal duiven bijeen te krijgen. Sprintvluchten wordt niet voor niets dorpsspel genoemd, dat zijn vluchten voor groepen duivenmelkers die bij elkaar in een klein gebied wonen. Sprintvluchten zijn vluchten met een afstandverschil van 10-15 km, als het verschil 80 km tussen de kortste en de langste afstand wordt kunnen we de sprintvluchten vergeten en laat daar nu juist de meeste liefhebbers aan meedoen. We gaan de komende jaren nog wat meemaken, vooral omdat de nationale bestuurders ook niet op 1 lijn zitten. De Nederlandse en ook de Belgische duivensport barst op dit moment van de problemen.
Ondanks dat, het komende weekend weer veel succes en PAK ZE!


SPANNING STIJGT
België en Zuid Nederland zijn vertrokken, het spel is op de wagen en de eerste winnaars zijn bekend. Als er winnaars zijn, zijn er ook altijd verliezers. Verliezen kan op verschillende manieren. Je kunt de eerste plaats verliezen doordat je eerste duif om de een of andere reden niet direct binnenkomt. Je kunt ook verliezen omdat al je duiven zich niet in de uitslag weten te spelen. Misschien door verkeerde ligging, de wind in je nadeel of de duiven nog niet in de juiste conditie. Je kunt ook verliezen omdat een van je betere duiven op de eerste de beste vlucht is achter gebleven. Al dit soort situaties zal velen van ons een keertje meemaken. Tegenslagen horen een beetje bij elke sport. Het zou niet goed zijn als altijd dezelfde liefhebbers winnen. Die zijn er wel, gelukkig voor hen maar niet voor de hele club. Een oudere liefhebber zei ooit eens tegen mij: “Bert als je wint lach je alleen en als je verliest lacht de hele club”. Hoe ouder ik word, hoe meer ik vind dat hij gelijk heeft. Duivensport is altijd een individuele hobby/sport geweest. Ondanks dat kwamen de liefhebbers bij elkaar op bezoek, keken naar de duiven, ruilden eieren of jongen met elkaar en zo was het voor de meeste liefhebbers een goedkope en prachtige vorm van vrije tijdbesteding. Van stamkaarten had toen nog nooit iemand gehoord. Als je een duif van iemand kreeg stond op de achterzijde van het eigendomsbewijs het ringnummer van de vader en moeder, dat was het. Tegenwoordig hebben alle duiven een naam en een prachtig uitgevoerde pedigree. Behalve de oudere liefhebbers, heeft iedereen een site. Erg leuk om van elkaar te kunnen lezen hoe er met duiven wordt omgegaan, hoe de kweek verloopt, nieuw aangeschafte duiven en verder zo een beetje alles wat met de duivensport heeft te maken. Jammer genoeg is alles doorgeslagen naar commercie. Op elke site, ook van spelers die al jarenlang duiven hebben en nog nooit iets bijzonders hebben gepresteerd, worden duiven te koop aangeboden. Verder wordt je dood gegooid met aanbiedingen van allerlei medicijnen, voedingssupplementen, vitamines en poeders en pillen om maar beter te presteren. De liefhebbers of liever gezegd de duivenbladen maken iedereen gek. Het beroerde is dat de meeste liefhebbers ook nog geloven in alle onzin die ons wekelijks wordt aangeboden. Als liefhebbers maar dikwijls genoeg dezelfde advertentie lezen over een bepaald product gaan ze er in geloven en kopen zo een product wat in de meeste gevallen weggegooid geld is. Doordat vooral de mindere spelers nog steeds geloven dat de betere spelers wondermiddelen geven zijn zij altijd op zoek naar hun geluk dat ze nooit zullen vinden. Kijk maar op beurzen welke stands de meeste aandacht krijgen, het zijn altijd de veeartsen en degene die de zogenaamde geheime middelen verkopen. Een stand waar boeken verkocht worden over de duivensport krijgt bijna geen aandacht, wel de verkopers van jonge duiven die hun waar aanprijzen met prachtige namen en gefingeerde uitslagen. Het is niet helemaal verkeerd om af en toe eens zo een duifje aan te schaffen. Meestal is het niets waard, het tegenovergestelde is ook waar en zelf kweken we ook niet allemaal kampioentjes. Zoals ik zei, het seizoen is begonnen. We starten allemaal met (streng) geselecteerde duiven dus we hebben allemaal duiven waar we alle vertrouwen in hebben. Daarom zal het een zware teleurstelling zijn als op de eerste de beste vlucht de prestaties onder de maat blijven en vooral als je ook nog een paar beloftevolle duiven kwijt bent. Blijf vertrouwen hebben in de duiven, het seizoen is nog lang, ga niet meteen van systeem veranderen en blijf de duiven 100% verzorgen. Geef je nooit gewonnen en zeg tegen je zelf: wat een ander kan, kan ik ook!

VOORBEREIDING
In al die jaren dat ik duiven heb zullen we vast en zeker wel eens een goed voorjaar hebben gehad, maar ik kan het me niet herinneren. Dit jaar is voor ons Hollanders subliem. Prachtig voorjaarsweer, elke dag zon en je ziet alles groener worden. We hebben het vaak over medicijnen tegen allerlei kwalen, zou er een beter medicijn zijn dan zon en zuurstof? Beiden krijg je helemaal voor niets terwijl het de belangrijkste bestanddelen zijn voor een goede opgroei en conditie van de jonge duiven en de hele duivenkolonie. Alle dagen liggen de jonge duiven buiten in de zon. Deze week overigens voor het laatst want ook in mijn omgeving wordt gestart met het nieuwe vliegseizoen en dan wil ik de jonge duiven niet meer de hele dag buiten hebben. Met ingang van zondag 1 april mogen ze er van 9-10 uur uit en in de namiddag van 6-7 uur. Om half acht worden ze verduisterd en de volgende morgen om half negen gaan de gordijnen weer open. Ik ben 10 dagen achter elkaar met de oude duiven op pad geweest, een keer naar 20 km en de andere negen keer naar 35 km. Ik ga nooit verder, de duiven weten veel beter dan ik de weg naar huis te vinden. Door er tien dagen mee te rijden heb ik ze opnieuw vertrouwd gemaakt met de mand en denkelijk heb ik ze weer in hun vliegritme gebracht. Elke dag had ik de klok aan staan. Er was een dag dat er ’s middags nog zes duiven moesten komen, de andere negen dagen waren alle duiven in een tijdbestek van vier minuten thuis. Hoe lang het duurde voordat de duiven het hok binnen zijn gegaan weet ik niet want elke keer waren de duiven eerder thuis dan de baas. Bijna niet te geloven want ik reed waar mogelijk 100-120 km per uur. Toch zaten ze elke keer al binnen. Zaterdag, de 31ste begint het. Vele malen heb ik geschreven over het prachtige voorjaarsweer en laat ik nu vandaag lezen dat met ingang van de komende zaterdag regen wordt verwacht en een dagtemperatuur van maximaal 9 graden C. Dat is eigenlijk te koud om op een verantwoorde manier een concours te houden. Ideaal is 13-25 graden. Ik zal tot het laatste moment wachten om te bepalen welke duiven mee gaan. Ze zitten allemaal te broeden en ik zie dat als een voordeel wanneer het te koud is. Waar moeten de weduwnaars de motivatie vandaan halen om snel terug te vliegen naar een koud hok waarin ze de hele week alleen zitten. Ik houd het er op dat de duivinnen op de eerste vlucht de boventon gaan voeren.

OPVALLEND
Het is mijn gewoonte om elk jaar minimaal 50% jaarlingen te houden, verder 40% tweejarigen en 5% driejarigen. Van de jaarlingen weet ik weinig of niets. Prestaties als jonge duif hebben mij nooit zoveel gezegd. Natuurlijk vind ook ik het fijn als ik een jonge duif heb die buitensporig goed presteert. Het is echter afwachten of die prestaties als jaarling ook maar enigszins benaderd worden. Zekerheid heb je nooit. Van de twee en drie jarigen weten we meer. De drie jarigen zijn absoluut de besten, anders zouden ze namelijk niet meer in het vlieghok zitten. Of de twee en drie jarigen in 2012 ook weer de besten zullen zijn valt te betwijfelen. Ieder jaar blijkt namelijk dat enkele jaarlingen veel en veel beter presteren en dat zijn meestal duiven die als jong maar enkele matige prijsjes hebben gewonnen. Alle dagen dat ik met de duiven ben weggeweest was er maar een dag dat de overjarige beter kwamen. Dat was de dag dat ik ’s middags nog zes duiven mistte, alle andere dagen waren het voornamelijk jaarlingen die het eerste geklokt waren. Of ze ook als eerste thuis waren weet ik niet, daar moet ik naar raden. Bij de jaarlingen waren 2 duivinnen en 1 doffer die zes keer bij mijn eerste vijf geklokte duiven zaten. De duiven zien er verder prima uit, vanmorgen is dr. Van der Sluis bij me geweest om de jonge duiven tegen paramixo te enten, de oude waren al geënt. De duiven trainen goed, voelen goed aan, hebben mooi rosé borstvlees en de mest ziet er ook goed uit. Wat heb je dan als duivenmelker nog meer te wensen? En nu maar hopen op mooi vliegweer en goede resultaten.
Allemaal veel succes en PAK ZE!


NU IS HET ECHT GEDAAN MET DE JANSSEN DUIVEN.

Voor de echte oudere duivenmelkers is het bijna niet te geloven dat we de Schoolstraat 6 in het Belgische Arendonk niet meer kunnen bezoeken. Ik weet niet hoeveel liefhebbers van over de hele wereld daar zijn geweest om zo een wereldberoemde volbloed van de “mannekes” te bemachtigen. Het is over en uit. Louiske (99) ligt in het ziekenhuis, hij is de enige die nog over is van het illustere vijftal. Louis was niet de melker, hij was de man van de centen en ik zou bij benadering niet durven zeggen hoeveel geld er in zijn kleine handjes terecht is gekomen. Successen werden in vele landen met hun duiven behaald en als morgen beslist zou worden, dat alle duiven waar het bloed van de edele Janssen duiven in zit, afgemaakt moeten worden dan zouden er maar erg weinig duiven overblijven. Eigenlijk is de gouden periode van de prachtige Janssen duiven al geruime tijd voorbij. De Janssens waren misschien wel de eerste melkers op aarde die het grote geld voor hun duiven wisten te maken, dit vaak tot grote afgunst van hun Belgische collega’s. Maar hoe we het ook wenden of keren, heel veel liefhebbers zijn daar meer dan geslaagd. Ik durf te beweren dat als je in de zestigerjaren 10 duiven bij hun kocht, dat je dan 8 goede had. Je kon er echter geen 10 tegelijk kopen, je kwam op de wachtlijst, alles opgetekend in een simpel schoolschrift met een handschrift dat alleen Louis kon lezen. Zelf ben ik ook zeer geslaagd met de Janssen duiven. Ik was jarenlang een grote fan van hen. Betere en mooiere duiven bestonden in mijn ogen niet. Er waren wel andere mooie en goede duiven, maar betere, daar zet ik mijn vraagtekens bij. De hokken in de Schoolstraat zijn leeg en blijven leeg. Het is gedaan. De overgebleven 30 duiven zitten nu ergens ondergedoken op een onbekend adres. Binnenkort komen ze in verkoop, Pipa heeft de organisatie en dan komt het meestal wel goed. Denkelijk zullen de verzamelaars van de echte en loepzuivere Janssens diep in de buidel moeten tasten om een laatste wereldberoemde rasduif vanaf een plaatje te kunnen kopen. Voor ons Janssen liefhebbers jammer dat er waarschijnlijk geen zaalverkoop komt. Ik kan me nog publieke verkopingen herinneren waar de mensen moesten dringen om binnen te komen alleen omdat er Janssen duiven verkocht werden. Ik ben blij dat ik de gebroeders heb gekend, dat ik er diverse keren op hokbezoek ben geweest en dat ik de legendarische periode van deze simpele mensen maar steengoede melkers heb meegemaakt. Toen ik las dat de hokken in de Schoolstraat leeg waren kreeg ik een heel naar gevoel van binnen. De gouden periode van de duivensport is voorbij, zeker nu ook Schoolstraat 6 geen bezoekadres meer is. Een adres waar vele jaren excellente duiven onder de pannen hebben gezeten. De wereld zal ook na dit nieuws wel gewoon doordraaien, of dat ook het geval is met de duivenwereld? Van 1900 tot 2000 was het de gouden eeuw binnen de duivensport en die tijd komt nooit meer terug. Helaas, maar waar.

 

HOGE TEMPERATUREN VOOR DE TIJD VAN HET JAAR.

Maart 2012 gaat zich aan de top klasseren voor wat betreft hoge temperaturen. In Nederland af en toe nog nachtvorst maar vooral overdag veel zon en misschien zit het in mij maar ik vind het nog steeds koud. Binnen achter het glas is het heerlijk zodat je geneigd bent in je overhemd naar buiten te lopen. Maar dat valt tegen. Ook in het duivenhok een heerlijke temperatuur. Regelmatig zit ik een half uurtje bij de jonge duiven die lekker in het stro liggen te zonnebaden. Vandaag hebben ze allemaal weer een bad gehad en dat doet ze goed. Vanavond heb ik er nog een stel in mijn handen genomen en wat voelen ze dan zijdezacht aan. De duiven, zowel oud als jong, doen het prima. De ouden zijn voor de tweede keer gepaard en de doffers jagen als gekken. Binnen enkele dagen liggen er eieren waar ze  5-6 dagen op mogen broeden. Daarna is het uit met de pret en worden de zaken nog serieuzer aangepakt. Alles gebeurt al op tijd, maar vanaf dit weekend wanneer de zomertijd ingaat, gaat alles bijna op de minuut nauwkeurig. Sommige zeggen dat ik een slaaf van mijn duiven ben, ik heb daar een andere mening over. Ik weet niet beter, mijn hele leven heb ik de duiven zeer nauwkeurig verzorgd, dat is een vast deel van mijn dagindeling geworden en dat heeft me geen windeieren opgeleverd. Soms week ik bewust eens een dag van het strakke verzorgingsschema af. Dat klink raar, doch soms krijgen ze daar een opleving van. Toen ik zelf nog fietste leefde ik als een monnik. Ook altijd volgens een vast schema. Toen ik daar eens vanaf week omdat ik naar een groot feest moest kwam ik er achter dat zoiets stimulerend kan werken. Ik dronk nooit, die avond wel en dat heb ik geweten. ’s Morgens vroeg was ik nog doodziek, toch ging ik die ochtend naar mijn wielerclub om een wedstrijd van 120 km te rijden. Slechts drie boterhammen had ik met veel moeite naar binnen weten te werken, daar had ik wel twee koppen thee met “dubbel suiker” bij nodig. Toen we 40 km onderweg waren leek alles wel vanzelf te gaan. Ik finishte solo met 4 minuten voorsprong. Zoiets moet je natuurlijk niet wekelijks doen. Af en toe eens afwijken van een strak schema kan voor mens en dier zeker geen kwaad. Nu we van dat fraaie voorjaarsweer hebben en aan de vooravond staan van een nieuw seizoen is het heerlijk om bijna dagelijks met de duiven op pad te gaan. Voorlopig loopt alles naar wens. De duiven en ik zijn er klaar voor, nu maar hopen dat de weersgoden er net zo over denken.

 

ALLES BLIJFT WEER BIJ HET ZELFDE.

Organisatorisch klopt het nog steeds niet. Veel onenigheid, verkeerde afspraken en zelfs beslaglegging op een van de bankrekeningen van onze nationale organisatie. Ook dit jaar geen nationaal eensluidend kampioenschapstelsel. Het enige wat is bereikt, is dat van elke liefhebber de eerste 25 oude duiven van de deelnemerslijst voor het kampioenschap tellen. Dat lijkt aardig doch stelt niets voor. Het zou prima zijn als elke liefhebber voor aanvang van het seizoen 25 ringnummers doorgeeft van zijn duiven die voor het kampioenschap mee vliegen. Dat is niet het geval en wat moet een liefhebber dan die maar 12 koppels duiven heeft. Hij zal het dus een heel jaar met die 24 op moeten nemen tegen de megahokken die er een paar honderd hebben zitten. Die kleine liefhebber zal het met die 24 moeten doen en de grote heeft iedere week keus uit een groot aantal. Daarvan weet hij na 5 weken spel echt wel wat de betere duiven zijn zodat een groot aantal daarvan bij zijn eerste 25 staan, ook als er twee vluchten in een weekend zijn. Nee, zo lang we niet 10 tegen 10 spelen of 12 tegen 12 blijft het duivenspel nog steeds een oneerlijk spelletje. Voetbal spelen we toch ook 11 tegen 11 en niet 111 tegen 11. Ik zal blij zijn als het startschot wordt gelost, dan is iedereen met zijn eigen duiven bezig en zijn we een half jaar verlost van al dat gezeur hoe het beter en anders zou moeten worden.

Veel succes en PAK ZE!


HET WAS WEER FEEST
Ik heb mijn duiven weer bij elkaar zitten. Ieder jaar krijgen mijn vliegduiven, nadat ze hun eerste ronde jongen hebben groot gebracht enkele weken rust. Daarna koppel ik ze nog een keer voordat ze op weduwschap komen. Uit ervaring weet ik dat vooral de jaarlingen helemaal door het dolle zijn als ze weer samen komen, het is een groot feest! Voordat ze bijeen komen laat ik ze eerst eten want als ik dat niet doe hebben ze alleen maar oog voor de vrouwtjes. Hadden wij toen we nog jong waren niet hetzelfde probleem? Nadat de duiven gegeten hebben laat ik ze gezamenlijk los. Het hok is dan gesloten, ze kunnen dus niet binnen. Als het “stuntvliegen” een beetje over is laat ik ze binnen en begint het feest van voren af aan. Vooral de jaarling doffers vliegen als bezetene van het ene naar het andere broedhok, als er maar een duivin naar een broedhok vliegt gaan er zeker twee of drie doffers achter haar aan. Ik blijf er bij om vechtpartijen te voorkomen. Na een half uur wordt het rustiger en met een beetje hulp van de baas zit elke doffer en elke duivin in het goede broedhok. Ik sluit ze dan een uurtje op zodat ze na de heftige vrijpartij even bij kunnen komen. Dan gaan de broedhokken open en kunnen alle duiven vanaf dat moment in en uit hun broedhok vliegen. De vliegduiven komen nu twee keer per dag een uur gezamenlijk los, ’s morgens van 7-8 uur en ’s middags van 4-5 uur. Als alles loopt zoals gepland zitten mijn vliegduiven op 31 maart 6 dagen te broeden. Op die datum is tevens onze laatste trainingsvlucht en gaan alle duiven mee. Die zelfde avond gaan de eieren weg en de volgende middag gaan de duivinnen naar het weduwe duivinnenhok. Doordat de zomertijd op 25 maart is ingegaan is het ’s morgens om 7 uur nog te donker en meestal ook nog te koud. Vandaar dat ik de eerste weken de duivinnen alleen ’s middags anderhalf uur laat trainen (half vier tot vijf uur). De doffers trainen wel twee keer per dag, van 8-9 en van 5-6 uur. Zodra het ’s morgens steeds vroeger licht wordt trainen de duivinnen ook twee keer per dag, van 7-8 en van 4-5 uur. Over een paar dagen gooi ik een flinke hoeveelheid tabakstelen in het hok zodat de duiven zelf hun nest kunnen bouwen. Sommige bouwen torens en anderen doen niets, ik vind het prima want ik doe er ook niets aan. Dat is iets dat ze zelf mogen regelen.

VOORBEREIDING.
De duiven worden nu al op tijden verzorgd alsof het zomertijd is. De traditionele geelkuur en de verplichte paramixo enting hebben ze gehad. Zodra ze op eieren zitten nog een paar dagen een orni-rood kuur van Dr. Van der Sluis tegen ornithose (luchtwegen) en vanaf het moment dat de duiven weer bijeen zitten probeer ik er dagelijks mee te rijden. Dat alles bij elkaar moet voldoende zijn om ze in de juiste conditie te brengen. Reserves opbouwen is nog niet nodig, sprinters moeten een explosie teweeg brengen waarbij ze hun reserves niet hoeven aan te spreken. Geen overbodige ballast dus. Wat beslist niet vergeten mag worden is dagelijks verse grit. Let op de mest, als er onvoldoende schone of verse grit in het hok is, is dat direct te zien aan de mest. Grit is het belangrijkste bestanddeel voor een goede spijsvertering! Verder is het belangrijk een verzorgingsschema te hebben voor de hele week, wat betekent alle dagen hetzelfde. Hierdoor komen de duiven in een optimale conditie. Het worden als het ware robots, ze weten niet beter en dat komt zeker de prestaties ten goede. Nu we zo dicht tegen de seizoenstart aan zitten moet alles in en om het hok tip top voor elkaar zijn. Niet alleen de duiven, ook het materiaal zoals manden, klok en hok. Het weer werkt in Nederland geweldig mee, temperaturen van 12-15 graden zijn voor Hollandse begrippen hoge temperaturen voor de tijd van het jaar, beter kan niet. Dan is er gelegenheid om de duiven goed in te spelen zodat ze begin april met goed gevolg de eerste sprintvluchten kunnen afleggen. Vanaf de eerste officiële vlucht worden de duivinnen steeds getoond en mogen op de dag van thuiskomst ongeacht hoe laat ze thuis komen tot ‘s avonds 7 uur in hun broedhok bij de duivin blijven, dit om ze goed gekoppeld te houden.

WAT WORDEN DE FAVORIETEN
Nu we aan de vooravond staan van een nieuw seizoen is het voor elke liefhebber moeilijk te zeggen welke duiven het dit jaar waar gaan maken. En met waarmaken bedoel ik niet alleen prijs spelen, maar zoveel mogelijk vroege prijzen waardoor die duiven in aanmerking komen voor een goede klassering in de verschillende nationale competities of zelfs deelname aan de Olympiade. Allemaal hebben we denkelijk de nummers of namen van onze favorieten in gedachten. De vraag is, gaan ze doen wat de baas denkt. Vooral jaarlingen kunnen heel verrassend presteren. Vaak een beetje wisselvallig met veelal een aantal vroege aankomsten en als ze dat laatste nu net wat keren meer doen dan de duiven van de concurrentie zullen ze uiteindelijk in de categorie kampioensduiven hoge ogen gaan gooien. Zelf mag ik graag met jaarlingen spelen. Zij zorgen meestal voor sensatie, ze kunnen je zo maar verrassen, vooral de duivinnen zijn tot mooie dingen in staat. Duivinnen met goede prestaties hebben we nodig voor de kweek. Wees daarom niet bang om een goede jaarling duivin tijdig te stoppen. Voor veel liefhebbers is dat geen eenvoudige opgave. Heb je een hok duiven dat in de breedte heel sterk is zodat je niet van een enkele duif afhankelijk bent, dan kun je nog wel eens een risico nemen door een dergelijke goede duivin verder te spelen. Voor liefhebbers die afhankelijk zijn van een enkele goede duif is het raadzaam om jaarlingen die echt goed spelen tijdig in te houden. Het is moeilijk, want zij zorgen diverse weekenden voor mooie prestaties en dan valt het niet mee om met zo een duif te stoppen. Kijk echter verder dan je neus lang is, met zulke echte goede duiven kun je een heel hok opbouwen zodat genieten in het weekend de normaalste zaak van de wereld wordt.
Hopelijk zetten de goede jaarlingen van 2011 hun prestatiecurve voort, zekerheid is er echter nooit. Ik heb in mijn leven al heel veel goede duiven gehad, duiven die 15 tot 17 goede prijzen per jaar wisten te winnen en een jaar later niet konden tippen aan de prestaties van het jaar daarvoor. Het omgekeerde is gelukkig ook waar. Als jong prima, als jaarling niks bijzonders en als tweejarige speelde zo een duif de pannen van het dak. Oorzaak? Niemand kan dat zeggen, we kunnen wel vermoedens hebben. Zo weet ik van een doffer die twee jaar aan een stuk tot de absolute toppers behoorde. Hij was gekoppeld aan een sierduif, dus jongen werden er niet van gekweekt. Het derde jaar kreeg de doffer een andere duivin en er werden vier jongen uit geboren. De doffer vloog echter geen meter meer. Kwam dat omdat hij eerder gekoppeld werd omdat hij 4 jongen moest groot brengen of lag het aan de duivin. Halverwege het seizoen kam de sierduif weer terug in het vlieghok. De doffer accepteerde haar al na enkele dagen en het eerste het beste weekend dat hij weer meeging won hij gelijk de eerste prijs met daarbij de hoofdprijs. Daarna is de doffer nooit meer meegegaan en tijdens het jonge duivenseizoen bleken drie van zijn kinderen bij de beste tien duiven van de club te zijn geëindigd. Dat kan bij iedereen op het hok gebeuren. Dus ook bij U!


SCHEEF VLIEGERS
Jaren geleden kwam het sporadisch voor dat de duiven in de maanden na het vliegseizoen niet meer buiten kwamen. Gebeurde dat wel, dan was dat een uitzondering. Als dat gedaan werd door sterk spelende liefhebbers dan dacht de concurrentie dat dit het grote geheim was. De oorzaak was echter dat de dagen korter werden en de baas in het donker van huis ging en in het donker thuis kwam. Veel tijd voor de duiven was er niet, dus er zat niets anders op dan ze alleen in het weekend buiten te laten. Waarom de duiven al verschillende jaren tijdens de wintermaanden niet meer los komen heeft nu een totaal andere reden. In mijn omgeving hebben we er bijna geen last van, in andere delen van ons land is het een regelrechte ramp, de steeds groter wordende populatie van verschillende soorten roofvogels. Liefhebbers nemen niet het risico dat hun geselecteerde duiven door een roofvogel worden opgegeten. De duiven zitten dus langdurig vast. Rust roest is een bekend spreekwoord dat zeker in de duivensport van toepassing is. Het beste is elke dag de duiven een half uurtje te laten trainen. Er moet uiteraard gelegenheid voor zijn, is die er niet dan blijft alleen het weekend over. Helaas trekken de “duivenkillers” zich daar niets van aan, zij moeten eten (ook in het weekend) om te overleven en onze duiven zijn lekkere hapjes voor hen. Ik kan me heel goed voorstellen dat door dit probleem al vele liefhebbers zijn gestopt maar tegen het probleem is weinig te doen. Van alles is er al uitgedacht maar niets is er dat effectief werkt. Als je er eentje wegvangt komen er twee voor in de plaats. Toch moeten de oude duiven naar buiten want het duurt nog maar even en het startschot wordt gelost. Ik voel met alle liefhebbers mee die met dit levensgrote probleem te maken hebben. Op veel hokken komen de jonge duiven buiten. Sommige vliegen hun dagelijkse rondjes om het hok, anderen lopen over het hok, vliegen naar het dak en weten vaak niet hoe snel ze weer het hok binnen moeten gaan. Elke dag worden ze wat vrijer en het gefladder van dak naar dak veranderd op zeker moment en opeens kiezen de jonge duiven het luchtruim. Altijd een prachtig gezicht als de jonge garde opvliegt en dan van die oncontroleerbare tuimelingen boven het hok maken. Je kunt dan goed zien dat onze duiven ook afstammen van de tuimelaars. Het is voor hen een gevaarlijke periode want de roofvogels zijn gek op hen. Anders is het met de oude duiven die de hele winter vast hebben gezeten. Hun conditie moet langzaam opgebouwd worden. In het begin een beetje hongerig loslaten zodat ze niet te lang vliegen en op het eerste de beste fluitsignaal naar binnen komen. Moeten ze direct twee maal per dag (verplicht) een uur trainen dan bestaat de mogelijkheid dat ze zich te veel forceren. Dat forceren is een aanslag op de vleugelspieren waardoor scheef vliegen kan ontstaan. Mocht dat voorkomen, niet direct in paniek raken omdat zoiets op paratyfus lijkt. Voor 90% van de gevallen komt het scheef vliegen door het langdurig in het hok zitten en dan opeens na een half jaar volop trainen. Voorzichtigheid geboden dus!

GEZONDE DUIVEN.
Meer en meer wordt er gepropageerd om geen medicijnen aan de duiven te verstrekken. Prachtig en wie is daar geen voorstander van. Ik ben daar ook voor, zeker als het af en toe om een individuele duif gaat. Is de hele familie ziek dan moet er ingegrepen worden, vooral als daar een topper bij zit. Het vreemde is dat topduiven (bijna) nooit iets mankeren. Dus mankeert er wel eentje iets, ga er maar vanuit dat het geen topper is zodat die met een gerust geweten opgeruimd kan worden. We moeten eisen dat onze duiven zelf zoveel afweerstoffen hebben opgebouwd dat ze zichzelf kunnen beschermen tegen allerlei ziektes. Lukt dat niet, dan is er maar een afdoende methode en dat is weg er mee. Zelf heb ik er twee weggedaan, de ene rende als een idioot met de vleugels wijd over het deksel van de voerbak en vergat daardoor te eten, de andere at alleen klein zaad en wist de drinkbak niet te vinden, ook niet toen ik haar al drie keer met haar kop in het water had geduwd. Toen dat duifje in het nest lag was het een juweeltje. Zij kwam uit twee eenjarige vliegduiven, dat maakt overigens niets uit maar ze viel echt op. Naarmate ze ouder werd zag je duidelijk dat ze te kort kwam, op zekere dag ging ze nog “dik” zitten ook en toen had ik er genoeg van. Eigenlijk had ze al twee dagen eerder weg gemoeten. Ik zeg dit vooral om besmetting te voorkomen, je hebt namelijk eerder een hok met zieke dan met gezonde duiven. Aan dat laatste kunnen we zelf erg veel doen en dat is jonge duiven nog strenger dan streng selecteren en dat het hele jaar door. Let dagelijks op de mest en de eetlust, ook hun gedrag vertelt iets over hun conditie. Het komt voor dat het erg lang duurt voordat de jonge duiven het luchtruim kiezen, gooi er een bal tussen of maak ze aan het schrikken zonder dat ze de baas zien. Na 8-10 weken moeten ze vliegen. Wist u dat ze in China al met jonge duiven van 3 maanden oud spelen en ze durven er dan ook nog flink geld op te zetten ook.

VOORJAARSBEURS BLIJKS SUCCESFORMULE TE ZIJN.
Elk jaar in het eerste weekend van maart is in Nederland de voorjaarsbeurs. De laatste nieuwe snufjes zijn er te zien. Honderden jonge duiven worden er verkocht. Alle voer leveranciers zijn er vertegenwoordigd en vooral de stands met medicijnen en met middelen die duiven harder doen vliegen krijgen de meeste belangstelling. Het is aan het gedrag van de melkers dus nog niet te zien dat met ingang van 2012 het medicijn gebruik en het geloof in toverdrankjes terug gedrongen wordt. Vooral deze groep van standhouders waren meer dan tevreden met hun omzet. Opvallend is het dat steeds meer liefhebbers uit andere landen de weg naar deze gezellige beurs hebben gevonden. Alles op de begane grond en zeer overzichtelijk en voldoende gelegenheid om met sportvrienden onder het genot van een drankje lekker bij te praten. Voor vele bezoekers is het meer en meer een reünie geworden. Zelf was ik er met mijn zoon en nog twee sportvrienden. Het was om de vijf meter handje schudden en een kort gesprekje. Toen we om vier uur naar huis gingen had ik pas een derde van de beurs bekeken. Ik weet niet wat ik gemist heb, ik weet wel dat ik vele sportvrienden opnieuw heb ontmoet. Het vervelende is dat die groep elk jaar een beetje kleiner wordt.

DE LAATSTE VOORBEREIDINGEN.
De oude en jonge duiven zijn geënt tegen paramixo. De oude duiven hebben nog een 6 daagse kuur gekregen tegen paratyfus en de jongen hebben hun geelkuur gehad. Meer ga ik er niet aan doen. Op 14 maart worden de oude duiven nog een keer gekoppeld en vanaf die datum gaan de jonge duiven naar buiten. Alles zit voor zo ver mogelijk op zomertijd. Wat mij betreft kunnen we dus beginnen. Vorig weekend was de huldiging van ons samenspel en het komende weekend is in mijn club de huldiging en tevens de laatste van dit winterseizoen. Wel erg laat, de bestuurders van zowel het samenspel als van mijn club heeft toegezegd dit jaar in oktober te zullen doen en dat lijkt me veel beter. Nu gaan we bijna alweer beginnen want een week na de huldiging in mijn club is de laatste trainingsvlucht en de week daarna wordt het menens. Woensdag 14 maart komen de oude vliegduiven weer bij elkaar en vanaf die dag ga ik beginnen met de training. Als het weer het toelaat ga ik dagelijks met ze op pad zodat ze klaar zijn voor de sprintvluchten. Meer kan ik er niet aan doen. Het is daarna een kwestie van afwachten hoe mijn gevleugelde vrienden uit de startblokken komen, voorlopig staan we allemaal weer op nul.

OP WEG NAAR DE LENTE.

Het is maart, de kweek is bijna gedaan, de jonge duiven maken hun eerste rondjes, het is bijna lente. De dagen worden langer en wij duivenmelkers maken ons op voor de eerste snelheidsvluchten. De weersomstandigheden zijn voor de tijd van het jaar redelijk, in Nederland zelfs temperaturen boven normaal en dat heeft een gunstige uitwerking op de kweekresultaten. Op bijna de meeste hokken is de kweek voorspoedig verlopen, toch zijn er net als andere jaren weer liefhebbers waar het niet goed loopt. Eigen schuld? Ik denk het wel. Deze week sprak ik een redelijk goede speler waar het helemaal mis was gegaan. In december 12 kweekkoppels gezet en nu (28 februari) 3 jongen groot. In eerste instantie wilden ze niet op eieren komen, duiven gescheiden, daarna was het volgens de man te koud waardoor de duiven wederom niet met eieren kwamen en nu ging het volgens hem goed. Alle duiven zitten te broeden maar jammer genoeg een te groot aantal onbevruchte eieren. Ben je naar de dokter geweest, vroeg ik hem. Nee, dat niet. In september was volgens de dokter alles in orde. Ja, maar daarna hebben we oktober, november, december, januari en februari gehad, zei ik. Hij zou nu naar de dokter gaan en daar begrijp ik nu precies niets van. Als je als ervaren liefhebber in december de duiven bijeen zet en je hebt na drie weken nog geen eieren dan moeten er toch toeters, sirenes en bellen gaan rinkelen, dan is er toch zeker iets niet in orde. Een beetje melker denkt dan toch meteen  aan paratyphus en dan moet je in looppas naar de dokter. De man waar ik het over heb is al jaren liefhebber, inmiddels wel wat ouder, maar dan nog denk je dat zo iemand direct door heeft dat er ingegrepen moet worden. Jammer voor deze liefhebber, het zal zo goed als zeker een jaar worden met vooral de nodige teleurstellingen. De man weer een jaar ouder en zonder dat hij het door heeft is hij op weg naar het einde van zijn duivensport carrière. Ik zou zulke mensen graag willen helpen, maar dan moet je wel op tijd weten dat er hulp nodig is. Oudere melkers zijn vaak te trots om te zeggen dat de duiven niet in orde zijn. Dan raakt het plezier na verloop van tijd helemaal weg en is het gedaan met de hobby. Het is echt niet noodzakelijk om de deur plat te lopen bij de duivenarts. Van tijd tot tijd mestcontrole en een keeluitstrijkje is het minste wat je kunt doen. Maak tijd vrij om de duiven te observeren, op die manier leer je de duiven kennen en zie je eerder dan wie dan ook of het wel of niet goed gaat. Als je ziet dat er iets aan mankeert, wacht dan niet tot morgen of zelfs overmorgen, maar ga direct naar de veearts. Ik ben er van overtuigd dat er dan nog iets van het seizoen te maken valt. Er zijn heel veel melkers die er alles voor over hebben om goed te presteren. Er zijn er ook heel veel die door de vergrijzing steeds gemakkelijker worden, de prestaties worden minder en het plezier raakt weg. Dat is toch jammer want duivensport is en blijft een fascinerende hobby. Ook voor grijze mannen die een beetje inzet tonen!

 

DAGELIJKSE CONTROLE

Het gaat nu elke dag een beetje spannender worden. Elke duivenliefhebber is in zijn achterhoofd bezig met de eerste strijd. Over drie weken moeten de vitesse mannen er staan. Tijd om de duiven goed in te spelen is er niet. Hoewel, op dit moment ziet de weersverwachting er redelijk uit. Half maart komen mijn duiven voor een tweede maal bijeen en zodra ze 5 dagen zitten te broeden gaan ze weer uit elkaar en begint het weduwschapspel. Bij alle voorbereidingen hoort de dagelijkse controle. Vooral de ochtendmest is maatgevend. De doffers kunnen nadat hun duivin en hun jong(en) zijn weggehaald vanwege nerveusheid nog wel eens platte mest produceren. Dat is niet direct verontrustend, echter wel zaak om in de gaten te houden. Bij de controle hoort ook het observeren van de duivinnen, let er op dat twee dames elkaar niet te aardig gaan vinden. Zodra de duiven voor een tweede keer bij elkaar zijn begin ik ze te trainen. Ik ga, als het weer het toelaat, dagelijks met ze op pad. Nooit verder dan 35 km. Ik zet wel elke keer de klok aan zodat ik na een week een aardig overzicht in welke volgorde ze komen. Het zegt niet alles maar het geeft een beeld van welke duiven die week het beste naar huis zijn gekomen. De tweede week maak ik weer zo’n overzicht. Zodra er voor de tweede keer eieren zijn ga ik iedere dag met de duiven die op het nest zitten even een beetje vechten. Even aan hun vleugel en aan hun snavel trekken. Dan net doen of je bang voor ze bent, door steeds even je hand weg te halen zodat ze een fikse tik kunnen uitdelen. Tussen de middag doe ik dat spelletje met de doffers die zitten te broeden. Ze voelen zich daardoor meer “baas” in hun broedhok, het werkt motiverend en ze zijn niet bang voor de baas. Bij die controles hoort ook de controle op de gritbak, de mineralen en andere supplementen. Per 1 maart komen de oude duiven twee maal per dag los. Duivinnen om 8 en 3 uur, doffers om 9 en 4 uur. Op 14 maart worden ze voor een tweede keer gekoppeld en dan gaan ze gezamenlijk om 8 en 4 uur los. De jonge duiven komen tot 14 maart niet verder dan de ren. Vanaf 14 maart mogen ze om 9 uur naar buiten om een beetje rond te fladderen. Ik zet de spoetnik dan zo dat ze er wel in kunnen maar niet meer er uit. Zodra eind maart de zomertijd in gaat worden de trainingstijden voor de duivinnen 7 en 4 uur, de doffers 8 en 5 uur, de jonge duiven 9 en 6 uur. Zo blijft dat het gehele seizoen.

 

VERKOOPSEIZOEN VOORBIJ.

Terwijl in belangrijke duivenlanden als België en Nederland het aantal spelers aanzienlijk minder wordt, worden in andere landen gigantische bedragen voor duiven uit deze landen neergeteld. Het is mij een raadsel waarom dit gebeurd. Het zijn veelal niet de beste spelers die het meeste geld voor hun duiven ontvangen. Het zijn wel bekende spelers, vaak groot geschreven omdat ze een enkele kampioensduif bezitten of ze hebben eens een paar sublieme jaren gekend waar tot in lengte van jaren over geschreven blijft worden. Er zijn echter zoveel goede liefhebbers (met weinig of geen publiciteit) die jaar in, jaar uit veel betere prestaties neerzetten als alle megahokken bij elkaar. Het tij met al die astronomische bedragen voor een postduif zal zeker eens keren. Het verstand komt met de jaren! Wat moeten we met al die zogenaamde totale verkopingen. Er is er nog niet een geweest dit jaar, er staat altijd wel een kleine verklaring bij zoals minus de late jongen, minus de duiven van 6 jaar en ouder, minus de vliegduiven van 2011. In 2012 staan al die mannen die totaal hebben verkocht gewoon weer met een gigantisch aantal duiven aan de start. Het wordt tijd dat we terug gaan zoals het een aantal jaren geleden was. Totale verkoop betekent drie jaar niet meer meespelen! Ik ben er ook voor dat de uitdrukking “totale verkoop” niet meer gebruikt mag worden als er bepaalde duiven niet verkocht worden. Misschien dat de liefhebbers dan door hebben dat het een soort “uitverkoop” is. Sinds het fenomeen internet bestaat en vele (commerciële) liefhebbers de weg daar naar toe hebben ontdekt zijn er ook door professionele verkooporganisaties in de loop der jaren vele duizenden zeer dure duiven verkocht die totaal niet konden tippen aan de kwaliteit van uw en mijn duiven. Trouwens, waar woont de man die alleen maar goede duiven op zijn hok heeft? Ik las laatst in een artikel dat een liefhebber 290 jonge duiven had ingezet, daarvan vlogen er 120 prijs. Dat is iets meer dan 40%, als een liefhebber 50% prijs speelt, speelt hij bijzonder sterk. Zeker als dit het hele jaar het geval is. Maar, wat denkt u er van als je 290 duiven mee hebt en daarvan spelen er 120 prijs, dan missen 170 duiven hun prijs en die gaan dan aan het einde van het jaar weg voor…..vul zelf maar in. De waarde van een duif is maar net wat een gek er voor geeft, de economische waarde is niet meer dan 50 eurocent, meer geeft de poelier er echt niet voor.



DOFFERS MET HUN JONG

Nog een week en dan kunnen de jongen naar hun eigen hok. Een deel van de jongen zit daar al samen met hun moeder en het verloopt allemaal naar wens. Geen enkel jong is achtergebleven in de groei, de mest is zoals ze hoort te zijn en er zijn duivinnen bij die blijven voeren. Ieder jaar het zelfde liedje, de ene duivin voert zich een slag in de rondte en een zeer klein aantal doet er helemaal niets aan. Dan is het ook meteen oppassen want de duivinnen die niet naar de jongen omkijken hebben meer interesse in een vriendin en daar moeten we voor waken. Duivinnen die van andere duivinnen gaan houden vergeten dat niet. Als ze in het seizoen enkele weken als weduwe duivin zitten zoeken ze elkaar weer op waardoor het vuurtje voor hun doffers wordt gedoofd en voor hen is vroeg naar huis komen minder belangrijk geworden. Degene die aan dit probleem geen aandacht schenken zullen vast en zeker minder goed gaan presteren. Ook de doffers hebben nog een jong bij zich, ze hebben in tegenstelling tot de duivinnen de hele dag volle bak zodat ze naar hartenlust kunnen voeren. Het komende weekend is dit alles voorbij. De duivinnen gaan naar het weduwe duivinnenhok, de doffers zitten in hun broedhokken waar ze op een houten bak kunnen gaan staan of liggen. In die houten bak zit een broedpan en als de duivinnen getoond worden draai ik de houten bak om en komt de broedschaal te voorschijn. Die houten bakken (omhulsels) heb ik laten maken omdat hout niet zo koud is als een stenen broedschaal. Koud is niet bevorderlijk voor een goede conditie. Alle jongen zitten bij elkaar in het jonge duivenhok en zo zal het er de hele zomer uit zien. Dan gaan de duivinnen twee keer per dag los, eerst van 7-8 uur en dan van 4-5 uur, de doffers van 8-9 uur en ’s middags van 5-6 uur, de jonge duiven van 9-10 en van 6-7 uur. Dit zijn de tijden die ik hanteer als eind maart de zomertijd is ingegaan. In het begin kunnen de duivinnen er ’s morgens om 7 uur nog niet uit want dan is het nog donker, daarom laat ik ze begin maart ’s middags al om half vier los zodat ze anderhalf uur kunnen trainen. Zodra het ‘s morgens om 7 uur licht is en niet zo koud gaan de dames er uit en mogen ze in de middag vanaf 4 uur nog een uurtje trainen.

 

HERKOPPELEN.

Er zijn liefhebbers die hun duiven voor het seizoen niet meer herkoppelen. Ik doe dat wel omdat ik dat belangrijk vindt voor de jaarlingen. We denken dat die nadat ze een of twee jongen hebben groot gebracht allemaal “bakvast” zijn. Mijn ervaring is totaal anders en daarom herkoppel ik ze. Volgens de planning worden ze op 14 maart herkoppelt zodat ze op 26 maart 2 eieren hebben. Op de laatste trainingsvlucht (31 maart) hebben ze dan 5 dagen eieren. De volgende morgen gaan de eieren weg en aan het einde van de dag gaan de duivinnen naar de weduwe duivinnen afdeling, dan zitten ze op weduwschap. Vanaf het moment van koppelen tot aan de trainingsvlucht op 31 maart wordt er regelmatig met de duiven gereden. Daarna tijdens het hele seizoen niet een keer meer. Ik ga er vanuit dat rust voor oude duiven het beste is. Zij hebben allemaal minstens een seizoen ervaring. Voor jonge duiven ligt dat iets anders, ook daar ben ik voor rust op het hok, maar ik rijd met hun wat meer keren als met de oude duiven. De eerste weken van hun wedstrijdseizoen rij ik de eerste twee en soms drie weken op woensdag nog een keer voor een vlucht van 25-30 km. Alle duiven krijgen in de eerste helft van maart hun paramixo prik en in de tweede helft van maart nog een vijfdaagse geelkuur van Dr.van der Sluis. Daar moeten ze het mee doen. De baas zal er verder voor zorgen dat het de duiven aan niets ontbreekt zoals elke dag vers grit, twee maal per dag vers drinkwater, een maal per week verse mineralen, twee dagen per week conditiemix van de veearts in het water (woensdag en donderdag), maandag electrolyten, vrijdag orni-rood (goed voor de luchtwegen). Elke woensdag een bad. Verder twee maal per dag snoepzaad (twee kleine theelepeltjes per duif) aangevuld met P40 en Tovo. Als de afstanden wat groter worden geef ik drie keer in de week pinda’s (elke duif 4 per dag). Soms een keer per week nog wat levertraan over het voer en een stenen potje met wat soepgroenten. Aan het trainen van de duiven moet elke liefhebber kunnen zien dat zijn duiven in orde zijn. Trainen ze te kort dan krijgen ze te weinig of te veel voer. Hongerige duiven trainen niet en te zware duiven trainen zeker niet. Besteed dus wat extra tijd aan het voeren van al uw duiven, zelf geef ik het hele jaar door aan al mijn duiven Variamax van Mariman, ’s morgens 13 gram en ’s middags 17 gram per duif. Aan het gedrag van de duiven kan ik zien of ze te kort komen af dat ik te veel heb gegeven. Dat is iets dat moet je zien of aanvoelen.

 

KLOK EN MANDEN.

Het jaar is nog maar net begonnen en nu al hebben we maart alweer te pakken. Het gaat erg hard en als we weer eens twee weken verder zijn dan zijn de voorbereidingen voor de eerste vitesse vluchten in volle gang. Belangrijk is het om alles nog eens even goed na te kijken. Vertrouwt u het gedrag van uw duiven niet, raadpleeg dan voor alle zekerheid de dierenarts. Vergeet zeker niet de klok te testen. Zet de klok aan als de duiven trainen en kijk als ze binnen zijn of ze allemaal geregistreerd zijn. Zo niet dan kan er een foutje in de klok zitten of de chip doet het niet. Controleer het nu, nu is er nog voldoende tijd om er iets aan te laten doen. Hetzelfde geldt voor de manden. Een hele winter hebben ze ergens gestaan zonder dat er naar gekeken is. De bodembedekking van het vorige seizoen ligt er misschien nog in. Ideaal voor ongedierte en insecten. Maak ze nu schoon, ontsmetten en nieuwe bodembedekking, meer hoeft er echt niet aan gedaan te worden. Ook de duiven een of twee druppeltjes tegen luis en ander gespuis dan hoeft u er de rest van het seizoen niet meer naar om te kijken. Misschien moet er ergens nog een raampje of een deurtje gerepareerd worden. Doe het nu. Als het seizoen begint is het beter dat er niet meer aan het hok getimmerd wordt. Rust en nog eens rust is prima voor onze topsportertjes. De eerste drie vluchten toon ik de duivinnen zeker een uur, daarna 10-20 minuten. Ik toon altijd, behalve met twee nachten mand. Dan pak ik de duiven die mee moeten zo uit het hok. Tegen de tijd dat de duiven twee nachten mand krijgen weten ze echt wel waar het om gaat en is tonen niet meer een eerste vereiste. Tonen doe ik ook omdat de duiven dan heerlijk rustig zijn. Je kunt ze met een hand pakken, even nog een snelle blik en dan de mand in. Als alles is gedaan wat in dit artikel is beschreven dan komt u een heel eind. Ik moet er wel bij zeggen: als u het niet in de vingers heeft, ja dan kan er wel prijs gespeeld worden maar een groot kampioen zal u niet worden. Dat wil niet zeggen dat u geen plezier aan de sport kunt beleven. Zeker wel. Iedere liefhebber beleefd zijn sport op zijn eigen manier. De een wil altijd maar winnen, de ander is al tevreden als hij zijn duiven thuis ziet komen. Nog even en dan wordt het weer spannend. Heerlijk, elke zaterdag die gezonde sportieve spanning en mocht u niet de snelste duif hebben, vergeet dan niet de winnaar te feliciteren. Want u weet, er kan er maar een winnen en misschien bent u dat wel of anders de week daarna. Er komen nog weekenden genoeg en ik hoop dat we er met z’n allen weer veel plezier aan zullen beleven.



TELEURSTELLING

Vorige week zag alles er nog zo mooi uit. Heel Nederland maakte zich op voor de “Tocht der Tochten”, een schaatswedstrijd over 200 km door het vlakke Friese land. Het mocht niet zo zijn. Koning Winter hield op te regeren, de dooi viel in en het ijs was niet dik genoeg om er 15.000 toerrijders zonder risico overheen te laten gaan. Schaatsminnend Nederland was in diepe rouw omdat iedereen er van overtuigd was dat dit grootste winterevenement dit jaar vast en zeker door zou gaan. De laatste keer dat dit schaatsevenement werd gehouden was in 1997, het was nu zo dichtbij. Als het nog twee nachten gevroren zou hebben was er niets aan de hand geweest. Nu moest de organisatie alles afblazen en moeten de vele duizenden schaatsliefhebbers weer wachten. De grote vraag is: tot wanneer? Ondanks de grote teleurstelling draait de wereld gewoon door, het voorjaar staat voor de deur en dat is duidelijk te merken aan de vogels die in het wild leven. Voor hen werd het noodzakelijk dat er mildere temperaturen kwamen. De meeste van hen zaten er letterlijk en figuurlijk helemaal doorheen. Mijn vrouw heeft in onze tuin aan al die hongerige beestjes flinke hoeveelheden zaden, pinda’s, vetbollen en brood verstrekt. Prachtig al die grote en kleine vogeltjes die daar op af kwamen. Nu is het zachter en de meeste van hen zie je niet meer, ze kunnen zichzelf weer redden. Voor mijn duiven was het ook feest. Enkele weken waren ze niet buiten geweest en kregen ze in het hok ook geen badgelegenheid. Daar waren ze wel aan toe, dagelijks lagen een aantal duiven rondom de drinkbak om af en toe even hun kop in het water te steken. Maandag heb ik alle duiven laten baden, de kweekduiven in de ren en de vliegduiven buiten op de balustrade van het hok waar ik de baadbak in de sneeuw had geplaatst. Een pracht gezicht al die badende duiven, ze vonden het heerlijk. Ondanks de koude periode die we achter de rug hebben liggen de jonge duifjes er prachtig bij. Ze zijn rustig, liggen met een volle krop omdat ik ze drie en soms wel vier keer per dag voer. Ze produceren mooie mest en groeien als kool. Vandaag zag ik alweer eierschalen op de grond liggen, teken dat de tweede ronde van de kweekduiven aan het uitkomen is. Toch krijg ik weer meer jongen dan de bedoeling was. Ik dacht met een 35 tal te gaan spelen (dat kan altijd nog) maar nu heb ik er al meer dan 50. Tegenslag heb ik eigenlijk niet gehad, van de eerste ronde mis ik 5 jongen en van de 10 eieren van de tweede ronde komt er een niet uit omdat daar een flinke deuk in zit.

 

DUIVINNEN GAAN ER AF.

Het komende weekend gaan de vliegduivinnen met 1 van hun jongen naar het jonge duivenhok. Daar mogen ze nog een ruime week zorg besteden aan hun jong, daarna moeten de jongen zichzelf redden en gaan de duivinnen naar hun afdeling waar ze de rest van het seizoen zullen verblijven. Hiermee voorkom ik dat de duivinnen voor een tweede maal gaan leggen en zorg ik er tevens voor dat de grote (pennen) rui minder snel begint. In het kweekhok zag ik alweer een doffer achter zijn duivin jagen. Dit koppel had tijdens de eerste ronde ook al enkele dagen eerder eieren en dat zal nu ook wel weer het geval zijn. De jongen van de kweekduiven mogen totdat ze 28 dagen zijn bij de ouders blijven. In de broedhokken krijgen ze voer in kleine potjes zodat ze vrij snel zelf gaan eten. Dat zien ze van hun ouders. Zodra de jongen in hun eigen hok zitten krijgen ze om 9 uur ‘s morgens en 6 uur ’s middags eten, dan zitten ze namelijk meteen op zomertijd want in de zomer worden ze om 10 uur en 7 uur gevoerd. Ik kan nu ook zien welke kleur de jongen krijgen, ik ben daar altijd wel een beetje benieuwd naar. Als ik het goed heb gezien is er een kras bij, drie schalies en de rest is allemaal blauw waarvan enkele met een paar witte pennen in de vleugel. Ik maak de hokken nu met die grote hoeveelheden mest twee keer per dag schoon en geef ze drie keer per dag vers water. Tijdens de kou voerde ik pinda’s bij en gaf ze wat meer snoepzaad. Die oliehoudende zaden en wat levertraan over het voer konden ze tijdens de strenge koude best gebruiken.

 

DE PERS ZAT ER BOVENOP.

Ik weet het, de pers wil nieuws brengen. Slecht nieuws of goed nieuws maakt niets uit. Ellende is goed voor de voorpagina, bijvoorbeeld als de penningmeester er met de kas vandoor is, rampvluchten daar is de pers ook verzot op, doping doet het ook altijd erg goed en duiven die voor extreme bedragen verkocht worden zijn nu ook een hot onderwerp. Begrijpelijk. Maar wij duivenliefhebbers willen ook wel eens lezen dat we weer een groot bedrag bijeen hebben gebracht voor een of ander goed doel. Er is denkelijk niet 1 sport die zoveel doet voor de liefdadigheid als de duivensport. En wat hebben we ermee bereikt? Voor onze zieke medemens een heleboel, maar voor onze sport zo goed als niets. Aan dat soort zaken wordt namelijk geen aandacht besteed, zou de pers dat wel doen dan zou dit zeer positief zijn voor onze duivensport en dat kunnen we momenteel best gebruiken. Het zou goed zijn als in meerdere landen de dagbladen eens wat meer aandacht zouden besteden aan de duivensport. Onze sport is bij heel veel mensen nog steeds onbekend. Natuurlijk hebben zij wel eens van duivensport gehoord, maar wat het precies inhoudt weten ze niet. Komt dat door ons zelf of ligt de schuld ook een beetje bij de landelijke nieuwsmedia. We kunnen wel mooie verhalen over onze prachtige vorm van vrije tijdbesteding in onze duivenmagazines schrijven maar daar komen we niet verder mee. We moeten onze sport uitdragen in allerlei andere sportbladen, pas dan krijgen we enige bekendheid. Nu denken mensen nog steeds dat duiven alleen op de was poepen of dat je ze een brief in hun snavel kunt doen om de brief naar een ander land te brengen, Zo ver zijn we gevorderd en dat na 150 jaar duivensport!

 

POSITIEF ZO LANG HET MOGELIJK IS

De duivensport verliest leden, elke dag wel een paar. Niets nieuws! Vanuit de organisatie worden allerlei pogingen ondernomen daar iets aan te doen. Denkelijk verspilde energie. Kinderen interesseren voor onze hobby is prima. Probeer ze er niet bij te halen om duivensport te beoefenen. Ja, misschien voor een stuk of zes vluchten in een jaar en dan niet in de vakantieperiode. Meedoen aan het hele program heeft geen zin. Dat brengt de nodige problemen in een gezin waar de duivensport (te) onbekend is. Onze belangrijkste doelgroep is de groep 40 jarigen en ouder die samen wonen of getrouwd zijn, en de vele grijze mannen die niet meer werken. Om te voorkomen dat de duivensport niet te veel inbreuk maakt op het gezin zou er misschien wat meer gedacht kunnen worden aan wedvluchten op woensdag zodat het weekend voor het gezin of andere sporten is. Weet u hoe frustrerend het is dat vaders en opa’s die duiven houden bijna nooit op zaterdag naar de sport van hun (klein)kinderen kunnen gaan kijken. Wij oudere duivenmelkers zijn er aan gewend dat we in de zomer op zaterdag met duiven spelen. Voor nieuwe leden is dat een groter probleem dan we denken. Een hele week werken en dan in het weekend niet naar de camping kunnen, hou op zeg. Denkelijk zijn er voor doordeweekse vluchten meer voorstanders dan we denken. We zouden in ieder geval eens een aantal van die vluchten kunnen organiseren. Ik weet nog goed dat we met onze sport van de zondag naar de zaterdag gingen. Heel veel liefhebbers stonden op hun achterste benen en vele zouden afhaken en wie hoor je daar nu nog over? Met zijn allen kunnen we er voor zorgen dat het spel en de sfeer in de vereniging optimaal is. Binnen de clubs kunnen we er gezamenlijk aan werken om onze hobby aantrekkelijk te houden, zowel in sportief als financieel opzicht. Veel van de huidige leden zijn de 70 gepasseerd, laten we die in ere houden. We moeten ze koesteren want zij zijn degene waarop de duivensport heeft gedraaid en dat nog doet. Zij zijn de mensen die (al) hun vrije tijd aan hun hobby en hun club geven en dat alles voor een vergoeding van nul komma nul. Ja, een kop koffie voor de moeite, mede daardoor is de duivensport groot geworden en voor de werkende man betaalbaar gebleven. Vrijwilligers, ze bestaan (bijna) niet meer en daardoor is de duivensport in zwaar weer terecht gekomen. Laten we er van genieten zolang het nog mogelijk is. Idiote bedragen voor duiven neertellen en kastelen van duivenhokken zijn niet de belangrijkste zaken om in de duivensport te slagen. Kijk tijdens het seizoen maar eens naar al die kleine onbekende melkers die op hun simpele hokjes al die grote mannen wekelijks de das omdoen. Prestaties zijn niet te koop, daar moet je keihard voor werken.

NEDERLAND STAAT OP ZIJN KOP.

Ondanks dat België de bakermat is van de duivensport is Nederland de laatste decennia uitgegroeid tot het meest toonaangevende land van deze wereldwijde hobby/sport. Kortgeleden haalde Nederland nog de wereldpers met de duurst verkochte duif ooit. Maar liefst 250.000 euro werd er neergeteld voor een duivin die onder de naam “Dolce Vita” haar verdere duivenleven mag slijten in het verre China. Als het even mee zit zal Nederland binnenkort in grote letters vermeld staan op de voorpagina’s van alle belangrijke dagbladen op deze aardbol. Waarom? Nederland is naast een toonaangevend duivenland tevens het schaatsland bij uitstek. Als het tijdens de Nederlandse winter flink begint te vriezen krijgt een groot deel van de bevolking de kriebels om te gaan schaatsen. Vooral het noordelijk deel van ons land met zijn vele sloten, kanalen en grachten leent zich heel goed voor het maken van prachtige tochten op de schaats. In deze situatie is Nederland nu beland. Overal wordt momenteel geschaatst, ijspret voor groot en klein! Maar het mooiste moet nog komen.

 

ELFSTEDENKOORTS.

Toen er in Nederland nog een Nationaal concours voor jonge duiven vanuit Orléans (Frankrijk) werd gehouden sprak men van “Orléans koorts”. Heel duivenminnend Nederland leefde naar die vlucht toe en in de gouden jaren van de duivensport kende men een deelname van 180.000 jonge duiven. Het was het grootste concours binnen de duivenwereld! Deskundigen (wie dat ook moge zijn) hebben het voor elkaar gekregen dat deze vlucht na ruim 50 jaar niet meer gehouden mocht worden omdat het voor jonge duiven te ver zou zijn (gemiddelde afstand 550 km). Veel is er over het afgelasten van deze prachtige vlucht geschreven en gesproken, het mocht niet baten. Naar mijn mening is hierdoor een van de mooiste evenementen binnen onze sport de nek omgedraaid, jammer maar waar. Nu wordt er dagelijks gesproken over “de tocht der tochten”. Zoals het weerbeeld zich laat aanzien wordt het komende weekend de “Elfstedentocht” gehouden. Een schaatswedstrijd over 200 km met start en finish in Leeuwarden. ’s Morgens in alle vroegte vertrekken in het donker de wedstrijdschaatsers en gezien de uitmuntende kwaliteit van het ijs denken insiders dat deze heldentocht dit keer door de snelste schaatsers binnen zes uur wordt afgelegd. Nadat de wedstrijdschaatsers zijn vertrokken gaan 15.000 toerrijders op weg met de bedoeling om voor het middennachtelijk uur weer terug te zijn. Dat alles gaat om het “elfsteden kruisje” te halen als aandenken aan deze monstertocht. Het evenement is rechtstreeks op de tv te volgen maar dat zal de vele duizenden schaatssupporters dit weekend niet weerhouden om “live” bij deze barre tocht aanwezig te zijn. Op dit moment is het nog niet helemaal zeker dat de tocht doorgaat. Op een aantal plekken is het ijs nog niet dik genoeg. De veiligheid staat voor de ruim 15.000 schaatsers zeer hoog in het vaandel, het grote probleem is dat er veel meer schaatsers het ijs op gaan en de organisatie moet er niet aan denken dat het ijs het begeeft met alle gevolgen van dien. Ik hoop van harte dat ik volgende keer kan vertellen hoe deze geweldige wedstrijd is verlopen en wat de naam is van de nieuwe held, want zo gaan de winnaars van deze barre tocht over 200 loodzware kilometers door het leven.

 

BARCELONA

Binnen onze sport is de Elfstedentocht misschien het best te vergelijken met Barcelona. Ook Barcelona met zijn internationale deelname is in de duivenwereld uitgegroeid tot “de vlucht der vluchten”, de winnaar en ook zijn duif mogen beiden zeker als helden door het duivenleven gaan. Wat mij betreft zou deze vlucht internationaal veel meer publiciteit moeten krijgen, dat zou heel goed zijn voor de promotie van onze sport. Of zullen er dan weer een stel van die zogenaamde deskundigen komen die de afstand veel te lang (voor mij 1.200 km) vinden waardoor ook deze vlucht naar het hiernamaals wordt geholpen. Als ik het voor het zeggen zou hebben, dit weekend de Elfstedentocht en daarna mag het warm water gaan regenen. De schaatsenrijders zijn dan genoeg aan hun trekken gekomen en de duivenliefhebbers kunnen zich meer en meer gaan opmaken voor de start van een hopelijk mooi maar niet een te gemakkelijk vliegseizoen. Binnen niet al te lange tijd komen ook de jonge duiven voor het eerst naar buiten en dan is het niet zo prettig als er sneeuw ligt. Het is echter pas half februari en tot half maart kunnen we nog volop sneeuw krijgen. Aan de dagen is het trouwens al aardig te zien dat we op weg zijn naar het voorjaar. Vroeger koppelde wij thuis, toen ik nog samen met mijn vader speelde, om en nabij 18 februari. Als je dan thuis van je werk kwam kon je de duiven nog los laten. We zijn echter steeds vroeger gaan kweken en dat heeft voordelen maar ook nadelen.

 

DE KWEEK

Ook het kweekseizoen kent zijn ups en downs, dat hoort een beetje bij de sport. Als het allemaal maar vanzelf gaat is het ook niet goed. Er moet ook altijd iets negatiefs gebeuren, dat is goed voor je mentaliteit en je karakter. Al zit het maar even tegen dan hoor je de liefhebbers al kermen. Ga er maar vanuit dat niet alleen op uw hok tegenslagen verwerkt moeten worden, dat komt op alle hokken voor. Ik heb een jonge doffer, nu dus jaarling, die van jongs af aan elke dag op mijn knie of schouder komt zitten. Met zo een duif heb je een iets andere band als met de meeste anderen. Na het voeren had ik altijd nog een paar korreltjes voer voor hem en dat wist hij want zodra ik in mijn hoekje ging zitten zat hij binnen enkele seconden bij me. Wat er gebeurd is weet ik niet, maar op een zekere dag vond hij het nodig om bij zijn buren in het broedhok op bezoek te gaan. Ik had dat gelukkig gauw door waardoor ik hun eieren onder een ander koppel heb gelegd en in hun schotel heb ik voor alle zekerheid maar twee stenen eitjes gelegd. Elke keer als hij verkeerd vloog pakte ik hem en zette hem in zijn eigen broedhok. Hij had het gauw door dat hij iets verkeerd deed en na enkele dagen was het over. Inmiddels hebben alle duiven jongen en nu presteerde hij het weer om zijn buren uit hun broedhok te knokken om daarna op hun jongen te gaan zitten. Dat ging mij behoorlijk irriteren waardoor ik hem niet uit dat verkeerde broedhok pakte maar sloeg. Met zo een uilskuiken kan ik op gegeven moment niet meer rustig blijven waardoor ik hem op laatst door het hok heen smeet. Binnen enkele seconden vloog hij weer verkeerd. U zult denkelijk begrijpen wat er dan allemaal in je om gaat. Eind van het liedje is dat je door al dat gedoe de andere duiven bang maakt en hij (eens de lieveling van de baas) durft echt niet meer in mijn buurt te komen. Let op, hij gaat mij van de zomer terug pakken. Ik zie in hem dat hij een paar maal vroeg thuis zal zijn en ik vermoed dat hij dan de baas zal treiteren door niet direct binnen te komen, ja echt ik zie hem er voor aan. De tijd zal het leren. Misschien vliegt hij nooit een prijs omdat hij denkt: waarvoor zal ik voor zo een baas mijn uiterste best doen. Leuk hè duivensport. Vindt u niet?

Tot de volgende week

NIEUW LEVEN

Volgens de weersvoorspelling begint het nu pas echt winter te worden. De komende dagen gaan de temperaturen in de nacht naar -7 en ook overdag zal het kwik niet boven nul komen. Vanmorgen was alles wit buiten. Een mooi gezicht, dat wel, maar voor mij hoeft het niet. I vindt dat het moet sneeuwen in Oostenrijk en Zwitserland. Beide landen zijn voor de Hollandse wintersporters landen bij uitstek, ik houd meer van de warmte (zal wel iets met de leeftijd te maken hebben). De winterkwekers hadden dit jaar de weersomstandigheden mee. Geen koude dagen of nachten en voor zo ver ik weet zijn er overal goede kweekresultaten. Uitzonderingen zijn er altijd, maar dat ligt vaak meer aan de liefhebbers dan aan de duiven. Duiven moeten voor de vluchten goed voorbereid worden en dat geldt eveneens voor het kweekseizoen, daar moeten we niet te gemakkelijk over denken. Wie in alle opzichten goede resultaten wil boeken mag niets aan het toeval overlaten. Duiven moeten in een puike conditie zijn en zeker niet te zwaar. Zodra de duiven bijeen zijn gezet moet na 10 dagen het eerste ei gelegd zijn. Zomerjongen, oudere duivinnen en koppels die niet vanaf de eerste dag erg verliefd zijn mogen wat langer de tijd. Maatgevend voor de gezondheid is het aantal onbevruchte eieren, als dat er te veel zijn, meer dan 10%, hapert er veelal iets aan de gezondheid en kan het beste de duivenarts geraadpleegd worden. Bij mij is de planning iets anders verlopen waardoor ik al mijn duiven (18 vlieg- en 12 kweekkoppels) op 2 januari heb gekoppeld. Dat verliep prima, maar na 65 jaar duivensport had ik het toch voor elkaar om twee doffers bijeen te zetten. De doffer die ik voor een duivin had aangezien heeft maandenlang tussen de duivinnen gezeten en heeft zijn “bek” niet open gedaan. Verder hebben alle koppels mooi op tijd gelegd en momenteel vliegen de eierdoppen om mijn oren. Van de 30 koppels 2 eieren onbevrucht, 1 ei ingedeukt en 1 jonge duivin heeft niet gelegd. Van mijn 5 top kweekkoppels heb ik de eieren onder andere duiven gelegd en zij zitten nu alweer voor de tweede keer op eieren. Het gaat dus helemaal naar mijn zin. Met de koude nachten in het vooruitzicht knijp ik hem wel een beetje nu ik zoveel kleine kale jongen heb liggen. Ik ga er maar van uit dat de duiven beter weten dan ik hoe ze hun kindertjes warm moeten houden. Bij redelijk goed weer heb ik in het kweekhok overdag de ramen open. ’s Nachts is alles dicht, dat doe ik vooral om de temperatuur zo goed mogelijk vast te houden en om de vochtigheidsgraad op peil te houden. Ik woon in de polder rondom in het water waardoor we nog al eens last van mist hebben. Een dijk beschermt ons woongebied. Zou die dijk er niet zijn dan stond het water tot aan onze dakgoot. Voor veel buitenlanders een vreemde situatie, voor ons de normaalste zaak van de wereld. Wij weten niet beter! Nederland voert altijd oorlog met het water, dat is onze grootste vijand. Hoe de jonge duiven er bij liggen kan ik nog niet zeggen omdat ze pas enkele dagen oud zijn. Er liggen er in ieder geval genoeg en dat is een goed teken.

 

SCHEIDEN VOORDAT ER WEER EIEREN KOMEN.

Kweekduiven heb ik om te kweken en dat moeten ze zoveel mogelijk doen. Van de beste 5 koppels houd ik minimaal 5 jongen voor me zelf. Het andere jong krijgt een nieuwe eigenaar en dat geldt eveneens voor de derde en vierde ronde van de kweekduiven. De vliegduiven worden, zodra de jongen 18 dagen zijn, gescheiden en enkele weken nadien voor de tweede keer gekoppeld. Waarom ik dat doe? Zodra de jongen 18 dagen zijn gaat er 1 jong met de duivin naar het jonge duivenhok. Het andere jong blijft bij de doffer. De duivinnen krijgen de eerste week dat ze met hun jong apart zitten de hele dag volle bak voer. Ze kunnen dus alle momenten van de dag eten, dat zien hun jongen en die gaan dan ook gauw een graantje meepikken. Na een week is het gedaan met “volle bak”, omdat de duivinnen dan meer aandacht hebben voor een vriendin dan dat ze zich nog erg druk maken om hun jongen. Zodra ik zie dat er twee duivinnen interesse voor elkaar tonen gaat er eentje direct naar het duivinnenhok. Als de vroege jongen 28-30 dagen oud zijn (heeft met de nachtelijke temperaturen te maken) gaan de duivinnen er bij vandaan. De jonge duiven moeten zich dan zelf redden en krijgen de eerste periode zeker geen klein voer tot hun beschikking. Jonge duiven moeten zo snel mogelijk leren om grof voer te eten. Omdat ik bijna ieder jaar minimaal 50% jaarlingen heb worden mijn duiven ook nog een tweede keer gekoppeld. Dat doe ik vooral om de jaarlingen goed te leren wat hun territorium is. Het is mij opgevallen dat als de duiven voor een tweede keer gekoppeld worden dat die jonge kerels zo driftig zijn dat ze na enkele weken gescheiden te zijn geweest hun broedhok alweer vergeten zijn. De jaarling doffers vliegen achter alles aan wat maar beweegt en dat geeft de nodige vechtpartijen. Als je niet voor een tweede keer koppelt, en dat zijn er vrij veel, loop je helemaal de kans dat er flink gevochten wordt en dat wil ik zo vlak voor het vliegseizoen zien te voorkomen. Ik koppel zo dat mijn duiven een week voor de eerste officiële vlucht 5 dagen zitten te broeden. Vanaf het moment dat ze voor de tweede keer gekoppeld zijn wordt er ook zoveel als mogelijk mee gereden. Een week voor de eerste officiële vlucht gaan de duiven als “nestduif” mee. Zaterdag ’s avonds haal ik de eieren weg en op zondagmiddag gaan de duivinnen naar het hok waar ze de hele zomer verder vertoeven. De eerste drie vluchten mogen de doffers en duivinnen een uur samen. Op de dag van thuiskomst mogen ze tot ’s avonds 7 uur bijeen en dat blijft het hele seizoen zo. Ik doe dat om ze zo goed mogelijk gepaard te houden. Vanaf de vierde vlucht toon ik de duiven 20 minuten. Alleen als de duiven twee nachten mand krijgen toon ik niet en dat systeem bevalt me prima.

 

ALWEER EEN WERELDRECORD

Het zat er in! Gea en Pieter Veenstra hebben hun stal leeg verkocht. Althans dat dacht iedereen totdat er in het Noordelijk Dagblad, dat is de krant die dagelijks in hun omgeving verschijnt, een bericht stond dat de familie Veenstra de grootste duivenhouders van Nederland willen worden. Een bouwvergunning voor uitbreiding van de hokken zou al zijn verleend. Dus geen verkoop vanwege rugklachten, bezoek van de belasting of een dreigend faillissement. Al die verhalen werden door dat ene artikel gelijk ontzenuwd. Wel is het zo dat veel liefhebbers over de hele wereld toch een beetje op het verkeerde been zijn gezet en daardoor werden er bedragen voor de Friese duiven geboden die men niet voor mogelijk hield. Slechts 25 van de 245 Veenstra duiven bleven in Nederland. Alleen Eijerkamp, Jan Hooijmans en ene Young Lin (dat zou volgens de berichten ook een Nederlander zijn) waren in staat een duif van boven de 15.000 euro aan te schaffen. Het hele circus ging voor 1.899.300 euro van de hand. Nog nooit vertoont! Een absoluut wereldrecord. Als we er vanuit gaan dat zelfs bij de allergrootste kampioen slechts 20% van het duivenbestand het stempel “goed” krijgt, dat betekent dat 80% niet tot de absolute top behoort en daar werd in deze marathonverkoop dan gemiddeld 7.000 euro voor neergeteld. Voor dat bedrag kun je vijf jaar lang heerlijk met zijn tweetjes op vakantie. Dat is nog niet alles. Na deze succesvolle totale verkoop zullen er in augustus weer 400-500 duiven rondom het “Dallas terrein” van de Veenstra’s vliegen. De “latere” jongen van 2011 zijn behouden en kweken er lustig op los, de duiven die nu nog naar hun nieuwe bazen moeten hebben vast en zeker al minstens twee jongen groot gebracht die een ring van 2012 om hebben. Je zou haast gaan denken dat de duivensport in Nederland steeds populairder wordt. Niks daarvan, over 5 jaar staat minstens 50% van de huidige Nederlandse hokken leeg. De eens zo grote en populaire duivenorganisatie met bijna 100.000 leden zal dan verder moeten met hooguit 5.000 vliegende hokken verdeeld over het hele land. Hoe moet je dat betaalbaar houden? En hoe zal het zijn in 2020? Mede door de buitensporige transacties is het (bijna) gedaan met 125 jaar duivenspel, in eerste instantie bedoeld voor de gewone man. Die mensen hebben inderdaad de duivensport groot gemaakt.

De tijden van weleer zijn voorbij, het einde is in zicht en die tijd komt nooit meer terug!


HET IS GEDAAN MET HET DORPSSPEL.

Helaas loopt de duivensport in vele landen terug. Minder liefhebbers betekent ook minder duiven in concours en dat is de laatste jaren (in Holland) goed te merken. Minder duiven in de race en een spelgebied dat even groot blijft houdt in dat hele groepen liefhebbers op de sprint/vitesse vluchten bijna weggespeeld worden. Ligging gaat een nog belangrijkere rol spelen en de invloed van de wind is van een zo grote invloed dat het vitessespel bijna onmogelijk wordt. Juist dat spel was de basis van onze duivensport. Vooral in België en Nederland was de deelname aan die vluchten verreweg het grootst. De gewone werkman (daar bestond de duivensport voor 90% uit) kon in zijn dorp wekelijks zijn hart ophalen. Er was spanning, iedereen speelde met een klein aantal duiven, er konden nog wat centjes verdiend worden plus dat een groot deel van de bewoners uit het dorp eveneens plezier beleefde aan de thuiskomst van de duiven. Overal zag je op zondagmorgen mensen in de lucht staan turen om de duiven te zien komen. De duivensport was zeer populair, had veel bewonderaars en nog meer beoefenaars. Het is zo goed als voorbij, vooral het vitesse spel dat beïnvloed wordt door ligging en windrichting. Daarbij is er de laatste jaren nog een nadelige factor bijgekomen en dat zijn de grote aantal duiven die door een aantal megahokken worden ingezet. De grote groepen duiven die naar dezelfde richting moeten trekken andere duiven mee waardoor er een verkeerd beeld van de uitslag wordt gevormd. Toen er in mijn omgeving wekelijks nog 450 liefhebbers in dat zelfde vlieggebied meededen, speelde dat niet zo een rol. De meeste liefhebbers kwamen met een 12 tal duiven aan de start waardoor er een grote spreiding in het hele gebied was. Van die 450 liefhebbers zijn er nu nog maar 150 over en op het einde van het seizoen spelen er nog geen 75 meer mee. Daarbij zitten wel de mannen met de grote aantallen die vooral deze laatste vluchten van het seizoen enorm beïnvloeden. Het is niet anders en ze doen niets verkeerd want iedereen is vrij om net zoveel duiven in te zetten als ze willen. Deze grote verandering is er wel de oorzaak van dat vooral het spel op de eendaagse fondvluchten flink is toegenomen. Het vitesse ofwel het “dorpsspel” raakt helemaal van de baan en de liefhebbers die nog mee blijven doen schakelen (noodgedwongen) meer en meer over naar de vluchten van 350 tot 600 km. Op dit soort vluchten is ligging en wind van minder grote invloed. Ondanks dat durf ik met grote zekerheid elke zaterdagmorgen, voordat de duiven thuis zijn, te vertellen waar de vroege duiven gaan vallen. Ja, ook van 450 km. Worden de afstanden langer dan wordt ook de spreiding groter zodat dan (bijna) iedereen weer kans heeft om een vroege duif te pakken.

 

MEER HALVE FOND

Veranderingen zijn niet altijd verbeteringen. Binnen de Nederlandse duivensport hebben zich de laatste 15 jaar nogal wat veranderingen voorgedaan. Conclusie: alleen al daardoor zijn er steeds meer ontevreden liefhebbers bij gekomen. Spel en bestuurstechnisch verkeert de duivensport in zwaar water. Gevoelsmatig denk ik dat er geen redding meer mogelijk is. De duivensport in zijn huidige vorm is ten dode opgeschreven. Het lijkt me raadzaam dat het landelijke bestuur zich in eerste instantie gaat inzetten voor de huidige leden. Koester deze mensen door te stoppen met al die veranderingen die tot op heden alleen maar geleid hebben tot een totale aftakeling van onze sport. Nog steeds is de duivensport onvoldoende ingespeeld op de hedendaagse leefgewoonten. Duivensport is in de huidige vorm geen spelletje meer van deze tijd. De duivensport vraagt veel te veel van het gezin. Het is geen gezinssport zoals wel eens wordt beweerd. Het komt sporadisch voor dat het hele gezin geïnteresseerd is in pa zijn hobby. Het landelijke bestuur zou zich moeten inzetten om al die grijze mannen de laatste jaren van hun leven nog te laten genieten van hun duifjes waarmee ze van jongs af aan zijn opgegroeid. Jeugd en beginners komen er toch niet meer bij. Nu niet en nooit meer! Er zijn in de loop der jaren zoveel andere en misschien wel leukere dingen bijgekomen die dagelijks niet zoveel tijd vragen en waarbij je een groot deel van het weekend ook nog belemmerd wordt naar de sporten van je kinderen of kleinkinderen te gaan kijken. Zo lang de duivensport nog bestaat lijkt het me verstandig een korter vliegprogramma te bedenken met vooral meer halve fondvluchten. Een duif kan gemakkelijk ieder jaar 15 van dat soort vluchten aan. Het spel met de jonge duiven eerder (mei) beginnen, liefst samen met oude duiven waardoor (hopelijk) grote verliezen voorkomen worden. Heel belangrijk lijkt het mij om eind juli of begin augustus een zomerstop van 2 weken in te lassen. Iedereen kan met zijn zelfde duiven doorspelen want elke oude duif kan met gemak vluchten afwerken van 100-600 km. Daar heb je echt geen andere duiven voor nodig. Over meerdaagse vluchten wil ik het dit moment niet hebben. Daar heb je inderdaad andere duiven voor nodig en zonder die beoefenaars te kort te doen wil ik zeggen dat het totaal andere liefhebbers zijn. Zij hebben zich meer gericht op de prestatie van hun duiven die zo een lange afstand kunnen overbruggen. Het is voor die mannen al belangrijk dat hun duiven thuis komen. De andere melkers zijn veel meer met het wedstrijdelement bezig. Een vlucht van 100 km mag geen 10 minuten open staan, dat zou niet goed zijn. Op 500 km is een concoursduur van een half uur voldoende. Het hoeft niet langer te duren. De echte fondmannen kunnen uren in hun stoeltje op de duiven zitten wachten. De grote meerderheid kan en wil dat niet. Zonde van hun tijd!

 

FONDDUIVEN.

Duiven die vluchten van 500 km en meer moeten afwerken worden al gauw fondduiven genoemd. Ik ben van vluchten met een afstand van meer dan 500 km nooit een echte liefhebber geweest. Ik deed en doe er nog niet graag aan mee. Enkele jaren geleden heb ik besloten toch wat duiven voor die afstanden aan te schaffen. Ik had er succes mee en goede resultaten behaald op een langere vlucht blijven je langer bij en zeggen misschien iets meer dan de overwinning op een korte vlucht. Voor mij blijft elke overwinning mooi, al is het van 50 km. Vooral om met staartwind een vroege duif te pakken vind ik fantastisch. Dat is namelijk veel moeilijker dan vroeg draaien met kopwind. De meesten denken daar anders over. Ik niet. Denk er maar eens over na hoe moeilijk het voor een duif is om tegen hele grote aantallen op een vlucht van 100 km vijf of tien seconden vooruit te spelen, dat is bijna onmogelijk. Het hele peloton dendert op dat soort vluchten bijna gelijktijdig over de meet. Kijk de uitslagen er maar op na, meestal is er op zo een snelle vlucht toch een groepje duiven dat sneller vliegt dan de grote meute. Dat is top! Iedereen zal begrijpen dat je op een dergelijke vlucht geen 5 minuten los vooruit kunt spelen. Wel gebeurt zoiets bij hele snelle vluchten die een half uur open staan. De snelste duiven maken dan meer dan 120 km per uur zodat je zou dan denken dat het zo bekeken is, niks van waar. Het heeft ook niets met kwaliteit te maken maar wel met de situatie dat er op verschillende hoogten een andere windkracht is en soms zelfs wel eens in plaats van zuid/west een beetje meer west en dat merk je aan de concoursduur. Terugkomend op mijn fondduiven. Ik heb ze dit jaar weggedaan. Twee heb ik er gehouden en laat dat nu precies twee van mijn besten zijn op de vitesse en midfond terwijl broers en zussen voor mij enkele jaren aaneen goede resultaten hebben behaald op de dagfond. Ik denk dat het voor een groot deel ligt aan de manier van verzorgen. Vandaar dat ik blijf zeggen dat de baas het belangrijkste is, pas dan de duiven en het hok. Wie het niet met me eens is mag gerust aan de bel trekken, dan hebben we tenminste weer iets om over te discussiëren. Succes met de kweek en alle jongen die goed opgroeien, vliegen er mee!


WINTER

Het is winter maar daar is alles mee gezegd. De ouderwetse Hollandse winters van vroeger bestaan niet meer, het klimaat verandert. Tijdens de kerstdagen in Nederland 10 graden Celsius, bijna onvoorstelbaar. Op alle kerstkaarten zie je al honderd jaar de mooiste taferelen met sneeuw en ijs. In die periode moet je kunnen schaatsen maar dit jaar konden we bijna buiten zitten. Uit de wind en in de zon was het voor onze begrippen gewoon warm. We zijn er echter nog niet want de winter is op 21 december begonnen en eindigt pas op 21 maart, dus we kunnen nog genoeg ijs en sneeuw krijgen.

Aan de dagen is het al te merken dat het langer licht blijft en ongemerkt gaan we al aardig richting voorjaar. Op vele hokken zijn de eerste jongen geringd en de oudste van hen gaan de komende dagen al naar het jonge duivenhok. Op sommige hokken zijn de jongen op de leeftijd van 18 dagen al met de duivinnen naar een andere afdeling overgeplaatst om te voorkomen dat de vliegduivinnen voor de tweede keer gaan leggen en dat willen we niet. Zodra de duiven voor de tweede keer op eieren komen gaat ook de pennenrui beginnen maar die willen we zo lang mogelijk tegenhouden om midden in het seizoen niet in de problemen te komen. Als de rui te vroeg begint zijn de duiven tijdens de mooiste tijd van het seizoen te ver heen. Het mooiste is dat de eerste pennen begin juni vallen zodat de programmaduiven zonder problemen tot half september gespeeld kunnen worden. Voor fondduiven gelden andere regels. De fondliefhebbers zijn nog bezig met hun winterslaap. Zij koppelen pas in maart, spelen niet met jonge duiven en doen ze dat wel, dan pas in augustus. Fondspelers hebben niet zo een interesse in het spel met de jonge duiven. De programmaspelers zijn andere mensen. Vaak heel fanatiek, gedreven en nerveus. Zodra het seizoen begint moeten zij er staan. Ze hebben in Nederland bijna geen gelegenheid om de duiven in te spelen. Ze willen wel, maar in maart is het meestal nog te koud of te regenachtig en kans op sneeuwbuien behoort ook tot de mogelijkheden. Hoe het ook zij, eind maart begin april begint de competitie en wie wat wil bereiken zal vanaf die vlucht alle weken in het snuitje van de uitslag moeten finishen. Dat betekent wel dat je vanaf dat moment de duiven in een goede conditie moet hebben en moeten ze al de nodige trainingskilometers achter de rug hebben.

 

SPEEL NIET METEEN ALLE TROEVEN UIT.

Internationaal zijn er grote verschillen voor wat betreft het vliegseizoen. In zuidelijke landen wordt met duiven gespeeld als het bij ons winter is. Als in Nederland, België, Engeland en Duitsland met duiven wordt gespeeld is het in de zuidelijke landen veel te heet en wordt daar niet gevlogen. Het duivenseizoen bij ons loopt van eind maart tot en met einde september. Iedere week is er een vlucht en zodra het mei is worden soms wel drie vluchten in een weekend gehouden. Misschien wel een beetje te veel van het goede. Jaren geleden wilde ik elke zaterdag wel vijf vluchten hebben. Nu moet ik daar niet aan denken, 1 is voldoende en er zou wat mij betreft ook nog wel een (vakantie) pauze ingelast mogen worden. Als er 1 vlucht per weekend is zijn er denkelijk ook meer deelnemers. Nu moeten liefhebbers in het hoogseizoen een keus maken. Moeten ze aan 3 of aan 1 vlucht meedoen. Er komen meer en meer liefhebbers die zich gaan specialiseren omdat de kosten de pan uitrijzen. Voor iemand met een normaal salaris is zo een druk programma financieel niet meer op te brengen. Zo’n (te) druk programma is helemaal niet aantrekkelijk voor beginnelingen of her starters. Met zo een overladen vliegprogramma kun je geen kant meer heen. Ja, je hoeft niet overal aan mee te doen wordt er gezegd. Het is echter wel zo dat als je duiven hebt en er worden wedstrijden gehouden dan wil je meedoen. Denkelijk moeten we terug naar 1 vlucht per weekend, waarschijnlijk doet dan iedereen weer mee en als er twee weekenden in augustus een pauze wordt ingelast komt dat de duivensport zeker ten goede. Natuurlijk zullen er liefhebbers zijn die wel meerdere vluchten in een weekend willen, doch dat lijkt meer op eigen belang dan dat we daarmee de hedendaagse duivensport dienen. Eind maart beginnen we weer, een of meerdere vluchten per weekend met voor of tegenstanders, het maakt niet uit. Het vliegprogramma ligt vast en het startschot wordt gelost.

Zelf houd ik de weersverwachting altijd nauwlettend in de gaten. In het vroege seizoen met veelal lage temperaturen en slecht zicht kunnen we niet spreken van “echt duivenweer”. Het is echter zo dat onze duiven beter tegen de kou kunnen dan we denken, daar ligt niet het probleem. Het probleem zit hem in het verschil van de buiten temperatuur en de temperatuur in de duivenauto. Bent u wel eens in zo een grote transportauto geweest waarin meer dan 4.000 duiven zitten? Vergelijk die temperatuur maar eens met de buitentemperatuur. Dat is enorm. Zodra het lossingsein wordt gegeven begint voor veel duiven een lijdensweg omdat zij nog niet de juiste conditie hebben. Ook hebben ze te weinig vliegritme en komen bij een vroege lossing van de warmte in de ijzige koude. Dat doet ze geen goed. Als ze dan ook nog eens aan het begin van het seizoen 100 km tegen een krachtige koude noorden wind op moeten tornen komen veel duiven helemaal afgevlogen thuis en zullen dagen (sommige zelfs weken) nodig hebben om te herstellen. Daarom speel voorzichtig en zet niet direct al uw duiven in als de weersomstandigheden onvoldoende zijn. Je breekt er meer mee af dan dat je er mee opbouwt.

 

HOE GEK MOET JE ZIJN.

Het voorbije weekend werd er een internet verkoop van de Belgische liefhebber Andre Verbesselt afgesloten. Het betrof een verkoop van 202 duiven waaronder 123 jongen. Nog nooit werd er zoveel geld betaald op een internet verkoop. De duurste duif ging voor 110.000 euro naar Premier Stud (UK). De totale opbrengst was 1.292.400 euro (gemiddeld per duif 6.398 euro). Het record voor een zaal verkoop staat op naam van Pros Roosen (B), daar werd voor totaal 1.368.000 euro geboden.

Verbesselt is in het nieuws gekomen door enkele goede resultaten die hij behaalde op verschillende eenhoks vluchten plus dat hij eigenaar was van een groot aantal Marcel Aelbrecht (B) duiven die om wat voor reden momenteel goud waard zijn. Het enige wat ik niet begrijp is dat er zoveel liefhebbers in de wereld zijn die gigantische bedragen neertellen voor duiven die geen enkele prestatie hebben neergezet. Het waren allemaal “papieren” duiven met een fraaie naam en een interessante pedigree.

Hoogst waarschijnlijk gaat het de komende weken nog gekker worden. Pieter Veenstra (NL) gaat 245 duiven verkopen. Overwegend prestatie duiven, dat wel. De verkoop wordt als “totale verkoop” gelanceerd, dat is echter niet helemaal waar. Twee koppels, de 2 beste duivinnen en doffers, worden “in bis” verkocht. Dat wil zeggen, de hoogste bieder mag 1 doffer en 1 duivin uitkiezen. De andere doffer en duivin blijven het eigendom van Veenstra. Er kan geboden worden tot eind januari en na twee dagen was er al 150.000 euro voor een van de duivinnen geboden. Het hoogste bod voor een van de twee doffers stond toen op 30.000 euro en dat zal over twee weken wel een ander bedrag zijn.

Denk nu niet dat de hokken na deze verkoop helemaal leeg zijn. De late jongen van 2011 zitten er nog en de 120 koppels die verkocht worden zitten nu hoogstwaarschijnlijk (in ieder geval een groot deel daarvan) te broeden of hebben jongen. Een eenvoudige rekensom zegt ons dat ze gemakkelijk 200 jongen groot brengen. In 2012 zal er dan zo goed als zeker een peloton van 300 duiven rondom de hokken vliegen en in 2013 staat de familie Veenstra er weer.

Wat de reden van deze verkoop is, daarover doen de sterkste verhalen de ronde. Dat het een top verkoop gaat worden is nu al zeker. Het vervelende is dat door dit soort verkopingen de gewone man nooit meer een duif kan kopen. Het enige wat er mee bereikt wordt is dat het verschil tussen de professionele spelers en de gezelligheidsspelers steeds maar groter wordt. Het zal de terugloop van leden alleen maar bevorderen. Hebben de Hollandse en Belgische profs wel in de gaten dat zij het juist van de “gewone spelers” moeten hebben. Als die doorgaan met massaal af te haken dan kunnen de profs het vergeten omdat er totaal geen competitie meer is. Ook de vergrijzing en de (te) hoge kosten nemen steeds meer toe en dan komen we al snel bij de belangrijke vraag: “Hoe lang zal de duivensport het in zijn huidige vorm nog volhouden”. Wie het weet mag het zeggen!

JAGEN

Het is momenteel een drukte van jewelste in het hok. De kweek en vliegduiven zitten een week bij elkaar en dan begint de drukte. De doffers beginnen te jagen (sommige doen dat al na vier dagen) en de meeste duivinnen krijgen vanaf dat moment helemaal geen rust meer. Zodra ze uit hun broedhok vliegen gaat de doffer haar achterna en gunt haar geen rust. Ze mag niet even op de vloer lopen om wat op te pikken, ze krijgt amper tijd om te drinken en bij de gritbak wordt ze net zo lang door haar doffer gepikt zodat ze maar een ding kan doen en dat is haar broedhok in vliegen. Pas daar laat de doffer haar met rust. Denk niet dat de duivin daar voor langere tijd blijft zitten. Niets daarvan, ze vliegt er meerdere keren per dag uit en iedere keer duikt de doffer haar achterna. Een van mijn duivinnen had na 6 dagen haar eerste ei. Het is nu de achtste dag en zo goed als zeker zullen vandaag een aantal duivinnen ook leggen. Ze zitten nu langdurig op het nest en dan kan je er van uit gaan dat de komende twee dagen de meeste van hen wel het eerste ei in de broedschaal hebben. Soms heb ik medelijden met de duivinnen omdat ze totaal geen rust krijgen, er zijn van die venijnige doffers bij die heel lelijk doen tegen hun vrouwtje. Ja, totdat ze in de schaal liggen om elkaar te liefkozen. Ik heb zelfs enkele doffers die zichzelf niet eens tijd gunnen om genoeg te eten. Vandaag nam ik enkele fel jagende doffers in handen en het viel me onmiddellijk op dat ze behoorlijk lichter aanvoelden dan een week daarvoor. Ik houd me maar vast aan het gezegde: “ een goede haan is niet vet”. Zodra ze enkele dagen zitten te broeden zijn ze binnen de kortste keren weer op het juiste gewicht. Het is niet verkeerd om de duiven in deze periode goed te observeren en ze zelfs een beetje te helpen. Omdat de (te) felle doffers geen tel rust hebben voer ik ze in de broedhokken. Doe je dat niet dan wordt je er gestoord van omdat het om de voerbak heen een krioelende groep duiven is waar helemaal geen rust in zit. Ze vliegen af en aan naar hun broedhok en vergeten te eten. Doordat de duivinnen ook geen tijd krijgen grit en/of roodsteen te pikken krijg je een beetje vieze mest. Vandaar dat ik elke dag een beetje grit in elk broedhok gooi plus dat de duiven tussen de middag allemaal wat snoepzaad in hun broedhok krijgen. Het zal iedereen bekend zijn dat de duiven na het eten met de liefdesdaad beginnen. Voer je de duiven op de grond dan krijgen de doffers bijna geen kans hun duivin te treden. Voer je ze in hun broedhok dan is daar meer tijd en gelegenheid voor. Doe je dat niet dan loop je de kans dat er (misschien) te veel onbevruchte eieren komen maar dat heeft dan niets met een mindere gezondheid te maken.

 

BIJLICHTEN

De kweekduiven zijn ruim een week voordat ze gekoppeld werden bijgelicht, bij de vliegduiven vanaf het moment van koppelen. Dat komt omdat ik de kwekers tussen Kerst en Nieuwjaar zou koppelen en de vliegduiven pas op 15 januari. Vanwege mijn rugklachten kon ik de kwekers echt niet koppelen. Ik besloot toen dat ik alles tegelijk zou koppelen op maandag 2 januari. Een hele klus waar ik het grootste deel van de dag mee bezig ben geweest. Ik ben benieuwd hoe groot straks het verschil is tussen het leggen van het eerste ei bij de kwekers en vliegduiven, denkelijk maakt het weinig of niets uit. Volgende week weet ik meer. Als de duiven binnenkort allemaal twee eieren hebben stop ik direct met bijlichten, nu licht ik bij tot ’s avonds 10 uur. Zodra de duiven twee eieren hebben gooi ik elke dag een aantal tabakstelen op de vloer van het hok. De duiven gaan dan zelf hun nest bouwen en daar mag ik graag naar kijken. Er zijn erbij die een torenhoog nest maken en er zijn er bij die er helemaal niets aan doen. Dan zorgt de baas ervoor dat er voldoende nestmateriaal in de schotel ligt. Het weer kan in deze tijd van het jaar zo maar omslaan. Nu is het nog vrij zacht maar eind januari en februari worden niet voor niets de koudste maanden van het jaar genoemd. Als liefhebber moeten we ervoor zorgen dat de jonge duifjes dan behaaglijk in een warm en goed gevuld nest liggen. Geen warmte in de zin van centrale verwarming. Het mag gerust koud zijn in het hok, als het daarbij maar niet vochtig of tochtig is. Dan mag er gerust wat warmte in het hok gebracht worden, echter alleen om er voor te zorgen dat het niet te vochtig wordt. Bij mij zullen de eerste eieren dit jaar eind januari uitkomen en dan kan het behoorlijk koud zijn met ’s nachts temperaturen onder het vriespunt. Ik doe dan de lamp aan van ’s middags vier uur tot’s avonds half elf zodat de duiven in het begin van de avond hun jongen nog kunnen voeren. Hierdoor voorkom ik dat de jonge duiven met een onvoldoende gevulde krop de nacht ingaan. Ik zorg ervoor dat mijn jonge duifjes altijd met een goed gevulde krop liggen door de oude duiven drie en soms wel vier keer per dag te voeren. U weet dat na elke voerbeurt de ouders hun jongen gaan voeren en dat bevordert de groei van onze nieuwe kampioentjes.

 

HET ZELFDE BROEDHOK.

Elk jaar kom ik opnieuw tot de ontdekking dat je een oude doffer nooit van broedhok moet wisselen. Ook dit jaar was dat weer het geval met een van mijn beste kweekdoffers. Hij is nu 7 jaar oud en zit vanwege zijn uitstekende afstamming en ook omdat het een zomerjong was vanaf zijn eerste jaar in het kweekhok. Hij heeft nooit een mand gezien en omdat ik er alle vertouwen in had ging hij dus direct naar het kweekhok. Dit jaar vond ik het nodig om hem een ander broedhok te geven, links van zijn vorige broedhok. In dat broedhok zit al enkele jaren een van mijn betere kweekduivinnen en om in het goede soort te blijven moesten die twee samen. Hoe ik er toe gekomen ben om het zo te doen, vraag het me niet. Maar wat een ellende heb ik ermee. Elke keer vliegt die doffer in zijn vorige broedhok, al ik weet niet hoeveel keer heb ik hem daaruit moeten pakken. Eerst zachtzinnig en later smeet ik hem er uit en toch weer vloog hij in zijn oude broedhok. Nu laat ik het betreffende koppel om en om los en als beide broedhokken open staan heb ik direct de poppen weer aan het dansen. Ik ga er van uit dat het binnenkort over is. Zodra de eieren er liggen wordt het allemaal anders. Het blijft echter opletten want als mijn oude kweekdoffer zich op de een of andere manier een keer verveeld kon hij wel weer eens zijn oude broedhok opzoeken met alle gevolgen van dien. Het koppel dat in zijn oude broedhok zit krijgt onmiddellijk twee stenen eieren onder zich zodat er niets kapot geknokt kan worden. De vader en moeder van mijn 7 jarige kweker zijn namelijk de Champ Astro en Cocotte, beiden goed voor elk zes eerste prijzen (zijn niet meer op mijn hok) maar waren wel twee absolute topduiven die met het grootste gemak konden wedijveren met de duiven die we tegenwoordig op internet zien staan voor bedragen van 50.000 euro of meer en als je dan ziet wat dergelijke duiven ZELF gepresteerd hebben dan schieten de tranen in je ogen en vraag je je af of de hedendaagse duivenliefhebbers nog wel goed kunnen lezen. Jaren geleden moesten het Tourniers of Delbars zijn. De beroemde Janssen duiven waren heel mijn leven een veel gevraagde soort dat ook niet voor een appel en ei de deur uit ging. Het enige verschil is dat het stuk voor stuk goede duiven waren. Al denken vele Belgen daar anders over. Ook toen was er al sprake van jaloezie. Het waren misschien wel de beste duiven van de hele wereld. Die tijd is nu voorbij. Helaas, want er wordt nu meer gekeken naar mooie namen en pedigrees dan naar kwaliteit en prestaties. Tegenwoordig worden op internet heel veel “papieren” duiven verkocht voor astronomische bedragen. Als er “Bak 17” staat zijn ze al een fortuin waard. Gelukkig is er nog steeds een verschil tussen commercie en presteren. Ga er maar vanuit dat de echte duivenspelers nog nooit en te nimmer zulke idiote bedragen voor een duif hebben neergeteld. Zij weten op een heel andere en voordeligere manier aan veel betere duiven te komen om die in hun eigen kampioenenkolonie in te brengen. Degene die met commercie bezig zijn presteren bijna niet en de grote kampioenen, laten we zeggen de echte duivenkenners, zijn meer met presteren bezig dan met commercie. Zij weten maar al te goed dat je wel een hond kunt kopen maar niet het kwispelen van zijn staart.

DAT HET MAAR MAG WORDEN WAT WE VERWACHTEN.

Duivensport, al jaren een sport waar 90% van de deelnemende duiven teleurstellen. Dan blijft er dus 10% over die wel voldoen. Een makkelijke rekensom die voor iedereen te begrijpen is. Dit zou betekenen dat bij iedereen slechts 10% van de duiven voor plezier zorgen. Met alleen plezier kom je op langere termijn niet zo ver. Plezier kun je beleven aan de thuiskomst van de duiven ook al zijn ze nog zo laat, maar daar kom je niet verder mee. Het gaat er om dat we elk jaar de prestatielat een stukje hoger moeten leggen. Dat hoger leggen is niet zo moeilijk, het gaat er om dat we het ook waar maken. Het doel waarnaar we streven is presteren en dat kost 100% inzet. Maar helaas, ook met alleen 100% inzet komen we er ook niet. Het gaat er om dat 10% van de duiven die we op ons hok hebben echte winnaars zijn die in de kweek zorgen voor hoogwaardige nakomelingen die net zo goed zijn als zij zelf. Klinkt leuk, maar helaas bestaat zoiets niet. Kijk naar de verschillende nationale competities waarin volgens uitgekiende rekensystemen bepaald wordt waar de beste duiven van het land zitten. Van de vele duizenden duiven die jaarlijks aan de vluchten mee doen komt slechts een handjevol duiven in aanmerking om volgens de gestelde voorwaarden mee te mogen doen. Dan heb ik het nog niet eens over het aantal duiven dat in aanmerking komt voor een prijs. Dat zelfde geld voor de liefhebbers, nog geen half procent (we hebben er in Nederland nog maar 20.000) van de liefhebbers komt in aanmerking voor een redelijke klassering. Zijn er dan ook bijna 20.000 liefhebbers teleurgesteld? Het lijkt er wel op. Vooral nadat je het bovenstaande gelezen hebt zou je in staat zijn direct met de duivenhobby te stoppen. Gelukkig zijn er voor al die liefhebbers die prestatiegericht bezig zijn genoeg mogelijkheden om zich in de kijker te spelen. Dat kan op verenigingsniveau, samenspel van meerdere verenigingen, er kan in een groter gebied regionaal gespeeld worden, daarnaast is er provinciaal spel mogelijk (Nederland heeft 12 provincies en elke provincie heeft zijn eigen kampioenschappen). Dus mogelijkheden genoeg. Voor al die mannen die iets willen bereiken is het belangrijk dat ze tot de top-3 van de club behoren. Lukt dat niet, dan kunnen ze het in een groter samenspel helemaal vergeten. Toch kunnen anderen, ieder op hun eigen niveau veel plezier beleven aan onze hobby. Dat is maar gelukkig ook want anders hadden we al lang geen 20.000 liefhebbers meer. Vandaar dat ik dit artikel ben begonnen met te zeggen: “dat het maar mag worden wat we er van verwachten”.

 

DE EERSTE JONGEN ZIJN GERINGD.

Vandaag konden we de ringen in de club afhalen en er was meteen gelegenheid elkaar een gelukkig 2012 te wensen. Sommige leden waren zelfs al op 1 januari bij de ringenadministrateur aan de deur geweest om hun ringen af te halen omdat ze jongen hadden liggen die hoognodig geringd moesten worden. Dat kan gebeuren omdat er altijd wel enkele duivinnen zijn die al na zes dagen hun eerste ei leggen (koppeldatum 26 november) en dan is het op 1 januari een beetje paniek want dan zijn de jongen 10 dagen en dan is het moeilijk om er nog een ring om te krijgen. Meestal hoor ik ook bij degene die de ringen beslist op 1 januari nodig hebben. Dit jaar en ook vorig jaar was dat niet het geval. Ik koppel nu een maand later, vorig jaar tussen kerst en Nieuwjaar, dit jaar heb ik vlieg en kweekduiven op 1 januari bijeen gezet. Nu ik dit schrijf zijn de broedhokken nog gesloten en ik heb gezien dat alle duiven goed gepaard zijn. Niet een vechtpartij, slechts een koppel deed niet zo aardig tegen elkaar maar toen ik echter een dag later de broedschaal met het nodige nestmateriaal er bij zette vonden ze elkaar wel leuk en werd direct met het liefdesspel begonnen. Ik heb er alle vertrouwen in dat als ik enkele broedhokken open zet er geen vechtpartijen zullen zijn of dat de duiven in een verkeerd broedhok vliegen. De jonge doffers zitten al weken in de broedhokken en op twee verschillende avonden heb ik ze toen het donker was opgesloten. De volgende ochtend heb ik genoteerd wie waar zat. Iedere keer dat ik ze heb opgesloten zaten ze in het zelfde broedhok. Ik heb de jonge doffers zo veel als mogelijk gekoppeld aan oude duivinnen die vorig jaar in dat broedhok zaten. Ik heb slechts enkele koppels jaarlingen en daarvan moet de duivin nog leren welk broedhok van haar is. Mijn ervaring is dat ze heel snel achter de doffer aan vliegen. Zij zijn ook de eersten waarvan ik het broedhok open doe zodat ze alle gelegenheid hebben in het juiste hok te vliegen.

 

UIT WELKE DUIVEN GAAN WE KWEKEN.

Overal lees je, kweek alleen uit de goede! Gemakkelijk gezegd. Arme liefhebbers die alleen maar gewone duiven hebben. Wat moeten zij dan? Ik denk dat het voor iedereen begint bij de selectie. Onze duivensport is zeker geen goedkope hobby, dus rekening houdend met onze portemonnee moeten we beslist nier meer duiven houden dan financieel haalbaar is. Niet te gauw denken dat een duif een goede is omdat zijn nestmaat, tante of halfbroer eens een kopprijs heeft gewonnen. Iedereen bepaalt voor zichzelf welke duiven wel of niet mogen blijven. Ik kan er niet genoeg aandacht op vestigen om zeer zwaar te selecteren omdat ook op het hok van de grootste kampioen maar enkele hele goede duiven zitten en dat aantal is op de vingers van 1 hand te tellen. Dit in tegenstelling tot al die verkopingen, hetzij in de zaal of via internet, waar enkel topduiven of kampioenen te koop aangeboden worden. Zorg dat er duiven op uw hok zitten die gemakkelijk gezond blijven en die voldoen aan de door u gestelde eisen. Die duiven zijn het ook waard om uit te kweken. Wel raad ik aan om tijdens de kweek alles wat maar iets afwijkt direct weg te doen. Misvormde eieren, jongen die niet zelfstandig uit het ei kunnen komen, jongen die in de groei achter blijven, jongen die de hele dag liggen te piepen, jongen met natte mest, jongen waarbij de veren niet goed ingroeien, jongen die naast het nest liggen, weg er mee. Laat ze in deze tijd van het jaar bij de ouders tot ze 28 dagen zijn en zorg ervoor dat ze vanaf de 21ste dag een potje voer in het broedhok hebben zodat ze snel met de ouders mee beginnen te pikken. Pas op dat, zodra de duivinnen met hun jong of jongen op het jonge duivenhok geplaatst worden, niet met elkaar gaan paren. Dit probleem komt vooral voor in hokken waar de duivinnen de hele dag kunnen eten wat ze willen. Vandaar dat ik geen voorstander ben van volle bak, ik voer liever drie keer per dag omdat de duivinnen na elke voerbeurt hun jongen gaan voeren en daardoor minder behoefte hebben om met een andere duivin te gaan liggen kroelen. Als ze straks op weduwschap zitten zoeken ze hun (oude) vriendin ook weer op en verpesten het weduwschapspel omdat ze andere duivinnen ook aanzetten onderling te gaan paren.

Genoeg voor deze week, veel succes met de kweek want een goede kweek is een voorteken voor een goed seizoen.

DE BESTE WENSEN VOOR EEN GEZOND EN SUCCESVOL 2012.

Alweer een jaar voorbij en als we het over de duivensport hebben was 2011 geen gemakkelijk jaar. Zowel organisatorisch als sportief liep het nogal eens fout. De terugloop van het aantal liefhebbers wordt ieder jaar zorgelijker. De bestuurders tonen te weinig visie voor de toekomst, er worden te veel blunders gemaakt en er komen steeds meer ontevreden liefhebbers. De weersgoden waren ons in 2011 ook niet goed gezind. Veel moeilijke concoursen, (onnodig) veel verliezen, vooral bij de jonge duiven. Een bijkomend probleem is dat het steeds moeilijker wordt om de duiven gezond te houden. Waarin dat zit? Verschillende oorzaken, de meeste zijn ons bekend.

Er wordt te veel gerommeld met medicijnen, te pas en te onpas gooien liefhebbers allerlei medicijnen in het drinkwater of over het voer. Volgens mij is de kwaliteitscontrole op het voer onvoldoende terwijl gezonde granen het belangrijkste bestanddeel zijn van onze duivenhobby. Zo kan ik nog wel even doorgaan. Ik wil echter positief blijven. Met al dat negatieve gedoe bewijzen we onze sport geen dienst. Terugkijken naar vroeger is leuk, vooral als je ouder wordt, het heeft echter geen zin. We leven nu in 2012 en we zullen, of we willen of niet, de duivensport moeten bedrijven anno 2012. De soms waanzinnige commercie is niet weg te denken. Als je het mij vraagt kan dit geen stand houden. De idioot hoge prijzen die internationaal voor postduiven worden neergeteld staan niet meer in verhouding tot prijs/kwaliteit en brengen onze postduivensport naar een absoluut dieptepunt. Neem daarbij de steeds hoger wordende kosten om aan concoursen mee te kunnen doen dan komen we tot de conclusie dat het voor een grote groep liefhebbers een onbetaalbare hobby wordt. We mogen niet uit het oog verliezen dat in veel landen deze hobby juist een prachtige vorm van vrije tijdbesteding is voor de gewone man. Het is te eenvoudig om te stellen dat die groep dan maar minder duiven moet gaan houden. Iedereen wil in het weekend toch wel een aantal duiven zien thuiskomen. Om elke week op drie of vier duiven te gaan zitten wachten geeft geen voldoening.

 

TERUG NAAR EEN KLEINER AANTAL.

Ik ben nooit een voorstander geweest een groot aantal duiven te verzorgen. Ik heb ook nooit heel veel duiven gehad. Ik heb er wel ieder jaar te veel gehad. Elk jaar verkondigde ik dat ik minder duiven zou gaan houden maar daar kwam weinig of niets van terecht. Voor mijn doen heb ik dit probleem nu rigoureus aangepakt. Aan 12 kweekkoppels moet ik genoeg hebben om jaarlijks enkele beloftevolle jongen te kweken en aan 18 koppels vliegduiven moet ik voldoende hebben om wekelijks mee te doen voor een goede uitslag. Ik ben terug gegaan naar een kleiner aantal om een beter overzicht te hebben. Hoe minder duiven je hebt, des te eerder vallen zowel in positieve als negatieve zin bepaalde situaties op. Dat kan zijn dat je heel snel constateert dat er iets niet goed zit met de gezondheid of je ziet op het juiste moment dat duiven extra vorm vertonen. Een kleiner aantal duiven drukt niet alleen de kosten, de verzorging vraagt ook minder tijd en die tijd kun je dan aan andere zaken besteden. Minder duiven betekent ook minder gauw uitbraak van ziektes en mocht er desondanks wel wat gebeuren dan hoef je niet zoveel medicijnen aan te schaffen (dus ook minder geld uit te geven). Daarnaast komt er meer tijd vrij om de duiven te observeren en daar kom je verder mee dan met stront krabben. Niet alleen ik, ook andere liefhebbers zien in dat de prestaties niet beter worden door meer duiven te gaan houden. Veel gaan er terug naar een kleiner bestand. Dat betekent wel dat de concoursen (nog) kleiner gaan worden. Als ik naar 10 jaar terug kijk is het aantal deelnemende duiven tot en met 2011 meer dan gehalveerd. Die teruggang zullen we in 2012 nog meer gaan merken. Het positieve daarvan is dat daardoor de kwaliteit van de deelnemende duiven beter gaat worden, dus meer concurrentie en meer spanning. Er wordt in ons land erg veel (misschien wel te veel) aandacht besteed aan de grote aantallen duiven die wekelijks door megahokken worden ingezet. Mij heeft het nooit iets uitgemaakt hoeveel duiven er door grote liefhebbers werden ingezet. Ik vlieg wekelijks tegen enkele duizenden duiven en of er daar nu 100 van Jan, 200 van Piet of 300 van Kees tussen zitten vind ik totaal niet belangrijk. Maar zo langzamerhand ga ik er wel anders over denken. De spelgebieden blijven namelijk even groot terwijl het aantal liefhebbers zienderogen minder wordt. Juist daardoor krijgen grote aantallen duiven die naar 1 liefhebber moeten grote invloed op het concoursverloop. Vooral als die mannen op de vluchten tot 400 km ook nog eens in de “trek” zitten. Dan is er voor veel melkers moeilijk tegen te spelen. In die situatie geldt zeker de wet van de grote getallen: “hoe meer lootjes, hoe meer kans op een prijs”.

 

TE VROEG GEJUICHT.

Vijf weken zijn er voorbij en nog steeds is mijn rugpijn niet verdwenen. Twee weken terug dacht ik dat ik verlost was van de snijdende pijn in mijn rug. Ik zag het weer helemaal zitten, doch dat was van korte duur. De genezing gaat met ups en downs. Gelukkig heb ik goede hulp want ik ben nog steeds niet in staat mijn duiven zelf te verzorgen. Ik begin wel steeds meer te assisteren. Mijn plan was de kweekduiven direct na de kerstdagen te koppelen maar dat is er niet van gekomen. Ik heb het uitgesteld tot 3 januari en dan koppel ik gelijk alle duiven waardoor ik nog meer gelegenheid heb om een aantal eieren van de kwekers onder de jaarling vliegduiven te leggen. Ik heb nu dus nog een week voordat ik de duiven ga koppelen en dan hoop ik echt van mijn pijnlijke rug te zijn bevrijdt. Als je iets mankeert merk je pas hoe geweldig het is als je lekker in je vel zit. Als je niets mankeert kun je jezelf enorm druk maken over een ei waar een deukje in zit. Nu denk ik, het is me wel een aantal ingedeukte eieren waard als ik maar van mijn rugpijn af ben.

Na de selectie van mijn kweekduiven had ik nog een duivin over, eigenlijk twee maar die ene heeft nooit eieren gelegd. Ze mocht in mijn kweekhok omdat ze een formidabele erelijst bijeen heeft gevlogen en omdat ze nooit eieren heeft gelegd was het een prima duif om andere eieren uit te laten broeden. Zou gauw je er een eitje onder lag ging ze direct zitten broeden. Nu ga ik toch definitief afscheid van haar nemen. Voor de andere duivin heb ik een juweel van een doffer aangeschaft. Ik zou er niets meer bijhalen! Ik ben niets anders aan het doen als mijn aantal duiven terug te brengen en dan toch kom ik weer met een duif thuis. Mijn zoon wilde met alle geweld naar die verkoop toe en vanwege mijn rugklachten zou ik zeker niet meegaan. Hij hield vol en ik ben gezwicht. Dus nog gauw even de verkooplijst bestudeert en er stonden een aantal duiven in waar ik wel interesse in had. Althans ik wilde die duiven zeker even in de hand bekijken. Mijn voorkeur ging uit naar een Heremans doffer waarvan ik uit dezelfde bloedlijn al een aantal hele goede afstammelingen heb zitten. Het is en blijft een goed gevoel als je dan die bepaalde duif mee naar huis kunt nemen. Ach, daar ben je duivenliefhebber voor. Je kunt nog wel eens van gedachten veranderen. Ik ben enorm blij met mijn nieuwe aanwinst en als hij me nu ook nog blij gaat maken met enkele goede nakomelingen dan klopt het helemaal. Allen veel succes met de kweek gewenst en hopelijk wordt het in alle opzichten voor ons allemaal een heel mooi jaar.

 

Bert Braspenning

OP ZO’N MANIER KUN JE HET WEL VERGETEN.

Het is winter, nog niet koud en dat werkt in het voordeel van degene die de duiven al op eieren hebben. Een tijd geleden sprak ik iemand die de duiven ook bijeen had gezet, helaas kwamen ze zeer onregelmatig met eieren. Hij veronderstelde dat dit kwam doordat er paratyfus onder zat. Onmiddellijk vroeg ik hem of hij daar in oktober wel een kuurtje tegen had gegeven. Ja, dat wel maar hij had het in plaats van 21 dagen maar 6 dagen gegeven. Dat moest volgens hem voldoende zijn. Kwamen de duiven wel zo slecht met eieren door de paratyfus? Al pratende kwam ik er achter dat hij van plan was zijn duiven half januari te koppelen. Doordat hij van andere sportgenoten hoorde dat zij al eind november hadden gekoppeld veranderde hij zijn plan en van de ene op de andere dag zaten zijn duiven ook bij elkaar. Ze waren er klaar voor vertelde hij mij en zonder enige verdere voorbereiding had hij ze samen gezet. Hij vroeg mij eens te komen kijken en daar had ik eigenlijk helemaal geen zin in. Een aardige vent, dat wel, helaas geen echte kampioen. Hij is meer het type van de winterkampioen. Aan de bar altijd het hoogste woord en in de zomer wanneer het er echt om gaat altijd de wind tegen of hij woont niet in de trek van de duiven. Altijd een excuus doch volgens mij staat hij altijd zichzelf voor te liegen. Hij vertelde dat hij regelmatig vroege duiven had maar die kwamen er dan niet in. Het vreemde is dat hij nooit last heeft van roofvogels, behalve op zaterdag waardoor zijn duiven niet naar beneden durven te komen. Zulke figuren denken ook nog dat ze met een idioot te maken hebben. Ze zijn zo dom dat ze het zelf niet in de gaten hebben. Het zijn van die figuren die ook niet te helpen zijn. Je kunt ze geven wat je wilt, ze presteren nooit wat en durven dan tegen anderen te zeggen dat je ze nooit iets van het goede geeft. Toch heb ik me over laten halen voor een hokbezoek. Afgesproken was dat ik op koffietijd zou komen, eerst even koffie drinken en dan naar de duiven. Toen ik bij hem het erf op liep was het eerste dat hij tegen me zei: kijk maar niet naar de rommel, ik heb nog geen tijd gehad de hokken schoon te maken. Nou, dan is mijn dag al voor een groot deel vergald. Nadat ik twee slappe koppen koffie had genuttigd gingen we op weg naar de hokken. Vlakbij het hok aangekomen vlogen de duiven bijna door de ramen van de honger. Zeker ook nog geen tijd gehad om te voeren, zei ik tegen hem. Klopt, zei hij. Ik ben meer met de kwekers bezig. Op het moment dat ik het gangetje van zijn hok binnen stapte wist ik het al. Muf, alles potdicht en totaal geen ventilatie. In het kweekhok zaten een aantal doffers met omhoog gestoken neusveren op de grond. Er zat geen leven in en op de vloer lag zeker tien kilo voer. Ze moeten goed te eten hebben. Dat klopt, zei ik, maar een ietsje minder kan geen kwaad en de vliegduiven een beetje meer lijkt me beter. Hij reageerde er niet eens op. Als eerste kreeg ik zijn beste kweekduif in handen, slap als een dweil, veel te zwaar, waarschijnlijk nooit een bad gehad en nog een gore neus ook. Met zulke duiven ben ik zo klaar en plaatste haar op de grond. Ze kon amper haar broedhok in komen. Hij wilde me nog meer duiven in handen geven. Ik zei: laat maar zitten, ik kan het zo wel zien. Ik kon het niet opbrengen hem te zeggen wat hij allemaal verkeerd deed, wenste hem succes en hoopte voor hem dat de tweede ronde beter zou verlopen. Ik ben met gierende banden weggereden. Toen ik thuis kwam gauw mijn duivensloffen aan gedaan en het hok in waar ik wel een uur heb zitten genieten van mijn eigen duiven. Wat een verschil! Pas dan begrijp je waarom er zoveel liefhebbers zijn die er helemaal niets van terecht brengen. Ze verdiepen zich nergens in en kunnen het zelfs niet opbrengen hun duiven met enige regelmaat te verzorgen. Ook het nieuwe seizoen zal voor deze man een regelrechte ramp worden. Voorlopig heeft hij nog een paar maanden de tijd te doen alsof hij in 2012 iedereen de das zal omdoen.

 

HET KAN OOK ANDERS.

Een week later ging ik onaangekondigd op bezoek bij een hele sterke speler met landelijke bekendheid. Je kunt bij zulke mensen komen wanneer je wilt, je zult ze nooit verrassen want ze hebben in de vroege ochtenduren hun duiven verzorgd en alles ziet er netjes en schoon uit. Daar houd ik van! Alle kwekers hadden binnen 14 dagen eieren, de duivinnen zaten op het nest en de doffers lagen allemaal in hun broedhok. Toen we binnen stapten ging er niet een van zijn plaats, pas toen de baas sommige duiven even aan hun snavel trok kwam er leven in de brouwerij. De doffers stonden op en wachtte als het ware op hun baas om een partijtje te vechten. Van zulke situaties kan ik intens genieten. Dat noem ik: duiven melken op het hoogste niveau. De duiven glommen tegen me op. Als de baas enkele pinda’s op de grond gooide, doken de doffers er op en wisten niet hoe snel ze weer in hun broedhok moesten vliegen om hun territorium te verdedigen. Twee keer per dag vocht de baas een beetje met ze en dat motiveert ze enorm. Ik ben er van overtuigd dat zijn weduwnaars sneller naar huis vliegen voor hun baas dan voor hun vrouwtje. Aan het hok, aan het klimaat, aan de sfeer en aan de duiven kon ik zien dat deze grote kampioen een goede kweek zou hebben. We weten allemaal dat een goede kweek garant staat voor een goed seizoen. Aan alles was te merken dat het voor deze liefhebber, met zo’n verzorgde accommodatie en zo’n hoge kwaliteit duiven, een makkelijk spelletje zou worden.

 

DUIVENVOER.

Net zo min als dat ik iets van medicijnen weet, weet ik ook niets van duivenvoer. Ik ga er vanuit; ieder zijn specialiteit. Over duivenvoer is veel te doen. Er zijn grote prijsverschillen en dat zal volgens mij komen door de verscheidenheid waaruit verschillende mengelingen zijn samengesteld. Er is “merkloos” voer in de handel maar de meeste voersoorten worden op de markt gebracht door gerenommeerde firma’s. Ik kies al vele jaren voor voer van de bekende firma Mariman waarvan ik denk dat zij een uitgekiende mengeling van een goede kwaliteit hebben samengesteld. Van kiemkracht heb ik totaal geen verstand, dat hebben ze bij Mariman (en ook bij andere firma’s) wel. Daar maak ik me dus geen zorgen over. Daarnaast denk ik dat uit hoe meer granen de samenstelling bestaat, des te beter het is. Het is aan de baas om te bepalen in welke hoeveelheden hij dat voer aan zijn duiven verstrekt. Want voeren is volgens mij nog steeds een kunst. Als liefhebber moet je kunnen zien wanneer de duiven wel of niet genoeg hebben. Toch is de kwaliteit van het voer nooit hetzelfde. Gerst is niet altijd gerst en maïs is niet altijd maïs. Wat ik daarmee wil zeggen is dat de maïs en andere granen in ons voer niet altijd op de zelfde grond worden verbouwd en ook niet altijd uit dezelfde landen komen. Er is dus altijd kwaliteitsverschil. Vandaar dat ik vertrouwen heb in mijn voer leverancier. Ik ga er vanuit dat zij voor uw en mijn duiven een verantwoorde kwaliteit aanschaffen. Aan elke kwaliteit en ook aan elke mengeling hangt een prijskaartje. Mijn ervaring is, dat hoe gevarieerder de kweekmengeling des te minder problemen tijdens de groei van de winterjongen.

Iedereen een prettige jaarwisseling toegewenst en tot volgend jaar.



LEVERTRAAN

Als ik iets lees of hoor over levertraan moet ik onmiddellijk terug denken aan mijn kinderjaren. Elke avond voor het naar bed gaan stond mijn moeder klaar met een eetlepel levertraan. Als ik er aan terug denk lopen de rillingen nog over mijn lijf, wat een vreselijk vieze smaak! Gelukkig hield zij in haar andere hand nog een lepel met suiker die ik kreeg om de vieze smaak weg te werken. Levertraan was goed, dat zei niet alleen de dokter dat vond iedereen omdat er in de wintermaanden heel veel reclame voor werd gemaakt. Waarom het goed was wisten de ouders van toen waarschijnlijk niet. Als de dokter zei dat het gezond was dan nam iedereen dat klakkeloos aan.

Nu, na 70 jaar gebruik ik het nog steeds. Nee, niet voor me zelf, alstublieft niet. De kinderen die het tegenwoordig innemen hebben er niet zo een moeite mee omdat er een smaakje aan is gegeven.

De pure levertraan geef ik tijdens de winterkweek aan mijn duiven. Levertraan (vitamine D) is goed voor de vorming van een stevig beendergestel. Ik geef het 1x keer per dag. ’s Avonds zet ik voor de volgende dag een klein emmertje voer klaar waarover ik een scheut levertraan gooi. Ik roer het dan flink door elkaar totdat het voer lichtjes glimt. Elk jaar koop ik een nieuw flesje levertraan omdat het aan bederf onderhevig is. Dat is ook de reden dat ik steeds maar voor 1 dag voer met levertraan klaar zet. Ik ken liefhebbers die het hele jaar door levertraan over het voer doen. Zij beweren hun goede prestaties te danken hebben aan het regelmatige gebruik van levertraan. Zelf denk ik dat dit een beetje te veel van het goede is omdat zonnestralen er voor zorgen dat het lichaam van mens en dier zelf vitamine D aanmaakt. Als we naast levertraan ook zorgen dat de duiven af en toe wat boerenkool, wortelen of ander groenvoer toegediend krijgen, dan zal dat zeker de groei van onze toekomstige kampioentjes ten goede komen. Daarbij mag grit en roodsteen zeker niet vergeten worden. Het beste is om dat elke dag vers te geven. Vergeet zeker niet de broedschalen van voldoende nestvulsel te voorzien. Het voorkomt ingedeukte eieren plus dat de jonge duifjes er behaaglijk bij liggen tijdens de soms heftige kou. Ik ben er geen voorstander van om van mijn kweekduiven “kasplantjes” te maken. In het najaar zetten veel liefhebbers hun duiven in een totale open volière en zodra ze gekoppeld zijn wordt er warmte op het hok gebracht. In een droog en tochtvrij hok mag het gerust net zo hard vriezen als buiten. Wel moeten we de verzorging en de voorzieningen daarop aanpassen. De duiven doen de rest wel want die weten het veel beter dan wij.

 

NIET EENVOUDIG

Het gehele jaar kon iedereen tussen de regels door lezen dat ik minder duiven zou gaan houden en misschien zou ik zelfs stoppen. Nimmer heb ik problemen gehad met het aantal duiven dat ik jaarlijks op de hokken had. Vroegere jaren had ik weinig ruimte en dus ook weinig duiven. Ik verlangde er toen naar om net als andere grote en sterke spelers meer duiven te kunnen houden zodat ik iedereen partij kon geven. Als je jong, gedreven en enthousiast bent kan je al dat werk gemakkelijk aan. Als je dan later eens goed kijkt of de prestaties ook zoveel beter zijn geworden dan is dat maar gedeeltelijk waar. Als je ziet wat je er allemaal voor moet doen en dat afweegt tegen de prestaties dan was het met een klein aantal duiven zeker zo goed. Veel minder werk, lagere kosten, beter overzicht en in de breedte een betere kwaliteit duiven op je hok. Met meer duiven spelen en gelijke prestaties is het op de vluchtdag wel meer genieten, zeker nu we elektronisch klokken. Je ziet alle duiven thuiskomen en voor mij is dat elke keer weer opnieuw iets waar ik bubbeltjes van in mijn maag krijg. In de eerste plaats de wedstrijdspanning, dan de manier waarop de duiven thuis komen. De ene zit al op het hok voordat je hem goed en wel gezien hebt, de ander maakt van grote hoogte een fantastische duikvlucht waardoor je de adem inhoudt omdat het lijkt alsof de duif zich met zo een hoge snelheid te pletter zal vliegen. Dan zijn er van die vluchten waarop er zo maar drie, vier tegelijk boven het hok hangen en zich even daarna verdringen om naar binnen te gaan. Ik kan er intens van genieten, speciaal van de aankomsten dat je verrast wordt. Je hebt uitgerekend hoe laat de duiven kunnen komen en dan is er opeens eentje een kwartier eerder dan je ze verwacht. Kippenvel en hartkloppingen krijg ik daarvan. Dan later de spanning zal het wel of geen vroege duif zijn? Mijn ervaring is dat wanneer je verrast wordt het meestal een vroege is!

In 2012 dus minder duiven en dat was beslist geen eenvoudige opgave. Ik heb door mijn eigen beslissing minder duiven te gaan houden helaas duiven weg moeten doen waaraan ik veel sportplezier heb beleefd en dat valt niet mee. Emoties spelen dan een belangrijke rol. Toch heb ik doorgezet. Ik kan alleen maar hopen dat mijn duiven bij hun nieuwe eigenaars ook voor het nodige plezier zullen zorgen en dat ze net als bij mij zo goed presteren zodat elk weekend een feestweekend wordt. In het vlieghok zijn nu 6 broedhokken leeg en in het kweekhok 12. Dat is erg rigoureus, maar wilde ik mee blijven doen voor de overwinning dan is dit volgens mij de beste oplossing. Als we eind mei 2012 een 8-tal vluchten achter de rug hebben weet ik of ik het wel of niet goed heb gedaan. Nadat ik een periode heb gedacht te stoppen en nu mijn rugpijn draaglijk is krijg ik steeds meer zin in het nieuwe seizoen. Half januari worden de vliegduiven gekoppeld.

 

EEN SLIJTAGESLAG WAAR IK GOED VAN OPGEKNAPT BEN.

Vandaag was de dag dat mijn zoon me zou komen helpen om alles in gereedheid te brengen voor het kweekseizoen. Drie weken lang kon ik mij amper bewegen, de therapeut moest er aan te pas komen en dat hielp ook niet echt. Althans het duurde mij veel te lang, maar het ging wel stapje voor stapje vooruit. Vandaag moest ik dus aan de bak. De nodige pijnstillers en spierverslappers ingenomen en aan de gang. Dat stelde ook niet zoveel voor want mijn zoon Marco deed 90% van de werkzaamheden. Hokken uitbranden, broedhokken schoonmaken, loketkasten ophangen, kortom alles voor het vlieg en kweekseizoen is geregeld. Ook het wonder geschiedde, mijn rugpijn was die dag voor een groot deel verdwenen. Wel was ik doodmoe zodat ik daarna drie uur aaneen heb liggen slapen. Ik voel dat ik op de goede weg ben en dan ziet alles er meteen veel zonniger uit.

Nu maar bidden dat het elke dag beter gaat dan weet ik nu al dat het gezellige kerstdagen gaan worden met de kinderen en kleinkinderen. De jonge doffers mogen een broedhok uitzoeken en de kweekdoffers zitten al op hun plaats. Alleen de twee nieuwelingen moeten nog een vaste plaats veroveren. Tussen Kerst en Nieuwjaar worden de kwekers gekoppeld en daar heb ik zeer hoge verwachtingen van. Ik heb in jaren niet zo een kweekhok gehad met zoveel prestatieduiven.

We weten echter allemaal dat die niet automatisch goede nakomelingen geven. Toch houd ik het er op dat de goede uit goede komen en als je er zoveel hebt dan zal de gemiddelde kwaliteit hoger liggen dan in een andere situatie. Hoop doet leven, laten we het daar maar op houden.

PRETTIGE KERSTDAGEN



HET ZIT EEN BEETJE TEGEN.

Dit jaar geen winterkweek. Het zat niet in de planning, gelukkig maar anders zou ik nu een probleem  hebben. Ik heb het namelijk al twee weken zodanig in mijn rug dat ik zelfs mijn duiven niet kan verzorgen. Gelukkig heb ik fantastische hulp van een 76 jarige duivenvriend die elke morgen de hokken schoonmaakt, de duiven eten geeft en ze van vers water voorziet. Ook de gritbakjes en  mineralen worden niet vergeten. Meer hoeft er niet te gebeuren. In de namiddag voert mijn vrouw de duiven dus wat dat betreft heb ik geen zorgen. De meeste zorgen maak ik om mezelf. Ik wil van de rugpijn af en dat gaat me niet snel genoeg. Ik word er humeurig van omdat ik niet kan doen wat ik wil. Ik ben nog steeds van plan de duiven tussen Kerstmis en Nieuwjaar te koppelen en daar ben ik nog niet klaar voor. De hokken moeten nog “uitgebrand/ontsmet” worden en een dezer dagen wil ik de jonge doffers hun broedhok uit laten kiezen. Dat lijkt allemaal eenvoudig maar als je het in je rug hebt waardoor je zo krom gaat lopen als de klokkenluider van de Notre Dam dan valt het niet mee om met 1 hand een duif te pakken. Pakken is niet zo moeilijk maar wel als hij/zij wegvliegt. De duiven zijn klaar om gekoppeld te worden, ze zien er voortreffelijk uit, ze hebben in oktober hun paratyphus kuur gehad en krijgen traditiegetrouw een 5 daagse geelkuur als ze voor de eerste keer op eieren komen. Dat is het enige wat ik er in 2012 aan doe. Het kweekhok wordt dit jaar versterkt met twee hele goede doffers en twee super duivinnen, alle vier slechts drie jaar oud. Helaas heb ik afscheid moeten nemen van maar liefst 14 kweekkoppels. Ik had er altijd 24, dat werd me te veel en daardoor heb ik dat aantal teruggebracht tot 14. Volgens mij zit er nu het neusje van de zalm. Prachtig om te zien en in mijn ogen zijn het alleen maar top koppels. Juist omdat ik er flink het mes in heb gezet, alleen het beste van het beste mocht blijven, heb ik dit keer nog meer vertrouwen in een goed kweek resultaat. De mand zal van de zomer meer duidelijkheid brengen als ze gezond zijn. Met jonge duiven ben je daar nooit helemaal zeker van. Zo vlak voor het seizoen kan de e-coli bacterie toeslaan en dan lig je gelijk een ronde op achter. Zo ver is het nog lang niet. Het is nu eerst zaak dat alles in het hok in orde is om de duiven bijeen te zetten. Tijdens de kweekperiode moet er niets meer aan het hok worden gedaan, geen getimmer of gerommel meer in het hok. Rust is dan het aller belangrijkste. Ik hoop dat de therapeut me op weg helpt zodat met de duiven alles volgens plan gaat verlopen.

 

LEUKE DAG.

Met mijn zoon Marco heb ik de afspraak dat ik in deze periode op zijn hok een allerlaatste selectie toe pas. Dat gebeurde afgelopen maandag. Krom als een hoepel stapte ik bij mijn vrouw in de auto die me naar mijn zoon bracht. De bijkeuken was ingericht als keuringslokaal. Ik kon in een stoel plaats nemen en de duiven stonden in manden klaar om nog eens extra goed beoordeeld te worden. Samen zijn we daar vijf uur mee bezig geweest. Niet omdat het mijn zoon is, maar ik heb genoten van de geweldige kwaliteit die hij op zijn hok heeft. De duiven waren iets te zwaar wat in deze tijd van het jaar geen bezwaar is. Twee jaar lang had hij te maken met te grote verliezen van jonge duiven waardoor er te weinig jonge duiven konden worden ingebracht. Dit jaar was het anders. Ik heb vooral genoten van zijn jonge duivinnen, echt pure klasse met daarbij twee uitzonderlijk goede dametjes die dit jaar al hebben laten zien dat ze tot het een en ander in staat zijn. Schitterende types en prachtig in de hand. Daarnaast komen er een aantal beren van jonge doffers bij. Vooral op de vluchten tot 500 km zullen ze in het uiterste puntje van west Nederland van goede huize moeten komen om deze ploeg jaarlingen voor te blijven. Ook zijn aantal kweekduiven is teruggebracht tot een kleiner aantal en het zal niet al te lang meer duren of ook in zijn kweekhok zitten alleen maar eerste prijs winnaars of kampioensduiven. De aangeschafte duiven die overigens gezorgd hebben voor goede nazaten hebben plaats moeten maken voor jongere duiven die top hebben gepresteerd. Zoiets doet vader goed. Vooral omdat ik een jaar of vijf geleden heb verkondigd dat hij in Noord-Holland tot de kloppen mannen gaat behoren. Op dat punt zijn we nu bijna aangekomen. Het viel me op dat Marco veel meer krassen op zijn hok heeft. Dat komt omdat vader daar niet zo van houd. Mijn voorkeur gaat uit naar blauw of lichtkras. Als ik twee gelijkwaardige duiven heb waarvan de een gewone kras of donkerkras is en de ander een lichte kras of blauwe, dan zal ik de kras of donkerkras weg doen. In vele gevallen ging die dan naar Marco en dat ga ik nu merken. Bij mij speelt kleur een voorname rol, ik zie graag duiven in mijn hok die goed presteren maar waar ik ook graag naar kijk. Mijn zoon denkt er net zo over als ik vroeger deed. Toen vertelde ik hem dat wanneer een duif die je niet zo graag ziet een aantal weken een vroege prijs wint, elke week een ietsje mooier wordt. Als laatste moest er vier duiven voor de show uitgezocht worden, twee doffers en twee duivinnen. Ik ben er zeker van dat zijn viertal (bijna)niet te kloppen is.

 

PEDIGREES.

Na de keuring of beter gezegd na de definitieve selectie komen de keuringsbriefjes van voorgaande jaren op tafel. Mijn zoon bewaart die en dan is het mooi om te zien wat vader Bert een jaar eerder van de duiven vond. Mijn systeem van selecteren is als volgt, een in mijn ogen mindere duif krijgt een streepje en die kan alsnog weg, een goede duif krijgt een kruisje, een duif waarin ik een winnaar zie krijgt twee kruisjes en een in mijn ogen absolute topper die ook nog eens aan alle eisen voldoet krijgt zelfs drie kruisjes, maar dat komt niet zo erg veel voor. Met die simpele manier van selecteren speel ik al vele jaren heel goed mee en mijn zoon zit er aan te komen, daar ben ik heilig van overtuigd.

Bent u ook wel eens bij zo een “waarzeggerij keuring” geweest waar de ogen, vleugel of crack keurder de ene na de andere teletekst of nationale asduif in zijn handen kreeg. Leuk voor de liefhebbers om dat allemaal aan te horen, maar in dat soort waarzeggerij geloof ik nog steeds niet. Wel breng ik op zo een avond altijd enkele duiven mee, gewoon omdat ik dat soort avonden gezellig vind en toch ook wel omdat ik net als iedereen heel benieuwd ben wat zo een “kenner” van mijn duiven vind. Het maakt verder niet uit wat hij er van vindt, het blijft altijd leuk om te horen dat je duif goed beoordeeld wordt. Uiteindelijk bepaal ik zelf wie er wel of niet mogen blijven. Dit jaar had ik zelfs drie duiven die op teletekst zouden komen en een jonge doffer van mij zou zelfs een NPO concours gaan winnen. Helaas is er geen jaartal bij vermeld, dus ik heb nog kans. Ruim 35 jaar was ik lid van de Ned. Groep van keurmeesters die duiven beoordelen volgens een keuringsregulatief. Dat houdt in dat duiven beoordeeld worden volgens een nationaal reglement waarin staat beschreven hoe een perfecte bouw van een duif er uitziet. Niets meer en niets minder. Dat houdt in dat elke keurmeester alleen maar tegen de duif aan kan kijken en niet er in. Sommige keurmeesters schreven wel eens op een keuringslabel: prima fondduif of geweldige kweekduif. Misschien leuk voor de liefhebber om dat te lezen. Veel waarde mag daar niet aan gehecht worden. Ik noem het waarzeggerij en dat is leuk als kermis attractie, meer niet.

Verstand van duiven? Ik zou het niet weten!


VRAGEN

Als het vliegseizoen voorbij is en het winter kweekseizoen dient zich aan, komen er dagelijks vele e-mails binnen met allerlei vragen. De meeste vragenstellers ken ik niet. Ik weet niets van hen. Ik weet niet hoe lang zij met duiven spelen, ik weet niets van hun resultaten maar ik merk aan hun vragen dat het beginners zijn. Het valt niet mee om dan een zinnig antwoord te geven als je niet weet hoe iemand met zijn hobby omgaat. Tegen de meeste vragenstellers wil ik zeggen: Lees wekelijks mijn column want alle aspecten komen aan bod. Het is bijna onbegonnen werk om iedere mail te beantwoorden. Het wil niet zeggen dat ik geen e-mails beantwoord, zeker wel. Verder probeer ik een heel jaar door alles zodanig op papier te zetten dat iedereen weet hoe ik met mijn duiven om ga. Die manier is niet zaligmakend. Het is gewoon een manier en er zijn gelukkig heel veel manieren om plezier te beleven aan onze postduivenhobby. In deze periode gaat het over de voorbereidingen van het kweekseizoen. Iedere melker moet weten dat de kweekduiven zeker zo goed verzorgd dienen te worden als vliegduiven die aan een belangrijke race gaan deelnemen. Ze mogen niet te zwaar zijn en in een zeer goede conditie verkeren. Te oude duiven zijn niet geschikt voor winterkweek en late jongen ook niet.

De dagen met kunstlicht verlengen is niet verkeerd maar ook niet noodzakelijk. Wat wel goed is om te doen is de jonge doffers, voordat ze gepaard gaan worden, alvast een broedhok te laten kiezen. Ik doe dat door de oude doffers over te plaatsen naar het jonge duivenhok. Ik open broedhokken die vrij komen zodat elke jonge doffer er eentje kan uitkiezen. Na een week gaan de meeste doffers steeds in het zelfde broedhok zitten en dat heeft voordelen tijdens de koppeling. Als de duivin er nog is van het afgelopen seizoen dan is zij meestal de nieuwe partner van de jonge doffer. Als blijkt dat het broer en zus is sta ik die koppeling niet toe. Ik zal ook een koppeling niet toestaan als ik dat beslist niet wil. Voor de rest vind ik het prima wie met wie gaat.

 

KEUREN EN KOPPELEN

In het kweekhok ligt dat anders, daar stel ik de koppels samen. Het is bij mij een zeldzaamheid dat twee dezelfde duiven twee jaar of nog langer bijeen zitten. Het komt wel voor dat ik na drie jaar twee  duiven weer eens opnieuw bijeen zet. U zult begrijpen waarom ik dat doe. Dat komt vooral omdat dat zo een koppel iets extra’s op de wereld heeft gezet, ze krijgen dan nog een keer de kans dat te herhalen. Jarenlang was het de normaalste zaak van de wereld om alle kweekkoppels te verbreken, ook al hadden ze nog zulke goede gegeven. Daarmee wilde ik voorkomen dat ik teveel broers en zussen op mijn hok zou krijgen zodat ik op den duur een te nauwe inteelt situatie kreeg. Ik ben daar een beetje van afgestapt omdat ik meer met afbouwen bezig ben dan met mij druk te maken over de toekomst. Het grote plezier raakt een beetje weg. Nee, niet bij huis daar geniet ik dagelijks van mijn duiven. Het is vooral het verenigingsleven, de terugloop van leden en het daardoor steeds kleiner wordende aantal duiven dat aan de vluchten deelneemt. Het competitie gevoel is er niet echt meer. Dan de jaloezie en de commercie die steeds meer de boventoon gaan voeren waardoor onze prachtige vorm van vrijetijdsbesteding veel van haar glans verliest. Maar ik verheug me er nu al op om volgende week naar mijn zoon te gaan om een allerlaatste selectie toe te passen. Dat wordt een hele dag duiven in de hand, samen overleggen, alles tot in de puntjes proberen te beoordelen en aan het einde van de dag het idee hebben dat er alleen nog maar topduiven in de hokken zitten. Een week later houdt de club waarvan mijn zoon voorzitter is haar jaarlijkse show. Alle leden kunnen dan 4 duiven inzetten (oude en jonge doffer, oude en jonge duivin) die dan door een keurmeester beoordeeld worden. Hij bepaalt wie de mooiste in elke categorie heeft en hij bepaald tevens wie het mooiste viertal heeft ingezonden. Ruim 35 jaar ben ik ook in de witte jas het land door getrokken om duizenden duiven te beoordelen. Enkele jaren geleden ben ik daarmee gestopt. Ik kon het niet meer opbrengen om in donker van huis te gaan en weer in donker thuis te komen. Het was een prachtige en onvergetelijke periode. Ik ging er steeds meer tegen opzien om met zware mist, gladheid of sneeuw de weg op te gaan en heb daardoor mijn witte jas voorgoed aan de kapstok gehangen. Voor enkele vrienden wil ik op verzoek nog wel eens wat duiven uitzoeken die naar de show moeten. Dat doe ik ook voor mijn zoon Marco want die wil als voorzitter en zoon van een keurmeester natuurlijk goed voor de dag komen. Hij kan zelf ook goed duiven beoordelen maar de laatste beoordeling laat hij toch nog steeds aan zijn vader over.

 

ZAALVERKOPINGEN

Nu we al een aantal jaren in het computertijdperk zijn wordt het verlangen naar de ouderwetse en gezellige zaalverkopingen steeds groter. Iedere zondagmorgen naar een verkoping waar duiven verkocht werden voor zulke aantrekkelijke prijzen dat iedereen, arm of rijk, mee kon doen met bieden en aan het eind van de ochtend met een nieuw kampioentje huiswaarts ging. Vooral het napraten over nieuwe aanwinsten was een belevenis op zich. Iedereen was hoopvol gestemd en ook toen bleek, net als nu, dat het vaak alleen een illusie was wat je had gekocht. Alleen de bedragen waren wat anders. Door internet zijn die verkopingen voor een groot deel komen te vervallen en daarmee ook de wekelijks ontmoetingen met vele sportvrienden. Volgens mij heeft dat in de hand gewerkt dat liefhebbers niet meer bij elkaar op bezoek gaan. We zien elkaar niet meer, we spreken elkaar niet meer, het regelmatige sociale contact is daardoor helemaal weg en juist dat alles was in mijn ogen “duivensport”.

 

MOOI EN GOED.

Ik heb er mijn hele leven naar gestreefd mooie maar ook goede duiven te kweken. Ik kan intens van mijn duiven genieten nu ze elke dag weer mooier worden. Naar mijn duiven kijken is een belangrijk onderdeel van mijn hobby. Zowel onder de mannen als de vrouwen zitten in mijn ogen een aantal waardevolle exemplaren waar ik alle vertrouwen in heb. Ik merk nu al, nu ik 36 duiven minder heb, dat ik meer geniet omdat ik veel minder tijd hoef te besteden aan het schoonmaken van de hokken. Het is jammer dat ik het voor de zoveelste keer in mijn rug heb waardoor ik al ruim een week niet bij de duiven ben geweest. Ik heb me voorgenomen dat als in het weekend de pijn nog niet weg is, ik ondanks alles even naar de duiven ga. Ik MOET ze even zien! Straks worden ze gekoppeld, de kweekkoppels zijn samengesteld en de vliegduiven mogen min of meer hun eigen partner kiezen. Voordeel van “vroege” kweek is dat de temperaturen nog niet zo laag zijn en dat de jonge duiven meer dan vijf maanden oud zijn als hun vluchten beginnen. Ze zijn dan meestal door de pokken en de mazelen heen met andere woorden; ze hebben de kinderziektes achter de rug. Nadeel van winterkweek is dat je alweer snel na het vliegseizoen met hokken vol duiven zit.

Het is maar net waarvoor je kiest!

FORUM

De maanden na het vliegseizoen zijn voor de melker meestal stiller maar ik heb merk daar weinig van. Ik heb het veel drukker dan in het vliegseizoen, maar anders. In het vliegseizoen ben ik dagelijks zeker zes uur met mijn duiven bezig, dat is nu teruggebracht tot anderhalf uur per dag. Nu is er elk weekend wel iets te doen en als het over duiven gaat wil ik er nog steeds graag bij zijn. Eerlijk gezegd wordt ook dat wel minder, maar door mijn fanatieke zoon word ik overal mee naar toe gesleept. Wel leuk omdat ik in hem steeds meer van me zelf terug zie. Bij al die evenementen is er vaak een forum. Soms leerzaam, als er echter een veearts in het forum zit wil ik wel direct wegrennen. Als zo een forum uit vijf personen bestaat en er zit een duivendokter bij dan komen de andere vier bijna niet aan bod om iets te vertellen omdat bijna alle vragen gaan over medicijnen, ziektes en nog meer van dat soort ellende. Ik vraag me al heel lang af wanneer de duivenmelkers nu eens wijs worden. Hoe vaak wordt er niet geschreven dat goed spelen niets met een veearts te maken heeft. Ik ken diverse duivendokters die met duiven spelen en daarvan is maar een enkeling die sterk speelt. Als sterk spel met allerlei middeltjes te maken zou hebben, dan waren zij het toch die de dienst uit maken. Duivendokters zijn er alleen om zieke duiven beter te maken, dat is hun specialiteit. Daarnaast zijn er nog fabrikanten, importeurs en leveranciers van allerlei middeltjes om beter te kweken, om de duiven beter te doen ruien of om betere mest te krijgen. Er bestaat nog veel meer van dat spul dat we niet nodig hebben. Velen gebruiken het wel omdat ze zich gek laten maken door allerlei slinkse advertentieteksten. Het enige waar het om gaat is een goede manager, een goede manager heeft namelijk altijd goede duiven en een goed hok, anders zou het geen goede manager zijn. Zo simpel is het! Ook het voorbije weekend was er weer een duivendag waar van alles te doen was. Helaas waren er geen duiven te bezichtigen en een kampioenendag zonder duiven is als saté zonder vlees. De realiteit is dat de duiven weinig aandacht krijgen, maar als er top duiven zijn te bezichtigen dan zijn er veel liefhebbers die daar toch de nodige aandacht aan besteden. Terwijl ik dit schrijf moest ik terugdenken aan de Olympiade in Polen die dit jaar in januari werd gehouden. In drommen liepen de duizenden geïnteresseerden langs de kooien waarin de beste duiven uit allerlei landen waren tentoongesteld. Meestal is er niet zo veel aan al die toppers te zien. Het is echter wel interessant om ze gezien te hebben. Je krijgt daardoor ook weer meer vertrouwen in je eigen duiven omdat die er precies hetzelfde uit zien. Het forum waar ik het voorbije weekend aanwezig was bracht weinig of geen nieuws. Alle deelnemers aan het forum gaven hun duiven een ander merk voer of gebruikten zelfs vijf verschillende soorten. De een toonde de duiven nooit, de ander liet ze voor de vlucht een half uur bij elkaar en op de dag van thuiskomst mochten ze zelfs de hele dag bij elkaar blijven. De een had elke dag wel “iets” in het drinkwater, de ander twee maal in de week. Er was er geen een die alle dagen alleen maar schoon water gaf. De een maakte zijn hok twee maal per dag schoon, de ander twee keer per jaar. De een gaf nooit gerst en de ander dweepte er mee. Het is leuk om dat alles aan te horen maar meer ook niet. Sommige liefhebbers laten zich door forumleden op het verkeerde been zetten omdat ze zoveel verschillende mogelijkheden horen dat ze van de hak op de tak springen en dan krijg je de duiven nooit in topvorm. Als het goed gaat niets veranderen en pas als het helemaal niet goed gaat moet er gezocht worden naar verbeteringen. Het beste is om eerst naar jezelf te kijken in plaats van naar de voerbus of de duiven. Het is meestal de baas die de fouten maakt en niet anders. Er zijn nog steeds veel liefhebbers die van een goede duif een slechte weten te maken maar er is niemand op de wereld die van een slechte een goede kan maken.

 

ANEKDOTE.

Het is al vele jaren geleden dat ik elke vrijdagmorgen koffie ging drinken bij Jan Loots. Hij en Jan Kuyzer waren mijn grootste concurrenten op de snelheidsvluchten en ik wilde graag weten wat die mannen anders deden dan ik. Jan Kuyzer werkte toen nog en Jan Loots was bijna altijd thuis. Zijn hok zat vol met Gebr. Janssen duiven die hij kocht bij Henk van Boxtel in Kaatsheuvel en bij Leen Klopman in Zaandam. Deze twee melkers speelden voortreffelijk en deden dat alleen met de zuivere en rechtstreekse Janssen duiven. In die jaren waren er genoeg goede duiven maar geen betere dan de bijna onklopbare Janssen duiven. Elke vrijdag een uurtje “melken” en dan kreeg ik de duiven in handen waarvan Jan dacht dat ze er goed op stonden. Jan was een nestspeler en elke ronde moesten zijn vliegduiven twee jongen groot brengen. Het hok lag altijd vol met voer en iedere dag vlogen vooral de huismussen af en aan om daar voer weg te halen. Jan verkocht dat voer van een onbekend merk aan huis en gaf het ook aan zijn eigen duiven. Zakken van 25 kg voor 10 gulden (dat is nu euro 4,50). Wie zei dat het voer in al die jaren niet erg veel duurder is geworden? In die zakken zat wel 2 kg stof en ondanks dat deden zijn duiven het er geweldig op. Als ik op vrijdagmorgen enkele vliegduiven in handen kreeg viel ik bijna van verbazing van mijn stoel, zo zwaar waren ze. Ze waren bijna niet te tillen! Mijn eerste gedachte was: “die krijgt morgen klappen als luchtbellen”. En dan maakte hij weer een uitslag waar je duizelig van werd. Wat ik hiermee wil zeggen is dat al die poespas er omheen niets voorstelt. Het gaat om de baas die goed met zijn duiven kan omgaan. Het gaat om bruikbare duiven die met een simpele verzorging ook aan de kop kunnen spelen en die duiven had Jan. Hij kon tevens putten uit goed gevulde magazijnen bij Van Boxtel en Klopman, dat voordeel had hij. Het kwam ook wel eens voor dat Jan een slechte vlucht had en daar kon hij heel slecht tegen. Twee dagen later stond er dan een zak met dode duiven aan de straat die met de vuilnisauto mee gingen. Zo rigoureus ging hij dan te werk. Deze grote kampioen is veel te jong overleden, wel heeft hij er voor gezorgd dat voornamelijk in Noord-Holland veel liefhebbers met zijn Janssen duiven zijn geslaagd. Nu nog let ik er speciaal op wat voor duif de vitesse of midfondvlucht heeft gewonnen. Regelmatig komt het nog voor dat het soort van Jan Loots er in zit. De laatste jaren voor zijn dood ging hij ander soort bijhalen en zonder dat hij het in de gaten had verdween daarmee zijn spectaculaire spel. Harder als hard kunnen duiven niet vliegen, Jan dacht van wel en dat was de grootste fout die hij ooit maakte.

 

DODELIJKE SCHIMMEL.

Per jaar krijgen in Nederland 200-400 mensen een ernstige longinfectie die veroorzaakt wordt door een immune stam van de schimmel Aspergillus. Deze stam kwam voor 2000 nog niet voor, maar door gebruik van schimmel bestrijdingsmiddelen is deze schimmel aan een opmars bezig.

Als we dit beeld door trekken naar het veelvuldig gebruik van antibiotica tegen allerlei duivenziektes zien we dat dit zo niet langer door kan gaan. Misschien is het al te laat en zullen er ook in duivenland steeds meer nieuwe ziektes ontstaan. Terug naar de natuur is de enige oplossing!


HET GOEDE GEVOEL

Selecteren doen we het hele jaar maar deze maand is de periode dat we de laatste hindernis moeten nemen. Welke moet er op het laatste moment nog uit en welke mogen blijven. Dat valt voor de meesten van ons niet mee. Het is ook niet leuk om duiven weg te doen die minstens een of twee jaar dagelijks verzorgd zijn en dan net iets te kort komen om in 2012 weer mee te mogen doen om de eer van het hok hoog te houden. Voor de hobbyisten onder ons ligt dat anders, die doen er helemaal niet verkeerd aan om wat extra duiven te houden. Voor de categorie fanatiekelingen ligt dat anders.  Beide categorieën bestaan voornamelijk uit mannen die als hobby postduiven hebben. De ene categorie blijft het echt zien als een vrije tijd besteding en zijn tevreden met elk prijsje dat hun duiven winnen. De andere groep wil meer, daar moeten de duiven presteren en als dat niet lukt, neemt de baas in sneltempo afscheid van zulke duiven. Die groep is het grootst, bij hen telt vooral het wedstrijdelement. Meedoen aan wedstrijden spreekt een heleboel mensen aan. Er is echter niets vervelender dan aan wedstrijden meedoen en nooit wat wint, daar wordt geen mens vrolijk van. Belangrijk is het dus om de kwaliteit van je duiven te verbeteren maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Goede duiven zijn er genoeg te koop, zeker als je op internet kijkt. Het gaat echter om resultaten en kampioenschappen en die zijn niet te koop. Die haal je ook niet uit flesjes, pilletjes of poedertjes. Resultaten worden alleen behaald door honderd procent inzet en vakmanschap. Om vakman te worden moet je heel goed kunnen luisteren, veel lezen en veel kweken, vooral uit de betere duiven. De mand vertelt je wel of je de juiste doffer tegen de juiste duivin hebt gezet en daar heb je wat geluk bij nodig. Er wordt altijd gesproken dat je top tegen top moet zetten en goed tegen goed. Er zijn echter zoveel voorbeelden van duiven die formidabel hebben gepresteerd maar nog nooit een bruikbaar jong op de wereld hebben gezet. Ik zeg bewust bruikbaar want toppers kweek je misschien eens in de zeven jaar en de meeste van ons kweken er nooit een. We moeten het dus meer zoeken in de categorie bruikbare duiven want daar beleef je het meeste plezier aan.

 

TOPDUIF

Als je een enkele keer in je leven het geluk hebt dat je een echte topduif op je hok hebt dan is dat op langere termijn niet zo leuk als het lijkt. Ja, voor de commercie is het prima, er zijn gelukkig heel veel mensen op de wereld die voor een prestatieduif en ook voor een gewone duif met een aansprekende pedigree nog steeds idioot hoge bedragen neertellen, en daar kun je heel wat leuke dingen mee doen! Een goede duivenvriend zei altijd tegen mij: “meteen verkopen want het is maar een eitje geweest”. En als de koper ook de ouders wil hebben, prima want er zijn heel weinig (kweek)koppels die meerdere topduiven voortbrengen. Een echte topduif is niet direct aan het begin van het seizoen een topduif, dat wordt hij/zij naar mate het seizoen vordert. Door de wekelijkse prestaties wordt het een goede duif en nog later in het seizoen is het een topduif. Dan breekt de moeilijke tijd aan. Het denkpatroon van de liefhebber wordt anders, eerst was het geen probleem de duif te zetten maar hoe beter de prestaties worden des te moeilijker wordt het om de duif steeds maar weer mee te geven, vooral als er interesse is in de duif. Er zijn voorbeelden van liefhebbers die zo een duif hadden en zo bang werden gemaakt dat ze elke avond de duif uit het hok haalden en in een mandje onder het bed plaatsten. Ze durfde de duif op het laatst niet eens meer los te laten, bang dat ze ergens tegenaan zou vliegen. Als ze dan ook nog eens aan de eigenaar vroegen of hij er wel rekening mee hield dat zo een waardevolle duif ook ziek kan worden (met alle gevolgen van dien) dan werd hij helemaal gek. Conclusie, zo gauw mogelijk verkopen en samen met je vrouw een mooie vakantie boeken.

 

KWEEKHOK

Een goede duif verdient zo snel als mogelijk een vaste plaats in het kweekhok. Het is echter zeer riskant om een topduif in het kweekhok te zetten, laat dat een ander maar doen. Als er echt interesse is in een topduif, u kent die bedragen wel waar een ander een half jaar voor moet werken, gauw weg doen! Er zijn zeker andere beloftevolle kweekduiven die op de vluchten bewezen hebben dat ze vroege prijzen kunnen winnen, ook dat soort duiven zijn het zeker waard om uit te kweken. Hoe vaak horen we niet dat jongen van topduiven zo maar van het hok verspeeld worden of van dichtbij niet meer thuis komen. Natuurlijk zijn er ook andere voorbeelden. Ik wil er alleen maar mee zeggen dat als je een echte topper op je hok hebt, waar anderen veel geld voor willen neertellen, je het beste zo snel mogelijk kunt verkopen. Wacht je te lang (ook daar zijn genoeg voorbeelden van) dan is zo een duif opeens veel minder waard omdat ook andere topduiven zich in de kijker spelen. Zelf heb ik er altijd de gewoonte van gemaakt om duiven die een eerste prijs in het samenspel gewonnen hadden het jaar daarna in het kweekhok te plaatsen. Daar heb ik nooit spijt van gehad omdat ik jaarlijks gemiddeld heel goede kweekresultaten had. Er waren ook koppels bij waar geen enkele bruikbare duif uit kwam terwijl ze zelf de sterren van de hemel hadden gevlogen. Je kunt ze dan in de loop van het seizoen een andere partner geven maar mijn ervaring is dat het dan meestal ook niks wordt. Het gaat er om dat je een soort duiven moet hebben dat goed presteert en ook goed vererfd. In de 65 jaar dat ik duiven heb ben ik daar nog steeds naar op zoek. Zo moeilijk is het. Door veel te kweken en de betere duiven zelfs drie maal per jaar een andere partner te geven kom je in een kortere periode meer aan de weet over de kweekwaarde van je duiven. Op die manier kun je het ideale dicht benaderen en met die methode doe ik al meer dan 50 jaar mee om de hoofdprijzen en dat geldt ook voor 2012.

 

NOG EEN KEER HALAMID.

Niet eerder ontving ik zoveel e-mails nu ik schreef dat ik Halamid gebruik tegen trichomoniase/canker. Daar wil iedereen meer van weten. Halamid is al 60 jaar in de handel als ontsmettingsmiddel voor pluimvee hokken en rundvee stallen. (Kijk op Google waar het in diverse talen is te lezen).Het is eigenlijk niet voor inwendig gebruik. Toch gebruik ik het al jaren. Ik moet erbij zeggen; ik heb het jarenlang gebruikt en toen een hele tijd niet. Vraag me niet waarom ik er mee gestopt ben. Waarschijnlijk was er een beter middel dat door de dokter of in advertenties werd aangeprezen. Sinds een aantal jaren gebruik ik het weer omdat het ook werkt tegen de e-coli bacterie. Ik geef dat op zondag en woensdag in het drinkwater, 1 afgestreken theelepel (geen koffielepel) per 8 liter water of ik maak het topje van mijn wijsvinger nat, doop die in de Halamid en spoel het af in de drinkbak met 2 liter water. Er zijn ook liefhebbers die met dubbele drinkbakken werken. De gebruikte bakken worden schoongemaakt met een Halamid oplossing en worden daarna ondersteboven weggezet om ze de volgende dag weer te gebruiken. Nadat de bakken aan de binnenzijde zijn opgedroogd blijft er altijd wel iets Halamid achter. Het is een oude goedkope methode die ook anno 2011 nog prima blijkt te werken.


DUIVENMELKERS ZIJN MENSEN VAN TRADITIES.

De duivensport bestond jaren geleden uit mensen van alle leeftijden. Overwegend hard werkende mensen die na gedane arbeid veel plezier beleefden aan hun gevleugelde vrienden. Vooral de sterke verhalen in het verenigingslokaal waren om van te smullen. Nooit raakten de liefhebbers uitgesproken over hun hobby. Het ging altijd over duiven en alles wat er mee te maken had. Over ziektes werd sporadisch gesproken. Het was heel normaal dat duiven die maar iets mankeerden in de soep verdwenen. Ruimte en geld voor kostgangers was er niet. Voer werd met 5 kilo tegelijk besteld, meer geld was er niet beschikbaar want er moest ook nog een sigaretje gerookt worden en bij een sigaretje in het lokaal hoorde ook een biertje. In de voerwinkel werd net als bij de kapper het laatste nieuws verteld plus dat daar op zondagavond de voorlopige uitslag in het raam hing. Hele groepen melkers kwamen daar bijeen om te zien wie de winnaar was en om te kijken of ze nog wat terug verdiend hadden. Er werd om geld gespeeld maar meestal stelden die bedragen niet zoveel voor. De mensen waren al blij als ze het voer voor de komende week hadden verdiend.

 

VEEL LIEFHEBBERS DIE MET WEINIG DUIVEN SPEELDEN.

Bijna alle liefhebbers speelden met kleine aantallen duiven zodat mede door de spreiding overal een vroege duif gepakt kon worden. Dat kwam ook door de gummiring die van de poot gehaald moest worden voordat de duif geregistreerd werd. Kwamen er drie tegelijk dan duurde dat toch 30 seconden voordat er drie geklokt waren. Niemand werd “weggespeeld” omdat er maar enkele duifjes werden geklokt. De liefhebbers voelden zelf aan wanneer het concours gedaan was en het dus geen zin meer had om nog langer door te klokken. Jarenlang was dit het beeld van de duivensport. De tijden veranderde, de duivensport niet. Totdat de computer zijn intrede deed. Ik herinner me nog goed dat er een instructieavond werd gegeven om aan de liefhebbers uit te leggen op welke manier de deelnamelijst moest worden ingevuld. De tijd van kruisjes zetten was voorbij en daarmee verdween ook het geldspel. De computer zorgde er voor dat de liefhebbers niet meer een hele week op de uitslag hoefde te wachten. Die lag nu op dinsdag al in de brievenbus. Oudere liefhebbers raakte het spoor kwijt en toen de elektronische klokken verschenen ging het met de duivensport bergafwaarts. Oudere mensen snapten er niets meer van en hadden niet het geld om, voor die tijd, de dure elektronisch klok aan te schaffen.

 

SPORT MOET MET DE TIJD MEEGAAN.

Het is heel normaal dat elke sport met zijn tijd meegaat. Voor de duivensport was dat echter niet zo normaal, ja wel voor de sport maar niet voor de oudere generatie melkers. Zij haakten af. Het aantal leden liep terug en degene die bleven gingen veel meer duiven houden. De specialisatie kwam en dat is ook een van de oorzaken dat nog meerliefhebbers onze sport vaarwel zegden. Jarenlang stond er elk weekend slechts een vlucht op het programma en daar deed zo goed als iedereen aan mee. Nu zijn er zoveel vluchten dat het voor de kleine liefhebber ondoenlijk is om daar aan mee te doen. Door de grote hoeveelheid vluchten zijn ook de werkzaamheden in de verenigingen toegenomen. Laten we niet vergeten dat de duivensport ook haar bestaan heeft te danken aan de grote groep vrijwilligers die week in week uit geheel belangeloos alle werkzaamheden verrichten. Het is opvallend dat dit meestal niet de sterkste spelers zijn. Vandaar dat ik alle bewondering heb voor al die werkers die tegen een vergoeding van een kop koffie zorgen dat wij onze sport kunnen bedrijven. Wie had ooit kunnen denken dat in elk huisgezin meer dan 1 computer zou komen te staan en dat elke duivenclub ook de computer ging gebruiken. Vroeger was het heel normaal dat we na een week de complete uitslag in handen kregen. Nu mopperen de liefhebbers als ze twee uur op de uitslag moeten wachten.

 

ELEKTRONISCH TIJDPERK

Doordat we elektronisch zijn gaan klokken is het hek van de dam. Er komen steeds meer liefhebbers die wekelijks grote aantallen duiven inzetten. Lekker makkelijk toch, je hoeft niet een duif meer te pakken, ze registreren zichzelf en als er dertig tegelijk komen zitten ze binnen 15 seconden in de klok. Leuk voor de liefhebber maar niet voor zijn clubgenoten. Doordat er steeds minder liefhebbers overblijven is de trek van de duiven ook veranderd, er is minder spreiding en daar waar de meeste duiven wonen, zal de trek zijn. Wie niet in die lijn woont, zal het steeds moeilijker krijgen. Nu de vluchten voorbij zijn breekt het vergaderseizoen aan en daar zal zeker veel gesproken worden over het dominante spel van de mega hokken. Er wordt van alles bedacht om het de grote liefhebbers moeilijker te maken, elk jaar wordt er weer iets nieuws bedacht en elk jaar wordt de groep ontevreden liefhebbers groter.

 

DUIVENTIL

Sterke bestuurders zijn er niet meer, we missen mensen met visie, er wordt maar wat aangerommeld. De ene keer proberen we dit en de andere keer dat. Er verandert te veel, er is geen rust in de organisatie. Het nationale bestuur is net een duiventil, de ene bestuurder vliegt er in en de ander er uit. Deze winter zal vooral gesproken worden over het aantal duiven dat telt voor de kampioenschappen. Ik heb vernomen dat ongeacht het aantal duiven dat een liefhebber inzet alleen de eerste 25 op de deelnamelijst voor het kampioenschap tellen (voor jonge duiven is dat aantal 35). Ongetwijfeld zullen er voor en tegenstanders voor dit systeem zijn. Wat wel zeker is dat er daardoor nog weer meer verdeeldheid zal komen met alle gevolgen van dien. Ook zijn er ideeën gelanceerd om niet meer uit het zuiden maar uit het oosten te gaan spelen. Welke gedachte daar achter zit?

Ontevreden liefhebbers uit het oosten willen het roer helemaal omgooien omdat zij vinden dat zij, door altijd maar vluchten uit het zuiden te houden, benadeeld worden. Maar wat denkt u als de Nederlandse duiven straks alleen nog maar uit het oosten vliegen, dan komt er weer een hele groep ontevreden liefhebbers omdat hun voorkeur uitgaat naar vluchten uit zuidelijke richting. Zonder dat men het in de gaten heeft wordt de kuil die we aan het graven zijn steeds maar dieper. We komen er niet meer uit! Ik heb altijd gezegd dat het mij niet uitmaakt waar we vandaan vliegen, als we maar vliegen! Ook het aantal duiven dat door een liefhebber wordt ingezet maakt mij niets uit, ik speel niet tegen 100 of 200 duiven van Jan of Piet, ik vlieg tegen 3.000 duiven en van hoeveel liefhebbers die zijn zal mij een worst zijn. Ik zou willen dat meerdere sportgenoten er zo over denken, het zou de duivensport zeker ten goede komen.



VERZORGING BIJ DAGLICHT.
Seizoen voorbij betekent rust in de tent. We hoeven nu niet meer te doen dan te zorgen dat het de ruiende duiven aan niets ontbreekt. Voor vele makkelijker gezegd dan gedaan. De dagen worden korter, de werkende liefhebbers gaan in donker van huis en komen in donker weer thuis. Dat houdt in dat er minder gelegenheid is om veel tijd aan de duiven te besteden. Zij moeten noodgedwongen gebruik maken van kunstlicht. Ik ben daar geen voorstander van, maar nood breekt wetten. Als het niet anders kan blijft er weinig anders over dan ‘s morgens en ‘s avonds de lamp aan te doen. Degene die in de gelegenheid zijn om de duiven bij daglicht te verzorgen raad ik aan dit ook te doen. Doordat de dagen korter worden zijn onze duiven gaan ruien, daar zorgt moeder natuur voor. Het beste is dus om in dat ritme te blijven en ze in tijd te verzorgen. Kijk naar de in het wild levende vogels, ook zij hebben alleen de gelegenheid overdag eten te vinden. Uitgezonderd de vogels die ’s nachts op rooftocht gaan. Voordat de dagen met lage temperaturen aanbreken zijn ook zij allemaal voorzien van een nieuw verenpak en klaar voor de winter. Met onze duiven moeten we wel rekening houden met de hoeveelheid voer die we dagelijks verstrekken. In de zomermaanden krijgen mijn duiven twee maal daags eten, ’s morgens een beetje minder omdat ze tot aan de avond slechts 9 uur moeten overbruggen, ’s nachts is dat 15 uur. Kortgeleden ben ik overgeschakeld op de verzorgingstijd die ik in de wintermaanden aanhoud. Dat is ’s morgens 10 uur (vanaf eind oktober 9 uur) en ’s middags 5 uur (eind oktober 4 uur), tussen die twee voederbeurten zit dus slechts 7 uur. Overdag hebben ze dus niet zoveel voer nodig, ’s avonds des te meer omdat ze dan 17 uur moeten overbruggen. Er is echter een duidelijk verschil met overdag en ’s nachts. Overdag zijn de duiven, vooral na de grote rui, meer actief dan als het schemerig wordt. Dan gaan ze rusten en in rust hebben ze minder voer nodig. Toch is het goed om vooral tijdens de koude wintermaanden rekening te houden met de lange nachten.

ZIJN DE PRESTATIES DOORSLAGGEVEND?
Ze zijn in ieder geval wel belangrijk. Het is een onderdeel van de selectieprocedure. Toch moeten we ons niet helemaal blind staren op de prestaties. Het is belangrijk te weten onder welke omstandigheden de prestaties zijn behaald. Het seizoen 2011 gaat niet de geschiedenis is als een eenvoudig seizoen, wel wat de wind betreft. In Nederland, België, Duitsland en Engeland hadden we veel keren te maken met staartwind en dat betekent veelal hoge snelheden. Bij velen is het niet eenvoudig om bij hoge snelheden een vroege duif te pakken. Dat is de reden dat ik juist van snelle duiven houd, maar er zit ook een nadeel aan. Als we in 2012 meerdere keren wind op kop krijgen, komen er meestal heel andere duiven voorop. Tijdens de selectie zullen we daar goed rekening mee moeten houden. Het zou best kunnen dat veel toekomstige kampioenen worden uitgeselecteerd omdat de prestaties in 2011 onder de maat waren. De prestaties van jonge duiven spelen bij mij nimmer een rol van betekenis. Bij de jaarlingen is dat heel anders, zij moeten 50% prijs gespeeld hebben, zo niet dan neem ik er afscheid van. Dit wil echter niet zeggen dat ze met andere wind ook niet goed zouden hebben gepresteerd. Het is belangrijk hoe ze thuis komen. Duiven die regelmatig totaal “afgevlogen” thuis komen zijn niets waard. Duiven die altijd fit thuis komen maar steeds te laat, zijn ook niets waard. Ik hecht enorm veel waarde aan duiven die juist met hoge snelheden vroege prijzen weten te winnen. Als ze dat kunnen, pakken ze ook hun prijs met kopwind. Dat klinkt vreemd, maar het is wel waar. Ik heb het dan wel over vluchten tot 500 km en juist naar die vluchten gaat mijn voorkeur uit. Als er volgend jaar meer kopwind is zal dat vooral te merken zijn op de eendaagse fondvluchten. Duiven die in 2011 op die vluchten goed hebben gepresteerd, zullen het dan erg moeilijk krijgen. Ik kan me een jaar herinneren dat een goede vriend van mij met zijn Janssen duiven geweldig speelde op de dagfond. Er stond geen maat op en hij werd met voorsprong eerste. Het jaar daarna, alleen maar ellende. Veelal donker weer en kopwind, duiven kwamen “kapot” thuis en van zijn acht fondduiven had hij er aan het einde van het seizoen nog twee over met daarbij de slechtste van de acht van het jaar daarvoor. Het ene jaar een kampioen waar iedereen over sprak en een jaar later was hij weer het gesprek van de dag, alleen nu in negatieve zin. Hier kunnen we zien dat de Janssen duiven van toen tot veel in staat waren, vooral als het gemakkelijk is. Opvallend is het dat mijn Janssen duiven met tegenwind ook aan de kop spelen, ik heb ze echter nooit op dagfond geprobeerd met kopwind. Mijn ervaring is dat hun tank daar niet groot genoeg voor is, die is na 6-7 uur vliegen leeg. Hierdoor blijven veel van dergelijke duiven weg. Ik zeg altijd, mijn duiven moeten dezelfde dag thuis zijn of anders de volgende dag voor 12 uur. Zijn ze er dan nog niet, dan kan ik ze afschrijven.

GEZONDHEID.
Ik kan er niet genoeg op hameren dat alleen gezonde duiven de dienst uit maken. Ik ben er van overtuigd dat een goede baas het belangrijkste is. Een goede melker heeft altijd een goed hok met goede duiven, anders zou het namelijk geen goede baas zijn. Iemand met “kijk” op duiven, iemand met feeling zal bijna nooit een verkeerde duif aanschaffen. Die zelfde man zal altijd betere kweekresultaten hebben dan anderen. Diezelfde man zal altijd net iets beter spelen dan de concurrentie omdat hij net iets meer aan zijn duiven ziet. Dan is het toch niet zo vreemd dat het altijd dezelfde zijn die zich bij de kampioenen weten te spelen. Een goede liefhebber durft streng te selecteren, hij weet immers maar al te goed dat sterk spel gepaard gaat met een strenge selectie. Met streng bedoel ik ook met kennis van zaken. Kijk eerst naar de duif en naar alles waaraan volgens u een goede duif is te herkennen. Pas als u helemaal klaar bent met de beoordeling van de duif mag u pas de pedigree er bij pakken. De omgekeerde volgorde raad ik iedereen af. De selectie is bij mij in volle gang en eerlijk gezegd ben ik er nog niet klaar mee. Ik weet wel hoeveel vlieg en kweekduiven ik deze winter aanhoudt. Ik zal daar niet van afwijken omdat ik het me zelf wat makkelijker wil maken. Ondanks dat ik nog niet helemaal klaar ben met de selectie heb ik wel alvast alle kweekduiven tegen paramixo laten enten. Zij worden eind november gekoppeld. Deze week ben ik begonnen met een 21 daagse para/coli kuur (Dr. van der Sluis) voor ALLE duiven. Dat zal de enige medicatie zijn tijdens het winterseizoen. De kweekduiven krijgen ook geen geelkuur als ze in december met eieren komen. Wel zal ik twee maal in de week een vingertopje halamid in de drinkbak van 2 liter doen. Ik maak het topje van mijn wijsvinger vochtig, doop het in de halamid en spoel het af in het drinkwater. Gemakkelijk, geen last van kanker en heel goedkoop!

BLIJF ER VAN AF
De kweekduiven en zomerjongen zien er weer uit als om door een ringetje te halen. Bergen met veren heb ik dagelijks uit de hokken gezogen. Ik heb een jaar of vijftien geleden een grote industrie stofzuiger aangeschaft. Het eerste werk dat ik ‘s morgens in de hokken doe is de grote hoeveelheid schilfers en veren opzuigen. De jonge duiven zijn pas deze week gescheiden, dat is vrij laat. Ze worden pas in januari gekoppeld en dan zullen ze zeker klaar zijn met de grote rui. Misschien heeft een enkeling dan nog een of zelfs twee oude slagpennen. Daar maak ik me niet druk om want die zijn als het nieuwe seizoen begint ook wel verwisseld. Geen paniek dus! Het is nu eenmaal onmogelijk dat duiven waarvan het seizoen half september is afgelopen eind oktober alweer een kompleet nieuw verenpak hebben. Zodra de duiven weer wat mooier beginnen te worden zijn we benieuwd hoe ze de rui hebben doorstaan en nemen we ze te pas en te onpas graag even in onze handen. Doe het niet, gun ze rust, voorkom beschadigingen aan de pennen, laat ze rustig zitten dat vinden de duiven veel fijner. Neem wel de tijd om ze rustig te observeren en vergeet niet om ze regelmatig te laten baden. Nu de duiven minder vaak los komen zullen ze makkelijker aanvetten, geef daarom wat minder voer zodat de oude veren makkelijker loslaten. Te vette of te zware duiven ruien onregelmatig. Tijdens de rui verstrek ik extra lijnzaad (1 theelepel per dag per duif, vijf dagen in de week), dit komt de zachtheid van de veren ten goede. Pas als de rui voorbij is ga ik, om mijn portemonnee te sparen, de mengeling aanpassen. Ik ga dan tweederde van mijn voer mengen met een derde van een goedkopere mengeling. Onze duivenhobby is of wordt al duur genoeg. Bereken maar eens wat u per jaar voor een duif moet neertellen aan voeding, reis- en andere bijkomende kosten? Schrik niet maar aan 35 euro kom je te kort! Dan is het nu gelijk bekend wat 50 duiven in 2012 gaan kosten. Vergeet niet de 50 jonge duiven te rekenen die er in het begin van de lente bij komen. Laat dit hele verhaal maar niet aan uw vrouw lezen want dan wil ze in plaats van de duivenhobby twee keer per jaar op vakantie.

NIET DE DUIVEN, WEL DE LIEFHEBBERS.
Als je ziet hoeveel duiven er jaarlijks aan de vluchten meedoen en je kijkt dan hoe weinig duiven zich weten te klasseren bij de kampioensduiven in het samenspel of zelfs op nationaal niveau dan zijn dat er bitter weinig. En iedereen maar praten dat het in onze sport om goede duiven gaat! Als je ziet hoeveel duiven zich per provincie hebben geklasseerd bij de nationale winnaars of kampioensduiven, dan schrik je er van want ze zijn op de vingers van een hand te tellen. Toch denkt iedereen dat hij een aantal goede duiven op het hok heeft. Uitslagen en eindstanden liegen niet. Dat klopt! Het is echter ook het systeem dat mede bepaald wie zich kampioen mag noemen en dat geldt ook voor de kampioensduiven. Er zijn voorbeelden te over van mensen die in hun samenspel keihard spelen en als ze in een naastgelegen rayon, kring of samenspel mee zouden doen dan zouden ze gewoon tot de grijze massa behoren terwijl ze nu gekroond worden tot keizer, koning of generaal.
Het heeft geen zin om de namen van die mannen te noemen, dat voegt namelijk niets toe aan de situatie. Het zou zijn alsof er jaloezie in het spel is. Het gaat er om dat niemand exact kan zeggen waar de beste duiven zitten. Met overwinningen of kettinguitslagen val je op. Maar of dat de grote kampioenen zijn? Met 5 duiven in de race en ook 5 in de uitslag val je niet op. Wel als je ze alle 5 op het eerste blad van de uitslag pakt. Met 80 duiven in de race waarvan 10 op het eerste blad val je wel op en met 40 in de uitslag is er niet zo sterk gespeeld als de man met 5 van de 5. Het is bijna onmogelijk dat dezelfde duif twee maal de eerste wint in een samenspel, laat staan drie keer. Het gebeurt, dat wel, maar het zijn witte raven. Het zijn er zeker geen 10 in een heel jaar. Wel zijn er liefhebbers die meerdere keren een eerste prijs winnen en dat meerdere jaren achter elkaar. Maar (bijna) nooit met dezelfde duif. Het zijn ook steeds dezelfde liefhebbers die een hoog prijspercentage spelen of prachtige uitslagen weten te realiseren. Ik kan me nog herinneren dat ik in de toenmalige ZCC drie weken aaneen de eerste won waarbij zelfs een keer de snelste drie. Het was dat jaar veelal oost tot noordoosten wind en dat was voor mij niet de meest gunstige wind. Toch won ik dat jaar acht maal de eerste en dat tegen aanzienlijk groter aantallen duiven dan tegenwoordig. Dat sprak de massa aan. Die aantallen zijn verleden tijd, net als het grote aantal liefhebbers dat wekelijks met elkaar de strijd aanging. Dat komt nooit meer. In mijn club hebben er op dit moment zes leden bedankt als lid. Zo gaat het maar door, net zo lang totdat er zo weinig liefhebbers over zijn zodat er geen spelmogelijkheid meer is.

HOE SELECTEER JE EEN GOEDE DUIF.
Ik heb daar op eigen hok een aantal recente voorbeelden van en het geeft aan hoe moeilijk het is.
Mijn Carrera van ‘09 won als jong 7 prijzen en miste niet een keer. Ik speelde hem door op de natoer en in die periode won hij van de 5 vluchten slechts 1 prijsje. Een jaar later tikte hij als jaarling 12 keer op tijd aan en daarbij waren 6 prijzen bij de eerste tien tegen gemiddeld 2.200 duiven. In 2011 won hij weer 12 prijzen maar geen enkele bij de top-10. Darling van ‘09 won tijdens het programma voor jonge duiven drie simpele prijsjes, op de natoer won ze er 4 van de 5. Als jaarling won ze 15 prijzen en dit jaar waren het er maar 8. Dan de Sensual van ‘09. In 2011 werd ze eerste duifkampioen allround met 15 prijzen met daarbij een 1e tegen 1.766 duiven. In 2010 won ze 13 prijzen en een jaar eerder als jong ging ze 10 keer mee en won 2 prijzen, dat waren wel een 6e tegen 4.808 duiven en een 23e tegen 7.880 duiven. Als laatste de Elegance van ’10, een zuivere Heremans-Ceusters, een prachtige blauwe duivin die als jong slechts 34e werd tegen 5.498 duiven. Haar afstamming was voor mij uitmuntend, ik geloofde in haar en als jaarling werd ze achter Sensual 2e Kampioensduif allround en was goed voor 16 prijzen. Alle vier duiven kunnen wat bouw betreft de toets der kritiek doorstaan, Elegance is de mooiste in de hand maar Darling voldoet niet helemaal. Die kwam door de selectie vanwege haar prachtige ooguitdrukking en daar heb ik geen spijt van. Opvallend is dat een broer van Elegance dit seizoen als jaarling niet een prijs won. Het is een hele fraaie doffer met als nadeel dat hij een zeer stramme vleugel heeft. Als je hem in het hok ziet zitten, ziet hij er uit om te stelen, zo mooi. Toch zal hij het veld moeten ruimen voor een jong van 2011. Een andere zus van hem deed het dit jaar ook uitstekend door 14 prijzen te winnen, als jong een staartprijs en omdat ze me als duif enorm aanstond mocht ze blijven. U ziet, het zijn niet altijd de zachte pluimen, de prestaties of de lichaamsbouw die maatgevend zijn om de duif te houden. Vertrouwen hebben in alles wat je doet en vertrouwen hebben in je beesten, dat is het waar het om gaat. Ik ga nu genieten van een heerlijke vakantie, 31 oktober ben ik weer terug. Een dag eerder is mijn verkoop in Dublin en u mag gerust weten dat ik razend benieuwd ben hoe mijn duiven er uitzien als ik terug kom van een hopelijk zeer zonnige vakantie. Tot dan!

WELKE ZIJN ER NOG?
De jonge duiven hebben het niet getroffen. Na een prachtig voorjaar draaide het Hollandse weer helemaal om. Het werd veel te warm en daarna hield het niet op met regenen. Voor jonge duiven is dat dodelijk. De onervaren beestjes kregen echt een vuurdoop, velen van hen konden dat niet aan en bleven weg. Uiteraard zaten daar beloftevolle exemplaren bij waarvan ik weet dat hun eigenaren wekenlang naar het hok hebben gekeken in de hoop, dat er enkele terug kwamen, maar niets daarvan! Ik ben er van overtuigd dat onder hen liefhebbers zijn die na zo een catastrofaal seizoen de handdoek in de ring wilde gooien. Duivenmelkers kennende denken ze daar twee weken later gelukkig weer heel anders over. De duivensport draait door, wie meedoet aan de wedstrijden loopt de kans dat duiven achterblijven. Net als een valpartij hoort bij de wielersport, zo hoort ook het verspelen van duiven bij de duivensport. Maar leuk is dat niet! Er zijn liefhebbers die zich totaal geruïneerd voelen omdat zij te weinig jonge duiven hebben overgehouden. Ze kunnen daardoor niet selecteren zoals ze graag willen. Hier gaan ze misschien wel de fout in door dan maar duiven aan te houden die het eigenlijk niet waard zijn. Vermoedelijk zijn er op de meeste hokken, ook als er veel zijn achtergebleven, toch nog te veel. Het gaat er dan om welke er nog zijn. Iedereen raakt wel eens een goede of beloftevolle duif kwijt, daar moet je niet te lang om treuren want dat toch helpt niet. Bekijk het positief en geniet van de nog aanwezige duiven, daar moet je namelijk mee verder. Een goede duif kwijt raken is nooit prettig, die ben je niet zomaar vergeten. Maar een beloftevolle jonge duif, wat weten we daarvan? Ik heb genoeg keren een duif gehouden waarvan ik overtuigd was dat het een goede zou worden. U kent dat soort duiven wel, daarvan zitten er wel bij elke liefhebber wel een of twee op het hok. Het zijn duiven waar je een kompleet maandsalaris om zou durven te verwedden. Maar goed dat ik dit nooit gedaan heb ander was ik al lang failliet geweest. Dit om aan te geven hoe moeilijk het is om vooraf te bepalen wat de exacte kwaliteit is van in onze ogen een nieuwe kampioen. Ik vraag me dan ook nog steeds af of er “kenners” bestaan die vooraf de vlieg en/of kweekwaarde kunnen bepalen. Ik ken ze in ieder geval niet en van waarzeggerij houd ik niet.

OPVALLEND.
Nu we allemaal met de selectie bezig zijn speelt ook de afstamming een rol. Als ik op eigen hok kijk valt het mij ieder jaar weer op dat het altijd dezelfde lijnen zijn waar de goede duiven uit voort komen.
Opvallend is dat de jongen uit de echte toppers vaak teleurstellen terwijl de ouders van zo een topduif meerdere goede hebben gegeven. Let er maar eens op, de kinderen van de toppers zijn vaak wel bruikbare duiven maar geen echte toppers. Zij zijn het die meestal wel weer een topper voortbrengen en sommige geven zelfs enkele toppers. Als dat zo is dan kun je weer jaren vooruit. Ook opvallend is dat bepaalde duiven het zware en moeilijke weer beter aan kunnen dan andere hokgenoten. Iedereen weet wel zo een beetje welke duiven met echt duivenweer goed presteren en welke met donker weer. Voor je zelf moet je daar een keus in maken. Omdat ik een liefhebber ben van snelle vluchten kies ik voor duiven die met “duivenweer” goed presteren. Daarom ben ik nooit een voorstander geweest van de fondvluchten. Ik kan in de eerste plaats niet lang op duiven wachten en op de tweede plaats ben je vaak erg afhankelijk van het weer. Maar een prestatie behaald op een verre vlucht spreekt ook mij meer aan. Ik heb duiven die een of meerdere eerste prijzen hebben gewonnen waarvan ik niet kan zeggen op welke vlucht dat was. Een overwinning op een fondvlucht vergeet je nooit. Het is ook opvallend dat juist fondduiven als jong niet mee kunnen komen tot er een moeilijke vlucht is en dan komen juist die voorop. Dat soort duiven komt ook langer na, soms komen ze drie weken later nog thuis. Met mijn snelle soort is dat niet het geval. Ze moeten er dezelfde dag zijn of de volgende dag voor twaalf uur, als ze er dan niet zijn dan kan ik ze vrijwel zeker afschrijven.

SELECTIE
Selecteren is niet eenvoudig maar wel heel belangrijk, vooral voor degene die wil presteren. De gezelligheidsspeler maakt het niet zo veel uit, die beleeft de duivensport minder prestatiegericht. Voor de andere groep die wekelijks meedoet voor een goede uitslag ligt dat anders. Die zijn bijna verplicht om zwaar te selecteren. Maar wat is zwaar selecteren? Als dat alleen gaat om de prestaties dan kunnen bijna alle jonge duiven wel weg. Het is maar een handje vol jonge duiven dat wekelijks prijs wint. Dat is mooi, maar mij zegt het niet zoveel. Natuurlijk houd ik een duif die zijn prijs niet heeft gemist maar ik moet er wel bijzeggen dat de duif zeker een prijs 1:100 en een prijs 1:50 moet hebben gespeeld. Daarbij moet de duif mij aan staan. Er zijn duiven die het hele seizoen mee zijn geweest en geen enkele prijs hebben gewonnen. Vooral met zo een zwaar seizoen als 2011 spreken dit soort duiven menig liefhebber aan. Zelf heb ik geen vertrouwen in dergelijke duiven. Aan thuiskomers heb ik niets! Waar ik op let is de bouw van de duif. Ik houd van goed gebouwde duiven. Een doffer moet een doffer zijn en een duivin een duivin. Ik moet niet hoeven te raden naar het geslacht, dat moet in een oogopslag te zien zijn. Ik heb het dan wel over duiven die klaar zijn met de grote rui, pas dan zijn ze volgroeit. Ze moeten ze zijdezachte pluimen hebben, een goede oog uitdrukking, een soepele vleugel en goed gesloten stuitbeentjes. Zo selecteer ik al jaren en heb daarmee bereikt dat ik praktisch nooit een slecht gebouwde duif kweek. De afstamming is altijd naar mijn zin omdat ik alleen kweek uit duiven waar ik alle vertrouwen in heb, plus dat ze uit een familie komen die al meerdere generaties winnaars heeft voortgebracht.

MINDER DUIVEN.
Aan mijn hokinrichting verander ik niets. Ik heb twee afdelingen met elk 12 broedhokken. Tot en met het voorbije seizoen waren ze elk jaar gevuld. Ik heb dus een groot aantal jaren gespeeld met 24 koppels vliegduiven en dat laatste gaat veranderen. Ik was aardig op weg om een slaaf van mijn duiven te worden en dat merk je als je wat ouder wordt. Ik was een groot deel van de dag alleen maar met de duiven bezig. Een hok in de tuin met zomerjongen, op de begane grond van het grote hok twee afdelingen met elk 12 kweekkoppels en een grote ren er voor. Naast die ren nog een kleine afdeling met ren waarin ik 24 duiven kon huisvesten. Boven, waar de vliegduiven zitten had ik drie afdelingen voor de jonge duiven met een totale lengte van 10 meter en daar ook nog eens 10 meter ren voor. Aan de zuidoost kant van het hok zitten de oude vliegduiven, ook drie afdelingen. Daarvan twee afdelingen met elk 12 broedhokken en een afdeling voor 24 weduwe duivinnen. Dat komt er op neer dat ik elke dag 55 meter hok en ren schoon moest houden en dat deed ik altijd op mijn knieën. Ik heb het nog nooit exact uitgerekend welke afstand dat is in de 65 jaar dat ik duiven heb. Wel weet ik dat ik de laatste 20 jaar ruim 400 km heb gekropen, dat is voor mij heen en weer naar Brussel. Het aantal vliegduiven wordt terug gebracht naar 18 koppels, van de kweekkoppels blijven er 10 over en de drie afdelingen voor jonge duiven gaan terug naar twee zodat ik met 40 jonge duiven op de deur kan spelen. De wil om in 2012 door te gaan is er en de plannen om het de concurrentie moeilijk te maken zijn er ook. Helaas ben ik er met de selectie nog niet helemaal uit!

CAVENDISH

Velen van u weten dat naast de duivensport ook de wielersport mijn grote belangstelling heeft. Ruim acht jaar heb ik zelf de wielersport beoefend en daarna belandde ik van het ene in het andere bestuur.

Vanaf mijn 70ste ben ik al die bestuursfuncties gaan afbouwen, maar de belangstelling voor beide sporten bleef. Zo werden het voorbije weekend in Kopenhagen de wereldkampioenschappen wielrennen gehouden (in 2012 zijn ze in Nederland en daar hoop “live” bij te zijn). De meeste belangstelling ging uit naar de beroepsrenners en gezien het vlakke parkoers waren de sprinters dit keer in het voordeel. Zonder de anderen sprinters tekort te doen kunnen we stellen dat de Engelse coureur Mark Cavendish momenteel de snelste man op de racefiets is. Hij maakte dat met medewerking van zijn ploegmaten waar, hij was de rapste en mocht na afloop van dit snelste WK de regenboogtrui aantrekken. Ik ben er van overtuigd dat veel duivenliefhebbers over de hele wereld 1 van hun duiven gaan vernoemen naar Cavendish. In Nederland hadden we in het verleden Leontien van Moorsel. Zij fietste bij de vrouwen een prachtige erelijst bijeen en menig duivin werd naar haar vernoemd. Nu hebben we in Nederland Marianne Vos, pas 23 jaar en dit jaar al 39 overwinningen. Tijdens dit laatste WK werd ze voor de vijfde keer tweede en ook naar haar zijn al verschillende topduiven vernoemd. Zo hebben we allemaal wel een favoriete sporter waar we onze betere duiven naar vernoemen.

Wielrennen en duivensport hebben veel met elkaar gemeen. Ik ken verschillende oud renners die na hun sportieve carrière met duiven zijn begonnen. De wedstrijden met duiven verlopen als een wielerkoers, soms eindigt een vlucht in een massasprint, een andere keer komt er een kopgroep binnen en weer een andere keer wint een duif los vooruit. Het hele duivenseizoen kan men vergelijken met een grote etappekoers zoals de Giro, de Vuelta of de Tour de France. De liefhebber zelf heeft meerdere functies, hij is ploegleider, trainer, mecanicien, ploegarts en soigneur tegelijk. Zijn taak is te zorgen dat een of meerdere van zijn renners (duiven) wekelijks in het snuitje van de uitslag finishen.

 

TERUG NAAR DE NATUUR.

Een hot onderwerp binnen de duivensport is en blijft het verloren gaan van (te) veel jonge duiven. Veel is er al over gezegd en geschreven. Het is ons aller taak om er aan mee te werken dat daar verbetering in komt. Dat begint thuis. Ik ben er zeker van dat veel liefhebbers de duivensport voor zichzelf zelf nog steeds te moeilijk maken. Zij zoeken er te veel achter, wantrouwen de kampioenen en maken de denkfout dat successen of beter spel uit een flesje komen. Als we nu allemaal eens beginnen om meer aan goede duiven te denken in plaats van aan medicijnen vooral aan die met antibiotica. Liefhebbers gebruiken te pas en te onpas zware antibiotica, houden zich niet aan de voorschriften en rommelen maar raak. Hoe meer we van die troep geven hoe beter het zal gaan, denkt men. Gelukkig wordt er wereldwijd steeds meer aandacht aan het onverantwoordelijke gebruik van (zware) antibiotica besteed. Antibiotica is in de medische wereld een geweldige uitvinding en op voorschrift van arts of specialist een fantastisch medicijn. In handen van ondeskundige personen is het een gevaar. Binnen de veehouderij wordt door de overheid al zeer streng gecontroleerd omdat het nodig is antibiotica te reserveren voor de mensen. Veeartsen mogen niet meer gelijk het zwaarste middel inzetten, verder mogen ze alleen zieke dieren behandelen en niet meer hele groepen. Aan dat laatste maken heel veel duivenmelkers zich ook schuldig. Is er een duif ziek dan de hele familie maar kuren en daar zit nu juist het grootste probleem. Door regelmatige toediening van antibiotica worden bestaande bacteriën immuun en ontstaan steeds weer nieuwe bacteriën. Het is zaak dat we de noodklok luiden wat betreft het (overvloedige) gebruik van antibiotica. Het zal de gezondheid van onze duiven ten goede komen en daardoor onder andere de verliezen terug dringen. Daarbij moeten we zeer streng selecteren (vooral op gezondheid en prestatie). Te veel melkers denken nog steeds dat ze een goede duif opruimen, daardoor blijven te veel minder goede of slechte duiven de hokken bevolken. Kom op niet bang zijn, een goede ruim je niet zo snel op omdat er op de meeste hokken nog geen handvol zitten.

 

WINTERKWEEK.

Voor het eerst sinds jaren heb ik in 2010 niet aan winterkweek gedaan. Spijt heb ik daar niet van. Je hebt dan niet zo snel weer een hok vol jonge duiven. Na lange tijd nagedacht te hebben blijkt dat het enige voordeel te zijn. Winterkweek heeft meerdere voordelen. Als de duiven eind november gekoppeld worden hebben we nog geen lage temperaturen en dat werkt in het voordeel bij het koppelen. De jonge duiven die tijdens de kerstdagen geboren worden zijn bij aanvang van hun vliegseizoen een half jaar oud en hebben meestal de kinderziektes achter de rug. Voorheen had winterkweek ook als voordeel dat de jonge duiven met een “volle” vleugel aan de vluchten begonnen. Door de verduister of bij - lichtmethode geldt dat voordeel niet meer. Tijdens het vliegseizoen zijn de winterjongen geslachtsrijp geworden, gaan de liefde bedrijven, komen op een nestje en dat alles bij elkaar zorgt voor nog meer motivatie. Nadeel van winterjongen is dat ze veel aandacht vragen. Het is vooral opletten als ze los gelaten worden, plots opkomende mist of sneeuwbuien kunnen verliezen bij het hok in de hand werken. Verder heb ik het idee dat winterjongen (het zijn eigenlijk late jongen) een beetje dom zijn en dat komt door de onervarenheid. Nog een nadeel en dat is dat er veel gereden moet worden met deze jonge duiven. Dat kost tijd en geld. Het meest vervelende is dat als hun seizoen met een slechte vlucht begint de verliezen groot zijn en dat je dan al het werk voor niets hebt gedaan. Vaak komen de jongen van de tweede ronde beter naar huis. Bij een goed vliegseizoen, met goed bedoel ik goed duivenweer, heb je meer plezier van de winterjongen die je in hun geboortejaar al op nest of weduwschap kunt spelen. Slechter weer dan we dit jaar hadden is bijna niet mogelijk en mede daardoor kies ik dit keer toch voor winterkweek omdat 2012 denkelijk het laatste jaar wordt dat ik er voor de volle 100% tegenaan ga.

 

WINTERSEIZOEN.

Vroeger werden de wintermaanden het stille seizoen genoemd. Ook dat is voorbij. Deze maand beginnen al de eerste huldigingen, een maand later volgen dan de eerste shows en in die zelfde maand worden eveneens de grote nationale manifestaties gehouden. Ja, we worden wel bezig gehouden. Dan zijn er nog de locale activiteiten en laten we vooral de vergaderingen niet vergeten. Ik heb de eerste voorstellen alweer binnen gekregen. Ze zijn bijna gelijk aan de voorstellen van 25 jaar geleden alleen de namen van degene die de voorstellen hebben ingediend zijn anders. Betekend dat er niets nieuws wordt onder de zon is. Wel moet alles in de verenigingen besproken worden en dat gaat vaak gepaard met meer dan alleen stem verheffingen. Het leuke van de winteractiviteiten vond ik de vele zaalverkopingen die ook nog eens een reünieachtig karakter hadden. Het fenomeen internet heeft dat helemaal terug gedrongen tot bijna nul.



D
E RUI

We staan aan de vooravond van een zeer belangrijke periode binnen de duivensport. De komende maanden zal veel tijd besteedt worden aan de organisatie. De wintermaanden lenen zich daar uitstekend voor. Dat wil niet zeggen dat de duiven nu het seizoen voorbij is geen aandacht meer nodig hebben. Juist nu krijgen de duiven het nog zwaarder dan in het vliegseizoen. De grote rui begint en dat vraagt veel van een duivenlichaam. Hoe beter de conditie, hoe gemakkelijker de rui zal verlopen. De natuur bepaald wanneer de rui aanvangt. Ondanks het verduisteren of bijlichten, de natuur laat zich maar gedeeltelijk beïnvloeden. Als ik op eigen hok kijk dan is de grote rui begonnen. Ik heb dat wat uit kunnen stellen door de duiven vanaf eind juli tot de laatste vlucht bij te lichten. Veel liefhebbers laten de lamp al branden vanaf ‘s morgens 6 uur. Daar doe ik niet aan mee, mijn duiven worden bijgelicht tot ’s avonds kwart over tien. En dat werkt prima. Dat bijlichten is trouwens bij mij op het hok pas iets van de laatste 8-10 jaar. Daarvoor werd dat nooit gedaan en toen vlogen mijn duiven op de natoer net zo hard als nu. De laatste 25 jaar ben ik niet bij de top-3 weggeweest. Ook ik heb me een beetje laten beïnvloeden dat je beslist moet bijlichten om mee te doen voor de kopprijzen. Ik ben ook niet van plan om er mee te stoppen. Misschien durf ik dat nu ook niet meer want ik heb zeker op de natoer een naam hoog te houden. Ook zou het noodzakelijk zijn om tijdens de laatste vluchten van het seizoen veel met de duiven te rijden. Zo gek hebben ze me niet gekregen. Ik rijd namelijk nooit met mijn oude duiven. Ja, de eerste twee weken voordat het nieuwe seizoen begint rijd ik zoveel als mogelijk, echter niet verder dan 30 km. Voor de jonge duiven geldt hetzelfde, meestal gaat dat ook wat gemakkelijker omdat het in die tijd van het jaar vaak goed weer is. Dat is meestal niet het geval tijdens het vroege voorjaar. Voor de natoer ben ik een maal met de doffers weggeweest omdat die drie weken stil hadden gezeten. Tijdens de vluchten rijd ik nooit. Ik ben een enorme voorstander van rust en verder alles op vaste tijden. Die vaste tijden daar houd ik me nu ook aan ondanks dat het seizoen voorbij is. Ik heb de tijden van het verzorgingen wel aangepast. Niet alle duiven komen dagelijks meer los en als ze wel los komen is dat alleen ’s morgens. Ze worden allemaal tegelijk gevoerd, wat betekent dat ik ’s morgens om half tien begin en ’s middags om half zes. Bij elke voerbeurt blijf ik in een willekeurige afdeling tien minuten zitten zodat ik toch in een week tijd enkele malen de duiven heb geobserveerd. Met voeren ben ik dus snel klaar en dat is ’s zomers het meest tijdrovende werk. Zo lang de duiven met de grote rui bezig zijn geef ik ze iets minder voer dan in het vliegseizoen. Duiven die iets te zwaar zijn ruien onregelmatig en houden daardoor te veel kleine veertjes vast. Het voer dat ik geef is nog steeds van dezelfde kwaliteit als in het vliegseizoen. Wel heb ik 10% lijnzaad toegevoegd en dagelijks blijf ik de hele winter door enkele pinda’s geven.

 

ONHERKENBAAR.

Nu de late jongen groot zijn vallen er dagelijks enkele oude duiven spontaan in de rui. Het lijkt of het gesneeuwd heeft zoveel veren liggen er. Sommige duiven vallen helemaal kaal zodat ze onherkenbaar zijn. De zwaar ruiende duiven zien er niet uit, maar door mijn bril bekeken zijn ze mooi omdat ze perfect ruien. De kweekduiven zitten al vanaf half juli gescheiden en beginnen alweer mooi te worden, zij hebben de grote rui al bijna achter de rug. Voorheen liet ik ze wel tot eind augustus bij elkaar. Dat was om aan de vraag te kunnen voldoen. Daar ben ik mee gestopt. Het is wel leuk om tot aan die periode de nodige duiven te verkopen maar het gaat echter ten koste van je kweekduiven. Ja, ook ten koste van je absolute topduiven. Van die duiven moet je voor jezelf zoveel mogelijk jongen kweken, die jongen zouden eigenlijk door andere duiven groot gebracht moeten worden. Je toppers moet je koesteren, die moeten alleen maar eieren leggen of bevruchten en de rest moet door de voedsterduiven gedaan worden. Vooral als je eind november alweer wilt gaan kweken. Vorig jaar heb ik niet aan winterkweek gedaan, dit jaar doe ik dat wel weer. Als je vooral op de verdere vluchten met de jonge duiven wilt uitblinken, kun je dat het beste doen met duiven die minimaal 6 maanden oud zijn. Ondanks mijn steeds hoger wordende leeftijd wil ik in 2012 nog een keer vlammen met de jonge duiven en ook ga ik voor het kampioenschap vitesse, halve fond en natoer. Ik heb het wel over de titels in mijn vereniging. Om in groter spelverband die titels te pakken zul je eerst in de club kampioen moeten zijn. Eindig je daar als derde dan kun je de titel in de afdeling helemaal vergeten. In de afdeling is de concurrentie moordend en om dan de titel te pakken moet ook alles mee zitten plus een dosis geluk.

 

MET DE JONGE DUIVEN MOET NOG HEEL WAT GEBEUREN.

De vluchten zijn voorbij, wat de jonge duiven betreft zou ik zeker nog door kunnen spelen. Er zijn er bij die nog 6 oude pennen hebben en u weet de dekveren gaan pas vallen als de 6e pen er uit is. Ook in hun hok zijn de broedhokjes gesloten, de donkere hoekjes zijn weg, kortom het is een stuk minder gezellig voor ze. Op die manier hoop ik dat de drift om te nestelen ook verdwijnt. Dat wordt ook minder wanneer ze binnenkort “kaal” vallen, dan hebben ze zeker minder aandacht voor elkaar. Verder doe ik ze zoveel mogelijk in de volière. Veel frisse lucht (geen tocht) is het beste en tevens goedkoopste medicijn. ’s Avonds mogen ze binnen en worden de ramen gesloten. Ze komen onregelmatig buiten, alleen de vaste voertijden worden aangehouden. Tussen mijn jonge duiven lopen ook twee zomerjongen. Toen ik ze er pas bij had gezet vielen ze helemaal uit de toon en heb ik meerdere malen gedacht om ze weg te doen. De vroege jongen zagen er in die periode prachtig uit. Nu zijn de rollen omgekeerd. De zomerjongen zijn veel verder met de rui, ze beginnen alweer mooi te worden en je ziet ze volwassen worden. Datzelfde gebeurt straks ook met de vroege jongen, van hun gedaante verwisseling kan ik enorm genieten. Ze worden wat lichter van kleur en iets groter. De jonge doffers worden echte kerels en de duivinnen zien er dan uit als mooie jonge meiden. Zo ver is het nog niet. Er zullen eerst nog heel veel veren geruimd moeten worden. Niet alleen in het hok maar ook in de tuin ligt het vol met veren en het is een heel karwei om dat netjes te houden. In het hok heb ik op diverse plaatsen een houten schot schuin tegen de wand geplaatst zodat als de duiven opvliegen de veren achter dat schot waaien. Op die manier kun je ze om de paar dagen in een keer weg pakken. Laat je al die veren los in het hok liggen dan waaien ze alle kanten op en daar kan ik absoluut niet tegen. Wat dat aangaat zal ik blij zijn dat de rui voorbij is. Het is nog geen half december, zo lang duurt het voordat de jonge duiven klaar zijn. De kwekers zitten dan op eieren die met Kerstmis uitkomen. Zorg dat uw duiven gezond zijn en blijven. Mocht dat niet helemaal lukken grijp niet naar de medicijnpot. Duiven die de rui niet aan kunnen zullen u op de vluchten teleurstellen. Dus…… u weet in dat geval wat u te doen staat.



RAADSELACHTIGE LAATSTE VLUCHT.
De laatste vlucht 2011 was een weergave van het totale seizoen 2011: GAUW VERGETEN!
In de 66 jaar dat ik met duiven speel zijn er seizoenen geweest met maximaal drie slechte vluchten.
Dit seizoen spande de kroon, het voorjaar begon super, het kon niet mooier. Eind juni toen de jonge duiven aan de beurt waren werd het (voor onze begrippen) bloedheet maar daarna niets anders dan regen, regen en nog meer regen. Iedereen was toe aan de natoer, meestal fraaie vluchten met goede weersomstandigheden. Dit klopte tot aan de laatste vlucht. De hele week uitmuntende weersvooruitzichten voor zaterdag, 24 graden en zuidwesten wind. De liefhebbers gingen er vanuit dat het wederom een snelle vlucht zou worden net als de voorgaande weken. Het duurde wel even voordat de zon zich liet zien maar toen die er eenmaal was liep de temperatuur snel op. Voor de namiddag werden fikse buien met onweer en hagel voorspeld. Voordat die ellende begon zouden de duiven al lang thuis zijn. Ja, ook die van het Nationale concours. Ze waren in plaats van met zuidwesten wind met zuidoosten wind gelost. Het nationale concours vanuit Frankrijk (voor mij 488 km) verliep uitstekend, de snelste duiven maakten ruim honderd kilometer per uur en de prijzen waren in een recordtempo verdiend. Zelf speelde ik met een blauwe duivin op jongen van een week de 8e in het nationale inkorfcentrum. Van Pommeroeul, België (238 km) liep het totaal anders. Het duurde ruim drie kwartier voordat de prijzen er uit waren. Vreemd was dat nadat de eerste duiven een half uur thuis waren de hele zaak stil viel. Er kwam af en toe een duif door en toen we met de klok naar het lokaal moesten was zeker een derde van de duiven nog niet thuis. Opvallend was dat daarbij heel veel goede duiven zaten. Duiven die dit seizoen al 12 tot 14 prijzen gewonnen hadden waren er niet. ’s avonds bij ons harde regen, onweer en in bepaalde gebieden vielen hagelstenen als duiveneieren. De provincie Zeeland meldde die dag een miljoenenschade omdat er door de grote hagelstenen veel schade was aangericht aan gewassen en aan bijna 2.000 auto’s. Ik vrees met grote vreze dat ook onze duiven daarmee te maken hebben gehad. Twee van mijn beste duiven waren er zaterdagavond niet, de volgende dag om half twee zat mijn kampioensduif “Sensual” (16 prijzen) op het hok. Ze zag er niet uit, maar ik was erg blij dat ze er weer was. Diezelfde middag ben ik nog wel 10 keer naar het hok gelopen om te zien of de Fortezza er was, deze prachtige blauwe doffer was in 2010 de 4e Nat. Asduif sprint en op het moment dat ik dit artikel schrijf (dinsdagmiddag) in hij er nog steeds niet. U mag gerust weten, ik ga met de dag slechter slapen want zulke duiven wil en kan je niet missen. Er is ook nog een andere mogelijkheid waardoor de duiven massaal zijn weggebleven. De lossingplaats Pommeroeul ligt zeer westelijk en door een straffe zuidoosten wind vliegen de duiven binnen de kortste keren boven zee. Omdat er op een gegeven moment helemaal geen duiven meer thuis kwamen denk ik dat veel Nederlandse duiven die dag in Engeland zijn terechtgekomen. Vanaf deze plaats dus een vriendelijk verzoek aan onze Engelse duivenvrienden om de Nederlandse duiven enkele dagen goed te verzorgen en ze bij westen wind los te laten. Hopelijk zullen velen daarvan de oversteek naar Holland maken. Jammer dat de laatste vlucht zo ellendig is verlopen, nu gaat niemand met een goed gevoel de winter in en de twijfelaars die al wilden stoppen hebben nu een alibi om de handdoek in de ring te gooien.

VERLIEZEN.
Het kwijt spelen van vooral jonge duiven is al zo oud als de duivensport zelf. Niets nieuws dus. Het is ook niets nieuws dat vooral bij huis en op de eerste vluchten de meeste duiven verloren gaan. Dat heeft volgens mij alles met onervarenheid en gezondheid te maken. Ook worden te veel duiven gekweekt uit mindere duiven. Het is al moeilijk genoeg om uit goede duiven een aantal bruikbare duiven te kweken. Ik denk niet dat het door overbevolking komt. Daarover is al zoveel geschreven dat ik er vanuit ga dat de meeste liefhebbers wel weten dat je enkel en alleen uit de betere duiven mag kweken. Toch nemen elk jaar de verliezen toe en dat heeft een oorzaak. De juiste oorzaak komen we misschien nooit te weten, toch moeten we er met zijn allen aan werken om de verliezen terug te dringen. Dat begint voor ons allemaal op eigen hok! Ik heb het al zo vaak geschreven en toch doe ik het nu weer een keer. In de wintermaanden zo goed als geen medicijnen. Tijdens de kweek: gooi misvormde eieren weg, help nooit een jong uit een ei te komen, wie er niet uitkomt, blijft maar zitten waar die zit. Een jong dat achterblijft in de groei, niet te lang wachten om weg te doen. Piepende en schreeuwende jongen die op te jonge leeftijd in het nest staan, zo snel mogelijk weg er mee. Jongen die platte en natte mest geven gaan bij mij weg, ik wil alleen droge mestbolletjes die ik met mijn vingers kan wegschieten. Jongen die naast het nest liggen zijn er meestal niet uitgevallen maar die zijn er door de ouders uitgeduwd, leg je ze terug in het nest dan liggen ze meestal de volgende dag weer naast het nest, een teken dat ze weg kunnen!
Jongen met buispennen doe ik weg, de nieuwe veren moeten onberispelijk ingroeien en moeten zijdezacht zijn. Droge krakende veren geven slechte kwaliteit aan, duiven met een dergelijk verenkleed horen niet op een hok thuis waar duivensport op hoog niveau wordt beoefend. Jonge duiven die alleen maar klein voer eten komen nooit op het juiste gewicht, ze zullen altijd slap aanvoelen en komen nooit in een optimale conditie. Ook voor hen is er maar een weg. Ondanks dat ik zo zwaar selecteer raak ik toch te veel duiven naar mijn zin kwijt.
Ik ben zeer scherp op het gebeid van gezondheid, toch hebben mijn duiven ook wel eens last van coli, echter nooit van pokken, paratyphus of paramixo omdat ik daar tegen vaccineer en in het seizoen kuur ik regelmatig tegen trichomoniase en ornithiose. Is er dan toch nog een individuele duif die iets mankeert (komt bij mij sporadisch voor) dat gaat ook die in een record tempo weg. Ik wacht daar geen dag mee.

VERZORGING TIJDENS DE RUI.
Als binnenkort alle vluchten voorbij zijn en de late jongen zijn groot adviseer ik iedereen zijn duiven goed te blijven verzorgen. Ik laat ze nog een vijftal dagen broeden en dan gaan ze uit elkaar. Ik breng de rui op gang door de duiven drie weken aaneen 1/3 karnemelk en 2/3 water te geven. De duiven kunnen twee maal in de week baden. Tijdens de ruiperiode zet ik de drinkbak op een verhoging zodat er niet te veel stof of veertjes in kunnen waaien. Ditzelfde doe ik met de gritbak. Grit hebben ze het hele jaar nodig, vooral stofvrij grit. Duiven willen het stoffige grit niet eten en krijgen daardoor slechte mest. Slechte mest geeft aan dat de spijsvertering niet optimaal is en bij een slechte spijsvertering geen goede rui. Een slechte rui zorgt voor een slechte kwaliteit van de nieuwe veren en daarmee moeten ze wel in 2012 hun prijzen winnen. Pas als de grote rui voorbij is (dat is als de een na buitenste staartpen aan beide zijden is geruid) dan mag u de teugels iets laten vieren. Een goedkoper soort voer met wat meer gerst en eenmaal per dag voeren is niet verkeerd, maar ik doe het niet. Wel laat ik zoveel mogelijk de duiven elke dag los. Risico’s neem ik niet, bij heftige regen, harde wind, sneeuw en mist blijven ze binnen. Omdat de dagen steeds korter worden laat ik ze vanaf nu alleen nog ’s morgens los.
Succes


WORDT HET WEER EEN ELITAIRE HOBBY?

Ruim 50 jaar geleden waren er maar een handvol liefhebbers die een kweekhok hadden. De meeste hadden 12 koppels duiven waarmee ze aan wedstrijden deelnamen en dat waren tevens hun kweekduiven. Het was heel normaal dat de oude en jonge duiven bij elkaar in een hok zaten. Het waren alleen de grote melkers die meerdere hokken hadden waarin jonge oude en kweekduiven hun eigen afdeling hadden. Het waren dezelfde mannen die als eerste met het weduwschapspel begonnen, in het bezit waren van een auto, elkaar het balletje toespeelden en dus met kop en schouders boven de rest uitstaken. Kijk naar oude foto’s en je ziet direct dat de toonaangevende spelers van toen geen gewone arbeiders waren. Er is altijd beweerd dat duivensport een prachtige hobby was voor “Jan met de pet”. Dat werd het pas in de dertiger jaren vorige eeuw. Daarvoor was het een elitaire sport die pas na de Tweede Wereldoorlog in voornamelijk Engeland, België en Nederland binnen enkele jaren duizenden beoefenaars kreeg. De bromfiets deed zijn intrede en daardoor konden afstanden beter overbrugd worden. Duivenliefhebbers doorkruisten het hele land op zoek naar betere duiven. Er werden contacten gelegd, duiven en eieren werden met elkaar geruild waardoor de duivensport steeds populairder werd. Het ledental steeg tot ongekende hoogte. Er waren zelfs verenigingen die een ledenstop moesten invoerden. Daardoor kwamen er steeds meer nieuwe verenigingen bij. Tentoonstellingen werden gehouden waar een echte duivenkenner de duiven kwam beoordelen. Het publiek verdrong zich voor de kooien want iedereen wilde weten wat de man met de witte jas over de duiven te vertellen had. Je kon merken dat de kennis over de postduiven nog in de kinderschoenen stond. Liefhebbers gingen bij elkaar op hokbezoek en konden uren met elkaar over hun hobby van gedachten wisselen. Het was een zeer sociale hobby waar iedereen veel plezier aan beleefde. De grote gerenommeerde liefhebbers gingen het steeds moeilijker krijgen omdat de kleine liefhebbers in de breedte steeds sterker werden. Het geldspel was daar zeker een van de oorzaken van. Men kwam al snel tot de ontdekking dat je alleen met goede, gezonde duiven mee kon doen voor de geldprijzen. Duiven die een aantal weken geld mee kregen en niets thuis brachten verdwenen al rap in de soep. Aan kostgangers had men niets, er moest door de duiven gewerkt worden om het plaatsje op het hok te behouden. Daardoor had menig duivenfamilie regelmatig duivensoep op het menu staan. Het elitaire karakter van de duivensport verdween meer en meer. De gouden jaren (1950-1990) braken aan. Het kon niet op. Het ging zelfs zo goed dat men vergat te investeren in de toekomst. De mensen kregen het steeds beter, men ging met vakantie, de vrouwen gingen werken, er werd een auto aangeschaft en zonder dat we het in de gaten hadden begon daarmee de aftakeling van de duivensport. Steeds meer mensen gingen genieten van hun vrije tijd, men wilde wat meer van de wereld zien, men wilde niet meer elk weekend gebonden aan huis zijn omdat pa met duiven speelde. De duivensport is op deze gewijzigde leefgewoonte niet ingehaakt waardoor de laatste jaren het ledental met grote stappen achteruit is gegaan. De hobby voor “Jan met de pet” is te duur en is veel te tijdrovend. Denkelijk 80% van de liefhebbers is ouder dan 60 jaar. We zullen er van schrikken als we het percentage horen van liefhebbers dat ouder is dan 70 jaar zijn. Duivensport blijft een heel fascinerend spelletje, na 65 jaar kan ik er geen genoeg van krijgen. Het is jammer dat alles er omheen niet zo leuk meer is. Ik ben blij dat ik de gouden jaren heb meegemaakt. Helemaal afscheid nemen van de duivensport kan ik nog niet, of er moet iemand komen die me een geweldig aanbod doet dat ik niet kan weigeren, dan kon het wel eens zijn dat ik versneld afscheid neem. Bert Braspenning zonder duiven, het is bijna niet voor te stellen.

MEGA HOKKEN.
Jarenlang bestond de duivensport voor 90% uit kleine liefhebbers die elkaar wekelijks probeerden af te troeven. Niet met een massa maar met 10 tot 12 duifjes. Kwam er iemand met 35 duiven dan werd dat al heel snel een grote liefhebber genoemd. Van die kleine liefhebbers zijn er nog maar weinig over. Het is nu heel normaal dat door de kleine liefhebbers wekelijks 30 duiven ingezet worden. Kortgeleden las ik van twee zeer vooraanstaande Nederlandse liefhebbers, die op nog geen kilometer afstand van elkaar wonen en beiden lid zijn van dezelfde club, dat ze gezamenlijk meer dan 500 duiven hadden ingezet. Zo zijn er meer in Nederland! Het zijn juist deze mannen die de duivensport zuiver en alleen als commercie zien en zonder dat ze het zelf beseffen een hele diepe kuil aan het graven zijn waar straks de duivensportorganisatie niet meer uit komt. We kunnen propageren wat we willen maar zolang dit soort situaties blijven bestaan zal de duivensport nog harder achteruit gaan dan nu het geval is. Duiven of eieren met elkaar ruilen is al lang verleden tijd. Gezellige zaalverkopingen waar in de winterperiode veel liefhebbers op af kwamen bestaan bijna niet meer. Internet heeft daar een enorme wending aan gegeven. Abnormaal hoge bedragen worden op het steeds meer toenemende aantal verkoopsites door de rijken der aarde neergeteld voor naamduiven van een megahok. Over duiven wordt niet meer gesproken, het gaat nu alleen nog om commercie, pedigrees en medicijnen. Mooie uitslagen en goede kweekresultaten tellen niet meer mee. Althans zo lijkt het. De kleintjes blijven desondanks in kampioensstijl spelen, de megahokken stellen wat prestaties betreft veel minder voor dan in reportages wordt voorgesteld. Het zijn altijd dezelfde liefhebbers die goed spelen, resultaten zijn niet te koop. Er zijn liefhebbers die daar anders over denken. Het zijn altijd dezelfde liefhebbers die kapitalen uitgeven en niets bereiken, je ziet altijd dezelfde liefhebbers bij de dierenarts, het zijn altijd dezelfde liefhebbers die voor weinig geld toch duiven weten aan te schaffen waarmee ze hun hok versterken. Echte liefhebbers worden geboren, zij spelen met weinig duiven jaar in jaar uit in kampioensstijl en zij zijn het waar je moet zijn voor hokversterking. Daar haal je duiven die direct afstammen van duiven die bewezen hebben goed te kunnen presteren want anders is er voor hen geen ruimte op het hok. Dat is niet het geval bij megahokken of duivenfabrieken waar alle broedhokken gevuld moeten worden met duiven die zelf niets gepresteerd hebben. Zij moeten zorgen voor een toevalstreffer op de vluchten of voor zoveel mogelijk jongen die met veel tam tam worden aangeboden alsof het de beste duiven van de wereld zijn. De kenners kijken daar doorheen, de beginners worden afgeschrikt om met duiven te beginnen. Zeker als ze in de dagbladen lezen dat er duiven voor honderdduizend dollar of meer worden verkocht. Nog even en dan begint de verkoopgekte weer. Wat mij betreft blijven we tot Kerstmis doorspelen, daar beleef ik veel meer plezier aan.
Succes voor de komende vluchten!


 

NATOER.
Oorspronkelijk was de natoer bedoeld voor het trainen van late jonge duiven, maar lang geleden is daar verandering in is gekomen. De liefhebbers van toen vonden het beter dat de natoer ook voor het generale kampioenschap meetelde. Het generale kampioenschap is al vele jaren de belangrijkste titel en om die te winnen ben je bijna verplicht aan alle vluchten mee te doen.
De laatste jaren wordt de generale titel meer en meer afgezwakt omdat vele liefhebbers zich zijn gaan specialiseren. De een op de snelheidsvluchten, de ander op tweedaags fond en weer anderen spelen alleen met jonge duiven. Het is nog maar een beperkt gezelschap dat knokt om de generale titel. Momenteel wordt er op het scherpst van de snede gespeeld op de natoer. Ook daar zijn specialisten die nog even op deze laatste vijf snelheidsvluchten willen uitblinken, en ik ben daar een van. Ik denk dat ik de laatste 25 jaar niet bij de eerste drie ben weggeweest. Dit komt omdat ik graag snelheidsvluchten speel, dat ligt me goed en ik heb er de duiven voor. Ik bereid de natoer ook goed voor. Heel belangrijk is dat je in deze tijd van het jaar de duiven nog perfect in de veren hebt. Bijlichten is bijna noodzakelijk maar jongen in de schotel werkt ook prima om de rui tegen te houden. Het aantal liefhebbers dat nog mee doet wordt iedere week minder. Maar…de mannen die ergens nog een kampioenschap kunnen winnen komen wekelijks met manden vol duiven aansjouwen. Er doen dus niet zoveel liefhebbers meer mee maar het zijn wel de sterkste spelers die het tot aan de laatste vlucht volhouden. Neem van mij aan dat er iedere week een zeer felle strijd geleverd wordt. Het is een spel van secondes, de duiven mogen bij thuiskomst geen rondje om het hok vliegen want elke 10 seconden vallen er in mijn spelgebied wel 20-30 duiven, althans de laatste weken. Het weer is goed en de duiven hebben iedere keer staartwind zodat ze met snelheden van boven de 100 km per uur naar huis komen.

VEEL WERK EN DE VLUCHT IS ZO VOORBIJ.
Ik kan me voorstellen dat er liefhebbers zijn die de korte vluchten maar niets vinden. De hele week de duiven perfect verzorgen, dan op vrijdag minstens een uur werk voordat alle duiven in de mand zitten, dan naar de club en de volgende dag is de vlucht in tijd van ja en nee afgelopen. Moet je daar al dat werk voor doen zeggen de tegenstanders van de korte vluchten. Een beetje gelijk hebben ze wel. Denkelijk willen we allemaal graag een vlucht die 30 tot 45 minuten open staat. Dat is lekker wachten, vooral als het mooi weer is, als er dan om de paar minuten een duif valt spreken we terecht van een mooie vlucht. De laatste twee weken is dat niet het geval, als er een komt zijn er zo maar twintig. Ondanks dat het een zeer snelle vlucht was werd door mij een perfecte uitslag gemaakt. Van de 47 duiven wonnen er 29 prijs en het begon tegen 1.766 duiven als volgt: 1-2-10-12-14. Daarbij zaten ook drie jonge duiven en daar was ik wel blij mee. Ik heb namelijk maar twee vluchten jonge duiven meegespeeld wat betekent dat mijn jonge duiven niet voldoende ervaring hebben opgedaan. Dat krijgen ze nu tijdens de natoer en omdat de jonge duiven geweldig komen zet ik er misschien nog wel enkele op de nationale derby (480 km) die 10 september als afsluiting van het seizoen wordt vervlogen.
Ik ga er vanuit dat alles wat jonge duiven in hun geboortejaar leren, belangrijk is voor hun verdere sportieve carrière, vandaar dat ik ze nog iedere week speel.

MINDER DUIVEN.
Voorbije winter heb ik het aantal kweekduiven drastisch ingekrompen. De jaren beginnen te tellen, het wordt me allemaal een beetje te veel. Na dit seizoen wil ik nog maar 16 vliegkoppels hebben en 8 kweekkoppels. Dat zal niet meevallen want ik heb vooral bij mijn duivinnen veel dames die aan de kop gespeeld hebben. De selectie zal dus niet eenvoudig zijn maar dat is het eigenlijk nooit. In de jaren 70 en 80 speelde ik altijd met 16 weduwnaars en dat ging fantastisch. Meerdere weken aaneen won ik 100% prijs! Waarom zou dat in 2012 niet lukken? Het enige minpunt is dat de felheid bij de baas steeds een beetje minder begint te worden. Zin in een figurantenrol heb ik zeker niet en dan blijft er niets anders over dan een kleine ploeg duiven te houden en die voor zover mogelijk 100% te verzorgen. De kwaliteit is er en in het voorjaar moet ik me weer proberen extra op te laden.
Helaas moet ik de Engelse liefhebbers die in het Blackpool weekend op een verkoop rekenen teleurstellen. Ik houd geen verkopingen meer in de UK omdat ik vind dat mijn duiven daar onder gewaardeerd worden. Misschien doordat LPW ze tegenwoordig aanbied voor slachtvee prijzen terwijl ze enkele jaren geleden door deze zelfde mensen rechtstreeks de hemel in werden geprezen als duiven van de toekomst. Het doet me enorm goed dat zoveel liefhebbers succes hebben met de Braspenningen. Ik kijk daar elke week de BHW op na. Voor degene die hun hok willen versterken met de snelle Brassen blijft er maar een mogelijkheid over en dat is de oversteek maken om in Wijdewormer hun keus te maken. In november is er voor de eerste keer een verkoop in de USA. Een en ander wordt verzorgd door Don Hart.

ENTEN EN KUREN.
We willen graag terug naar de natuur. Ik ben daar ook een enorme voorstander van. Weg met antibiotica! Het klinkt prachtig. Toch kunnen we niet helemaal zonder. Het gaat er om dat we ons houden aan de voorschriften. Bij elk medicijn of voedingssupplement zit een gebruiksaanwijzing en het gebeurt maar al te vaak dat liefhebbers daar van afwijken. Ze geven niet minder maar meestal te veel en dat vraagt om problemen. Een zeer strenge selectie geniet mijn voorkeur vooral op gezondheid. Daarnaast kunnen we een aantal ziektes voorkomen door te vaccineren.
In bepaalde regio’s heerst veel pokken. Dan denk ik: “eigen schuld, dikke bult”. Dit had eenvoudig voorkomen kunnen worden. Dat geldt ook voor paratyphus en paramixo. Enten tegen laatst genoemde ziekte is verplicht maar doe ook iets tegen paratyphus. Je kunt beide ziektes voorkomen door enting. De maand oktober is zeer geschikt om tegen paratyphus te kuren en daarna te enten. Vooral voor de kweekduiven is het belangrijk dat ze tegen deze ziektes bestand zijn. Voor hen begint het seizoen eind november (winterkweek). De vliegduiven kunnen in het voorjaar behandeld worden, laat die eerst maar goed uit ruien. Maak nu al plannen voor het winter kweekseizoen, zorg dat uw duiven daar tijdig klaar voor zijn. Stel niet uit tot morgen wat u nu kunt doen. Haal de spullen in huis en laat niets aan het toeval over. Een goede kweek is bepalend voor een goed vliegseizoen. Het lijkt allemaal nog ver weg omdat we nog met de vluchten bezig zijn maar het duurt maar even en alle duiven zijn bezig met de grote rui. Zorg dat ze gezond zijn en dat het ze aan niets ontbreekt. Laat gerust de teugels na het vliegseizoen een beetje vieren, vergeet echter niet dat ook een duivenjaar duurt van 1 januari tot en met 31 december.
Succes voor de komende vluchten.

EINDELIJK

Het voorbije weekend waren de weergoden in Nederland ons goed gezind, althans op zaterdag.

Enkele afdelingen spelen een aantal vluchten nog steeds op zondag en dat hebben ze geweten. Een kort vluchtje van nog geen 100 km stond meer dan een half uur open voordat de prijzen waren verdiend. De meeste duiven kwamen door het drukkende weer helemaal afgevlogen thuis en vielen met de vleugels wijd op het hok. Voor de jonge duiven, ook al zijn ze nog zo goed ingevlogen, zijn dat soort vluchten funest. Het was daarom niet verwonderlijk dat er op een groot aantal hokken ’s avonds nog vele lege plaatsen waren. De zaterdag was totaal anders. Uitstekend vliegweer, eigenlijk een veel te gemakkelijke vlucht want overal regende het duiven. Binnen vier minuten waren de prijzen verdiend en dat is ook niet echt leuk. Zo is het altijd wat. Voor mij kwam het goed uit, de weersvoorspelling was uitstekend, dus alle 31 jonge duiven gingen na weken stil gezeten te hebben weer eens mee. Ik had ze woensdag zelf weggebracht en met die voorbereiding moesten ze het doen.

Door vooral de jonge duiven goed te observeren zag ik dat ze in goeden doen waren. Ze trainden probleemloos drie kwartier en dan geeft aan dat het met de gezondheid wel goed zit. Er hebben zich nu ook een aantal paartjes gevormd en enkele daarvan hebben eitjes zodat ze de laatste drie vluchten hopelijk extra gemotiveerd zijn.

Het deed me goed dat voorbije zaterdag mijn eerst geklokte duif een jong was. Ze kwamen met zijn drieën tegelijk, de twee oude duivinnen hielden elkaar een beetje op maar het jong flitste naar binnen. Tegen 2616 duiven werd ze 9e en haar 1 jaar oudere zus werd 10e. Met 10 duiven in de eerste honderd werd het prima resultaat. Ondanks dat het een zeer snelle vlucht was geeft het een prima gevoel als je met de klok naar de club gaat en alle duiven zijn thuis. Nu maar hopen dat we de laatste drie vluchten zonder ellende doorkomen. Dat is goed voor de sport en ook voor de motivatie van de liefhebbers want er stoppen er al genoeg. Wat zou het geweldig zijn als we daar met zijn allen een oplossing voor wisten te vinden.

 

SUPER MELKERS OF SUPER DUIVEN?

Bij het lezen van duivenkranten val je soms van de ene verbazing in de andere. Er worden met grote regelmaat prestaties neergezet om van te watertanden. Bijna ongelooflijk! Vaak gaan de gesprekken over super uitslagen of over een superduif. Het meest opvallend daarvan is dat het meestal over prestaties gaat van liefhebbers uit een ander deel van het land, in eigen omgeving worden dergelijke prestaties niet zo gewaardeerd. Jaloezie binnen de duivensport is erg hoog, veel hoger dan sportiviteit. Van me zelf weet ik dat ik top prestaties van anderen heel goed kan waarderen. Natuurlijk speel ik zelf liever de eerste, dat geldt voor ons allemaal. Iedere dag doen we ons uiterste best om in het weekend zodanig te presteren dat we daar tevreden mee kunnen zijn. Er zijn er die nooit tevreden zijn, althans zo doen ze voorkomen. Als het goed is moet elke liefhebber aan zijn duiven kunnen zien dat ze in een dusdanige conditie verkeren dat je weet dat je niet voor niets op hun thuiskomst staat te wachten. Grote waardering moet er zijn voor al die liefhebbers die maar zeer matig presteren en toch elke week met een mandje duiven naar het lokaal komen. Grote waardering moet er ook zijn voor de super stars onder ons, zij hebben het beter in de vingers dan de rest. Ik ook de nodig aansprekende uitslagen gemaakt en had meerdere malen verschillende kampioensduiven. Zij die onvoldoende presteerden moesten het veld ruimen. Daarbij kun je de vraag stellen: Zijn dat slechte duiven of presteren ze niet omdat zij een andere verzorging nodig hebben dan de meeste van hun hokgenoten? Iedereen moet er voor zorgen dat er een hok duiven bijeen wordt gebracht wat bij hem of haar past en de duiven die het niet doen moeten weg. We kunnen nu eenmaal niet alle duiven aanhouden. Ik ben er van overtuigd dat de duiven die straks uitgeselecteerd worden niet allemaal slechte duiven zijn. De ene melker weet meer uit zijn duiven te halen dan de ander dat is misschien wel het belangrijkste. Er wordt steeds maar gepraat over goede duiven. Die zijn er genoeg, veel meer dan goede melkers. Kijk er de uitslagen maar op na. Het is maar een klein percentage liefhebbers dat alle weken meerdere duiven op het eerste blad van de uitslag pakt. Vooral in die categorie komt het voor dat er eens in de zoveel jaar een superduif op het hok wordt geboren.

Misschien is het beter te zeggen; een super presterende duif in plaats van een superduif. Er zijn liefhebbers die ongeacht het aantal duiven dat ze bezitten, elke week top presteren. Zij zijn als duivenmelker geboren, net zoals dat is met top voetballers, wielrenners, boksers of andere atleten. De anderen kunnen door training, karakter en inzet ook tot een hoog niveau komen, het zal nooit echt top worden. Ook duiven kunnen door training, voeding, kwaliteit en motivatie tot topprestaties komen, echter nooit zonder de hulp van hun baas. Is de baas in alle opzichten zelf een topper dan zal hij tot in lengte van jaren de gedoodverfde kampioen zijn. Hij heeft zijn duiven al die jaren zo verzorgd, geselecteerd, gekweekt, gehuisvest en begeleid dat hij er alles van weet. Dan wordt het al een stuk gemakkelijker. Er zijn er ook die al 50 jaar duiven hebben en nog steeds blij zijn met elk staartprijsje dat ze winnen, maar misschien beleven ze wel meer plezier aan hun hobby dan alle toppers bij elkaar.

 

WAANZINNIGE BEDRAGEN.

Binnenkort is het vliegseizoen 2011 alweer voorbij. 10 september wordt het seizoen afgesloten met de laatste natoer vlucht en de nationale derby voor jonge duiven!

De liefhebbers kunnen dan de balans gaan opmaken. Wat niet heeft voldaan kan direct weg. Dat het seizoen zijn einde nadert is ook te merken aan de commercie die nu al de nodige aandacht vraagt voor de verkopingen in de komende wintermaanden. Gedeeltelijke verkopingen zijn niet meer zo in trek. De verkoopleiders willen graag totale verkopingen. Begrijpelijk want daar is veel meer aan te verdienen. Van de andere kant is het zo dat ze liefhebbers die nu nog twijfelen om wel of niet door te gaan aanmoedigen te stoppen. Ook komen er straks weer verkopingen van individuele duiven die een opvallende prestatie hebben behaald, of het gaat om een kind van “topduif”. Alles gaat vergezeld van pedigrees met wereldberoemde namen maar meestal geen prestaties. Laatst las ik in de krant dat een leeftijdgenoot van mij, net als ik, twijfelde om door te gaan. Hij had alvast maar een duif verkocht die een 4e prijs gewonnen had vanuit Bordeaux (1.000 km). Nederlands grootste dagblad besteedde daar veel aandacht aan omdat de duif voor het luttele bedrag van 50.000 euro naar China ging. Dat soort idiote situaties gaan we de komende winter weer meerdere keren meemaken.

Vorig jaar waren er diverse “totale” verkopingen, dan denk je wat jammer dat zulke goede liefhebbers stoppen. Tot mijn (grote) verbazing las ik de mannen dit jaar weer regelmatig in de uitslagen. Dus een totale verkoping stelt ook niets meer voor. Het is alweer enige jaren geleden dat je in Nederland na een totale verkoping drie jaar niet meer mocht meespelen. De slimmeriken vonden daar een oplossing voor door de advertentieteksten te veranderen. Verkopingen werden toen aangekondigd als totale verkoop minus enkele laatjes, minus de kwekers of minus de jongen van dat jaar. Van mij mag weer in ere hersteld worden dat iemand die totaal heeft verkocht drie jaar niet meer mag meespelen en weg met die slinkse verkoopteksten.  Het zou beter voor de sport zijn en in ieder geval veel beter dan het zakkenvullen dat nu plaats vindt.


EEN BEETJE ZON DOET WONDEREN.

Alweer was het een weekend met regen en zware laaghangende bewolking. Niet ideaal voor duiven en zeker niet voor jonge duiven. De lossingverantwoordelijken weten niet meer wat te doen, het is om stapelgek van te worden. Wanneer kan er wel en wanneer niet gelost worden. Al wekenlang is regen de grote spelbreker. Veel te veel duiven blijven weg en ondanks dat de jonge duiven steeds meer ingespeeld raken blijven er toch wekelijks te veel achter. Jammer dat het Hollandse weer al wekenlang van slag is en dat er bij het lossen volgens mij te veel risico’s genomen worden. Extra vervelend is het dat er onder de jonge duiven in grote delen van het kleine Nederland veel pokken heerst. Ja, ook bij duiven die geënt zijn. De praktijk heeft uitgewezen dat twee keer enten tegen pokken pas afdoende is. De zomer van 2011 is wat het duivenspel betreft een grote zwarte vlek die we het beste maar zo snel mogelijk moeten proberen te vergeten. Iets dat makkelijker gezegd is dan gedaan, zeker niet als je niet eens 50% van je jonge duiven meer over hebt.

Zelf had ik dit weekend voor de zoveelste keer geen jonge duiven mee, ik vertrouwde het weer niet waardoor ik alleen 22 oude duiven had gezet waarvan er 17 prijs speelde te beginnen met 2-3-7-8-11-15-18 tegen 366 duiven. Dat was dus niet verkeerd. Jammer was het dat het geen lekker weer was om op de duiven te wachten, toen ze eenmaal kwamen waren de prijzen binnen 8 minuten verdiend. Daar ben je dan de hele week voor bezig.

Anders was het op maandag. Prachtig weer en een bijna wolkeloze hemel. Echt zomerweer, glashelder zodat je bijna over de hele wereld kon kijken. Dat weer zouden we voor de rest van het seizoen moeten hebben zodat iedereen toch met een redelijk gevoel de winter tegemoet gaat.

Met dat droge zonnige weer is iedereen opgewekt. Je gaat met meer plezier naar je hok, de duiven zien er meteen fraaier uit, ze zijn levendiger en aan het trainen kun je zien dat ook zij het naar hun zin hebben.

 

NOG EEN NATIONALE DERBY EN VIER NAVLUCHTEN.

Vanaf dit moment zijn er nog 4 weken te gaan. Zaterdag 10 september staan de laatste twee vluchten op het programma waaronder Sens dat in de plaats is gekomen voor het legendarische derby concours vanuit Orléans. Jammer genoeg is daar niets meer van over. Die vlucht wordt nog wel een nationale vlucht genoemd maar dat is het helemaal niet. Nederland is nu verdeeld in vier sectoren die alle vier gemiddeld 500 km spelen. Dat is misschien wel wat eerlijker, als we echter over een nationaal concours spreken wil dat zeggen een lossingplaats en alle duiven tegelijk los. Gebeurd dat niet dan is het een concours net als alle andere concoursen. Veel liefhebbers denken nog vaak terug aan het grootste derby concours van der wereld met soms wel 150.000 jonge duiven aan de start.

Ik heb mijn duiven speciaal voor de “natoer” herkoppelt. Ik mag die laatste vijf sprintvluchten graag spelen. Het korte spel ligt mij veel beter dan de fondvluchten. Het komende weekend gaan ook mijn jonge duiven mee. Ze hebben tot op heden pas aan twee vluchten meegedaan en zijn nog niet verder weggeweest dan 180 km. Omdat ze al enkele weken niet zijn mee geweest breng ik ze woensdag nog een keer 50 km weg, dat moet voldoende zijn om zaterdag goed naar huis te komen. De weervoorspelling is ideaal en omdat mijn jonge duiven heel goed trainen denk ik dat er wel een stel vroeg zullen aantikken.

Om in deze periode van het seizoen met goed resultaat aan de vluchten deel te nemen zullen de oude en jonge duiven perfect in de veren moeten zitten. Dat kan doordat ze in het voorjaar verduisterd zijn en kleine jongen in de schotel zorgen er voor dat de rui stil staat. Degene die niet verduisterd hebben en de oude duiven direct na de laatste fondvlucht bijeen hebben gelaten krijgen de laatste twee vluchten grote problemen met de rui en iedereen weet zo langzamerhand dat het dan gedaan is met het winnen van kopprijzen.

 

WELKE JONGE DUIVEN MOGEN BLIJVEN.

Net als ik, zijn er heel veel liefhebbers die weinig of niets van hun jonge duiven weten omdat ze slechts aan een enkele vlucht hebben meegedaan. Toch zal er straks geselecteerd moeten worden want al is het nog zo een moeilijk seizoen geweest op de meeste hokken zitten eind september toch nog te veel duiven. Bij mij wordt de vliegploeg altijd aangevuld met 50% jonge duiven (in 2012 zijn dat dus jaarlingen). Die 50% is nooit gebaseerd op basis van prestaties, wel op lichaamsbouw en afstamming. Prestaties van jonge duiven vormen bij mij niet de belangrijkste basis. De beste jonge duiven presteren als jaarling meestal matig tot slecht. Ik kijk pas naar de prestaties als jaarling. Dan moeten ze om te mogen blijven aan mijn norm voldoen en dat is minimaal 50% prijs spelen met daarbij enkele kopprijzen. De selectie van de jonge duiven is dit jaar duidelijk moeilijker omdat veel duiven niet het hele jonge duiven seizoen hebben gevlogen. Vooral de laatste twee vluchten met twee nachten mand en meer dan 300 km zijn voor mij maatgevend. De jonge duiven die op deze twee laatste vluchten goed presteren behoren als jaarling meestal tot de betere.

Maak niet de fout om duiven aan te houden op basis van het aantal beschikbare broedhokken. Beter een paar lege broedhokken dan alle broedhokken vol met daarbij een aantal duiven waar niet voldoende vertrouwen in is. Let er op hoe de rui verloopt, jonge duiven die daar problemen mee hebben zijn het aanhouden niet waard. De kwaliteit van de nieuwe veren moet optimaal zijn, daar moeten ze volgend jaar weer honderden kilometers mee afleggen. Let ook op de gezondheid, er zijn jonge duiven die na een moeilijk en zwaar seizoen moeite hebben om tijdens de rui gezond te blijven. Ongezonde jonge duiven ruien niet goed en zijn voor het komende seizoen niets waard.

Als binnen enkele weken het vliegseizoen voorbij is zijn er zeker een aantal duiven welke direct weg kunnen. In eerste instantie zijn dat oude duiven die tijdens de kweek of het vliegseizoen niet voldaan hebben. Duiven die al meer dan twee jaar in het kweekhok zitten en nog niets goed op de wereld hebben gezet mogen plaats maken voor duiven waar de baas alle vertrouwen in heeft. Oude duiven die aan de norm hebben voldaan mogen blijven en de anderen moeten plaats maken voor beloftevolle jonge duiven. Zo gaat dat jaar in jaar uit. Selecteren valt voor veel liefhebbers niet mee. Niet omdat ze een duif niet kunnen beoordelen, maar om de baas/duif verhouding. Een heel jaar is het een samenspel geweest op weg naar succes en dan is het soms moeilijk om afscheid van elkaar te nemen. Degene die kiezen voor top resultaten zullen daar minder moeite mee hebben. Er zijn gelukkig nog heel veel gezelligheidsspelers die er niet van kunnen slapen. Voor hen is een duif beslist geen object om successen mee te behalen, het is vooral het dier dat telt.

Er zijn liefhebbers doe moeite hebben om zeer streng te selecteren en daarom de hulp inroepen van een sterke speler uit de buurt of uit de club. Het is soms heel interessant om te weten waarom die sterke speler een duif wel of niet goedkeurt. Toch raad ik iedereen aan om zelf de selectie te doen. De liefhebber is zelf alle dagen van het jaar met zijn duiven bezig. Hij kent hun gedragingen, weet wanneer ze vorm vertonen en weet alles over hun prestaties. Hulp van een ander kan interessant zijn, doch uiteindelijk beslist de baas.

Veel succes en tot de volgende week.


WE ZOEKEN MAAR KUNNEN DE OORZAAK (NOG) NIET VINDEN.

Ieder jaar wordt het erger! Kilometers tekst zijn besteed over de steeds groter wordende verliezen met jonge duiven. Iedereen die denkt maar iets te weten over het wegblijven van vooral jonge duiven zet  wel iets op papier. In de lokalen gaan de gesprekken al vele weken over het slechte vliegweer maar nog meer over de vele achterblijvers. U kent al lang de verhalen over overbevolking, slechte gezondheid, zware rui, verduisteren en medicatie. Niets nieuws maar wel allemaal onderwerpen die er zo goed als zeker toe bijdragen dat jonge duiven massaal de weg naar hun hok niet meer kunnen vinden. De mobile telefoons zouden volgens wetenschappers nog grotere boosdoeners zijn. Daar zal een kern van waarheid in zitten omdat het allemaal zendertjes zijn die het luchtruim vervuilen. Mocht dat echt zo zijn dan is het vreemd dat de oude duiven er weinig of geen last van hebben want hun vluchten verlopen zonder al te grote problemen. Slechte hokken, te veel of te weinig glas er in, slechte verluchting, vocht en tocht, er is nog wel meer te bedenken. Zou dat te maken hebben met de grote verliezen? Heel veel liefhebbers veranderen/verbeteren jaarlijks iets aan hun hok om de verliezen te beperken. Ik vind trouwens dat je niet zo gauw een slecht hok hebt. In de loop der jaren ben ik op zoveel hokken geweest waarop in kampioensstijl wordt gespeeld en bij me zelf dacht; hoe bestaat het? Zelfs op hokken met het front op het noorden werden aan de lopende band kopprijzen gespeeld terwijl de buurman met een prachtig hok geen platte prijs won. Zit het hem dan alleen maar in goede duiven? Dat gelooft u zelf toch ook niet. Dat gezeur dat het in duivenland alleen maar om hoogstaande kwaliteit gaat, daar wordt iedereen zo langzamerhand ook doodziek van. De mannen die dat beweren hebben net zoveel mindere kwaliteit als alle anderen. Niemand, maar dan ook niemand heeft alleen maar topkwaliteit op het hok. Ik kan geen verhaal of reportage over hun lezen, altijd staat geschreven dat ook zij te maken hebben met grote verliezen. Waar woont trouwens de man die alleen maar top kwaliteit heeft. Mochten die er wel zijn, waarom zouden ze dan hokken vol jonge duiven kweken? Als het om kwaliteit gaat hebben ze er toch aan tien genoeg? Dat geldt ook voor de “ogenkijkers”, die kunnen in de ogen van een duif zien of het een vlieg- of kweekduif is en dan durven ze er op voorhand ook nog bij te zeggen hoe goed de kwaliteit van de jongen zal worden. Allemaal geklets in de ruimte! Het enige wat er gedaan moet worden om de kwaliteit te verbeteren is er achter te komen waarom er zoveel jonge duiven verloren gaan. Daarvoor moet de wetenschap ingeschakeld worden.

 

WAAR MOETEN WE ZOEKEN.

Over alles wat er wordt geschreven kunnen we ons afvragen wat er in al die jaren mee gedaan is. We kunnen nog zoveel schrijven en praten, als het daarbij blijft komen we geen steek verder en graaft de duivensport haar eigen graf. Volgens mij moet er een gedegen laboratorium onderzoek komen naar alle soorten granen waaruit het hedendaagse duivenvoer bestaat. Voor de mensen bestaat er een keuringsdienst van waren. Fabrikanten van voedingsmiddelen en medicijnen zijn verplicht op de verpakking te vermelden wat er allemaal in zit zodat wij mensen weten wat we voor narigheid naar binnen krijgen. Wij volwassenen zijn inmiddels immuun voor bepaalde stoffen. Als ze iemand op konden graven die honderd jaar geleden is gestorven en twee weken met ons mee zouden laten eten dan zou hij zo goed als zeker zwaar ziek worden en verlangen naar de dood. We zijn op onze aardbol met zoveel mensen dat er allerlei kunst en vliegwerk wordt bedacht om genoeg voedsel te produceren of te verbouwen. De grote vraag is: op welke wijze en met welke middelen worden de granen en andere voedingstoffen de grond uit gestampt. Er worden (te) veel chemische grondstoffen gebruikt. Tonnen fosfaat gaan er door diervoeders. Ik heb dat niet allemaal van me zelf. Door goed te luisteren en veel te lezen kom ik er steeds meer achter dat er juist daar meer onderzoek naar gedaan zou moet worden. Het afweersysteem tegen allerlei ziektes en het oriëntering vermogen van vooral jonge duiven zou daardoor sterk beïnvloed worden. Veel jonge duiven kunnen uit zichzelf niet meer herstellen waardoor liefhebbers steeds weer opnieuw teruggrijpen naar allerlei medicijnen of andere middelen om hun jonge duiven gezond te houden of te maken. Steeds meer nieuwe bacteriën doemen op. Miljoenen euro’s worden over de hele wereld besteed aan medicijnen terwijl die op termijn helemaal niet meer helpen. De duiven raken immuun! Straks helpt er niets meer. Het is water naar de zee dragen en ik denk dat u net zo goed als ik weet dat zoiets geen zin heeft. Op zakken duivenvoer zou ook wel eens wat meer informatie mogen staan dan alleen de naam van de mengeling en de houdbaarheidsdatum.

 

GEZONDE GRANEN.

Dat moet de basis zijn voor goede prestaties en goede prestaties gaan gepaard met gezondheid. Mens en dier blijven gezond door gezond eten De vroegere “boerenduiven” die zichzelf voor een groot deel moesten zien te redden bestaan niet meer. We hebben met zijn allen van onze duiven kasplantjes gemaakt. Op een zak voer en een pan water kun je niet meer meekomen. We hebben dat zo vaak tegen elkaar verteld dat we daarin zijn gaan geloven. Fabrikanten gingen allerlei producten ontwikkelen die prestatieverhogend zouden werken. Mochten ze bestaan en we zouden die allemaal gaan gebruiken dan kan er uiteindelijk toch maar eentje winnen. Dus waar zijn we mee bezig? Een wat minder zwaar vliegprogramma zou ook zeker bij kunnen dragen tot gezondere duiven. Kijk eens hoeveel overnachtvluchten er zijn. Zes dagfond vluchten in een seizoen is ook te veel van het goede. Ik weet het, het fondspel spreekt vrij veel liefhebbers aan, te veel van die zware vluchten is niet goed voor de duiven en ook niet voor onze sport. Het zou daarom veel beter zijn om elk weekend slechts 1 vlucht te hebben, een vakantiestop inbouwen en minder verre vluchten te houden. Ieder weekend heel lang op duiven wachten en niet met vakantie kunnen willen de meeste mensen niet. Het komt de gezondheid van de duiven ten goede en ook de portemonnee van de baas. Het is ten slotte nog steeds een hobby voor de werkende man. De commercie is de oorzaak van het overladen vliegprogramma en slechts een handjevol mensen profiteren daar op grote schaal van. Er moet gepresteerd worden, het liefst op zoveel mogelijk vluchten want dat is goed voor de commercie. Dit is alleen te doen op mega hokken. De grote jongens vergeten denkelijk dat om goed te presteren zij daarvoor juist de kleine liefhebbers nodig hebben. Zonder die kleintjes geen grote winnaars! De duivensport is niet meer wat ze is geweest. Terug kijken naar vroeger is leuk maar dat heeft geen zin. Zoals het nu gaat heeft ook geen zin, doordat jonge duiven massaal wegblijven haken veel liefhebbers jammer genoeg af en nieuwe zieltjes komen op de manier waarop we nu duivensport bedrijven niet bij. Waar moet dat heen met onze hobby? In ieder geval aantrekkelijker maken!

Over vijf weken is alles weer voorbij en hebben we de hele winter de gelegenheid na te denken over hoe het verder moet.

 

VERSCHIL TUSSEN OUDE EN JONGE DUIVEN IS ENORM GROOT.

Bijna een half jaar heb ik genoten van mijn prachtige ploeg jonge duiven. Tot ze vijf maanden oud waren heb ik ze perfect verzorgd. Alles op vaste tijden en aan alles kon je zien dat de duiven in goeden doen waren. Het is dan volop genieten als je tussen de jonge duiven zit. Er flitste dan wel eens door me heen: “welke zal ik daarvan kwijt raken” en meteen dacht ik dan “geen een”. Ik wil daarmee aangeven hoe tevreden ik was. Ik had prachtig gekweekt met weinig of geen tegenslagen, alles zat mee, zelfs het weer maar nu is alles anders. Het hele voorjaar zijn we verwend met prachtig duivenweer, het ene weekend was nog mooier dan het andere. Niemand raakte duiven kwijt en de concoursen verliepen vlekkeloos. Alleen de eerste halve fondvlucht vanuit het Franse Laon verliep teleurstellend.

Net als een valpartij bij het wielrennen hoort een slechte vlucht bij de duivensport.

Vanaf het moment dat de trainingsvluchten voor de jonge duiven begonnen veranderde de weersgesteldheid. Vanaf dat moment kon je merken hoe groot het verschil tussen oude en jonge duiven is. Van elke vlucht kwamen, of dat van een lange of korte afstand was, de oude duiven probleemloos naar huis. Bij de jonge duiven verliep dat anders, zij hadden het moeilijk, de onervarenheid speelde hun parten. Komt mede doordat zeker 80% van de duiven niet weet waar en hoe ze in de boxen kunnen drinken. Vooral bij warm weer is dat dodelijk. Dorst zorgt voor stress en stress zorgt er voor dat het navigatiesysteem niet optimaal werkt. Gevolg is dat vele jonge duiven gaan dwalen en als ze na twee of drie dagen ergens een hok binnen gaan zien ze er niet op zijn voordeligst uit. Vooral omdat elke liefhebber goed moet opletten dat er alleen gezonde duiven in zijn hok zitten is bijna niemand blij met zo een vreemde en vermagerde duif. Ik ben bang dat veel van die vreemde duiven daardoor nooit meer bij hun baas terug komen als u begrijpt wat ik bedoel.

Dit is zonde want de jonge duiven die enkele dagen aan het zwerven zijn geweest knappen ook snel weer op. Juist daarom vind ik het de plicht van elke liefhebber die duifjes een paar dagen te verzorgen en ze dan op enkele kilometers van het hok los te laten. Op die manier komen heel wat duiven tot grote vreugde van de baas op de hokken terug.

Als de jongen straks door de grote rui zijn en pas echt volwassen zijn hebben ze van dit alles als goed als geen last meer en kunnen als jaarling de baas heel wat aangename weekenden bezorgen.

 

JONGE DUIVEN STELLEN TELEUR.

Het weer in Nederland is er de oorzaak van dat het hele jonge duiven programma in de war is gebracht. Net als de duiven weten ook de lossingbevoegden er geen eind meer aan. Duiven loslaten met mooi weer kan iedereen. Het gaat er om hoe te handelen als we te maken hebben met langdurige regen op de vlieglijn, of met buien, laag hangende bewolking, stormachtige wind, inversie of te hoge of te lage temperaturen. De mannen op de lossingplaats moeten dan wel eens de nodige risico’s nemen. Mijn ervaring is dat wanneer er risico’s zijn genomen de wedstrijden een vreemd verloop krijgen. Het gebeurt dat de ene liefhebber alles thuis heeft en de ander is er te veel kwijt. Dat alles heeft zo goed als niets met de kwaliteit of gezondheid te maken. Het zijn ook niet allemaal zieke of slechte duiven die achterblijven. Veel is er al geschreven over de steeds groter wordende verliezen met vooral jonge duiven. Iedereen heeft daarmee te maken en dat is niet goed voor onze hobby, het is ook niet goed voor ons imago ten aanzien van de verschillende (politieke) dierenorganisaties.

Hoe ouder ik word, hoe slechter ik tegen het kwijt spelen van duiven kan. Ik kan daar niet meer tegen en daardoor is de animo om door te gaan met het jonge duiven spel tot een minimum gedaald. Ik weet het nog niet helemaal zeker, zoals het er nu uitziet met wederom slecht weer in het vooruitzicht, zit voor mij het jonge duivenseizoen er op. Drie weken terug verloor ik er tien en het voorbije weekend zes. Voor die tijd was ik er niet een kwijt en dan in drie weken zestien waarbij een aantal beloftevolle jonge doffers. Daarvan waren er twee die ik eigenlijk niet meer wilde spelen omdat ze uit formidabele ouders kwamen. Het waren wel nieuwe kweekkoppels waar ik nog niets van wist. Ik weet alleen dat de ouders zo goed hadden gepresteerd dat ze een plekje in mijn kweekhok verdiend hebben. Eigenlijk is het mijn eigen schuld dat ik ze kwijt ben. Als mijn duiven de mand ingaan heb ik het hok verduisterd, dat doe ik omdat ik ze makkelijker kan pakken en in het donker wordt je niet bevooroordeeld welke duif je in je handen hebt. In donker kun je heel goed bepalen welke duif het beste aanvoelt en die gaan dan bij mij in een aparte mand. Zij zijn voor de komende vlucht mijn favorieten. Daar zaten ook die twee doffers bij die op voorhand al een plaatsje in het kweekhok toegewezen hadden gekregen. Ik dacht, vooruit maar nog een keer mee en als je dat denkt ben je meestal verkeerd bezig. Al vele keren heb ik meegemaakt dat het ook echt hun laatste vlucht was. Weg dus en dan kun je hoog of laag springen, ze zijn weg en komen meestal nooit meer terug. Ik kan me wel voor mijn kop slaan, heb dat maar niet gedaan want ik had al hoofdpijn en dan wordt het alleen nog maar erger. Dat mij dit op mijn leeftijd nog kan over komen. Sufferd die ik ben!

 

NATOER.

Velen van u weten dat in Nederland aan het einde van het seizoen de “natoer” vluchten worden gehouden. Die zijn jaren terug in het leven geroepen om de latere jonge duiven te trainen. Daarvan is niets over gebleven. Tegenwoordig wordt met oude en jonge duiven in een concours op het scherpst van de snede gestreden voor de “natoer” titel. Het is de bedoeling dat ik mijn jonge duiven daarop laat meedoen. Voordeel is dat door de deelname van oude duiven de verliezen van jonge duiven aanzienlijk minder zijn. Het zijn vijf sprintvluchten en dat is misschien wat nadelig voor de jonge duiven. Mijn ervaring is dat jonge duiven in hun geboortejaar zeker twee vluchten van 400 km of meer gevlogen moeten hebben. Die ervaring hebben zij nodig als jaarling. Het wisselvallige weer is momenteel de grote spelbreker en daardoor kies ik voor de rest van het seizoen voor de natoer.

Vroeger leek het alsof een duivenseizoen een heel jaar duurde, nu realiseer ik me dat het over zes weken alweer afgelopen is en voor mijn gevoel moeten we nog beginnen.

 

HENK

Henk was bloemenhandelaar, een bekend figuur op zijn motorbakfiets. Samen met nog een aantal liefhebbers hielden zij wedstrijden met sierduiven. Meestal van zeer korte afstanden. Regelmatig werd Henk gevraagd de duiven met zijn motorbakfiets weg te brengen. Hij deed dat graag en kreeg er nog een aardige vergoeding ook voor. Zo moest hij op een zondag met de duiven op weg naar Hilversum, afstand ongeveer 40 km. Het weer was toen ook al niet te best maar toch ging Henk op weg.

Toen hij door Amsterdam-West reed zag hij een affiche waarop stond dat om half drie DWS (in die jaren een vooraanstaande voetbalclub) thuis moest spelen. Misschien is Hilversum met dit weer wel te ver, dacht Henk en vijf minuten later stond hij in de rij voor de kassa om een tribunekaartje te kopen.  Vanuit een café belde hij het thuisfront om te vertellen dat hij op weg was naar Hilversum en dat hij de duiven om drie uur zou lossen. Dat werd een kwartier later want toen was het rust. Nadat de duiven op weg naar huis gingen kocht Henk van zijn vergoeding ook nog een paar potten bier en een lekkere dikke sigaar. Ook de tweede helft volgde hij vanaf de tribune. Hij had een pracht middag. Nadat hij thuis kwam hoorde hij van diverse kanten dat die sierduiven nog nooit zo snel van Hilversum naar de Zaanstreek waren gevlogen als op deze regenachtige zondag. Henk genoot daar van, hij deed trouwens niets liever dan de mensen in de maling nemen. Pas jaren later vertelde hij mij wat voor truc hij had uitgehaald. Ik mocht dat uiteraard aan niemand verder vertellen. Henk is al vele jaren terug overleden, zijn verhalen leven voort en daar is dit er een van.


HET ZIT AAN ALLE KANTEN TEGEN.

Arme jonge duiven! Elke week geen goed duivenweer, uitgestelde lossingen, grote verliezen, andere lossing plaatsen, ontevreden liefhebbers, bestuursleden die met de dood worden bedreigd, waanzinnige uitslagen vanwege groepslossingen, daardoor liefhebbers die het dit seizoen voor gezien houden. Het is kommer en kwel. De maand juli staat in Nederland op de derde plaats wat betreft de grote hoeveelheid regenwater wat bijna dagelijks naar beneden komt. Alleen juli 1960 en juli 1930 waren nog slechter, de maand is echter nog niet voorbij en als er deze maand nog 14 mm water valt is juli recordhouder aller tijden. Leuk voor de statistieken maar dodelijk voor onze jonge duiven.

Dat jonge duiven het door hun onervarenheid het veel moeilijker hebben dan de oude duiven is niets nieuws. Het vervelende daarvan is dat de verliezen elk jaar groter worden. De organisatie doet haar best om dit te voorkomen, tot op heden wil het niet lukken. Binnen mijn afdeling is besloten over te gaan tot groepslossingen om op die manier de verliezen binnen de perken te houden. Helaas, het helpt niet, de verliezen blijven en elk jaar wordt het erger. Waardoor? Wist ik het maar. We kunnen er alleen naar gissen, de gezondheid spreekt zeker een grote rol, misschien zijn de grote hoeveelheid mobile telefoons wel een van de oorzaken. Het wordt de hoogste tijd dat internationaal aandacht wordt besteed aan dit enorme probleem, een schone taak voor de FCI. De duivensport heeft het in vele landen niet even gemakkelijk en de ellende van grote verliezen kon wel eens de doodsteek voor onze sport worden. Ik ben er van overtuigd dat 90% van de liefhebbers er alles aan doet om met gezonde duiven aan de start te komen. Voor kapitalen is er geïnvesteerd. Middelen die er voor zouden moeten zorgen dat de duiven in optimale conditie verkeren is allemaal weggegooid geld! Dat houdt echter niet in dat onze duiven zichzelf maar moeten redden. Dat kan niet. Als wij iets mankeren gaan we ook naar de dokter. Dat doen we ook met onze duiven (er zijn mensen die daar anders over denken). Kwaliteit is uiteraard van levensbelang. Bij de duizenden duiven die geboren worden zitten niet allemaal slechte duiven maar het zijn zeker niet allemaal kampioenen. Het moet voor geen enkele duif een probleem zijn om 400 km naar huis te vliegen. De meeste duiven raken juist weg op de korte afstanden en dit zijn echt niet allemaal slechte.

Door de verliezen vonden wetenschappers het nodig ons prachtige nationale concours vanuit Orléans te verbieden. De afstand zou te groot zijn. De praktijk heeft uitgewezen dat deze mannen het niet bij het rechte eind hadden. Ons mooie concours waar heel duivenminnend Nederland van in de ban was is verboden. Eigenlijk schandalig dat enkele mensen de hobby van toen der tijd tienduizenden liefhebbers voor een deel kapot hebben gemaakt. Misschien is het een mooie geste naar de dierenbescherming, maar het is nog steeds een kleine moeite om die mensen die zich inzetten voor het dierenwelzijn te overtuigen dat onze duiven gemakkelijk 400-600 km kunnen overbruggen. Als ze daar aan toe zijn, zijn ze prima ingevlogen terwijl de meeste van hun soortgenoten van zeer korte afstanden zijn achter gebleven. Ruim 50 jaar geleden stond er al een vaste rubriek in de duivenbladen “Waar blijven onze duiven?”, dat probleem van toen is alleen maar erger geworden.

 

HET WEER EN HET VLUCHTPROGRAMMA

Eerst was het warme weer er de oorzaak van dat vluchten werden uitgesteld of de duiven op kortere afstanden werden gelost. Er werd een vluchtprogram samengesteld voor het noordelijke en zuidelijk deel van onze provincie (afdeling). De weersomstandigheden of plaatselijke festiviteiten waren er de oorzaak van dat deze maand uitgeweken moest worden naar een andere lossingplaats. Kortom, van alle goede plannen kwam weinig of niets terecht. We zouden het voorbije weekend onze vierde vlucht hebben, het werd de derde en de jonge duiven zijn op mijn afstand nog niet verder weggeweest dan 175 km. Het voorbije weekend werden er 50% minder duiven ingezet dan op de eerste vlucht. Misschien zijn de duiven nu door de pokken en de mazelen heen en zijn de ergste verliezen achter de rug. Het is te wensen want de liefhebbers willen aan het einde van het seizoen toch ook nog selecteren. Het is niet aan te raden om alle jonge duiven te houden. Wel is het aan te raden om de jonge duiven het hele vliegprogramma te laten afwerken. Hun geboortejaar is de beste leerschool. Zet de duiven wekelijks in en ga er vanuit dat wanneer de weersomstandigheden onvoldoende zijn dat er niet gelost wordt. Vertrouwen hebben in de lossingdeskundigen is zeer belangrijk, zij zijn niet te benijden. Met mooi weer kan iedereen duiven loslaten. De laatste weken moet er door de mannen die bevoegd zijn de duiven te lossen af en toe wel eens risico genomen worden. Voor een grote groep liefhebbers doen ze het nooit goed, als de duiven twee of drie weken achtereen met de auto terug naar huis komen staat iedereen op zijn achterste benen, wordt er wel gelost en er zijn (te) grote verliezen dan worden die mensen zelfs met de dood bedreigd. Waar zijn we met zijn allen toch mee bezig. Het is toch hobby! Ik loop ook wel eens te mopperen als er iets gebeurd waar ik het niet mee eens ben. Ik heb wel geleerd de mensen die zich inzetten voor onze hobby niet te beledigen, we moeten ze koesteren want als zij er mee stoppen is onze hobby helemaal niet meer te bekostigen.

 

CEES

Hij was een echte duivenman. Hij deed als bestuurder veel voor de duivensport. Door drukte binnen zijn bedrijf werden de vergaderingen in die jaren bij hem thuis belegd want dan was hij altijd “stand bij” voor het bedrijf. Het waren feestelijke vergaderingen met altijd wat lekkers bij de koffie en wat later op de avond werd het steeds gezelliger. Cees had een wonderduif, een steenrode duivin die op elke neststand vroege prijzen wist te winnen. Cees had ook een vaste uitspraak: “goede duiven sterven nooit op het hok”. Hij had gelijk want op een vrij simpele vlucht bleef zijn rode duivin achter. Dagelijks keek hij naar zijn hok om te zien of zijn “rootje” terug was. Helaas! Toen hij er in berustte dat zijn topduif weg was kwam er van de organisatie bericht dat ze in een hok in Luxemburg zat. U begrijpt de duif moest terug komen. Na verloop van tijd kwam er bericht dat de duif met ringnummer zoveel bij de duivenorganisatie in Utrecht zat. Cees was directeur van een transportbedrijf en liet een van zijn chauffeurs de duif ophalen. Die zelfde dag hadden we ook weer vergadering en voor dat die begon vertelde Cees dat zijn “rootje” die avond thuis gebracht zou worden. Daar moest natuurlijk op gedronken worden! Pas tegen middernacht kwam de chauffeur thuis met het doosje met het duivinnetje. Cees was blij als een kind, zijn handen beefde bij het open maken van het doosje en wij proostte voor de zoveelste keer op de terugkomst van de rode dame. Toen Cees in de doos keek zagen wij aan zijn lichaamstaal dat er iets niet klopte. Cees viel bijna flauw. In plaats van een rode duif zat er een spierwitte duif in. Het ringnummer klopte wel maar het jaartal was verkeerd. Een enorme domper voor Cees, de vergadering was meteen voorbij en met gebogen hoofden namen we afscheid van Cees die met grote ogen en de mond wijd open nog steeds zonder een woord uit te brengen in het doosje zat te turen.

JONGE DUIVEN TREFFEN HET NIET.

Zo mooi als het vliegseizoen begon zo beroerd is het nu. Al vele malen heb ik geschreven dat de jonge duiven het gemiddeld aanzienlijk zwaarder hebben dan de oude duiven. Het grote verschil zit in de onervarenheid van de jonge duiven, de vaak hoge temperaturen en laten we het maar het Hollandse klimaat noemen. In de periode we zelf bezig waren de jonge duiven te trainen was het ideaal weer. De voorbereiding verliep bij de meeste liefhebbers tot volle tevredenheid. Niemand was noemenswaardig aantallen duiven kwijt. Het zag er allemaal hoopgevend uit. Niets is echter veranderlijker dan het Hollandse weer (dat weertype kennen ze ook in de UK, Duitsland en België). Op de laatste trainingvlucht van de vereniging zouden alle jonge duiven in de grote duivenwagen gaan. De vlucht werd geannuleerd vanwege te hoge temperaturen. De eerste officiële race verliep vlekkeloos wat betreft verliezen maar door de straffe zuiden wind werden wel hele gebieden totaal weggespeeld en dat is nooit leuk. Vooral omdat het de eerste race was en als je dan gelijk een knal om je oren krijgt, dan is het plezier met jonge duiven spelen ver te zoeken. De vlucht van het voorbije weekend was een kompleet drama en dat hebben we als liefhebbers voor een groot deel aan ons zelf te danken. De weersvoorspellingen waren heel slecht, onze nationale organisatie gaf zelfs het dringende advies de vluchten voor jonge duiven te annuleren. Diverse afdelingen volgden dat advies op, mijn afdeling niet. Bij ons gingen de vluchten voor oude en jonge duiven gewoon door met alle gevolgen van dien. Duivensport is een competitiesport en als de vluchten ondanks waarschuwingen toch doorgaan valt het niet mee om je duiven thuis te houden. Meedoen betekent altijd “eigen risico”, maar daarbij vertrouwen de liefhebbers wel op de deskundigheid van de lossingverantwoordelijken en dat liep dit keer faliekant mis.

 

ERVARING

Het concours voor oude duiven verliep alsof er niets aan de hand was. Ondanks dat het weer in België en zuidwest Nederland niet goed was kwamen de oude duiven prima. Opvallend bij mij was dat mijn eerste zeven duiven allemaal duivinnen waren maar dat mijn betere duivinnen het weer lieten afweten en de duivinnen die zich de laatste weken niet van hun beste zijde hadden laten zien nu voorop kwamen. De prijzen van dat concours waren in 13 minuten verdiend. Bij de jonge duiven ging het ietsje anders. De eerste duif in mijn club zat 14 minuten los vooruit, daarna vielen er in vijf minuten negen van de 578 die er mee waren. Daarna ging het vlotter, toch werd het een dramatische vlucht want het duurde vijf kwartier voordat de prijzen waren verdiend en dan is er pas 75% van de duiven thuis. U begrijpt het al, ’s avonds op alle hokken nog vele lege plaatsen. Gelukkig was het de dag er na droog weer waardoor er in de vroege ochtend bij mij nog vijf zijn terug gekomen, bij sommigen niet een en bij mijn zoon Marco zaten er die ochtend negen in de spoetnik. Ik moet er nog 12 krijgen, Marco nog 16 en bij anderen is dat ook zo. Uitzonderingen zijn er altijd. Ik sprak iemand die al jarenlang heel matig speelt, hij had ze allemaal thuis. Of dit waar is heb ik niet gecontroleerd, dat zien we wel als we de duiven voor de komende vlucht gaan inzetten. Jammer genoeg zijn de weersvoorspellingen wederom zeer slecht. Denkelijk zullen een groot aantal liefhebbers afhaken, diverse hokken zijn gehalveerd of zelfs geruïneerd. Twee vluchten hebben we gehad, er volgen er nog vier, we zijn er nog lang niet. Als dit zo doorgaat valt er weinig te selecteren. Toch raad ik iedereen aan net zo streng te selecteren als andere jaren. Neem geen genoegen met tweede keus. Dan maar wat minder duiven.

 

WAT DOEN WE ER AAN.

In alle duivenbladen kunnen we regelmatig lezen over het achterblijven van vooral jonge duiven. Dat probleem heeft altijd bestaan, het probleem wordt helaas alleen maar groter. Waar blijft de wetenschap? Middeltjes om duiven gezond te houden, beter te doen kweken, harder te doen trainen, betere mest, noem maar op, er is overal een oplossing voor. Waar blijft het middel tegen grote verliezen? Daar is nog steeds niets voor en er zal ook nimmer komen net zo goed als dat er voor alle andere onzin geen middelen zijn. Liefhebbers kieperen van alles in het drinkwater of strooien hun geheim over het voer. Stop daarmee. Het zijn immers altijd dezelfde liefhebbers die goed spelen. Het gaat om goede duiven en een goed management, doch dat is ook geen nieuws. Vanuit de organisatie moet er veel aandacht worden besteed aan het massaal wegblijven van onze jonge duiven. Ook ik word daar moedeloos van! Misschien kunnen we een aantal oorzaken aangeven. Denkelijk is de verplichte enting tegen paramixo een van de boosdoeners, we kunnen daar echter niet omheen omdat dit door het Ministerie verplicht is. Het verduisteren van jonge duiven lijkt mij ook een van de oorzaken. Gezondheid is vooral voor jonge duiven van het allergrootste belang. Het valt niet mee om een groep van meer dan 50 duiven in een optimale gezondheid te houden. Als de vluchten zijn begonnen komen er op diverse hokken gezondheidsproblemen voor. Liefhebbers nemen met meestal niet zo nauw met de gezondheid en korven gewoon wekelijks al hun jonge duiven in. Het weer is van zeer groot belang. Laten we echter niet vergeten dat de duif bepaald waar zij vliegt en niet wij. Al is het weer op de vlieglijn goed is wil dat niet zeggen dat het een vlekkeloos concours wordt. Er zijn prachtige zomerse dagen dat iedereen er vanuit gaat dat het een mooie vlucht wordt. Ook dat klopt lang niet altijd. Er zijn van die dagen dat er iets in de lucht is dat we als mens niet kunnen waarnemen. We liggen allemaal lekker lui achterover in de zon te wachten op onze duiven en die komen maar niet. Om gek van te worden! Zo was het vorige week donderdag beestenweer in Nederland, vrijdag werd het beter. Zo te zien was het weer goed genoeg om de vluchten door te laten gaan. Het verliep totaal anders. Denkelijk was het voor het oog goed weer, wij kunnen niet zien wat er zich in de atmosfeer afspeelt, de duiven hebben daar wel mee te maken. Volgens mij hebben jonge duiven er grote moeite mee om zich tijdens een vlucht meerdere keren te moeten heroriënteren. Van alle kanten zag je duiven gaan en komen. De laatste vlucht kon je duidelijk aan de jonge duiven merken dat er meer aan de hand was, ze waren schrikkerig en een aantal keren gebeurde het dat er een duif van mij arriveerde met enkele duiven van een ander die ook gewoon op mijn hok landde. Dat is geen goed teken! Hoe het ook zij, het verspelen van jonge duiven is nog steeds een groot probleem en dat kost niet alleen duiven maar ook leden.